WIE IS WIE?

obscur1

Bij mij weet je het nooit, en mogelijk kom je het ook nooit te weten, tenzij je een speurder bent van het type dat in de romans van Patrick Modiano opduikt. Ik bedoel dat in mijn werk soms iemand zo heet en dan weer zo. Stel dat ik iemand in het echte leven – hoe echt dat leven was is nu van weinig belang – heb gekend die Z heette. Stel dat ik hem of haar aanvankelijk A noemde. Na een tijd ben ik vergeten hoe ik hem of haar de eerste keer heb genoemd. Of ik ben die naam beu, dat is ook mogelijk. Ik vind een nieuwe naam, B. Iemand die in werkelijkheid – welke werkelijkheid? – met de naam Y werd aangesproken en zo stond het ook op haar identiteitskaart, of in het geval ze een Amerikaanse was dan driver’s license, is in mijn kroniek C geworden. Voor haar mag ik B niet meer gebruiken want die had ik al voor A (die Z heette).
Helemaal in het begin hield ik een lijst bij van mijn verzonnen namen met daarnaast die van hun reële alter ego. Op en top ordelijk als ik ben raak ik zo’n lijst onvermijdelijk kwijt. Dan verlies ik al gauw een weekje met ernaar te zoeken: ik vind dan zoveel andere en veel interessantere documenten. Foto’s van die echte mensen bijvoorbeeld, of boodschappenlijstjes van Senga uit 1979 of Hongaarse bankbiljetten (forinten), enzovoort. Een aantal keren ben ik opnieuw begonnen met zo’n lijst aan te leggen, ABC, ZYX… Maar zoals het met alles gaat in mijn leven geef ik het ten langen leste op.

In 2008 schreef ik al – het moet ergens te vinden zijn – dat ik alle namen verander, zoals Bob Dylan in ‘Desolation Row’. Reeds een hele tijd doe ik dat niet meer met alle namen: soms gebruik ik de echte, die van op de identiteitskaart of rijbewijs, of – omdat het niet in mijn hoofd opkomt hun daarnaar te vragen – dan toch degene waaronder ze mij bekend zijn. Mogelijk zijn die ook niet echt, maar dat geeft niet, het zijn namen.

De vraag die ik mij vorige nacht stelde was of ik toch niet beter consequent zou zijn: zou ik niet beter aan een en dezelfde echt bestaande persoon altijd dezelfde naam geven? Dan weet iedereen meteen wat voor vlees hij of zij in de kuip heeft, in de eerste plaats ikzelf. Want je gaat van mijn personages nergens registers vinden, zoals je die voor die van bijvoorbeeld Jack Kerouac en Stijn Streuvels wel vindt. Niemand weet zelfs dat ik een schrijver ben. Ik ben het zelf een keer gaan opzoeken. Er is nergens een spoor van mij te vinden. Het lijkt wel of ik niet besta. Of misschien besta ik wel, maar ik heb alvast geen naam. Niet eens een letter of ander teken dat erop wijst dat ik ooit letters aaneen geregen heb met de bedoeling schoonheid in de wereld te brengen.
Overigens was Jack Kerouac ook niet consequent: in On the Road heet de echte Neal Cassady Dean Moriarty, in The Dharma Bums en in Desolation Angels wordt hij Cody Pomeray.

Toch wil ik als putje bij paaltje komt graag achterhalen wie wie is. Vandaag vraag ik me bijvoorbeeld af wie deze personages in het echte leven zijn: Angelina, Gisèle, Phyllis, Crazy Dreamer, Job, Gina, Giuseppe, Marcella, Louis, Spano, Daphne, Laura, Sarah, Oswald, Josie, Angie. Misschien moet ik Patrick Modiano eens bellen. Maar ik vrees dat hij nog van zijn Nobelprijs aan het nagenieten is. Robert Zimmerman zal het dan ook wel niet weten.

obscur3

Foto’s: Cet obscur objet du désir (1977), Luis Buñuel.

NOOIT MEER VLIEGEN?

dav_vivi

De laatste keer dat ik de metro nam en in een ander huis binnenging, bij een arts dan nog wel, was op 27 februari. Dat is meer dan drie, bijna vier maanden geleden. Uitzonderlijk kom ik een keer buiten voor een korte wandeling in een parkje in onze buurt. Daar probeer ik me de namen van de bomen te herinneren, maar dat lukt me niet. Dat is ooit wel anders geweest. Toch ben ik blij met elke boom die er mag blijven groeien.

Voor de rest blijf ik hier in deze woning en wacht af. Soms denk ik, zou ik geen codeïne nemen, dat zou het wachten vergemakkelijken? Dat beweert toch Townes Van Zandt in Waiting Around To Die. Voorlopig doe ik dat niet. Ik laat het bij wat wijn en bier, liefst pas na zeven uur.
Gisteren liep ik tot aan metrostation Sint-Guido. Nee, ik ging niet naar beneden, naar die donkere ruimte met infernale machines gevuld. Ik bleef bovengronds, waar ik bussen en trams voorbij zag rijden. Het viel me op dat ze al goed vol zaten, sommige passagiers hadden zelfs geen zitplaats. Op de terrassen in de buurt van het Dapperheidsplein zaten zowel oudere als jongere mensen koffie of thee te drinken en ijsjes te eten. Wat verderop leek een vrouw zich te gaan verslikken in haar hamburger. Wie krijgt zo’n grote portie frieten op, vroeg ik me af. Dat doe je beter niet. Je allerlei dingen afvragen is te vermoeiend en zinloos is het ook. Overal om me heen bespeurde ik mensen op weg ergens naartoe, de meesten zonder mondmasker; vaak liepen ze heel dicht langs me voorbij.
Ik ging eens kijken in de Wayezstraat om te zien of het autoluw maken ervan al ver gevorderd was. Nee, er was zo te zien niets gebeurd. Nog altijd dezelfde chaos en drukte en files. Het lawaai van het verkeer was onhoudbaar. Dat ik aan de stilte gewoon ben geraakt en vaak alleen nog maar vogels hoorde fluiten zit daar zeker voor iets tussen. Ook van de vogels heb ik geprobeerd me de namen te herinneren. Duif, ekster, tjiftjaf, mus, veel verder geraakte ik niet.

Wachten op wat? Ik probeer te vergeten dat de tijd vloeibaar goud is dat wegvloeit zonder dat ik er een druppel van opvangen kan. Dit zijn de laatste jaren, die de mooiste van mijn leven hadden moeten worden maar de ellendigste zijn. Daar probeer ik niet aan te denken. Ik ben nogal opgetogen over die lijstjes van me. Bijna elke dag maak ik er een. Dat is een goede remedie tegen denken, tegen piekeren, tegen somberen. Zo kan de koude realiteit minder goed naar binnen sijpelen. Als ik zo’n lijstje maak roep ik het verleden op, wat me helpt om het heden te vergeten. Het is een soort van codeïne, geloof ik, hoewel dat spul net het geheugen aantast en dat wil ik tot elke prijs vermijden.

Mijn therapie heb ik na al die jaren stopgezet. Daarover wil ik liever niet uitweiden, het is te erg en als ik erover nadenk – wat ik eigenlijk niet mag doen – heb ik soms het gevoel dat het om een nachtmerrie gaat. Die wraakroepende situatie heeft zich niet voorgedaan, lieg ik mezelf dan voor. Maar het staat allemaal al genoteerd. Ik heb er naar Cristina over geschreven. Outrageous, antwoordde ze, om haar antwoord heel kort samen te vatten.
Telefoneren doe ik niet: ik heb een telefoonfobie. Daar heeft die jarenlange therapie me niet van kunnen genezen. Van wat wel, eigenlijk? Dat weet je niet. Je weet niet hoe je je nu zou voelen als je haar [1] niet elke week was gaan opzoeken.

Het is niemands schuld dat dit de ellendigste jaren van mijn leven zijn. De hele wereld heeft ermee te kampen. Er is niemand om mij boos op te maken. Wat zou ik graag een woede-uitbarsting hebben, tegen het neokapitalisme, tegen de politici die alles verkeerd aanpakken en vooral met zichzelf en hun imago bezig zijn, tegen zelfbedrog, tegen leugens, tegen de afzichtelijke haat in onze maatschappij, tegen het zinloze consumeren, tegen domheid, tegen onverschilligheid vooral. Maar ik blijf rustig. Ben ik zelf onverschillig geworden? Als ik een vlaag van boosheid voel opkomen begin ik aan een lijstje en voeg daar wat herinneringen en soms zelfs anekdotes aan toe, al ben ik nooit goed geweest in anekdotes. Small talk is aan mij niet besteed. Op recepties stond ik tot ik voldoende dronken was steevast in een hoekje.
Vervolgens begin ik te twijfelen. Wat voor zin hebben deze lijstjes? Wat voegen ze toe aan de wereld? Zal ik ermee doorgaan tot Sint-juttemis (als de kalveren op het ijs dansen), zoals mijn facebookvriend Wim de Beuckelaer het uitdrukt? Van 1967 tot 2020 – of tot 2525: alles is mogelijk als het juiste medicijn wordt gevonden. Dexamethason zal niet volstaan. Nee, wees gerust, zo lang zal ik er niet mee doorgaan. Ik ga nooit met iets door. Ik geef altijd alles op. Nog een geluk dat ik geen wielrenner ben geworden. Het gebeurt vaak dat ik een project stopzet omdat het mij gaat vervelen. Ik verlies mijn interesse, kan me niet meer concentreren, krijg hoofdpijn. Maken we nog eens een reisje, vraag ik dan? Waarom ook niet, antwoordt A. Of beeld ik me dat in? Al gauw zitten we in de trein naar onze bestemming. Soms ook in een vliegtuig, maar dat mag niet meer. Eerst mocht het al niet meer om ecologische en ethische redenen, nu zegt Erika Vlieghe dat we niet meer mogen vliegen omdat het niet goed is voor onze gezondheid. Mevrouw Vlieghe mag ook gerust zijn. Ik denk niet dat ik nog veel zal vliegen, tenzij zoals in Your Bright Baby Blues van Jackson Browne:

This friend of mine said
Close your eyes
And try a few of these
I thought I was flying like a bird
So far above my sorrow
When I looked down
I was standing on my knees
Now I need someone to help me
Someone to help me please

Dan toch codeïne? Nee, zeker niet. Als er geen lijstjes meer zijn, zijn er nog altijd dagen als deze. De zon schijnt, het weer is zacht, straks komt er wat regen, ik denk aan mijn schaarse vrienden en ik heb deze tekst geschreven voor jou.

interieur2020

[1] Nog niet zo heel lang geleden noemde ik haar “deze begripvolle, empathische vrouw.” “Een veertigtal minuten in haar elegant gezelschap maakt me niet gelukkig maar geeft me meestal wel voldoende kracht om weer een tijdje met mezelf en mijn kleine wereld om te gaan”, voegde ik eraan toe.

RUSTIGE DAGEN, MOMENTEN VAN GELUK

cof_vivi

Ook vandaag kan ik de keren dat ik sinds begin maart de deur uit ben geweest op de vingers van je handen tellen, je duimen buiten beschouwing gelaten. Die laat ik je om te duimen op een goede afloop. Of wat dacht je? Hoewel we met z’n allen maar al te goed weten dat het nooit goed afloopt.

Toch zijn er de voorbije weken momenten geweest dat ik zat te huilen van geluk vanwege de stilte die over deze wereld is gekomen. Ik hoor alles zoveel beter nu, vooral de vogels in de tuinen achter onze woning. Dank zij die nieuwe stilte zijn de geluiden mooier en bijna overrompelend in hun muzikaliteit. Ik zou er veel voor over hebben om nu componist te zijn. Maar dan wel een heel stille componist, iemand die alleen maar noteert om later, als het lawaai er weer is, de muziek van die vroegere nieuwe stilte vorm te geven.

Ik zie ook beter. Eerst de bloesems aan de bomen, ook in diezelfde tuintjes en één keer in een klein park hier in de buurt, en daarna de vele schakeringen van het groen van de bladeren aan de bomen in het Astridpark en als ik beneden ben en daar door het raam kijk om te zien of mijn geliefde nog niet op komst is, met haar rode trolley gevuld met gele bananen en rode paprika’s en groene prei en oranje wortelen, de bladeren aan de oude vertrouwde bomen in onze straat.

Op een middag was er brand in een van bijgebouwen van de huizen die aan de straat achter die tuintjes van het vogelgefluit gelegen zijn. Het vuur laaide heel snel op, de vlammen rood en oranje, zwarte rook bijna loodrecht naar blauwe lucht, waar ik kort tevoren een schaars vliegtuig had zien vliegen. Een brand is altijd angstaanjagend, maar deze was voor mij tegelijk een voorstelling met een metafysische lading. Een oerscène, zou ik het durven te noemen. De brandweerlieden, hoe klein ze ook waren in vergelijking met het bijgebouw en het vuur, hadden het vuur gauw onder controle. Er waren voor het eerst in lange tijd meerdere mensen in de tuintjes verschenen. Sommigen stonden op ladders om het schouwspel beter te kunnen zien. Nu was het weer rustig. De zwartgeblakerde muur van het bijgebouw stond er alsof hij er altijd zo had gestaan, donker en grauw als na een vergeten oorlog.

Graag zou ik een keer voor de voordeur gaan zitten, op een oude stoel, met een kussen achter mijn rug en een biertje op de grond. Ja, zoals dat lang geleden werd gedaan in de dorpen, maar ook in sommige wijken van onze steden. Maar zelfs deze pandemie heeft dat gebruik niet doen heropleven. Bovendien moeten we, willen we ons een beetje veilig voelen, een, twee, drie meter afstand houden en nogal wat voorbijgangers zien er als dokters of struikrovers uit, en daar valt maar moeilijk mee te praten. Overigens heb ik dat soort wandelaars liever dan degenen die doen alsof er niets aan de hand is en lustig in het rond spuwen.

Ja, enkele momenten ben ik op die wijze gelukkig geweest. Mag ik het diep noemen? Diep gelukkig? Het huilen dat ermee gepaard ging was van verdriet. Een schuldgevoel overmande me bijna meteen: man, hoe kun je gelukkig zijn als anderen zo lijden en in ziekenhuizen en instellingen liggen te sterven? Terwijl ik aan dat lijden van de anderen denk word ik bang voor het lijden en de dood die mij ook te wachten staan, hopelijk nu nog niet, maar ooit op een dag…

Deze rust zal gauw voorbij zijn. Vandaag hoor ik al wat lawaai van auto’s, bussen… Liefste, met je mooie vingers en duimen, laten we nog even zo blijven. Laat het bruisende leven nog wat wachten, evenals het gebrom van de bulldozers in het Astridpark en het geraas van de zaagmachines van de boomvijanden. Mag ik nog even vergeten dat ik mogelijk nooit meer naar Santa Fe zal kunnen reizen, zelfs niet naar Amsterdam, naar Spa, naar het centrum van mijn stad? Ja, in deze zo kortstondige stilte wil ik vergeten dat ik net als tienduizenden soortgenoten aan een zuurstofapparaat gekoppeld zou kunnen liggen. Deze stilte van het groen en van de duizenden vogels in onze dierbare lucht. Hun moeilijk te vatten gezang.

 

ZERO DE CONDUITE: HERINNEREN EN VERGETEN

IMG_20190621_183813

“Voortdurend laat een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.” Dat schrijft Nietzsche in zijn essay ‘Over nut en nadeel van de historie voor het leven’. Is het niet waar? Zijn we niet het gelukkigst als we in het moment leven? Als er geen tijd, geen verleden bestaat? Als we ons niets herinneren en evenmin aan de toekomst denken? Heel vaak brengen herinneringen droefheid met zich mee. We herinneren ons fouten, vergissingen, verkeerde keuzes, maar ook extatische momenten die voor altijd voorbij zijn. Toch kunnen, zoals iedereen weet, herinneringen ook zoet zijn. Zonder ons geheugen en onze herinneringen waren we geen mensen. Om te kunnen bestaan en zeker om te kunnen werken, om het nieuwe in de wereld te brengen, hebben we zowel herinneringen – die van onszelf en die van anderen – als vergetelheid nodig.
Ik heb de songs van vandaag nogal willekeurig, zonder veel na te denken, gekozen. Ik heb ongeveer vijf uur muziek beluisterd en wat ik mooi vond en de thema’s verleden/vergeten/gisteren goed verwoordde, zowel muzikaal als tekstueel, heb ik aan mijn lijst toegevoegd.
Ik geef toe dat deze liedjes het allemaal minder filosofisch uitdrukken dan Friedrich Nietzsche, Marcel Proust, Virginia Woolf en andere denkers en schrijvers maar desondanks zit dat melancholische gevoel dat met het voorbijgaan van de tijd en de herinneringen aan mooie dagen en ogenblikken van romance en ware liefde gepaard gaat er zeker wel in. Mogelijk is melancholie, of noem het depressie, het gevolg van een overvloed aan herinneringen? Ik herinner me dit en ik herinner me dat; het wordt op den duur een lawine die je dreigt te bedelven. Het is genoeg geweest. Ik wil dat het ophoudt, gedaan met voelen, gedaan met denken. Terwijl elke herinnering toch ook het begin kan zijn van een grootse roman, van een betoverende film, van een tijdloos kunstwerk.
Gelukkig zou ik die mensen durven noemen die talloos veel mooie herinneringen hebben en die de donkere momenten in hun verleden voldoende kunnen vergeten, niet alleen om vandaag ten volle te kunnen leven, maar ook om plannen voor de toekomst te kunnen maken. Gelukkig zou ik die mensen durven noemen voor wie de toekomst een open boek is. Wat ben ik zelf ook graag in verwachting van iets of iemand…

Veel luisterplezier!

casablanca

As Time Goes By – Harry Nilsson – As Time Goes By – The Complete Schmilsson in the Night – Herman Hupfeld – 3:26

Lulu – Natalie Merchant – Natalie Merchant – Nathalie Merchant – 4:18

Berlin – Lou Reed – Berlin – Lou Reed – 3:25

Sylvia Said – John Cale – Fear – John Cale – 4:09

Memory Motel – The Rolling Stones – Black And Blue – Keith Richards/Mick Jagger – 7:09

Songs Of Yesterday – Free – Free – Rodgers/Fraser/Kossof – 3:37

A New Day Yesterday – Jethro Tull – Stand Up –  Ian Anderson- 4:12

Yesterday And Today – Yes – Yes – Jon Anderson – 2:52

Good Times – Eric Burdon & The Animals – Winds Of Change – Jenkins/ McCullock/ Burdon/Weider/ Briggs – 3:01

Remember A Day – Pink Floyd – A Saucerful Of Secrets – Richard Wright – 4:33

1 Hour And A Half Ago – The Rain Parade – Emergency Third Rail Power Trip – D. Roback/S. Roback – 4:15

A Summer Long Since Past – Virgina Astley – From Gardens Where We Feel Secure – Virginia Astley  – 4:38

Long Years Ago – Shirley Collins – False True Lovers – Traditional – 2:39

Trying So Hard To Forget – Fleetwood Mac – Mr. Wonderful – Green/Adams – 4:45

Seems So Long Ago, Nancy – Leonard Cohen – Songs From A Room – Leonard Cohen – 3:41

Bob Dylan’s Dream – Bob Dylan – The Freewheelin’ Bob Dylan- Bob Dylan – 5:04

Did She Mention My Name – Gordon Lightfoot – Did She Mention My Name – Gordon Lightfoot – 2:33

Summertime Is Past And Gone – Bill Monroe & His Blue Grass Boys – The Essential Bill Monroe – B. Monroe – 2:56

I Forgot To Remember To Forget – Charlie Feathers – Wild Side Of Life: Rare And Unissued Recordings Vol. 1 – Feathers/Kesler – 2:20

Did She Ask About Me – Ivory Joe Hunter – Complete Goldwax Singles Vol. 3 – C. Taylor – 2:36

Long Ago – Bobby Patterson – A Road Leading Home: Songs by Dan Penn – Dan Penn – 2:51

When I Did The Mashed Potato – Larry Bright – The Del-Fi & Donna Story – Unknown  – 2:55

When My Blue Moon Turns To Gold Again – Elvis Presley – The King Of Rock ‘n’ Roll: The Complete 50s Masters  – Gene Sullivan/Wiley Walker – 2:22

Forget Marie – Lee Hazlewood – Cowboy in Sweden – Lee Hazlewood – 1:59

Sometimes She Forgets – Steve Earle – Train A Comin’ – Steve Earle – 3:03

Have You Forgotten – Red House Painters – Songs For A Blue Guitar – Mark Kozelek – 6:31

Souvenirs – John Prine – Diamonds In The Rough – John Prine – 3:38

Journey Through The Past [Previously Unreleased Version] – Neil Young – The Archives Vol. 1: 1963-1972 –Neil Young – 2:24

Expecting To Fly – Buffalo Springfield – The Archives Vol. 1: 1963-1972 – Neil Young – 3:48

Better Days – Graham Nash – Songs For Beginners – Graham Nash – 3:52

The Beauty Of The Days Gone By – Van Morrison – Down The Road – Van Morrison – 5:50

I’ve Forgotten What It Was In You (That Put The Need In Me) – Maria McKee – Maria McKee –Maria McKee  – 3:41

You Can’t Put Your Arms Around A Memory – Ronnie Spector – The Very Best Of Ronnie Spector –  Johnny Thunders – 3:57

Yesterdays Tomorrows – Tindersticks – The Hungry Saw – Stuart Staples, David Boulter – 3:47

Each Today Is Yesterday’s Tomorrow – Moondog – Moondog 2 – Louis Hardin – 1:40

Just A Memory – Elvis Costello & The Attractions – Get Happy!! [Bonus] – Elvis Costello – 2:17

I’ll Remember – The Kinks – Face To Face – Ray Davies  – 2:28

Selective Memory – Eels – Daisies Of The Galaxy – E – 2:45

Φ
Samenstelling, research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

BLOND OP BLOND

IMG_5806

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeet ik alles wat het vergeten waard is en meer. Zinloos is het leven in de waarheid als de waarheid je waardevolste leugens vernietigt. Je springt op de bühne, een automatische reflex, en spreekt de toeschouwers toe. Een audiëntie bij een ongehoorde vijand met ‘n ontwapenende blik in de ogen.

De dagen zijn kogels die verloren zielen afvuren, misschien wel uit schrik om ze onderweg te verliezen. Want wat voor, welke zin hebben ze in hun hulzen met het kruit en het koper, ongeschonden? Op jou vuren ze; in je hart, in heel je wezen word je geraakt. La vida, Alselma, mi corazon.

Heeft de dwaasheid je nu ingekapseld, de nuchtere waanzin je zinnen verbijsterd? Luister je niet langer naar de stem van de raadgever, oud en wijs en voorbij elk kruispunt. Terwijl jij knielt, geknield ligt, onderweg ergens voor een hotel op een hoek waar de wegen uiteenlopen. Geknield of gebogen een wiegenlied zingend, een lullabye voor de nog niet slapende baby. Baby die niet in je armen ligt, in een rode jurk onthuld, of balschoenen uitschoppend, even rood als de ochtendzon.

Als je me volgt naar de vergeten straat vergeef ik alles wat het vergeven waard is en meer. Wat ik nooit heb gekregen, nooit heb gegeven, nooit uit mijn lijf heb geperst – en wat is een leugen? Of meer nog, wat is een leugen om bestwil? Van mij verneem je dat niet, nooit – de eeuwigheid (of een dag) is mijn getuige.

In Tempus Fugit drink ik koffie tegen de maagpijn en water omdat jij dorst hebt. Het is een genoegen of is het een ongenoegen om genoeg van dit alles te hebben. Het niet meer te willen doorstaan en er geen iota van te verstaan – of bedoelde je begrijpen?

De vergeten straat in het Noorden waar je altijd blond bent zoals de zangeres, blond op blond. En een zilveren jurk onder de sterren betekent er niet eens veel, weinig zelfs, helemaal niets. Op het gegeven woord komt het aan in het Noorden, buiten de wet staan van de mensen, alleen de goden begroeten. En alleen de goden de rug toekeren als waren ze vrienden of teerbeminde slavinnen.

Schitteringen in je donkerste nachten zijn klanken die soms woorden worden, meer niet. Want zo is het altijd, dat er niet veel meer is dat waarde voortbrengt dan woorden. Als je me volgt naar het Noorden schenk ik je de weinige woorden die ik ken of ik zing ze. En dan luister je en lig ik aan je voeten en ben ik de teerbeminde en voel geen pijn. Want in elk woord lost de lust op en de pijn, net zoveel als je lief is en je goedkeuring verdient. Vingers op snaren, op toetsen, op huid. Zo zijn de woorden die je neerschrijft op een wit. Die ik neerschrijf, wit op een wit, en net zoals jij, blond op blond.

VERGETEN VROUWEN

amalia rodriguez

Die top-50 van uitverkoren vrouwenstemmen was bij nader inzien geen goed idee. Kan schrijven uit ergernis ooit wel een goed idee zijn? Zo is die lijst er inderdaad gekomen: als een spontane uiting van ergernis na het (gedeeltelijk) beluisteren van een radioprogramma op radio 1, “vrouwen die er toe doen”, en meer nog na het lezen van de volledige lijst op de website van diezelfde radio. Ik heb dan in zeven haasten mijn eigen lijst gemaakt, rechtstreeks uit het geheugen puttend. Nu is het geheugen niet helemaal betrouwbaar, zeker dat van mij niet en het is dat nog minder na een nacht slecht slapen. Een nacht goed slapen is een mooie droom die ik al heel lang koester. Waarom heb ik ervoor gekozen om alleen maar pop-, country-, blues- en soulzangeressen in de lijst te zetten? Omdat radio 1 dat ook had gedaan? Er is zoveel meer muziek, er zijn zoveel meer stemmen. Waarom die afwijzing van klassiek geschoolde stemmen? Waarom zoveel Engelstalige zangeressen? Allemaal vragen waarop ik geen bevredigend antwoord kan geven. Bovendien vergat ik een aantal van mijn favoriete Engelstalige vrouwenstemmen, met name Nico, met de meesterwerken Chelsea Girl, Desertshore en The Marble Index op haar palmares, en Neko Case, van onder meer Fox Confessor Brings the Flood. Maar op de lijst ontbreken even goed Vashti Bunyan, Marianne Faithfull, Kim Gordon, Julee Cruise (verbluffend in Twin Peaks), Kristin Hersh, Merry Clayton, Aimée Mann, Marissa Nadler, Eleni Mandel, Elis Regina, Misia, Mariza, Cesaria Evora, Elizabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, Maria Callas, Catherine Bott, Solveig Kringelborn, Dawn Upshaw, Ute Lemper, Lotte Lenya, Lydia Mendoza, Amalia Rodriguez (hoe kon ik haar vergeten!), Dagmar Krause, Marta Sebestyén, أم كلثوم of Oum Kalsoum, Cheika Remitti, Janet Baker, Andrea Kast, Kiri Te Kanawa, Montserrat Caballé, Barbara Hendricks, Cecilia Bartoli, Beverly Sills, Katia Ricciarelli, Joan Rodgers, Peggy Lee, Darlene Love en duizend en een andere zangeressen, sterren, diva’s, nachtegalen (en onterecht onbekenden).

Foto: Amalia Rodrigues poster, foto Martin Pulaski

 

WAAR KOMEN DE JUISTE IDEEEN VANDAAN?

Ik had het met Laura over een lijst die ik wil maken. In Budapest heb ik een boek gekocht over de zogeheten beste films aller tijden. Bekende wereldburgers geven daarin hun mening over hun favoriete film(s). Eveneens zijn er veel lijstjes in opgenomen. Lijstjes, zowat de uitverkoren ‘lectuur’ van onze tijd. Vroeger waren er de patronen voor de vrouwen en sportpagina’s voor de mannen, nu zijn er lijstjes voor iedereen. Een lijst in dat boek sprong me meteen in het oog. Het oog zag er enigszins blauw van, maar dat is nu over. Nu schittert het een beetje, maar het trekt ook wat scheef, van schaamte, want imiteren doe je niet straffeloos. Met een schitterend en scheef oog vertelde ik Laura dat ik ook aan een dergelijk lijstje zit te denken. Wat is de bedoeling? Ik probeer me uit mijn favoriete films de scènes, dialogen, bijzondere momenten, stukjes muziek, close-ups te herinneren en daar een lijst van te maken. Ik heb het boek en het artikel waar ik me door heb laten inspireren hier niet bij de hand. De naam van de auteur (of ster of wat dan ook) zal ik morgen of overmorgen verklappen. Of als de zon nog eens schijnt. Ik ben al zoveel verschuldigd, een verhaal over Lucca, over Budapest, over ziekte en walging op de Canarische Eilanden, en wat niet nog allemaal, dus kan dit er ook nog wel bij. Zoals een bespreking van de nieuwe cd van Bob Dylan. Op het eerste gehoor lijkt het net dezelfde als de vorige. Maar misschien heb ik niet goed geluisterd. Hij zingt wel beter, misschien heeft hij weer iets genomen, Jack Kerouac indachtig.

Ik zei tegen Laura: Karen Black in Five Easy Pieces, mag ik niet vergeten, maar wat was nu weer haar beste scène? En Wanda, hoe heette de regisseuse ook al weer, die ook de hoofdrol speelde, en jong gestorven is, Barbara Loden? Wat sprak me zo aan in haar enige film? De bankoverval, het kopen van de hamburgers, haar onderdanigheid, niet die van Barbara Loden, maar van het personage dat ze vertolkte, Wanda dus? Toevallig is zij, Barbara Loden, op een Amerikaanse postzegel terechtgekomen, niet omdat zij een briljante film had gemaakt, want dat wist niemand, en niemand ligt wakker van briljante films over slaafse vrouwen, neen, toevallig had iemand een foto van haar gemaakt, en zij was fotogeniek, en zo is zij, zonder dat iemand iets over haar wist, beroemd geworden, als postzegelmeisje. Barbara Lodens Wanda hebben weinig mensen gezien. Maar toen ik aan mijn tekst over uitverkoren filmmomenten bezig was – waarvan het einde nog lang niet in zicht is, wellicht wordt het een neverending story – ontdekte ik dat de film nu in Frankrijk op DVD is uitgebracht en dat Isabelle Huppert er lovende uitspraken over heeft gedaan. Leve Isabelle Huppert! Zij komt in veel van mijn filmherinneringen voor. De eerste is aan een scène in Les Valseuses. In het begin van de film hebben Depardieu en Dewaere in een vakantiehuisje aan zee aan haar slipje staan ruiken (zij is dan nog maar veertien). De gemene, maar sympathieke kerels vinden het wel lekker ruiken. Later, na vele avonturen en boevenstreken, lopen zij de ouders en de dochter, eigenares van het slipje, Isabelle Huppert, tegen het lijf. Bijna meteen beslist de tiener haar ouders de rug toe te keren en met de avonturiers ‘on the road’ te gaan. Wat waren we toen allemaal onschuldig. Als we nu zulke films zouden bewieroken zouden we bijna op pedofielen lijken.

Ik zei tegen Laura hoe moeilijk ik het soms vond om me namen van acteurs en actrices te herinneren. Shots, scènes, flarden dialogen, stukjes muziek, decors, landschappen, komen me wel weer voor de geest, maar hoe heten al die mensen? Zoals de vrouw die de hoer speelt in La mama et la putain? Die een lange, dronken en zeer meeslepende dialoog houdt over alles wat in haar hoofd opkomt (en waar de film over gaat)? En klopt het wel dat Warren Oates een lijk opgraaft in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia? Ons geheugen laat ons zo vaak in de steek, of wij herinneren ons dingen die helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wij verbeelden ons films die Ben Hur of El Cid heten, maar de films zelf verschillen bijna volkomen van wat we ons verbeelden. Toch herinner ik me perfect hoe een van tequila dronken Warren Oates dat lijkt opgraaft, hoe zijn kleren nat worden van het zweet en zijn gezicht vuil van het stof en de kerkhofgrond.
Overigens doet Working Man’s Blues 2 van Dylan, dat ik nu op de voorgrond hoor, me sterk denken aan Señor, zijn lied over Sam Peckinpah, de man die Warren Oates berucht heeft gemaakt (want beroemd is deze grote acteur nooit geworden).

Gek dat ik al deze dingen niet neerschrijf als jij er niet bent, zei ik tegen Laura. Hier zit ik dat nu allemaal te vertellen en jij valt er bijna in slaap bij. Misschien moet jij bij me zitten slapen als ik schrijf, jouw slapende ziel zal me dan inspireren. Soms als je slaapt wek je toch ook mijn verlangen op. Ja, zei ze, misschien. Maar nu moet ik toch gaan slapen.

Ik rond mijn filmvertelling hier af. Ome Wim ben ik nog steeds niet en evenmin kan ik 1001 nachten doorgaan met mijn verhaal. Of misschien wel, maar ik zou er mijn hoofd niet mee sparen. Think about that girl I left behind, zingt Dylan nu. Ain’t talking, just walking. Erger is dat ik ook geen ander hoofd kan sparen. En nog erger is dat me dat soms onverschillig laat, dat het mededogen dat zo nodig is om de wereld te redden, mij ontbreekt.

LICHAMELIJK SCHRIJVEN

Artaud-par-Pastier 2

Soms betreur ik het dat ik de mensen niet haat. Ik geloof namelijk dat mensenhaat een zeer geschikt middel is om tot rust te komen. Op dit ogenblik woedt er een vernietigende strijd in mij. Mijn handen beven niet, maar ik voel een soort trillen van mijn zenuwen. Misschien stel ik me dat trillen alleen maar voor… Is het daarom echter minder erg? Ik denk het niet. Ik val samen met mijn lichaam, er is geen afstand meer tussen ik (of het zelf) en mijn lichaam. Dat maakt een activiteit als schrijven haast onmogelijk, aangezien je om te schrijven je lichaam moet vergeten, jet moet het als het ware te slapen leggen (hoewel het nog een gering aantal activiteiten moet kunnen uitvoeren). Of schrijven is wel nog mogelijk, maar alleen nog op biologische wijze: het is het lichaam dat zichzelf uitdrukt. Om iets waardevols te schrijven, iets dat je de anderen kunt schenken, moet je boven de lichamelijkheid kunnen uitstijgen, en dat betekent: vergeten.

Maar hoe zit het dan met Antonin Artaud, een man die me al zo lang fascineert. Was hij dan niet hét prototype van de lichamelijke schrijver? Waarschijnlijk wel. Maar ben jij bereid om zo ver te gaan als hij en zo te lijden?

OVER DE ANGST VOOR HET VERGETEN

angst,once upon a time in america,vergeten,funes,samenvatten,schrijven,romanpersonages,er was eens,nietzsche

Op Andere Woorden las ik net in fragment iets over de angst voor het vergeten. Het is een angst die bij mij heel sterk aanwezig is. Wat vaak de ziel wordt genoemd is misschien wel het geheugen. Wat is een mensenleven waard zonder geheugen en zonder herinneringen? Woorden betekenen dan niets, beelden al evenmin. Misschien kun je nog naar muziek luisteren en van de melodie of van het ritme genieten. Misschien kun je de lekkere wijn nog proeven. Maar kan de wijn lekker zijn als je niet weet wat het is en er niets over kunt zeggen? Mijn moeder is oud geworden, maar de laatste jaren van haar leven heeft ze in een soort van mentale duisternis doorgebracht. Op het einde herkende ze mij niet meer. Ze herkende niemand meer, wist niets meer. Misschien zag ze nog wel het verschil tussen de dag en de nacht, maar veel meer was er niet in haar leven, denk ik.
Mijn eigen geheugen gaat er eveneens op achteruit. Ik zou alle boeken die ik ooit heb gelezen (en goed vond) moeten herlezen, ik weet nauwelijks nog wat er in staat. De verhaallijnen herinner ik me niet meer; hetzelfde geldt voor de meeste personages. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals William Wilson, Madame Bovary, Julien Sorel, Leopold Bloom, en zo nog een aantal, waaronder een zekere Funes. Wat was ook weer de voornaam van die Funes? Duizenden personages zijn voorgoed verdwenen uit mijn leven. Van films herinner ik me de dag nadien al bijna niets meer, zeker niet als ik ze op televisie heb gezien. (De buitengewone films vormen hier weer een uitzondering op, zoals L’Atalante of Lost In Translation). Vraag aan mij niet om even een werk van Nietzsche of Kierkegaard samen te vatten, of er de grote lijnen van uiteen te zetten. Ik zou je sprakeloos aankijken. In een zoutzuil veranderen. Wat de laatste tijd lijkt toe te nemen is wat ik ‘naamverlies’ zal noemen. Ik had een goed geheugen voor namen en feiten. Nu gebeurt het vaak dat ik me de naam van een film, boek, schrijver, lied, etcetera, niet meer herinner, of dat ik een bepaald woord niet kan vinden. Ik moet dan hulp zoeken,in de Winkler Prins, via google, of boeken doorbladeren tot ik er hoofdpijn van krijg.

Er zit hoe dan ook immens veel informatie in ons geheugen opgeslagen. Het zal wel een biochemische noodzaak zijn dat daar geregeld in wordt gewist. Maar dat wissen hebben we helaas niet zelf in de hand. Dat is heel jammer, want heel vaak herinneren we ons wel onnozele dingen, maar zijn we de essentiële ‘levenslessen’ vergeten. Toch vergeten we gelukkig ook onaangename dingen en kunnen we op die manier pijnlijke of tragische gebeurtenissen die zich in ons leven of in onze tijd hebben voorgedaan verwerken. Nietzsche beschreef die voordelen van het vergeten in zijn mooi essay ‘Over het nut en nadeel van de historie voor het leven’, terug te vinden in de ‘Oneigentijdse beschouwingen’ Hij gaat er overigens van uit dat dieren geen geheugen hebben, wat onjuist is. Maar dat is in deze context niet belangrijk. Ik zou graag een paar fragmenten uit dit essay citeren:

“De mens vraagt het dier wel eens: waarom vertel je me niet over je geluk en kijk je me alleen maar aan? Het dier wil ook antwoorden en zeggen: dat komt doordat ik altijd meteen vergeet wat ik wilde zeggen – maar toen vergat het ook dit antwoord en zweeg: zodat de mens zich erover verwonderde.
Hij verwonderde zich echter ook over zichzelf: dat hij niet kon leren te vergeten en aldoor aan het voorbije bleef hechten: hij mag nog zo ver, nog zo snel weglopen, de ketting loopt mee. Het is een wonder: het moment, vliegensvlug aanwezig, vliegensvlug voorbij, ervoor een niets, erna een niets, komt toch als spook terug en verstoort de rust van een later moment. Voortdurend laat er een blad los uit de rol van de tijd, valt eruit, fladdert weg – en fladdert plotseling weer terug, in de schoot van de mens. Dan zegt de mens ‘ik herinner mij’ en benijdt het dier, dat onmiddellijk vergeet en ieder ogenblik werkelijk ziet sterven, in nevels en duisternis terugzinken en voor altijd uitdoven.”

Dat spook dat de rust verstoort is belangrijk. Ibsen heeft er een schitterend toneelstuk over geschreven. Het is een essentieel thema in de literatuur en zeker ook in de film, denk bijvoorbeeld maar aan Once Upon A Time In America, waar Noodles het spook genaamd verleden (en verraad) probeert te vergeten, maar waar het toch blijft opduiken ook al is het in een opiumroes.

Nietzsche heeft het wat verder over de gelukzaligheid van het kleine kind “dat nog geen enkel verleden hoeft te verloochenen en gelukzalig-blind tussen de heiningen van verleden en toekomst aan het spelen is. En toch moet het in zijn spel gestoord worden: maar al te vroeg wordt het uit de vergetelheid naar boven geroepen. Dan leert het de wending ‘er was’ te begrijpen, het wachtwoord waarmee strijd, lijden en verveling de mens naderkomen, om hem eraan te herinneren, wat zijn existentie in de grond van de zaak is- een nooit te voltooien imperfectum. Brengt de dood ten slotte het begeerde vergeten, dan verduister hij tevens het heden en het bestaan en drukt daarmee zijn stempel op het inzicht – dat het bestaan alleen een onafgebroken geweest-zijn is, iets dat leeft dank zij het feit dat het zichzelf afwijst en verteert, zichzelf tegenspreekt.”

Ik verontschuldig me voor dit uitgebreid citeren, maar deze woorden betekenen zoveel voor mij en voor mijn kijk op het leven dat ik ze graag met de lezers die tot hier geraken deel. Alleen al dat ‘er was’, er was eens, ‘once upon a time’. ‘Once upon a time you dressed so fine…’!
(Overigens, als je deze fragmenten van Nietzsche leest zou je al bijna blij worden dat je geheugen erop achteruit gaat.)