ZERO DE CONDUITE: VOGELS

songtoaseagull

Zéro de conduite is een themaprogramma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in een universum met een schrikbarende toename van het aantal zwarte gaten. Het motto van deze show is walk in silence / don’t walk away in silence (Atmosphere).
Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Vorige maand probeerden we ons dansend op allerlei variaties op de boogie uit de modder los te wrikken. Mogelijk zijn onze schoenen nog blijven steken. Dat zou niet eens zo slecht zijn, want vandaag zoeken we het hogerop, we gaan de lucht in, de vogels tegemoet.

Zelf heb ik nog steeds een beetje het gevoel dat dit de eindtijd is, maar als ik het nieuws lees, hoor of zie merk ik daar nog maar weinig van: alles begint er weer normaal uit te zien. Begint weer te lijken op wat naar wat normaal werd genoemd voor de corona-tijd maar dat toen al niet meer was. Waarom schrikken wij er zo voor terug om de wereld ten goede te veranderen? Ik verlang nu al terug naar de stilte, naar de tijd van de vogels. Vandaar misschien de keuze voor dit thema, al kan ik dat niet met zekerheid zeggen. Net als inspiratie worden die thema’s door een onbekende kracht aangereikt.

Net als in poëzie zijn vogels sinds mensenheugenis een dankbaar onderwerp in alle muziekvormen. De vogel zal wel een van de meest gebruikte metaforen zijn, ook in popmuziek. Daardoor kwam het dat ik op korte tijd ongeveer tien uur songs over vogels bij elkaar had gesprokkeld. Daaruit een keuze maken is lastig. Ik heb de neiging naar een aantal muzikale helden terug te grijpen. Al gauw zit ik dan met een lijst waarop Elvis, Aretha Franklin, Bob Dylan, Howlin’ Wolf, Hank Williams, Jimi Hendrix, Etta James, Billie Holiday, the Kinks, Link Wray en Emmylou Harris netjes onder elkaar staan. Tegen die neiging tot vastroesten moet ik me verzetten. Ik heb het nog een keer geprobeerd. Maar hoe kun je een boeiend programma samenstellen met vogelliedjes zonder Bob Dylans You’re a Big Girl Now, Leonard Cohens Bird on the Wire, Birds van Neil Young en een of ander versie van Coo Coo Bird? Maar zoals je hieronder kunt lezen zitten er ook minder voor de hand liggende songs in deze vogel-aflevering. Misschien ga je er op den duur niet van vliegen maar dat je gaat zweven behoort tot de mogelijkheden. En ook dat een diepe rust je ten deel zal vallen.

Veel luisterplezier, en ik luister met jullie mee, ik zit namelijk nog altijd thuis, want met zo’n masker op valt moeilijk te praten.

Detroit_Free_Press_Sun__Feb_12__1967_

Birds – Neil Young – After The Goldrush – Neil Young – 2:33

Night Birds – Ryan Adams – 29 – Ryan Adams  – 3:51

When The Eagle Flies – Traffic – When The Eagle Flies – Capaldi/Winwood – 4:24

Silver Raven – Gene Clark – No Other – Gene Clark – 4:54

Melodies From A Bird In Flyght (For Clarence) – Gene Parsons – Melodies – Camille Parsons/Gene Parsons – 4:08

As The Crow Flies – Tony Joe White – The Train I’m On – Tony Joe White – 3:50

You’re a Big Girl Now – Bob Dylan – Blood On The Tracks – Bob Dylan – 4:35

Bird On The Wire – Leonard Cohen – Songs From A Room – Leonard Cohen – 3:29

Sing Little Bird Sing – The Left Banke – There’s Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969 – Thomas Feher – 3:12

Little Bird – The Beach Boys – Friends – Dennis Wilson/Stephen John Kalinich – 2:00

Song To A Seagull – Joni Mitchell – Song To A Seagull – Joni Mitchell – 3:52

Die Krähe – Christa Ludwig, James Levine – Winterreise, Op. 89, D 911 – 15  – Franz Schubert – 1:40

The Nightingale – Angelo Badalamenti – Soundtrack From Twin Peaks – Angelo Badalamenti – 4:56

Nightingale – Low – C’mon – Sparhawk/Parker – 4:56

Blue Bird – Hope Sandoval & The Warm Inventions – Through The Devil Softly – Hope Sandoval – 5:12

King Of Birds – R.E.M. – Document – Bill Berry/Peter Buck/Mike Mills/Michael Stipe – 4:10

Old Crow – The Walkabouts – Setting the Woods on Fire – The Walkabouts – 4:26

Humming Bird – Victoria Williams – Musings Of A Creek Dipper – Victoria Williams – 3:15

Maybe Sparrow – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case – 2:38

Seagulls – PJ Harvey – Uh Huh Her – PJ Harvey – 1:11

Hundreds Of Sparrows – Sparklehorse – Good Morning Spider – Mark Linkous- 2:27

Crow – Mount Eerie – A Crow Looked at Me – Phil Elvrum – 2:21

The Littlest Birds – The Be Good Tanyas – Blue Horse – Barrett/Holland/Parton – 4:07

Mosquito Hawks – Meg Baird – Don’t Weigh Down The Light – Meg Baird – 3:22

The Magpie – Donovan – A Gift From A Flower To A Garden – Donovan Leitch – 1:31

Bird Song – Bert Jansch – Rosemary Lane – Bert Jansch – 2:57

The Coo-Coo Bird – Doc Watson & Clarence Ashley – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Doc Watson/Clarence Ashley – 2:36

Little Turtle Dove – Bascom Lamar Lunsford – Ballads, Banjo Tunes, And Sacred Songs Of Western North Carolina – Arr. By Bascom Lamar Lunsford – 2:55

The White Dove – The Stanley Brothers – The Complete Columbia Stanley Brothers (1949-1952) – Carter Stanley/Ralph Stanley – 3:14

Texas Eagle – Steve Earle & The Del McCoury Band – The Mountain – Steve Earle – 3:28

Fallen Eagle – Stephen Stills – Manassas – Stills – 2:05

Little Sparrows – The Handsome Family – Honey Moon –  Brett & Rennie Sparks- 3:09

Little Bird – Emmylou Harris – Stumble Into Grace – Emmylou Harris – 3:15

Wings Of A Dove – Nanci Griffith – Other Voices, Too (A Trip Back To Bountiful) – Bob Ferguson – 2:52

Fish And Bird – Tom Waits – Alice – Tom Waits/Kathleen Brennan – 4:00

The Dove – Brian Eno – More Music For Films – Brian Eno – 1:26

Research, samenstelling en vogels: Martin Pulaski

handsome family

Vogel: [dier met vleugels] {oudnederlands vogal ca. 1100, middelnederlands vogel} bekend uit het oudste Nederlandse zinnetje hebban olla vogala nestas hagunnan/hinase hi(c) (e)nda thu [alle vogels zijn met hun nesten begonnen, behalve ik en jij], oudsaksisch fugal, oudhoogduits fogal, oudfries fugel, oudengels fugol, oudnoors fugl, gotisch fugls; etymologie onduidelijk, maar verband met vliegen ligt voor de hand.

Genesis 2:20, ‘En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste’

DE VOGELS VAN CADAQUÉS

1934511673_2835f86cb6_o.jpg

De vogels van Cadaqués herinner ik me alsof ik er gisteren nog door verrast werd. Het was tijdens een eenzame maar bijzonder aangename wandeling over een rotsig pad net buiten het centrum van Cadaqués, waar mijn geliefde en ik in de jaren negentig meermaals verbleven. Opeens werd ik uit mijn gepeins opgeschrikt door die immense vlucht vogels, hoewel ‘opgeschrikt’ niet het juiste woord is, daarvoor was de ervaring bijna te sacraal, alleszins te ontzagwekkend. En ik had ook helemaal geen schrik. In die dagen was ik nog niet gewoon geraakt aan buitenshuis en op reis te fotograferen. Ik was daar eigenlijk tegen gekant. Fotograferen en reizen, dat ging moeilijk samen: een foto maken stond de rechtstreekse ervaring in de weg. Toch kon ik er niet aan weerstaan om dit ogenblik vast te leggen. De foto stelt technisch niets voor, maar het is een bewijs dat ik ik daar toen was, dat ik het gezien heb. Ik twijfel er evenwel niet aan dat ik me dit beeld ook zonder de afbeelding nog erg goed zou herinneren. Misschien zelfs beter. Maar dat weet ik nu niet, omdat de foto er is, en zelfs al vernietig ik hem, dan blijft er toch altijd nog de herinnering aan. Vervloekte foto!

Cadaqués was toen mooi en overdag erg rustig. Het huis van Dalí was er natuurlijk al, maar het was nog geen museum. Als je een kater had kon je naakt op de rotsen in de zon liggen bekomen. Overigens was het niet zo moeilijk om daar een kater te hebben. Er was een geweldige club, waar de hippies en de bohémiens kwamen, en nog een beetje ‘beau monde’ (want Mick Jagger en Dalí zelf en hun entourage hadden er rondgehangen) en er werd bijzondere dansbare pop en rock uit de sixties gedraaid, tot zonsopgang. Whisky en tequila kostten er nagenoeg niets. Toch verkoos ik de vogels van Cadaqués boven de bars en de nachtclubs. Zo gaat dat in het leven.

Foto: De vogels van Cadaqués, circa 30 juni 1995.

EEN BLAUWE BIKINI

buy

Je stem zwerft door deze kamer, soms hoor ik een heel koor van halve engelen, soms de echo van een kleine gekwetste vogel. Die van de duivel in je hoor ik hier nooit. Van toen je zei: Ik heb een nieuwe bikini.

Een blauwe, zoals de kimono in het liedje van Will Tura?
Ja.
Met bolletjes?
Ja.
Zwarte?
Nee, witte.
Mmmm.
Het was een koopje.

Ik was door en door gelukkig, maar mogelijk was ik toch in een slechte bui. Perfect geluk bestaat gelukkig niet. Er is altijd iets anders, iets donkerders, om het geluk als het ware te overbelichten, wat goede fotografen bijna altijd doen als ze iets zien wat ze graag zien.

We zouden een moord moeten plegen.
Een moord, jongen toch… Op wie dan?
Op niemand, niet op een mens, eerder op de slechte smaak.
Vind je mijn bikini niet mooi dan?
Natuurlijk wel, gek.
Welke slecht smaak dan?
Ach nee, niet de slechte smaak, ik weet het niet.
Ik wil geen moord plegen.
Een aanslag dan?
Dat is nog erger.
Een aanslag tegen alles wat ons wetmatig belet lief te hebben.
Dat kan ik niet, hoe doe je dat?
Dat weet ik niet, misschien moeten we er nog over nadenken.
Ik wil niet nadenken, alleen maar liefhebben.
Ja, dat weet ik, en ik weet niet wat ik zeg.
Je zei onlangs nog dat ik te ver over de grenzen ging, dat zei je zelf.
Ja, dat herinner ik me, ik was dronken.
Maar je was bang.
Ja, ik was bang en boos vanwege die wetmatigheden.
Waarom was je bang?
Dat jou iets zou overkomen.
Mij overkomt niets, ik ben sterk genoeg.
Ach liefste, ik wil niet moorden en ik wil geen aanslag plegen.
Wat wil je dan, mijn lief?
Lach nu niet, ik wil een kleine vogel zijn.
En naar me toevliegen?
Ja.

O hoe we lachten! Ook die lach van jou en mij blijft hier nog de kamer vullen. Maar alleen op heel bijzondere dagen. Dagen waar ik zelf geen vat op heb. En dat maak het wachten zo treurig en zo lang. En daarom luister ik zo graag naar
‘Best Of Both Worlds’ en Sneakin’ Thru’ The Alley With Sally’ van Robert Palmer, zoals zovelen in zijn vak veel te jong gestorven.

JAN DECORTE EN ZIJN WINTERVÖGELCHEN

wintervogelchen

Maandagavond kreeg ik een mail van het Kaaitheater: of ik dinsdagmiddag de generale repetitie van Jan Decorte’s ‘Wintervögelchen’ wilde bijwonen? Ik was aangenaam verrast, omdat ik niet vaak word uitgenodigd, en omdat ik nog nooit een generale repetitie had bijgewoond. En dan nog van Jan Decorte, een van mijn weinige ‘helden’, een kunstenaar die ik bijna mateloos bewonder.

Maar ik lijd aan een depressie, zeggen de geneesheren. De geneesheren kunnen mij echter niet van mijn depressie genezen. Daarom denk ik dat ik geen depressie heb, maar iets anders, iets fundamentelers, een zware inzinking, een immense vermoeidheid, een grote angst om mensen die ik niet goed ken onder ogen te komen. Een diepe, donkere zwijgzaamheid. Iets donkers in mij heeft me van alles en iedereen verwijderd. Daardoor twijfelde ik eraan of ik wel zou kunnen gaan. Ook gisteren twijfelde ik nog. Maar om twee uur heb ik onder meer twee t-shirts, een hemd, een gilet, een dunne trui en een dikke trui aangetrokken en heb de metro genomen. Ik had alleen een lelijke puntmuts, waardoor ik enigszins op een verloren gelopen clown moet hebben geleken.

In het Kaaitheater stond mijn naam netjes op een lijst: Martin Pulaski. Vreemd dat ik die twee woorden daar zo zag staan. Ik was te vroeg. Boven in de cafetaria waren er al enkele andere genodigden. Ik kende niemand, voelde me ongemakkelijk. Ik moest vlug gaan zitten. Jan Decorte kwam binnen en gaf me een kus op de wang. Zo voelde ik me al wat rustiger. Het leek wel normaal dat ik hier aanwezig was. In de cafetaria bleef het bijzonder stil. Iedereen wachtte tot ‘Wintervögelchen’ zou beginnen. Ik had gelezen dat Jan Decorte zich had laten inspireren door Shakespeare en Hölderlin. Ik had er alleen maar een vaag vermoeden van wat het zou worden. Nu ken ik Jan Decorte al wel een tijdje en heb ik heel veel van zijn stukken gezien. Hij is tegelijk ernstig en onnozel. Ik vind onnozel een positieve eigenschap. Verstandige, speelse, onzuivere onnozelheid tegen de zuiver rationele ernst.

‘Wintervögelchen’ heeft me diep geraakt. Het is een sprookje, een tragedie, een blijspel, een kerstverhaal. Je herkent Shakespeare’s koningsdrama’s en Sofokles, vooral de Koning Oedipus en Oedipus te Colonos. Je ontdekt sporen van Euripides’ Medea, van de sprookjes van Grimm, van Vlaamse kermissen, van Boheemse volksfeesten.

De kunstmatige taal van Jan Decorte is even eigenzinnig als die van Hölderlin, maar wel minder plechtig, vrolijker, speelser.  Er wordt ook zeer speels gespeeld, een lust voor oor en oog, zelfs al gebeuren er tragische dingen. Deze dichter gebruikt woorden nooit door iemand anders uitgesproken. Niets is wat het lijkt. Een koning is even later een koningin, een man wordt opgegeten door een beer, een dode koningin wordt weer levend. Er wordt gerouwd, getrouwd en gedanst. Jan Decorte heeft een verzameling fluitjes bij, waarmee hij vogelgeluiden nabootst. Uit een dik boek leest hij het intrigerende verhaal voor. De acteurs spelen sommige scènes uit dat verhaal. De bewonderende, liefdevolle manier waarop Sigrid Vinks naar haar haar echtgenoot kijkt als hij fluit of voorleest, daar smelt je hart van. Bovendien kan ze mooi dansen. De andere acteurs ook, trouwens. Is het een soort vogeltjesdans, die ze dansen?

Ja dit feestelijk werk is een subliem kerstgeschenk vol gefluit en gewauwel, gruwel, waanzin en liefde. In Vögelchen wordt inderdaad veel gefloten, maar de echte vogels blijven afwezig, zoals voor Hölderlin de goden.

Voorstellingen: 17, 18, 19, 20/12/2008, 20:30; en op 10, 11/02/2009, 20:30, Kaaistudio’s.
Foto: Danny Willems

 

DE VOGELS VAN CADAQUES

the birds of cadaques I

Tijdens een wandeling in de omgeving van Cadaqués in Catalonia in 1996 – al 11 jaar geleden, hoe de tijd vliegt! – werd ik verrast door deze massa opvliegende en weer neerstrijkende vogels. Het was, zoals iemand in een commentaar op flickr schrijft, inderdaad alsof het vogels regende. Ik denk dat ik nogal wat gezien heb in mijn leven, waaronder drakenbomen, Grand Canyon, garnaalvissers te paard, the Rolling Stones in 1972 (met Mick Taylor), the Byrds, de ogen van mijn zoon en zijn kleine handjes en de huid van mijn geliefde. Zelden echter werd wat ik voor het gemak mijn ziel noem dieper geraakt. Het is een beetje zoals de imaginaire klok in de parabel hieronder.

In Port Lligat, een gehucht van Cadaqués, waar Salvador Dali een groot deel van zijn leven doorbracht, was toen nog geen museum. Je kon gewoon naar het huis wandelen en door een deur naar binnen kijken, maar veel zag je niet. Vlakbij in een winkeltje kon je een mapje kopen met foto’s in bizarre kleuren van het interieur van Dali’s huis, van datgene wat je door de deur niet kon zien. Die beelden volstonden om je nieuwsgierigheid te bevredigen. Een bewonderaar van Dali ben ik alleen geweest in de zomer van 1968. Een bevlieging, meer niet.

Foto: Martin Pulaski