ZERO DE CONDUITE: WATER

donau

Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de linzensoep! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond eindelijk weer eens een thema, en dan nog wel een dat in mijn leven – en eigenlijk in ieders leven – een bijzondere rol speelt: water. Want ik stam langs moederskant af van een schippersgeslacht. Tot mijn achtste heb ik op het water geleefd, aan boord van een binnenvaartschip, op de kanalen en soms ook de rivieren, de Schelde, de Maas en de Samber. Nu is het thema ‘water’ hier al wel vaker onrechtstreeks aan bod gekomen, in ‘oceanen’ en ‘rivieren’ en in nog andere programma’s. Maar dit is bijna helemaal water, al zijn er ook wat rivieren ingeslopen. Daar kon ik niet aan weerstaan. De rivier is mijn uitverkoren thema. En ook in werkelijkheid is er voor mij bijna niets wat me dieper raakt dan een rivier of een stroom. Vandaar misschien dat Hölderlin mijn uitverkoren dichter is: hij heeft zoveel onvergetelijke gedichten over rivieren geschreven. Zoals dit:

“Will einer wohnen,
So sei es an Treppen,
Und wo ein Häuslein hinabhängt
Am Wasser halte dich auf.”
Hölderlin, Der Adler (fragment)

(In het gedicht The ‘Waste Land’ van T.S. Eliot echter trekt de helderziende Madame Sosostris de tarotkaart ‘De Gehangene’ en zegt: “Fear death by water.” En deel IV van het gedicht gaat helemaal over de verdrinkingsdood. Het eindigt aldus: “Consider Phlebas, who was once handsome and tall as you.”)

Ik had een heel programma aan the Beach Boys kunnen wijden. Het zou ongetwijfeld erg mooi geweest zijn, ook al houden hipsters niet van deze baanbrekende groep. Dat hebben ze nooit gedaan, zoals ze bijvoorbeeld ook niet van Bruce Springsteen houden. Ik denk dat het een probleem is van de hipsters en niet van die muzikanten. Toch heb ik aan de verleiding van the Beach Boys kunnen weerstaan en gehoorzaamd aan wat toch mijn uitgangspunt is bij het samenstellen van de playlist voor Zéro de Conduite: variété, in de letterlijke betekenis van het woord. Je zal dan ook pop, blues, rhyhtm & blues, country, cowboymuziek, jazz, folk en gospel horen – en niets dan water, water, water. En een scheutje whisky.

Veel luisterplezier.

Ω

Still Water – Daniel Lanois – Acadie

Blue Water Blue- Tommy Flanders – The Moonstone

Find A River – Lowell George – Thanks I’ll Eat It Here

And It Stoned Me – Van Morrison – Moondance

Water Music – Albert Ayler – The Last Album (1971)

Odyssey – Bill Laswell – Film Tracks 2000

In The Time Of Water – Roy Harper – Folkjokeopus

The Water Song – Incredible String Band – The Hangman’s Beautiful Daughter

Walk Upon The Water – The Move – Move

Underwater – Kevin Ayers – Shooting At The Moon

Let’s Make the Water Turn Black – The Mothers of Invention – We’re Only In It for the Money

Cool, Cool Water – The Beach Boys – Sunflower

Riverboat – Van Dyke Parks – Discover America

Backwash – Blodwyn Pig – Ahead Rings Out

Troubled Waters – Cat Power – The Covers Record

Wade In The Water – Bob Dylan – Live 1961-2000

I Asked For Water – Howlin’ Wolf – The Genuine Article

Cold Water – Tom Waits – Mule Variations

Back Water Blues – Irma Thomas – Our New Orleans

Dirty Water – The Standells – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era

Walking on the Water – Richard Hell & The Voidoids – Spurts: The Richard Hell Story

Whiskey & Water – Tindersticks – Tindersticks

Walk into the Sea – Low – The Great Destroyer

Louisiana 1927 – Randy Newman – Good Old Boys

Rock Me On The Water – Jackson Browne – Saturate Before Using

Lazy Waters – The Byrds – Farther Along

Song To The Siren – Tim Buckley – Starsailor (1970)

Walk To The Water – John Martyn – Bless The Weather

Silver Ships Of Andilar – Townes Van Zandt – The Late Great Townes Van Zandt

The Storms Are On The Ocean – The Carter Family – Can the Circle Be Unbroken

Cool Water – The Sons Of The Pioneers – Theme Time Radio Hour with Your Host Bob Dylan

Living By The Water – Anne Briggs – Anne Briggs

Ω

Research en presentatie: Martin Pulaski
Foto: MP, Donau in Boedapest

DE TOEKOMST VAN EEN ILLUSIE

“… iedereen mag dus voortaan iedere vrouw die hem bevalt als seksueel object kiezen, mag zijn rivaal bij vrouwen, of wie hem verder in de weg staat, zonder aarzelen doodslaan…”
Freud, De toekomst van een illusie.

In het kielzog van de tijd. De dauw druppelt van de daken. Kijk! Een culturele missie achtervolt een herdershond door de steegjes van de antieke kuststad, waar Pier Paolo Pasolini nog heeft gefilmd.
Dit is het geschikte weer voor een wereldramp. Deze morgen reeds werden er kleine schokgolven opgemerkt in de hoerenbuurt. In de rode burcht echter worden vlaggen en wimpels opgegeten. Met sardienenblikjes betalen ze de gedurende jaren hoog opgelopen schuld terug aan hun schuldeisers.
Vredesmanifestanten vechten voor een plaats op de veerboot over de Lethe. Maar de andere oever is onbereikbaar. Er is teveel modder aangeslibd. De baggeraars vergaten hun handen. Of neen… Ze vergaten hoe ze die moeten gebruiken. Het is een belachelijk schouwspel. Hoe ze bijvoorbeeld proberen om met hun handen zeemansliedjes te zingen.
De misthoorn heeft iets diep melancholisch, vooral in de herfst. Geen mens vraagt zich af hoe dat zo komt. Deze bedenking dreigt de betovering te verbreken. Er is geen houvast. Je moet wel in leugens geloven, in illusies, in toverkunst. En je om niets bekommeren.

 

HET BARRE LAND, DE RIVIEREN EN HET GROTE MEER

rivier3

Ik wandel in een landschap van ondiepe plassen en riviertjes. Waarschijnlijk heerst hier al lange tijd droogte. De dorre onvruchtbaarheid geeft de omgeving een ongewone schoonheid. Roestbruine en rode vlekken, desolaatheid. Geblakerde aarde. Overal in het rond liggen koperkleurige stenen. Een riviertje met bijna stilstaand water en roestige kiezelsteentjes op de bedding. Ik wandel niet langer. Zonder me ervan bewust te zijn heb ik plaats genomen in een lichte kano en roei zonder bestemming. Het water is transparant als kristal van Val-Saint-Lambert. Hier en daar verheffen zich eilandjes boven het oppervlak. Stenen, rotsblokken. Het riviertje is nu zo ondiep dat roeien bijna niet meer mogelijk is. Ik raak de grond met mijn riemen. Iemand die me begeleidt wijst me in de verte een plek aan, waar het beter is om te roeien, en toch ook niet gevaarlijk.
Maar ik moet wel aan land gaan – het riviertje mondt immers niet uit in dat meer. De bodem is hier nog net zo dor en overweldigend als waar ik vandaan kom. Mijn kano draag ik zelf, wat niet moeilijk is, het is een lichtgewicht model.
Er is nauwelijks een niveauverschil tussen het wateroppervlak van het riviertje en het vasteland en tussen het vasteland en het wateroppervlak van het meer ook niet – water en land liggen in elkaars verlengde. Geen sprake van hoogte of laagte.
”Dit is hier het gebied van het barre land, de rivieren en het grote meer”, zegt mijn begeleider.

Nu vaar ik op het meer. Wat is het hier kalm, vredig. Geen wind, geen storende geluiden. Niet lang kan ik van die harmonie genieten. Een stem in mij dwingt mij ertoe rechtsomkeert te maken. Maar waarom altijd terugkeren?

De doorgang, de lange engte gelegen tussen het meer en de rivier waarlangs ik moet terugvaren is omhooggestuwd. In plaats van het land verheft zich dreigend een hoge stenen muur. Waarschijnlijk is het een stuwdam. Het water zal gezakt zijn zonder dat ik het heb gemerkt. Maar wat nu?De muur is, wat je er ook van zeggen mag, een zeer kunstzinnig bouwsel. Hij lijkt enigszins op een (uitgedijde) sculptuur van Henry Moore. De steen is gepolijst en de openingen in de muur hebben ronde, vrouwelijke vormen. De hele muur is een spel van gebogen lijnen.

Ik sta boven op de muur. Tot mijn ontzetting stel ik vast dat er aan de andere zijde ook een afgrond gaapt. Dat brengt me aan het duizelen, de muur biedt geen houvast meer, ik moet loslaten, eerst de handen, daarna de voeten.

Foto: Martin Pulaski

 

DE RIVIER VAN HERACLITUS

house by the river

In dezelfde rivier treden wij en treden wij niet, wij zijn en wij zijn niet. Die uitspraak van Heraclitus duikt overal en altijd op. Op droge zolders, in vochtige kelders, in de schaduw van een eenzame spar daar beneden in de vallei waar wij soms wandelen. Uit het lood geslagen doordat er weer iemand te jong is gestorven. Als we elkaar – scherpe lippen en vurige ogen – haten en vernietigen of – ook hier de natuur nabootsend, met het vel van abrikozen – liefhebben en leven geven. In de koude rivier waden wij als jonge meisjes, bijna, en op een harde steen leggen wij ons hoofd te rusten. De zomer komt en de libellen fluisteren moeraskoorts in onze oren. Een gevaarlijk leven begint. Slechte vrienden en vrouwen, drank en drugs, de stad opengevouwen. Daarna de rust van de tropen: je kent elk stijlbeeld en niets brengt je nog van de wijs. Je leeft het leven van een ambtenaar die elke wet naar zijn hand zet.

Maar op een lenteavond heeft je lieverd je toch van de wijs gebracht. Ze wist je te vinden en je te treffen in je – symbolische – hart. De boogschutster is een leeuwin die geen aflaten kent. Werd je genoeg geknuffeld als kleine jongen, als baby? Neen! Je gaat de mensen en de wereld uit de weg en zegt dat het water te koud is en de rivier te breed. Je hoort de aarde niet zingen en de sterren zijn niet meer dan sterren. Gloeiende stenen. Dat je tijdens je leven maar een paar keer de volle maan ziet? Het zal je een zorg wezen. Wij verschillen niet van de dieren, zeg je. Een koe die naar een Apollo kijkt. Op een lenteavond was dat. Wie sprak je aan? Je keek in de spiegel en maakte een foto: zo zie ik er uit. Dit ben ik in deze kamer. Maar morgen? Wat gebeurt met mijn vlees na deze lente, deze zomer, deze herfst? In de winter? Als het ijzelt en rijmt op de oude mijnen? Als de stilte ondoordringbaar wordt en water als smeltend ijzer over ons heen stroomt. Als wij afscheid hebben genomen van de wereld en de wereld aan onze voeten ligt of ons naar het hoofd stijgt. Als wij naar de ark snakken, die ons uit het vocht weghaalt, of de karavaan uit de droogte en nu, nu wij dorst hebben, de dorst van een matroos, na zeven dagen koorts eindelijk in de haven. Zijn handen gevouwen bij een hoer. Maar nog wat mos op zijn vloeiende slapen. De oevers van de rivier die door zijn dorp stroomt vergeten. Het koude, het warme water. Het smeulende vuur op de heuvels en vader’s rabarberwijn onaangeroerd in de grote vaten. Tot je dan weer Strawberry Fields Forever hoort en de tijd aanbreekt om een gedicht te bedenken.

Afbeelding: House By The River, Fritz Lang