AGNES MATZERATH

blechtrommel_szenenfoto_16_5_4_01_020_1024.jpg

Zuchtend sloeg Zwart de krant open, hierbij enige hinder ondervindend van de windvlagen. Op pagina 2 stond een foto van Françoise Villers afgedrukt, die hij met een onverklaarbaar gevoel van welbehagen aan een onderzoek onderwierp. Ze heeft behalve een mooie naam (Zwart las Villiers in plaats van Villers) ook nog een lief gezicht. Snoet is een afschuwelijk woord. Beledigend. Waarom dan? Ze heeft iets van een actrice. Bulle Ogier. De salamander. Nou. Ik zit vandaag wel met actrices in mijn hoofd. Stijl heeft ze vast, met die lange zwarte sjaal. Of zou het een andere kleur zijn? Niets is wat het lijkt. Bevallige hals en arm. Zwart bladerde door tot hij de Filmagenda vond. Niet één film die de moeite loonde. Of toch wel één, maar die had hij al een keer gezien.

Zodra de lichten waren gedoofd werd hij weer ondergedompeld in het afschuwelijke. Angst kneep hem de keel toe, zijn hart sloeg op hol. Hij vreesde dat hij zou verstikken. Zo onopvallend mogelijk slikte hij een valium. Elke beweging leek gevaarlijk; je zo stil mogelijk houden was de boodschap. Daar hij evenwel wist dat hij aan de duisternis zou wennen, werd hij al gauw rustiger en ging regelmatiger ademhalen. De filmische ruimte had ook een aandeel in deze herwonnen rust: het licht dat van het witte doek afstraalde werkte op hem in als een hypnoticum. Alleen zijn vochtige handpalmen rukten hem af en toe weg uit die zweverige toestand en stopten hem dan telkens gedurende enkele seconden weer in zijn sterfelijke, van angst verstarde, lichaam.

De naam Angela Winkler verbergt en onthult, ook voor wie de actrice niet kent, een bijna tastbare schoonheid. Voor Zwart was de film ‘De blikken trommel’ vooral het verhaal van Agnes Matzerath. Haar zachte, felle zinnelijkheid overrompelde hem. Hij betreurde het dat zij al halverwege het verhaal sterven moest. Maar dat was haar noodlot. De dood stond in al haar gebaren geschreven.

Hoe zou ik evenveel kracht kunnen leggen in mijn woorden als in deze kleuren? Dood proza. Onnodig te zoeken naar een equivalent voor dat zo erotische bloedwarme rood, voor het bruin van verdorde velden, puinen. Voor de kinderlijke alwetende ogen van Oskar Matzerath. Voor de stemmen van Bebra en Roswitha Raguna. Hier schiet elke vergelijking, elke metafoor tekort. Onnodig, inderdaad. De kritiek van Menno ter Braak op de tachtigers zou ik nooit mogen vergeten. Geen schilderijen, geen films maken met woorden.

Toen hij uit de bioscoop kwam trof hem het verblindende licht en de zachte, lichtzoete geur die in de straat hing. Tijdens de begrafenis van Agnes Matzerath was de zon door de wolken gebroken en onmiddellijk daarna was de wind gaan liggen. Mannen droegen hun regenjas onder de arm; sommigen floten een wijsje. Vrouwen, die net zo gewichtloos leken als in reclameclips, zweefden over de brede trottoirs. Nog half versuft keek Zwart om zich heen, hopend in een van de voorbijgangsters de vitale en melancholische trekken van Agnes Matzerath te ontdekken. Een ontroostbare jonge vrouw die rondzwierf in deze stad, op zoek naar hem.

AGNESMATZERATH.jpg

Fragment uit de onafgewerkte roman ‘De weg naar het centrum’ (1987-1990). Gedeeltelijk gepubliceerd in het tijdschrift Letters, 6de jaargang, nr. 4, december 1990.

ZERO DE CONDUITE: ZWART

zwart1.jpg

Is zwart een kleur? Of is het de afwezigheid van kleur en licht? Als het van mij afhangt is zwart een zeker een kleur – zoniet zou ik vandaag geen thema hebben voor zéro de conduite. Mijn radiogramma heeft niet bijster veel eigenschappen op basis waarvan het onderscheiden kan worden van duizenden andere popprogramma’s. Als ik naar de radio luister hoor ik echter weinig kleur – ik kan alleen maar hopen dat zéro daar een uitzondering op vormt. Kleur, goede smaak en stijl. (En ik lees net dat alleen zwarte gaten echt zwart zijn.)

Dus de kleur zwart is het thema, de lievelingskleur van decadenten, goths, van hogere en lagere priesters en grafschenners. Van gelovigen en bastaards. Niet mijn lievelingskleur, dat is rood. Maar zwart is er een veelzeggende tegenhanger van, zoals in het meesterwerk van Stendhal.

Vanavond gaat de aandacht niet in de eerste plaats naar wat ‘zwarte muziek’ wordt genoemd (blues, soul, hiphop en dergelijke). Zwarte muziek is helemaal niet overwegend zwart – toch niet als we het over de kleur van het geluid hebben. Zwarte muziek kan net zo goed rood zijn, of wit, of oranje, rainbow road, weet je wel. Nee, het is me om het thema ‘zwart’ te doen. Vaak gaat het om een betekenisvol adjectief, de zwarte limousine van Elvis Presley, de zwarte kleren van the Shangri-Las, het zwarte oog van Uncle Tupelo, de zwarte long van David Eugene Edwards, et cetera.

Eerst dacht ik dat het een nogal somber, donker lijstje zou worden, zwart is immers de kleur van de dood en de rouw. Maar nu heb ik de indruk dat het meevalt. ‘Sweet Black Angel’ is alvast geen treurlied. Nee, met zwart kun je net zo goed naar een uitvaart als naar een swingend feest. En zo is alles altijd goed.

zwart2.jpg

Back To Black –  Amy Winehouse – Back To Black – Amy Winehouse/Mark Ronson

Dressed In Black -The Shangri-Las – Myrmidons Of Melodrama – Shadow Morton

Black Pearl – Sonny Charles & Checkmates Ltd. – Phil Spector: Back To Mono (1958-1969) -Irwin Levine, Phil Spector, Toni Wine

Sweet Black Angel – The Rolling Stones – Exile On Main Street -Keith Richards/Mick Jagger

Black Widow Spider- Dr. John – Babylon – Mac Rebennack           

Black Cat Blues – John Lee Hooker – Blues From the Motor City – B. Besman/John Lee Hooker

Black Gypsy Blues – Furry Lewis – Memphis “That’s All Right! From Blues To Rock’n’Roll”     – Unknown

Black Betty – John Koerner, Tony Glover & Dave Ray – Blues Rags And Hollers – Trad.         

I’m Gonna Dress In Black – Version 2 – Them – The Story of Them Featuring Van Morrison – Van Morrison

Black Crow Blues – Bob Dylan – Another Side Of Bob Dylan (2010 Mono Version) – Bob Dylan

Black Jack David – The Carter Family – Can the Circle Be Unbroken – A. P. Carter

Black Lung – 16 Horsepower – Low Estate -16 Horsepower/David Eugene Edwards

Black Eye – Uncle Tupelo – March 16-20 1992 – Jeff Tweedy

Black Queen – Stephen Stills 1st – Stephen Stills – Stephen Stills

Long Black Limousine – Elvis Presley – From Elvis In Memphis – Stovall, George

Black Maria – Todd Rundgren – Something/Anything? – Todd Rundgren

Black Country Rock – David Bowie – The Man Who Sold The World – David Bowie

Big Black Car – Big Star – Third/Sister Lovers – Alex Chilton

Black Sheep Boy – Okkervil River – Black Sheep Boy – Tim Hardin / Will Sheff

My My, Hey Hey (Out Of The Blue) – Neil Young – Rust Never Sleeps – Neil Young

Black River – Green On Red – Gas Food Lodging – Prophet, Stuart

Deep Black Vanishing Train – Mark Lanegan Band – Blues Funeral – Mark Lanegan

Black Hearted Love – PJ Harvey & John Parish – A Woman A Man Walked By – PJ Harvey/John Parish

The Black Angel’s Death Song- The Velvet Underground   & Nico – Lou Reed-John Cale

Black Mask – Cabaret Voltaire – Red Mecca – Kirk, Mallinder, Watson

Black Heart – Calexico – Feast Of Wire – Burns, Convertino           

Black Acres – Elysian Fields – Queen Of The Meadow – Bloedow/Charles

Black Market Baby – Tom Waits – Mule Variations – Kathleen Brennan

Black Flowers  – Yo La Tengo – I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass – Ira Kaplan, Georgia Hubley, James McNew

Black Moon – Wilco – The Whole Love – Jeff Tweedy

zwart3.jpg

Research & Presentatie: Martin Pulaski 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 1-12-2012. 

BLESS YOUR SWEET LITTLE SOUL

take me to the river

Lijsten zijn nooit volledig. Dat hoeft ook niet, omdat niets volledig is: het woord zegt het al, wat vol is tegelijk ledig. Maar als je nog maar een week geleden een overzicht hebt gemaakt van wat je als de beste langspeelplaten van het afgelopen jaar beschouwde en dan beseft dat je de allerbeste over het hoofd hebt gezien, ja, dan klopt er iets niet. Toegegeven, het heeft geen zin te streven naar het absolute, het volmaakte, het perfecte, de essentie – omdat dat gewoonweg… geen zin heeft. Die woorden zijn niet meer dan filosofische begrippen, die in de menselijke werkelijkheid weinig om het lijf hebben, tenzij voor volgelingen van Plato of gelovige zielen. Maar een banale opsomming van wat je mooi vond/vindt zou echt wel uitdrukking moeten geven aan je ervaring, je kennis, je inzicht, je smaak. Aan een combinatie van geheugen, geïnformeerd zijn, goede smaak en persoonlijke historie.

Ik vond het al zeer verdacht dat er bijna geen zwarte muziek in mijn lijsten was terug te vinden, terwijl ik toch bijzonder veel van soul, rhythm and blues, blues, gospel, reggae en jazz houd. Is het overigens al niet verdacht dat ik niet verslingerd ben aan rap, terwijl ik toch beweer een dichter te zijn? Ik heb een heel belangrijke vorm van populaire cultuur afgezworen – op basis van wat eigenlijk? Vooroordelen? Waarschijnlijk. Ik kan niet meteen een antwoord geven, ik moet er over nadenken.

Laat me echter tot de kern van de zaak komen: de beste muziek die in 2008 is verschenen staat over drie cd’s verspreid, die samen met een bijzonder informatief, boeiend en mooi boekje in een doosje zitten waarop als titel te lezen staat “Take Me To The River – A Southern Soul Story 1961-1977”. Het lidwoord ‘a’ is hier al te bescheiden: het is gewoonweg dé geschiedenis van de soulmuziek uit het Zuiden van de Verenigde Staten, een muziekgenre dat mijns inziens tot de belangrijkste kunstvormen van de 20ste eeuw behoort. Gedurende een korte periode in de geschiedenis was het de droom van Martin Luther King die tot leven kwam, zowel in de studio, op de podia van de grote steden, op de radio, en – vooral – op duizenden dansvloeren overal ter wereld.

Voor soulliefhebbers is het een grote troost te weten dat de soulmuziek niet is vergeten. Ook niet door blanke muzikanten, van the Rolling Stones, via Todd Rundgren, Southside Johnny, Bruce Springsteen en Boy George tot Axelle Red en Amy Winehouse. Bless your sweet little soul! En bedankt, Ace en Kent om al deze juwelen in een kistje te stoppen en in betere vorm dan ooit beschikbaar te maken voor een nieuw publiek.

LA VITA NUOVA

underground69 001

Zwart had gedroomd dat hij opnieuw was begonnen te roken. De eerste sigaret smaakte geweldig. Voor hem vertegenwoordigde ze veel meer dan alleen maar een sigaret. Op straat, aan een krantenkiosk waar ook rookartikelen te koop waren, wou hij zich op een nieuw pakje Camel trakteren. Toen hij naar geld zocht in zijn jaszak merkte hij dat hij nog een halfvol pakje in zijn bezit had. Het was niet nodig dat hij een nieuw pakje kocht. Maar lucifers, die had hij niet. Hij vroeg aan de dame van de kiosk of ze hem een doosje lucifers wilde verkopen. Dat weigerde ze.
– Ik heb er geen, zei ze.
Zwart zag dat ze loog. Tussen de kranten lagen duidelijk zichtbaar de doosjes Union Match. Hij griste er een weg en stak het in zijn zak. Dat gaf hem een aangenaam gevoel. Wat was hij sterk. Vol zelfvertrouwen gaf hij zijn compagnon, die er de hele tijd stil had bijgestaan, ook een vuurtje. ’t Leek wel een reclameclip. Maar voor Zwart betekende de droom, zoals de sigaret in de droom, zoveel meer. Het was voor hem, toen hij wakker werd, haast alsof hem een nieuw leven was beloofd.

– Vita nuova, zei hij. En ik heb niet eens moeten roken. Dat roken is bijkomstig. Het vuur is de boodschap. Dat ik iets durf. Dat ik voor mezelf durf opkomen. Dat ik de leugens niet langer slik. Komt er aan mijn periode van lijdzame moedeloosheid een einde? Ja. Ik moet hard werken; discipline heb ik nodig, voldoende rust en een matig leven. Dan zal alles terugkeren. Zwart voelde zich op dit moment werkelijk sterk. Hij was als Prometheus geworden, had het vuur gestolen van de goden en het aan de mensen geschonken.

Maar waarom weigerde die dame jou vuur? Misschien was het toch niet tegen de goden en de maatschappelijke orde dat ik me verzette. Misschien kwam ik in opstand tegen dat aspect van mezelf dat me belet vrij te zijn. Of was het de muze die me geen vuur wilde geven? En ben ik overmoedig geweest? Deze laatste interpretatie weigerde Zwart te aanvaarden, trouwhartig als hij was.