EEN NIEUWE POLITIEKE TAAL

POIX 095

Een paar dagen geleden had ik voor de eerste keer in lange tijd opgewekte gevoelens bij het kijken naar Terzake: twee Franstalige politici, Jean-Luc Crucke (MR) en Nicolas Martin (PS) lieten zien hoe politici ook hoffelijk kunnen zijn. Ze lieten elkaar uitspreken, luisterden naar elkaars standpunten, toonden respect voor anderstaligen, zelfs voor die Vlamingen die voor Wallonië en de Walen geen goed woord over hebben. Ze spraken zelfs beter Nederlands dan heel wat Vlaamse politici. Bovendien hebben deze twee mannen  gevoel voor humor.

Uit de hele reportage – ik zag onder meer gesprekken met een bio-landbouwer en een bedrijfsleider – bleek dat de toekomst aan Wallonië is. Dat een groot deel van de Vlaamse politieke klasse, en in haar kielzog een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking, in het verleden is blijven steken, in de overtuiging dat de Vlamingen een ‘volk’ zijn en een ‘volk’ dan nog waarvan de identiteit voor eens en voor altijd vastligt. Veel Vlaamse politici en hun volgelingen sluiten zich af voor wat zij als het andere zien. Zij schijnen geen oog te hebben voor wat opwindend en nieuw en op een verfrissende manier anders is. Zij zitten met de roestige gevoelens van het eigen volk in hun hoofd. Elke invloed van het vreemde zien zij als negatief. Alleen voor de negatieve kracht van het geld en voor de taal van de technocratie schijnen zij niet bevreesd te zijn. Zij deinzen er echter niet voor terug om de oude, onveranderlijke Vlaamse ziel aan monsterbedrijven te verkopen, die de mensen die hier wonen alleen maar uitbuiten en de ‘heilige grond’ blijvend verwoesten. Zij zijn blind en doof voor de lust die echte verandering brengt, voor een andere indeling van de ruimte, voor gezonde lucht, voor planten en bomen, voor een sociale ecologie, voor mededogen en empathie. Voor alles wat sociaal en ecologisch is zijn zij bang. Zij huiveren voor solidariteit. Zij zien dat als een geldstroom naar de vijand. De meest perfide onder deze politici willen niet alleen de solidariteit onder de bevolking vernietigen maar ook de sociale zekerheid. Geert Van Istendael noemt dat laatste terecht een van de grootste verwezenlijkingen van de westerse beschaving. Deze politici streven naar onderdanen die niet meer dan naakte, kwetsbare individuen zijn, die bij niets of niemand meer terecht kunnen en op die manier zonder weerstand tot een nieuwe manier van slavernij kunnen worden gedwongen.

Ik was blij dat ik bij deze Franstalige politici een nieuwe – niet eens zo radicale – taal hoorde, die nu eens geen angst aanjoeg maar eerder verzoenend en troostend klonk. Een warm alternatief voor het negativisme, de angstpolitiek, de businessterreur van de Vlaams-nationalisten.

Hiermee wil ik niet beweren dat alle Vlamingen onverdraagzaam en gesloten zijn, integendeel. Het gedeelte van de bevolking dat de angst propageert en het model van de businessterreur onderschrijft is eerder klein. Alleen doordat dit segment van de samenleving zo extreem veel aandacht krijgt, lijkt het alsof er helemaal geen andere stem meer overblijft, alsof Vlaanderen één dorre betonnen vlakte is geworden, één grote grijze zone van angst en bekrompenheid met voor de afwisseling alleen wat geel-zwarte toetsen. Het is tijd om gedaan te maken met die illusie en aandacht te geven aan mensen die een warmere kijk op de wereld en onze soortgenoten hebben.

“Je standpunt bevriezen is een teken dat je geen toekomst hebt. Jezelf opsluiten, terugplooien op jezelf, vasthouden aan het verleden is vragen om te verliezen. De geschiedenis wijst dat uit.”
Jean-Pierre Dardenne

P1020206(1)

Foto’s : Martin Pulaski

 

EEN MEIKEVER MAAKT HET VERSCHIL

sdr

Iedereen weet dat ook in een democratie een stem weinig betekent. Toch telt voor het geheel elk deel, zelfs het allerkleinste. Eén meikever kan het verschil maken: krijg er maar eens eentje in je oog.
Daarom ga ik stemmen. Als inwoner van Brussel geef ik die kleine stem van mij echter alleen maar aan een partij (of politica / politicus) die onvoorwaardelijk de strijd zal aangaan tegen armoede en uitsluiting en die er meteen alles zal voor doen om deze vuile stad van ons weer schoon te maken. En daarmee bedoel ik niet opkuisen in de betekenis die mijnheer Jambon en zijn Vlaams legioen eraan geven maar wel: dat de vuilnis uit onze straten en pleinen en parken en vijvers verdwijnt, dat onze lucht zuiver wordt, dat de gevels worden geschilderd. Ook moet de partij (of politica / politicus) voor wie ik stem voor een beleid gaan dat voorrang geeft aan voetgangers en fietsers en openbaar vervoer. Ik stem voor iemand die zich met hart en ziel inzet voor een leefbare stad voor iedereen.
Mocht ik in een andere stad dan Brussel wonen zou ik hetzelfde doen, maar in dat geval zouden propere straten misschien minder aandacht krijgen. Van alle steden die ik ooit bezocht, is die van ons werkelijk de smerigste. Ik kan er niet meer tegen.

Even concreet in verband met mobiliteit. In Anderlecht, het deel van Brussel waar ik woon, ondergaan wij het verkeer van drie afritten van de ring naar het centrum van Brussel (en die auto’s moeten ook weer terug). Er lopen vijf brede, extreem drukke lanen door Anderlecht. Eigenlijk zijn het autosnelwegen maar dan wel met verkeerslichten, wat voor nog meer vervuiling zorgt. In de historisch belangrijkste winkelstraat van Anderlecht, de Wayezstaat, inmiddels groezelig en verpauperd, moeten bus en tram tijdens werkdagen achter auto’s die daar niet horen in de file staan. De meeste straten in Anderlecht hebben tweerichtingsverkeer. Waar in de wereld vind je dat nog?
Ook dat is een vorm van smerigheid waar ik niet meer tegen kan.

Al die dingen bepalen mijn identiteit veel meer dan de Guldensporenslag of de Vlaamse Leeuw of het Belgisch volkslied. Al die klauwen en het hele heilig land der Vaad’ren kunnen mij gestolen worden. Mijn stem gaat naar een partij die oog heeft voor de werkelijkheid, voor het hier en nu en voor de toekomst.

STEMMEN: ROOD EN GROEN

CONSTANT NIEUWENHUYS

Ik behoor tot die tachtig procent Brusselaars die zijn gaan stemmen. Het is mijn plicht om dat te doen en ik doe het met plezier. Er zijn heel wat landen waar je niet mag stemmen of waar de verkiezingen gemanipuleerd worden. Bovendien kom ik zo nog eens buiten, mooi meegenomen op zo’n heerlijke zomerse herfstdag.
Veel liever zou ik voor een écht stadsbestuur stemmen, met een échte burgemeester en échte schepenen. Ik voel mij een Brusselaar die in de wijk Anderlecht woont. Je zou het ook een district kunnen noemen. Elke wijk moet zijn eigen karakter, subcultuur en zo meer behouden, dat zal ik niet ontkennen. Maar de bestuurlijke indelingen die we nu kennen zijn achterhaald. Om een stad als Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen, Wallonië, België en Europa [1], te besturen heb je eenheid nodig. Elke inwoner moet er dezelfde rechten en plichten hebben. De (spel)regels moeten voor elke inwoner van deze stad [2] gelijk zijn. Geen verschil inzake mobiliteit, onderwijs, wonen, sociale zaken, groenvoorzieningen en dergelijke meer.
Maar goed, ik leg me voorlopig bij deze bestuurlijke indeling neer en ga vooralsnog in Anderlecht stemmen.

Ik ben al heel mijn volwassen leven sociaaldemocraat. Ik heb altijd in een of andere vorm van socialisme geloofd. Toen ik nog weinig wist over het schrikbewind van Lenin en Stalin dweepte ik zelfs even met het communisme. Later had ik sympathie voor de Trotskisten. De Mao-verering heb ik altijd nogal lachwekkend gevonden. In onze ‘punkperiode’ hadden wij een poster van Mao aan de muur, maar wel met een wit strikje, the Stranglers met hun ‘No More Heroes’ indachtig. Elio Di Rupo heeft dat van ons afgekeken.

Ik hecht veel belang aan taal, aan woorden. Zolang Agalev Agalev heette heb ik er niet voor gestemd. Ik vond de naam afschuwelijk. Groen met een uitroepteken was al wat beter, maar ook daar had ik nog mijn bedenkingen bij. Ik ben allergisch voor uitroeptekens! Nu heet de partij gewoon Groen, en hier bij ons Ecolo-Groen, zoals het hoort. Een groene partij moet Groen heten, vind ik. Sindsdien gaat mijn sympathie uit naar de groene partij. (Ik overdrijf een beetje. Natuurlijk sta ik al langer achter een partij die werkt aan meer verkeersveiligheid en een kwaliteitsvollere leefomgeving en die echte burgerinspraak nastreeft.)

Om vorige zondag op een doordachte manier te kunnen gaan stemmen had ik mij naar behoren geïnformeerd over de partijstandpunten; ik kende de programma’s. Ik wist heel zeker dat ik voor één of meerdere vrouwen zou stemmen. Dat doe ik al tientallen jaren. Ik geloof dat vrouwen beter met macht kunnen omgaan dan mannen. Ze zijn ook veel beter tot mededogen in staat en denken meer aan de toekomst. Vrouwen zijn volwassen mensen, mannen blijven altijd een beetje kinderen, waar op zich niets mis mee is, maar kinderen kunnen niet zo goed aan politiek doen.
Tot zondagochtend had ik mij voorgenomen om hier in Anderlecht voor Groen te stemmen. Hoewel ik sympathiseer met PTB-PVDA had ik die partij al uitgesloten, om historische redenen, maar ook omdat ik geen arbeider ben. Ik zou het onoprecht vinden om vanuit mijn positie voor een arbeiderspartij te stemmen. Maar ik hoopte wel dat deze partij veel stemmen zou krijgen van de mensen voor wie zij zich voornamelijk inzet. Het programma van de PS-SPA had ik met instemming doorgenomen, en er waren enkele vrouwen bij die ik waardeerde.
(Voor ik het vergeet: ik stem hier zo veel mogelijk voor Nederlandstalige politici. Niet omdat ik iets tegen anderstaligen heb, maar omdat de Nederlandstaligen een kleine minderheid vormen. Het is goed dat die in het politieke landschap aan bod blijft komen.)
Ik had echter mijn twijfels over de integriteit van de socialistische partij, vooral vanwege de schandalen, in het bijzonder de Samusocial-affaire. Al wist ik dat de toestand verbeterd is sinds Yvan Mayeur als burgemeester van Brussel-stad is moeten opstappen. De parasieten zijn trouwens nooit in de meerderheid geweest en zijn dat nu al helemaal niet meer. Maar er is nog veel werk. Alles moet nog veel transparanter worden. En dat niet alleen bij de sociaaldemocraten.
Zondagochtend keek ik nog eens goed naar de folders van de twee favoriete partijen. Opeens viel mij op dat op de groepsfoto van de groenen maar één niet-blanke kandidaat te zien was. En ze zagen er allemaal toch zo keurig uit. Zo helemaal door en door vertegenwoordigers van de blanke middenklasse. Dat kon toch niet? In een wijk als Anderlecht, waar een groot deel van de bevolking niet wit is en al evenmin tot de middenklasse behoort. Hoewel ik al gekozen had voor wie ik zou gaan stemmen, bedacht ik me. Net voor ik de deur uitging nam ik nog even de folder van de PS-SPA door. Daar was de verhouding wel juist. Zo is het gekomen dat ik voor twee sociaaldemocratische vrouwen heb gestemd. Zal ik ze noemen? Waarom ook niet? Ik hoop dat jullie de kans krijgen om goede dingen te doen, Elke Roex en Bieke Comer.

Achteraf beschouwd is het ook niet zo erg dat ik noch voor PTB-PVDA noch voor Groen heb gestemd. Ze gaan er met reuzenschreden op vooruit. Mijn stem hebben ze daarvoor niet nodig. Sinds maandagochtend ben ik op politiek vlak een gelukkig mens. Nu de rest nog.

10035703896_145c8a2f92_o

10035648914_19860acb27_o

[1] Is het niet bizar dat Brussel in Vlaanderen maar zelden enige aandacht krijgt. Hoe komt het dat de Vlaamse media hun eigen hoofdstad de rug toekeren? Tenzij er een aanslag gebeurt of als er uit de rest van het land ontevreden burgers komen betogen? In Duitsland, toch ook een federale staat, is het ondenkbaar dat Berlijn doodgezwegen zou worden.

[2] En van een land en van de hele wereld.

Foto’s: Constant Nieuwenhuys, Symbolische voorstelling van New Babylon, 1969; Martin Pulaski, Anderlecht, 2013

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (9)

avenir.jpg

Dag 6: 7 november 2016

‘L’avenir’ van Mia Hansen-Løve is een sublieme film, met Isabelle Huppert in de hoofdrol. Isabelle Huppert die nog maar eens een keer verrast. Maar hoe kan dat? Iemand die ons al zo vaak heeft verrast kan dat toch niet blijven herhalen? En toch doet ze het. Iedereen die haar van in het begin gevolgd heeft, weet het. Voor mij was het begin ‘Les valseuses’. Het was het slipje van de jonge Isabelle – van haar personage – dat die twee voyous, Patrick Dewaere en Gérard Depardieu besnuffelden. Ik twijfel er niet aan dat Isabelle Huppert zowat ieders favoriete actrice is, of ze is dat toch voor elke denkende mens, man of vrouw, die van mooie, sterke, getalenteerde en intelligente vrouwen houdt.

‘L’avenir’ behoort tot het soort van films dat er voor mij uitspringt. Er wordt een eenvoudige verhaal verteld, met een diepere onderlaag, de fotografie is uitstekend, de dialogen zijn geloofwaardig, er wordt voortreffelijk maar helemaal niet spectaculair geacteerd. Een kleine Franse film par excellence. Met ‘klein’ bedoel ik niets negatiefs, integendeel. Alain Tanner maakte ook zulke films, maar Tanner is wel een Zwitser. Aan Eric Rohmer moest ik ook denken. Je zou deze bepaalde vorm ‘lichtvoetige diepzinnigheid’ kunnen noemen. De filosofische achtergrond van ‘L’avenir’ geeft een extra dimensie aan de film. Rousseau, het katholicisme, Chateaubriand, het radicalisme tegenover het gematigde links van de neo-bourgeoisie (die haar rebellie al lang achter zich heeft). ‘L’avenir’ geeft zin, in de twee betekenissen van het woord. Ik heb alvast zin gekregen om opnieuw Rousseau te gaan lezen, vooral ‘Le contrat social’ en ‘La nouvelle Héloïse’. En alle films met Isabelle Huppert opnieuw (en opnieuw) te gaan zien.

Mevrouw De Block verhoogt de prijs van een aantal geneesmiddelen en wil op die manier “de middenklasse redden”. Net zoals de banken dat willen doen door binnenkort een negatieve rente op de spaarrekeningen in te voeren. De echte middenklasse belegt namelijk. Desnoods leent ze geld om te kunnen beleggen. De economie moet gestimuleerd worden. Het land moet groeien. Volgens Bob Dylan hebben we iets helemaal anders nodig dan duurdere geneesmiddelen en een negatieve rente op de spaarrekeningen om het land te doen groeien:
Well, my telephone rang, it would not stop
It’s President Kennedy callin’ me up
He said, “My friend Bob, what do we need to make the country grow?”
I said, “My friend John, Brigitte Bardot
Anita Ekberg
Sophia Loren
Country’ll grow.”
Bob Dylan – I Shall Be Free

Mogelijk zitten de Amerikanen (en wij met hen) binnenkort met een heel ander soort president dan John Kennedy opgescheept. Een mysogine, racistische, vuilgebekte miljardair. Maar zover zijn we nog niet. Nog even geduld, nog even wat vulgaire verkiezingsshows proberen te ontwijken, nog één keer slapen. Niet dat mevrouw Clinton mijn sympathie krijgt. Ze is dan wel geen racistische, vuilgebekte miljardair, maar ze wordt gesteund door Wall Street (waar onder meer de wapenindustrie thuis is). Maar liever nog een schouwspelkapitalist met enkele progressieve ideeën dan een onvoorspelbare casinokapitalist met niets dan obsessies en stemmingswisselingen.

karst woudstra dodendans 2.jpg

Op facebook ben ik nu bevriend met Karst Woudstra, een man die ik al zo lang bewonder. Door hem heb ik het werk van Lars Noren leren kennen. Hij heeft mij opnieuw in aanraking gebracht met de (toneel)auteurs waar ik lang geleden al van hield: Henrik Ibsen en August Strindberg. Hij heeft me zonder veel opsmuk of tralala laten zien hoe geniaal beide mannen wel waren – en hoe modern, hoe hedendaags hun werk is. Het was uiteraard ik die hem als vriend vroeg. Een uurtje later aanvaardde hij mijn verzoek. Dat je zoveel van Patrick Modiano houdt volstaat voor mij om ja te zeggen, schreef hij me. (Hij had er dus geen idee van dat ik ook een bewonderaar was van Strindberg, Ibsen, Lars Noren en van de melancholische Karst Woudstra zelf). Een voorbeeld van de theorie van Frigyes Karinthy die ervan uitgaat dat alle mensen via maximaal vijf tussenpersonen en zes tussenstappen met elkaar verbonden zijn (six degrees of separation).

Om één uur, een uur voor de lunch, ga ik een uur rusten. Ik denk nu onwillekeurig aan Nietzsche, die eerst het hoofdgerecht at en pas daarna de soep. Als ik ontwaak weet ik niet welk moment van de dag het is. Ochtend? Middernacht? Het duurt even eer ik weer in de realiteit ben. Weer een uur verspild. De herfst gaat aan me voorbij zonder dat ik er deel aan heb. Ik had veel meer door het raam moeten kijken, naar de bonte herfstkleuren. Wat een decadente uitspraak! Ik had veel meer naar buiten moeten gaan, gaan wandelen in parken, in het Terkamerenbos, in het Zoniënwoud. Ik had me in de herfst moeten verliezen. In plaats van me in de werkelijkheid onder te dompelen sluit ik me er van af, om wat woorden aan mijn laptop toe te vertrouwen (en met potlood aan mijn dagboek), om enkele paragrafen te lezen, om zoals zojuist naar Bruce Springsteens ‘Tom Joad’ te luisteren, om naar een film te kijken.

gasparnoe-love-00.jpg

Voor veel films echter moet je ook de deur uit. Van landschappen blijft bijna niets over op een klein scherm. Van paarden. Van de wijde ruimte. De kleuren van de hemel. Een vlucht wilde eenden. Maar ook van intimistische films als ‘Love’ van Gaspar Noë blijft weinig over. Bij die film moet je de lichamelijkheid kunnen voelen. De huid. Het zweet. Lichaamsappen. Sperma. Speeksel. Op het kleine scherm gebeurt er niets van dat alles en is het een vervelende film. Wat hij waarschijnlijk op het grote scherm ook is, maar dat weet ik nu niet. De beste erotische film vind ik overigens nog steeds ‘Last Tango In Paris’ van Bernardo Bertolucci, met Maria Schneider, Marlon Brando en Jean-Pierre Léaud. Maar dat is niet echt een erotische film: het is een tragedie. Een tragedie waar sommige mensen graag een klucht van zouden willen maken, of een soap. Zoals de soap die nu in de Verenigde Staten gaande is. Maar dat wordt zeer waarschijnlijk een tragedie. Misschien de ergste die wij, die babyboomers worden genoemd, ooit hebben gekend.

Manchurian-Candidate-Creepy.png

Afbeeldingen:’L’avenir; Dodendans; Gaspar Noë’s Love, The Manchurian Candidate.

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN

shininf-hedge.jpg

Woord vooraf

Een uur is kort, tien dagen kunnen lang duren. Tien dagen zijn kort, een uur kan lang duren.

Niet alleen grote gebeurtenissen schudden je wereld door elkaar. Neem nu een obsessie: die kan met iets kleins beginnen, met een muggenbeet, met de geur van ether of, al wat groter, met een vlucht wilde eenden, et cetera. Meestal is wat in je omgaat of wat je bepaalt een combinatie van kleine en grote dingen. Zelfs als je het niet wilt leef je toch in de grote wereld. Je zit of staat of loopt altijd rond in een netwerk, een systeem, een macrokosmos. Of je zit gevangen in een web. Soms is het een doolhof, zoals bij Jack Torrance in ‘The Shining’. Daar kom je meestal niet levend uit.

‘Ten Days That Shook The World’ is een boek van John Reed over de Russische Oktoberrevolutie van 1917. De hiernavolgende tien notities hebben daar niets mee te maken. Ik gebruik alleen maar de titel omdat die goed klinkt.

John Reed at desk.jpg

Dag 1: 2 november 2016 / Eight Days A Week

Het is mooi weer, maar er waait een koude wind. De metro naar het centrum heeft meer dan een kwartier oponthoud. “Zodra het metrostel kan vertrekken vertrekt het,” blijft de omroepstem herhalen. Waarom blijven we stilstaan? Heel wat reizigers stappen uit, verlaten het metrostation. Ik heb met enkele vrienden afgesproken om in de Aventure samen naar ‘Eight Days A Week’ te gaan kijken, een film over beatlemania, maar over zoveel meer dan dat merkwaardige fenomeen. Ik ben vooral ontroerd door de diepe vriendschap die er tussen de vier muzikanten bestond. Maar zeker ook door de muziek, lekker luid in de bioscoopzaal, die nog steeds fris en aanstekelijk klinkt. De periode in de loopbaan van the Beatles die mij echter het meest fascineert komt in de film niet aan bod, die na beatlemania, na de hectische tournees, de periode vanaf ‘Rubber Soul’, vanaf januari 1966. (1966 was overigens een magisch jaar voor de popmuziek en voor de jeugdcultuur. Jon Savage heeft er een zeer lezenswaardig boek over geschreven.)
Als we buitenkomen regent het. We haasten ons naar het fish & chips-eethuis Bia Mara aan de Kiekenmarkt, de straat – een markt is het niet – waar ik in juni 1997 op het nippertje aan de dood ontsnapte.

the_beatles 8 days.jpg

Mijn vrienden en ik vormen een genootschap dat ‘Renaldo & Clara’ heet. We wijden een klein deel van ons leven aan het werk van Bob Dylan. Maar vergis je niet. ‘Bob Dylan’ is een ruim concept. Zo valt ‘Eight Days A Week’ daar ook onder. Later, bij Jan in Elsene, kunnen we maar moeilijk ophouden met praten in plaats van te luisteren naar de muziek die op het programma staat. Het zit namelijk zo. Elke keer als we bijeenkomen hebben we een thema waarrond we elk vijf à tien songs verzamelen en die we dan samen in stilte beluisteren en vervolgens (soms) becommentariëren. Het is een beetje zoals mijn radioprogramma, Zéro de conduite. Maar op die Allerzielendag komen we maar niet toe aan de songs. Donald Trump gooit roet in het eten, vergif zelfs. Hij zou, o ramp, de verkiezingen wel eens kunnen winnen. Maar is Hillary Clinton dan zoveel beter? Zij vertegenwoordigt toch ook de elite, en wordt door Wall Street gesteund? We blijven de hele avond discussiëren en altijd belanden we bij de noodlottige Trump. Niet dat de andere naoorlogse Amerikaanse presidenten zoveel beter waren. Zelfs Obama was geen engel, wel integendeel. Alleen Jimmy Carter krijgt onze sympathie. Tijdens zijn bewind werden er joints gerookt in het Witte Huis. En als ik me niet vergis traden the Allman Brothers er op. Niet dat dat de wereld op zijn grondvesten deed daveren…

renaldo clara.jpg

Het gebeurt niet zo vaak dat een gesprek meer deugd doet dan met vrienden naar uitverkoren muziek luisteren, maar die avond gaan we desondanks met een goed gevoel naar huis. Althans, zo ervaar ik het. Ik heb het gevoel dat onze stemmen het naderend onheil, de Amerikaanse tragedie, voor een deel hebben geneutraliseerd. Alsof het goedaardige drones zijn geweest. Voor songs is er later nog tijd. Zelfs toen de Titanic aan het zinken was speelde het orkest door. En Geert Mak beweert dat we ons daar nu bevinden.

titanic musicians.jpg

 

ANNELIES BECK EN MY SUMMER OF LOVE

feest,ballingschap,politiek,kamertjeszonden,film,fotografie,pawel pawlikowski,ryszard lenczewski,landschappen,herman heijermans,annelies beck,pop,gent,brussel,wijn,antwerpen,feesten,zomer,summer of love,bv

Dat gezeur over politiek moet maar weer eens ophouden. Het is genoeg geweest, hier in dit logboek althans. Er is geen reden om feest te vieren in dit land. Alleen in Antwerpen en Gent en op nog een paar plaatsen. Een beetje feest. Festen. Een half glas lauwe witte wijn op de stasis. Een mooi Grieks woord, dat wel. Voorlopig kruip ik weer in mijn vroegere huid van apolitieke anarchist, of hoe zal ik mezelf in deze context definiëren? Toch wil ik eerst nog mijn verontschuldigingen aanbieden aan de zes dames die vorige zondag mijn stem kregen. Onrechtstreeks – en vooral onvrijwillig – heb ik getwijfeld aan hun intelligentie, door mijn ergernis over het feit dat wij niet kunnen stemmen op bekwame, intelligente, meertalige politici. Die ergernis blijft, maar ik wil graag duidelijk maken dat ik niet twijfel aan de bekwaamheid en de intelligentie van deze vrouwen. Ik twijfel niet maar ik ben ook niet zeker. Een verwarrende state of mind.

Een halfglas lauwe witte wijn, schrijf ik. Maar neem van me aan dat ik veel zin heb om na een lange, zelfgekozen ballingschap – sinds 1991 woon ik in Brussel – naar mijn geboortestad Antwerpen terug te keren, of anders naar het lieflijke Gent, waar het alle dagen feest lijkt te zijn, ook al duren de officiële Gentse Feesten maar een tiental dagen. Voorlopig blijf ik echter in deze oude woning mijn bitterheid koesteren en twijfelen en vragen stellen en plechtig doen.
Voorlopig zeur ik niet meer over politiek. Ik keer terug naar mijn oude thema’s, letteren, muziek, ziekte, dood, vriendschap, liefde en Bonanza.

Gisteren zag ik Joaquin Phoenix in de huid van Johnny Cash. I Walk the Line, geen meesterwerk, maar goed voor twee uur genieten van het acteertalent. Wat gaf die film me zin om mij vol te stoppen met amfetamine en als een jonge dwaas door de straten van mijn stad te rennen, zomaar, nergens heen, met in mijn hoofd de echo van Echo & the Bunnymen, come to my rescue!

Zondagavond laat, nog euforisch van mijn moreel verantwoord stemgedrag, genoot ik van My Summer Of Love van Pawel Pawlikowski, een mij onbekende regisseur, met twee ook weer uitstekend acterende jonge actrices, mij even onbekend. Een film navertellen is niet mijn grootste gave en het heeft ook geen zin. Zeer indrukwekkende fotografie, dat kan ik wel gezegd krijgen, van de Poolse director of photography – ik gebruik bewust de Engelse term – Ryszard Lenczewski. De film is voor een groot deel in zonovergoten, glooiende landschappen gedraaid. Landschappen of niet, ik koester de kamertjeszonden, om het woord van Herman Heijermans nog maar eens een keer te gebruiken. Vanuit mijn kamer de weids uitgestrekte landouwen aanschouwen, dat is voor mij het tweede grootste – denkbare – genot.

feest,ballingschap,politiek,kamertjeszonden,film,fotografie,pawel pawlikowski,ryszard lenczewski,landschappen,herman heijermans,annelies beck,pop,gent,brussel,wijn,antwerpen,feesten,zomer,summer of love,bv

Nu rest mij alleen nog even de naam Annelies Beck te noemen. Dat schijnt zoekers aan te trekken. Dat heb ik op de blog dorstig gelezen, waarvoor mijn dank. Nu afwachten of deze strategie wat oplevert. Ik vrees echter dat mannen – of dames – die kicken op mevrouw Beck helemaal niets zullen voelen voor de mooie meisjes uit ‘My Summer Of Love’.

Foto’s uit: My Summer Of Love van Pawel Pawlikowski

DE HERFST VAN DE MOOIE VROUWEN

anderlecht,stemmen,verkiezingen,vrouwen,identiteit,veranderen,wafels,exotica,stem,guillaume bijl,despina,ryan adams,voodoobilly,identiteitskaart,kunst,performance,conceptuele kunst,memento,christopher nolan,namen,handen wassen,belgie,huisdokter

Omstreeks 2.20 uur ben ik uiteindelijk, na veel getreuzel en gedoe, mijn stem gaan uitbrengen. Ik had eerst goed de folder met de instructies gelezen, zodat ik niets verkeerd zou doen. In het stembureau, een zaaltje van het Anderlechtse voetbalstadion, werd ik vriendelijk bejegend, ondanks of dankzij het rode westernhemd dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken. Ik had dat ook al aan bij het concert van Ryan Adams, vorige donderdag. Hiermee is bewezen dat het kledingstuk geschikt is voor zeer uiteenlopende gelegenheden, waarvoor mijn dank aan een winkeltje in Budapest dat Voodoobilly heet. Als je een winkel al kunt bedanken?

Dat ik geen identiteitskaart bezat werd als de normaalste zaak van de wereld beschouwd. Wellicht heeft de helft van het Anderlechtse kiespubliek geen identiteitskaart. Op elke hoek staan dieven op de uitkijk. Het kleinood is zeer in trek, meer dan vlijmscherpe messen en fonkelende diamanten. Heden ten dage wisselen mensen graag van identiteit. Zo’n kaart is dan een noodzakelijk attribuut. Maar dat allemaal terzijde.
Ik moest de brief waarin zwart op wit en in kleur te lezen viel wie ik ben even afstaan en mocht me dan naar het stemhokje begeven. Meteen gingen mijn gedachten naar mijn oude vriend Guillaume Bijl, die ooit op een van zijn tentoonstellingen stemhokjes van over heel de wereld bijeenbracht. In mijn eigen stemhokje probeerde ik het scherm aan de praat te krijgen met mijn rechterwijsvinger, zonder enig resultaat. Ik wilde al mijn beklag gaan doen, maar dan herinnerde ik mij gelukkig weer het foldertje: je moest gebruik maken van een elektronisch potlood! Zo heb ik toch geen gek figuur geslagen. Ik had op voorhand de namen en de nummers van de lokale politici op mijn linkerhand geschreven, een beetje in navolging van de protagonist uit Christoper Nolans Memento (met mijn geheugen gaat het ook niet altijd even goed; stel dat ik in een vlaag van vroegtijdige dementie met mijn potlood een cirkel zwart zou hebben gemaakt naast de naam van zo’n vermaledijde blokker!, maar het is waar, dan moet je het al heel erg zitten hebben).

Ik heb mijn handen al een paar keer gewassen. Voor het eten, na het eten. Ja, tijdens het weekend nemen wij de Spaanse gewoonte aan van om drie uur te lunchen. Voor het plassen, na het plassen, enzovoort enzoverder. Maar het zal wel inkt van goed kwaliteit zijn want de namen en de nummers staan nog altijd goed leesbaar op mijn linkerhandpalm. Ik zal ze even overschrijven voor de nieuwsgierigen onder u:

9. Elke
21. Hilde
27. Kristel
30. Leila
38. Despina
45. Fadila

U ziet het, of u ziet het niet: het zijn allemaal vrouwen, drie Nederlandstalige, drie Franstalige, mijn stem netjes verdeeld over twee van onze taalgemeenschappen. De Franstalige dames hebben echter exotische namen, ze zullen wellicht van vreemde origine zijn. Mooi zo! Perfect! Hoe exotischer België wordt, hoe beter. Voor de rest zijn ze even Belgisch als u en ik. Wie weet trouwens wat de essentie van het Belg zijn is? want ik weet het niet hoor. Lange tenen, grote oren, kaalhoofdigheid, vroegtijdige dementie? Water uit het kraantje? Jean-Claude Vandamme? Guillaume Bijl? Tom Boonen? Paul-Henri Spaak? Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, ik ben heel goed in opsommen en vragen stellen.

Ik ben tevreden over de stem die ik heb uitgebracht. Stem? Het zijn zes stemmen, zoals in de goede oude tijd, toen het aantal stemmen dat je kon uitbrengen rechtevenredig was met je rijkdom. En terwijl jij als man ging stemmen voor tientallen andere mannen bleef moeder de vrouw lekker thuis om wafels te bakken. Of niet soms? We mogen daarom niet klagen: we zijn er sindsdien enorm op vooruitgegaan. En toch klagen we en willen we dat de dingen veranderen. Wat willen we dat verandert? Op de terugweg kwamen we onze huisdokter tegen. We bleven even praten. Denk je dat er nu iets zal veranderen, vroeg hij. Ik vroeg me af aan wat hij dacht dat er zonodig moest veranderen. Laten we het hopen, antwoordde mijn levensgezellin. Wat bedoelde zij daar eigenlijk mee? Hoe beter wij elkaar kennen, hoe slechter wij elkaar kennen. Dat is een feit. Niemand kent niemand. Misschien moeten we dat eens proberen te veranderen.

Van die zes vrouwen voor wie ik heb gestemd is Despina de mooiste. Toevallig heeft ze ook de mooiste naam. Ik hoop dat ik haar ooit leer kennen. Ik hoop van u hetzelfde.