EENZAAM IN UTOPIA

Charles Fourier 1772-1837

Ik voel me niet verbannen uit het paradijs. Er is geen paradijs, tenzij als metafoor voor de kindertijd. Maar zijn kinderen dan zo gelukkig? In de baarmoeder wellicht, of aan de borst van moeder. Er is ook iets paradijselijks in het eeuwige nu. Dat de tijd niet bestaat als je speelt, als je hele dagen in de bomen zit. En aan de zomer komt geen einde.

Eenzaamheid is meestal een zegen. Maar je kunt alleen genieten van je eenzaamheid als je de anderen hebt om je leven en je eenzaamheid zin te geven, zinnen te geven. Het gebabbel hoeft niet per sé, ook niet het getater (hoewel dat ook vrolijk kan klinken), maar wel het gesprek. En dan in je gulzige eenzaamheid weer halsreikend uitkijken naar een volgende ontmoeting, een volgende dialoog.
Er is ook niets mis met utopisten die paradijzen bedenken. Wel is er soms, vaak zelfs, iets mis met de uitvoerders ervan. Le Corbusier was een dromer. Maar wat hebben geldwolven met zijn dromen gedaan? Geef mij toch maar de reële droom van Facteur Cheval. Geef mij maar de vraag waarom ik dit schrijf. Waarom schrijf ik dit en deel ik dit mee? Omdat jullie me dierbaar zijn, onbekende lieve mensen? Omdat ik aan de overzijde troost en schoonheid vermoed? Break on through to the other side… Als ik toch maar een sirene was!

“Like Neal (Dean/Cody) who couldn’t WRITE it you know so busy living the Pure”
Bob Holman over Jack Kerouac, neen, over diens vriend Neal Cassady, die model stond voor onder meer Dean Moriarty, de held van On The Road.

Mijn excuses aan de fans van Goldfrapp, die hier een stukje over hun favoriete song hadden verwacht.

EENZAAMHEID EN PARADIJS

In het paradijs bestaat geen eenzaamheid. Een uitzonderlijke of geniale enkeling is er ondenkbaar. Zonderlingen en eenzaten, met een eigen wil, zijn er niet welkom. Overigens is de enkeling per definitie eenzaam. Hij lijdt omdat hij weet dat er voor hem geen paradijs is weggelegd: eenzaamheid en paradijs sluiten elkaar uit. De utopie van een paradijs, een gouden tijd, verwijst altijd naar de eenzaamheid, de mislukking van degene die een dergelijke utopie creëert.

dante2

“Dit kan niet zijn en dient door u begrepen,
als liefde wet is in het rijk der zaligen,
en u voor ogen staat van liefde ’t wezen.
Juist tot het wezen van dit hemels leven
behoort het in de wil van God te blijven,
opdat in allen slechts één wil zal heersen.”

Dante, Paradiso, iii, 76-81.