ZERO DE CONDUITE: BURNING HELL

Little Walter

Zéro de conduite is een muziekprogramma waarin songs uit de popcultuur in het keurslijf van thema’s worden ingerijgd. Woekerende chaos wordt met liefde en toewijding overzichtelijk gemaakt. Alle zogeheten populaire genres komen aan bod, al ligt de nadruk op Angelsaksische folk, blues, country, soul en rock-‘n-roll. Sommige muziekliefhebbers noemen het allemaal pop. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds kan je ernaar luisteren op Radio Centraal 106.7 fm en streaming. Meer informatie over de zender en zijn medewerkers en programma’s vind je hier. Het motto van deze aflevering is: Well, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Yes, my temperature rises and my feet don’t walk so fast / Well, this Arabian doctor came in, gave me a shot / But wouldn’t tell me if what I had would last.

De hel is geplaveid met goede voornemens en je hoort er naar het schijnt alleen maar blues uit het midden van de twintigste eeuw (en ouder). Bovendien loop je daar louter anderen tegen het vege lijf. Mijn goed voornemen was om vandaag de trein naar Antwerpen te nemen en eindelijk weer live aan de slag te gaan. Aan de slag? Ik ben echter thuis gebleven. Waarom? Vanwege nothing but the blues, maar je mag het ook uitputting noemen. Einde van het Latijn. Ik neem aan dat ik op een dag het licht weer zie, maar die dag is zeker nog niet vandaag. Van de nood heb ik een deugd gemaakt, van de blues een programma, al zit in mijn selectie ook heel wat zogeheten bluesrock. De echte blues, of wat je zo zou kunnen noemen, heb ik pas laat leren kennen. In mijn jeugd had ik maar één zwarte bluesplaat, een live album van B.B. King. De rest van mijn blues was allemaal wit. Ik geloof niet dat het een geval van jeugdig racisme was. De eerste single die ik ooit aanschafte – in 1962 – was er een van Ray Charles. Het probleem was vooral, meen ik mij te herinneren, dat je geen oorspronkelijke blues op de radio hoorde, je vond weinig of geen zwarte blues in de platenwinkels, er werd ook slechts incidenteel over geschreven, tenzij in gespecialiseerde blaadjes (die ik niet kende). Zoals zoveel van mijn generatiegenoten heb ik de blues leren kennen van de langspeelplaten en singles van the Rolling Stones, the Pretty Things en Them. En ik moet hier zeker ook Cuby & the Blizzards vermelden. Harry Muskee had een authentieke bluesstem, Eelco Gelling was een voortreffelijke gitarist. Je had natuurlijk ook John Mayall & the Bluesbreakers, the Yardbirds, Fleetwood Mac, Chicken Shack en wat later Led Zeppelin, en nog een hele resem andere rockbands van wie het repertoire gebaseerd was op de blues. Al deze witte bands, zangers, muzikanten, maakten mij warm voor de oorspronkelijke muziek uit Chicago, Memphis, de Mississippi Delta, New Orleans en talloze andere steden en dorpen in de VS. En zo kwam het dat ik uiteindelijk toch op zoek ging naar platen van Muddy Waters, Little Walter, Howlin’ Wolf, John Lee Hooker en andere giganten. Inmiddels waren de jaren zeventig begonnen en had ik een soort van baard. (Best mogelijk dat ik dit verhaal al eerder heb verteld.)

If I’m feelin’ tomorrow
Like I feel today
I’m gonna pack my suitcase
‘Cause I’m troubled
I’m all worried in mind
And I never been satisfied
And I just can’t keep from cryin’


Bij de keuze van de onderstaande songs ben ik snel en intuïtief te werk gegaan. Op een andere dag had mijn lijst er waarschijnlijk helemaal anders uitgezien. Op nog een andere dag had ik helemaal geen blues gekozen, maar liedjes over filmsterren, aardbeien, wolkenkrabbers, zeilboten of Rock Werchter. Stemming bepaalt ons leven.

Veel luisterplezier.

Cuby (Harry Muskee), Eddie Boyd, John Mayall

This Land Is Your Land – Woody Guthrie – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Woody Guthrie

Long Road To Travel – Lonnie Johnson – Smithsonian Folkways: American Roots Collection – Lonnie Johnson

Mean Old World – T-Bone Walker – T-Bone Blues – Michael Goldsen/T-Bone Walker

I Can’t Be Satisfied – Muddy Waters – Hard Again – M. Morganfield

Come Back Baby – Little Walter – Blues With A Feeling  – Walter Jacobs

Done Somebody Wrong – Elmore James – The Sky Is Crying – Elmore James

The Sky Is Crying – Cuby + Blizzards – Trippin’ Thru’ A Midnight Blues – Robinson/Lewis/James

Stop – Mike Bloomfield, Al Kooper, Steve Stills – Super Session – J.Ragovoy/M.Shuman

Mellow Down Easy – Butterfield Blues Band – The Paul Butterfield Blues Band – Willie Dixon

Sitting On a Barbed Wire Fence (Take 2) – Bob Dylan – The Best of The Cutting Edge 1965-1966: The Bootleg Series, Vol. 12 – Bob Dylan

Rollin’ And Tumblin’ – Canned Heat – Cook Book – McKinley Morganfield

I Need A Man To Love – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills – J.Joplin/S.Andrew

Bring It On Home – Led Zeppelin – Led Zeppelin II – Willie Dixon

Dimples – Johnny Jenkins – Ton-Ton Macoute! – James Bracken/John Lee Hooker

Statesboro Blues – Taj Mahal – Taj Mahal – W. McTell

Two Headed Woman – Junior Wells – Walkin’ The Blues – C. Weaver/W. Dixon

Sit And Cry The Blues – Buddy Guy – Walkin’ The Blues – Willie Dixon/Buddy Guy

Sittin’ Drinkin’ And Thinkin’ – Little Junior’s Blue Flames – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 7] – Herman Parker

Move On Down The Line – Earl Hooker – Sun Records: The Blues Years 1950-1958 [Disc 5] – Earl Hooker

Penitentiary Blues – Lightnin’ Hopkins – Lightnin’ Hopkins (Folkways, 1959) – Lightnin’ Hopkins

Burning Hell – John Lee Hooker – Burning Hell – John Lee Hooker


Don’t Start Cryin’ Now – Slim Harpo – The Best Of Slim Harpo – Moore/West

Left Handed Woman – Jimmy Reed – At Soul City – Jimmy Reed

Who’s Been Talking? – Howlin’ Wolf – The London Howlin’ Wolf Sessions – Chester Burnett

Who Do You Love – Ronnie Hawkins & The Hawks – The Best Of Ronnie Hawkins & The Hawks – Bo Diddley

Stingy Little Thing – Hank Ballard – Singin’ and Swingin’ – Henry Ballard

Finger Poppin’ Time – Lou Ann Barton – Old Enough – Henry Ballard

Light My Fire – Etta James – Call My Name – The Doors

You Shook Me – Jeff Beck – Truth – Jeff Beck

Hound Dog – Paul Burlison – Train Kept A-Rollin’ – Leiber/Stoller

Broke Down Engine – Johnny Winter – The Progressive Blues Experiment – Johnny Winter/A. Fernback

Shake ‘Em on Down – Tarbox Ramblers – Tarbox Ramblers – Traditional

Cold Day In Hell – Lucinda Williams – Down Where The Spirit Meets The Bone – Lucinda Williams

I’m Gonna Kill That Woman – Nick Cave & The Bad Seeds – Kicking Against The Pricks – John Lee Hooker

Long Snake Moan – PJ Harvey – To Bring You My Love – Polly Jean Harvey

Could We – Cat Power – The Greatest – Chan Marshall

Lou Ann Barton

Samenstelling en research: Martin Pulaski

TAMELIJK BETAMELIJK GEDRAG

Senga, Dolfijnstraat, omstreeks 1977.

[Nachten aan de Kant 62]

Die dag in augustus werd ik pas omstreeks het middaguur wakker. Beneden in het Groot Vertrek zat Senga aan de keukentafel te lezen in Film en Televisie. Wat lees je, vroeg ik. Een boeiende recensie van Ronnie Pede over Renaldo & Clara, zei Senga. Je hebt in de oude tijdschriften zitten neuzen, zei ik. Zo oud is dit nu ook weer niet, zei ze. Toch wel een jaar, zei ik. De tijd gaat snel, zei Senga. Je hebt ze toch weer niet allemaal door elkaar gehaald, zei ik. Ik heb die oude Photo van jou weer bovenop de stapel gelegd, zei ze. Senga zag er verrukkelijk uit, in haar lila T-shirt met de expressieve kop van Jim Morrison erop afgebeeld. In de zomer liep Senga graag in haar blote kont rond, maar nu Gabriëlla bij ons woonde was ze wat betamelijker geworden. Ik kwam wat dichterbij om te zien welke zedige oplossing ze voor vandaag gevonden had. Het was een kort dun rokje in wit katoen, dat wat meer aan de verbeelding overliet dan een blote kont, maar niet zo heel veel meer. Senga leek ervan uit te gaan dat mijn voorstellingsvermogen eerder klein was. Daarin vergiste ze zich.
Gabriëlla was het andere uiterste. Ook in de zomer liep ze gekleed alsof het elk moment zou kunnen gaan vriezen. Steevast droeg ze een jeans, een T-shirt en daarover meestal nog eens een slobbertrui. Nooit zag het zonlicht haar blote benen. En toch had ze iets, maar om dat te zien moest je over een bijzondere gave beschikken. Verbeelding volstond niet.

Ik had Lost in the Ozone van Commander Cody & His Lost Planet Airmen op de platenspeler gelegd. Het concert van die countryrock band, de onwaarschijnlijke opener voor Elliott Murphy op de Brusselse Grote Markt, was bij mij in de smaak gevallen, maar in vergelijking met de blonde rockdichter zag het er allemaal wat vulgair uit en klonk het ook zo. Toch kon ik nog altijd genieten van songs als Seeds and Stems (Again) en Lost In the Ozone. Ondertussen had mijn verrukkelijke Syngala de tafel gedekt. Je moet weten dat ik haar af en toe met veel plezier een andere naam gaf. Syngala paste klankmatig goed bij Bengaals vuur, vond ik Net als mijn geliefde kon dat lang, rustig en toch fel branden.

Ik dronk drie koppen van Senga’s sterke koffie, want ik voelde me erg moe. Van wat kon dat zijn? In de Mort Subite hadden we niet meer dan twee of drie glazen bier gedronken… Van schrijven zou er niets meer in huis komen vandaag. Ik vroeg Senga of ik haar wat uit De triomf van het leven mocht voorlezen. Dat vond ze een prima voorstel.

We gingen in de bruine zetels zitten, Senga en Jim Morrison tegenover me, en ik begon te lezen.

Triomf van het leven

Het leven is het leven. Rampzalige tautologie, die alles omvat en toch niets betekent. Bestond zij maar niet, of had ik ze maar meteen geschrapt. Wekenlang houdt die uitspraak me nu al in haar ban. ’s Nachts kan ik er niet van slapen, overdag belet ze mij te werken. Aan niets anders kan ik nog denken dan aan het leven dat het leven is.

Sinds het ogenblik dat deze tautologie mij een van die prachtige vondsten leek heb ik al twee cahiers volgeschreven. Geen woord van mezelf. Uitsluitend fragmenten van bekende en minder bekende denkers en dichters. Gedachten, beschouwingen, uitspraken over de zin, de oorsprong, het doel en zelfs de absurditeit van het leven. Tijdens dit voorbereidend werk, van krampachtig associatieve aard, was me opgevallen dat zowat alle auteurs het vooral en steeds weer over de dood hadden, of op zijn minst over de vervlechting van leven en dood.

Ik wierp een steelse blik op Senga, haar bevallige blote benen gekruist. Ze zat met de ogen toe en leek aandachtig te luisteren. Mijn tekst verveelde me. Veel liever had ik lekker met haar gevrijd. Haar lijf nog getaand door de zon van de Camargue. Maar zelfs de gedachte aan al die opwinding putte me uit.

De volksmond leert ons dat het leven een strijd is. Charles Darwin heeft die wijsheid wetenschappelijk onderbouwd. Ook bij Hegel, Marx en zelfs Nietzsche vinden we ettelijke passages over strijd, oorlog, destructie, volstrekte negativiteit terug. Arthur Schopenhauer, voorloper van de Weense School en inspiratiebron voor Samuel Beckett, ziet het leven als één lange ontgoocheling.
“Wat ligt er toch een afstand tussen het begin en het einde van ons leven: het begin met de waan van de begeerte en de verrukking van de wellust, het einde met de vernietiging van alle organen en de stank van rottende lijken…” De wereld is een boeteoord, een strafkolonie, vindt hij. Schopenhauers epigoon Sigmund Freud is niet minder fatalistisch. Het levenloze (steen) was eerder aanwezig dan wat leeft (adem) en alles wat leeft neigt naar deze oorspronkelijke toestand. Het doel van het leven is de dood.
Ik weet dat ik de psychoanalyse hiermee geweld aandoe.

Freuds belangstelling voor de klassieke tragedie bracht me op het spoor van Sophocles:
Niet geboren zijn is ’t allerbeste,
dan, als tweede, dat wie in het licht verscheen
snel daarheen weer keer’, vanwaar hij kwam,
want wanneer de jeugd verdwijnt met haar onbezonnenheid,
wat plaag van smart is ’s mensen lot dan vreemd?

Het klinkt allemaal nogal somber, zei Senga. Ja, zei ik, ik weet het. Maar het blijft niet alleen maar kommer en kwel. De weg naar het licht begint in duisternis. Wil je dat ik voor vandaag ermee ophoud? Nee, hoor, zei Senga, lees maar door. Ik wil liever met je vrijen, zei ik, zoals je daar nu zit, zo’n lekkere vrucht. Dat is pas leven. Senga stond op, stapte blootsvoets naar me toe, bukte zich en kuste me lang op de mond.

Een paar uur later zaten we in alle rust Winstons te roken en een glas Gewürztraminer te drinken. De smaak van die wijn deed mij altijd aan onze eerste kus denken. Tijd voor Tim Buckleys Happy Sad, met daarop het magnifieke Buzzin’ Fly. Weet je wat, Senga, morgen lees ik alleen mijn bevindingen voor, of een aantal ervan, boeiende tekstfragmenten die ik over het thema heb gevonden. Want mijn essay is beslist nog niet af; het is nu nog erg onevenwichtig. Lang niet zo geslaagd als Taferelen van onverschilligheid. Wat erg dat Guy zich bij het lezen van dat verhaal herkend heeft in Ergo Verdussen, of was het in Jacky Avontuur, zei Senga. Heel erg en heel onterecht, zei ik. In wie van die twee idioten, die de verteller met een roestig zwaard dreigt te zullen onthoofden, weet ik eigenlijk niet. Ik heb Guy een brief geschreven om hem op het hart te drukken dat ik hem hoegenaamd niet als model heb genomen. Mogelijk zit hij hem nu al te lezen en komt alles nog goed tussen ons.

Photo, juli 1979
Guy Bleus, You Can Never Go Home Anymore!