IN DE VERTE STAAT EEN PAARD

Saintes-Maries-de-la-Mer. Foto: MP

Saintes-Maries-de-la-Mer, woensdag 18 juli 1979

Gisteren om drie uur in Saintes-Maries-de-la-Mer aangekomen. Nog steeds dezelfde afmattende hitte. Het kampeerterrein van Touring Club de France, een zandvlakte, een kleine woestijn, heeft iets van een gevangenenkamp. Ik hoor hier voornamelijk de Duitse taal, ook het personeel spreekt je in het Duits aan. Schoon en hygiënisch is het allemaal wel.

Tijdens de eerste nacht werd de aanvankelijke stilte al gauw verstoord door dronkaards en andere idioten. In de vele merendeels erg grote tenten gekreun, talloze orgasmen. Het viel me op hoe kort de stoeipartijen duurden. Liever had ik dat allemaal niet gehoord en mijn geliefde in de stille nacht lang en teder gestreeld, daar waar ze het graag heeft, en haar sweet nothings in het oor gefluisterd. Helaas onmogelijk in een strafkolonie. We lagen wakker en al gauw hoorden we motorrijders het kamp komen oprijden. Daarna hardrock, Deep Purple, Uriah Heep – of the Scorpions misschien? Het waren Duitsers, zagen we vanmorgen, in zwart leer gehuld, breed geschouderd, met op hun pezige armen tattoos van blote vrouwen. Born to be wild, maar twintig jaar te laat. Marlon Brando zou hun vandaag alleen maar uitlachen. Het is alvast duidelijk dat ons verblijf hier ons geen rust zal brengen.

Het strand van Saintes-Maries is van glooiend, golvend zand, zacht aan de voeten.

Deze middag hebben we op het strand gelegen. Je zou het zonnebaden kunnen noemen. Het zeewater was te koud om in te zwemmen. Samen het water ingaan is niet mogelijk. We zijn op onze hoede voor tasjesdieven. In een plastieken zak van platenzaak Brabo zit heel ons vermogen en mijn bril en enkele boeken. Een groot kapitaal is dat niet, maar we moeten nog wat kunnen eten en naar Antwerpen terug reizen. Libération heb ik ook mee, nog altijd een uitstekende krant, zeer geschikt om de verveling mee te verdrijven en me nog enigszins aan het bestaan van de werkelijkheid te helpen herinneren. De krant doet tevens dienst als parasol.

De muggen van de Camargue zijn gemeen. Zoemen doen ze niet, ze vallen meteen aan en voor je het weet hebben ze je gebeten. Ze zijn stukken agressiever en giftiger dan hun soortgenoten in Antwerpen. De autochtonen lachen erom. Zij kennen hun muggen en maken zich vrolijk om de arme vakantiegangers die door hun kleine beestjes worden getreiterd.

Al vroeg in een goedkoop restaurant vis gegeten en vooral koele wijn gedronken.

Boven een moeras zag ik daarna een verrukkelijke zonsondergang. Voorbij het moeras de Middellandse Zee. In de verte, zei Senga, in de verte ginds staat een paard, een wit paard. Zie je dat? De zon was bijna ondergegaan. Ja, het witte paard is nu nog rood en dra is het zwart. Onwillekeurig moest ik aan T.S. Eliot denken. En nu, nu ik zoveel jaren later deze notities herlees, weet ik nog altijd niet waarom ik dat deed. Mogelijk dacht ik aan regels uit The Four Quartets, of uit The Wasteland.

Na zonsondergang is deze landstreek op haar bekoorlijkst. De lucht wordt zachter, doordrongen van een moeilijk te definiëren parfum, maritiem en landelijk tegelijk. De hemel krijgt een donkere en tegelijk heldere blauwe kleur. Miljoenen fonkelende sterren, heel dichtbij, je lijkt er op korte tijd naartoe te kunnen vliegen. Hun schittering verlicht de hemel als een kristallen bal een balzaal. Ver weg witte sluiers, Melkwegen. Mijn boek met afbeeldingen van de sterrenbeelden heb ik thuisgelaten. Ik aanschouw een onleesbare hemel.

Terwijl het donker werd stonden we daar wat te rillen, verloren in dit gigantisch universum en toch gelukkig. Het vuur van de hemel, het water van de Middellandse Zee en de moerassen, de mariene lucht overal om ons heen en de warme aarde onder onze voeten stelden onze zintuigen danig op de proef. Het ene moment voelde alles zacht en teder aan, dan weer hard en brutaal. Ik besefte hoe de aarde onze lichamen begeerde, hoe zij naar alles wat leeft en ademhaalt verlangt. Maar dat aardse verlangen deerde mij toen niet. Ik vergat mijn vrienden, mijn zoontje, mijn vader en moeder en broer, ik vergat de mensen die het slecht met me voor hebben, ik vergat mijn honger, ik vergat de bootvluchtelingen in Azië en de hongersnood in Afrika. Ik vergat dat het leven niets waard is. Ik vergat de steen in mijn hart. Ik vergat al het afval dat de wereld overspoelt. Ik vergat mezelf en ik vergat Senga. Ik was deel van de lucht en de aarde en het water en het vuur. Ik was gelukkig.
Het wordt koud, zei Senga, laten we naar onze woning gaan. Woning, vroeg ik. Je weet wel, lachte Senga, het kamp.


[Nachten aan de Kant 50. Zomer 1979]

MARITIEME LIEDEREN / ZERO DE CONDUITE

zéro de conduite,radio centraal,antwerpen,muziek,pop,popcultuur,oceaan,zee,maritiem,schip,narrenschip,golven,water

In januari verbleef ik in een appartement op een paar meter verwijderd van de Atlantische Oceaan, in Valle Gran Rey op het kleine eiland La Gomera. ’s Nachts luisterde ik daar soms urenlang naar de golven, soms wild, soms rustig, waarin ik nu en dan dierlijk gehuil meende te herkennen, maar op andere keren hoorde ik er de mooiste melodieën in, en zelfs het ritme van rock ‘n’ roll. Tijdens wandelingen in de vallei, of langs de oceaan, meestal ’s ochtends, probeerde ik te achterhalen welke liederen ik ’s nachts had gehoord. Bleken ze allemaal over de oceaan, de zee en het strand te gaan! Soms doemde er een zeeman of zelfs een kapitein op uit de mist. Of ik zag de boardwalk in Long Beach (New York) voor me. Maritieme liederen dus. En kleine selectie van wat ik zo bijeen heb gesprokkeld laat ik vanavond de revue passeren. Geniet ervan, maar word niet zeeziek.

Atlantis – Barabajagal – Donovan
Dark-Eyed Sailor – Hark! The Village Wait – Steeleye Span
Carrickfergus – Irish Heartbeat – Van Morrison & the Chieftains
The Sailboat Song – The Love Album / Housing Project – John Hartford
The Storms Are On The Ocean – Can The Circle Be Unbroken – The Carter Family
Sail Away Lady – Anthology Of American Folk Music Vol 2A – Uncle Bunt Stevens
Ocean Of Diamonds – You Don’t Know My Mind – Jimmy Martin
Rockin’ Chair – The Band – The Band
Boots Of Spanish Leather – The Times Are A-Changin – Bob Dylan
Ship Of Fools – From The Mars Hotel – Grateful Dead
‘Til I Die – Surf’s Up – The Beach Boys
Pacific Ocean Blues – Pacific Ocean Blue – Dennis Wilson
Down The Beach – John Philips – John Philips
Dolphin’s Smile – The Notorious Byrd Brothers – The Byrds
Ocean Girl – Long May You Run – The Stills Young Band
The Mermaid Parade – Here’s To Taking It Easy – Phosphorescent
Captain Of Your Ship – Reparata & The Delrons
A Salty Dog – A Salty Dog – Procol Harum
Seagulls – Uh Huh Her – PJ Harvey
You Said Something – Stories From The City, Stories From The Sea – PJ Harvey
Redondo Beach – Horses – Patti Smith
Ocean – VU – Velvet Underground
Theme From Alamo Bay – Alamo Bay OST – Ry Cooder
Song To The Siren – It’ll End In Tears – This Mortal Coil
The Ocean – Coles Corner – Richard Hawley
Under The Boardwalk – Atlantic Rhythm & Blues vol. 5 – The Drifters
Shore Leave – Swordfishtrombones – Tom Waits
Seafaring Song – Sunday At Devil Dirt – Isobel Campbell & Mark Lanegan
The Ocean – To Be Still – Alela Diane
Charlie Darwin – Oh My God, Charlie Darwin – The Low Anthem
Grown Ocean – Helplessness Blues – Fleet Foxes
Across Yer Ocean – The Secret Migration – Mercury Rev

Research en presentatie: Martin Pulaski