ZWIJGEN EN NIET LUISTEREN

Het is als een van die mislukte psychoanalytische sessies in de sombere jaren tachtig, bij Jan Cambien.  Een van die sessies waarbij je geblokkeerd was en het hele uur (eigenlijk 40 minuten) geen woord gezegd kreeg.  Zo zit je nog altijd voor je papier.  Af en toe een druppel inspiratie, enthousiasme.  Maar negenennegentig procent walging, levensmoe­heid.  “Ik heb niets te vertellen”.  Toch weet je dat het wat dieper, een heel klein beetje dieper in jou kolkt.  Je bent zo bang voor het banale dat je er banaal van wordt. Hoe komt het dat werken je zo met weerzin vervult, ook als het voor jezelf is?  Vroeger loste je dat op met een pilletje.  Nu gaat dat niet meer, je moet het allemaal op eigen krachten doen.

DE BELGISCHE KUST ONTVLUCHT


Gisteren was ik voor mijn werk in De Panne, Sint-Idesbald, Koksijde en Oostduinkerke. Ooit zullen het lieflijke – en standingvolle – plekken geweest zijn aan de lieflijke – en standingvolle – Belgische kust, maar nu is het volgebouwd en volgestouwd en alles lijkt er op alles. Ja, alles lijkt er op wat het is, de schijn bedriegt er niet, schijn is er gewoon schijn; ga er daarom niet zoeken naar een wezen of een essentie. Of liever, de essentie van de Belgische kust zou een wafel kunnen zijn of een stijlloos flatgebouw. Ik ben er met de kusttram voorbij een Plopsaland gereden en een Moeder Lambic. Ik vroeg me af waarom Lambic met een c werd gespeld. De c van cojones, cabron en cunt. ‘Less is more’ kennen de Belgische kustsstreekarchitecten niet, nooit van gehoord. Hun leuze of motto lijkt ‘more is more’ te zijn. De toeristen delen die mening. Hoe meer zielen hoe meer vreugde is er variant op. Alleen zijn het dode zielen, eenzame zielen, verloren zielen. Hoe kunnen ze dan vreugde scheppen? Daar vraag je mij iets. Maar weet ik echt wel iets over de ziel van de toerist? Heb ik er niet het raden naar? Zijn die mensen niet gewoon al tevreden als de zon opgaat in de ochtend, ook al gaat die helemaal niet op, is dat alleen maar een manier van spreken? Hoe het ook zij, ik was blij dat ik niet aan de Belgische kust – met al haar verloren glorie – was als toerist maar om er mijn werk te doen. Ik moest mijn opdracht uitvoeren, helemaal niet moeilijk, en eens die missie achter de rug kon ik weer de trein op naar het zonnige en zondige Brussel, de stad die ik liefheb en veracht. Toen we Brussel-Zuid binnenreden was ik blij dat ik weer thuiskwam, thuis in Nieuw Babylon en weg uit het nieuwe artificiële paradijs, waar iedereen gelijk is en gelijk heeft. Toch zou ik niet lang blij blijven. Mijn stemmingen wisselen nogal snel. Maar dat wist u al.

 

VERWENST EN VERVLOEKT

Ik heb hier voorlopig voldoende aan heldenverering gedaan, en dat terwijl ik niet van helden houd, alleen van antihelden. Toch zal ik ook in de toekomst niet aan de dwangmatige, obsessionele behoefte aan bewondering en de uitdrukking daarvan in minder of meer geslaagde lofuitingen kunnen weerstaan. Vandaag wil ik echter, vanuit mijn kluizenaarscel en nauwelijks op de hoogte van het doen en laten en gewoonweg zijn van mensen en dingen die zich niet binnen mijn gezichtsveld bevinden, waarbij dient gezegd dat ik met de voordelen – soms wel eens nadelen – van ‘tunnelvision’ gezegend ben, mijn vloeken uitspreken over een aantal inwoners van dit land – om daarmee te beginnen – die bij mij braakneigingen opwekken, ook als ik niet teveel aan de fles heb gezeten. Ik verwens en vervloek, zonder enige voorkeur:

Erik Van Looy, Vlaams quizmaster bij uitstek, begenadigd filmregisseur
Yves Desmet, slimste mens van de wereld
De negentien Brusselse burgemeesters (waarvan 18 overbodig, 1 democratisch verkozene mag blijven)
Alle schepenen van de Brusselse gemeenten (wegens overbodigheid en onkunde)
Het voltallige Vlaams Blok, met een brakende voorkeur voor Morel, Dewinter, Demol, Annemans en Vanhecke)
Alle personen met verantwoordelijke functies bij de MIVB.
Industriële vervuilers
Hugo Coveliers
Belastingfraudeurs
Huisjesmelkers
Wapenindrustriëlen
Jean-Marie Dedecker, kampioen van alle autochtone politici
Jagers
Op winstbejag beluste farmaceutische industriëlen
Op winstbejag beluste wetenschappers en onderzoekers
Lobbyisten (ik bedoel niet: mensen die graag in hotellobby’s zitten)
Komieken zonder humor
Geert Hoste
Chris Van Den Durpel
Jacques Vermeire
Eva Pauwels (bestaat die dame wel echt?)
Prinses Mathilde
Kate Ryan
Pijprokende mannen jonger dan 80
Alle BV’s, waarvan niemand weet waarom ze BV zijn
Alle BV’s, waarvan iedereen weet waarom ze BV zijn
Jef Geeraerts
Peter Aspe
Geert Van Istendael
Kristien Hemmerechts
Boekenbeurzenbezoekers
Degenen die hier zouden moeten opstaan, maar die ik vergeten ben
Urbanus
Raymond van het Groenewoud
Wim Opbrouck
Benno Barnard
De weermannen
Bono (maar dat is vermoedelijk geen Belg)

Twee conclusies. Een: de lijst dreigt eindeloos te worden. Twee: ik moet nog veel opzoekwerk doen. Maar ik betwijfel het of ik hier nog mee wil doorgaan. Ik zit hier nu echt te walgen. Bah!

MICHAEL MOORE EN DE STIJL

Ik ben geen aanhanger van Michael Moore, ik houd vooral niet van zijn stijl. Eigenlijk heeft hij helemaal geen stijl; bovendien heeft hij geen smaak, zoals wel meer Amerikanen. Maar doordat er zoveel Amerikanen zijn, zijn er natuurlijk ook wel wat met net een heel uitgesproken stijl, zoals Paul Auster, Edie Sedgwick en Chloe Sevigny. De beste hedendaagse schrijvers, kunstenaars en muzikanten komen doorgaans uit de VS. Wat ik wel bewonder in Michael Moore is zijn immense afkeer voor Bush jr. en zijn trawanten. Het is niet alleen afkeer, het is walging, het is immense haat. Vandaag las ik een prachtig en zeer grappig stukje van Michael Moore over Bush en zijn houding ten aanzien van New Orleans in De Standaard. Bijna alles wat ik hier de voorbije dagen heb aangekaart komt in het artikel van Moore aan bod, met uitzondering van de poëtische reflecties, de persoonlijke herinneringen en de liefde voor de muziek. Als ik wat dieper nadenk komt er eigenlijk niets van mijn benadering in aan bod, behalve het politieke standpunt. Dat standpunt van Michael Moore is geheel correct en ook voortreffelijk verwoord, het werk van een bijzonder stilist. Wat spreek ik mezelf toch graag tegen.