VIRGINIA WOOLF OP DE BOEKENBEURS?

virginia woolf 2

Van de eenenzeventigste boekenbeurs lig ik niet wakker. Ook niet van de vorige boekenbeurzen en evenmin van het andere boek. Het ‘andere’ boek verschilt nauwelijks van het ‘gewone’ boek. Ik zag eergisteren de begenadigde schilder Sam Dillemans op televisie. Ja, soms laat ik mij toch wel eens verleiden tot het bekijken van een programma, maar meestal gebruik ik het toestel als mijn privé-cinema. Ik heb onze televisie cinema Eden gedoopt. Gisteren ben ik begonnen aan de systematische vertoning van Fassbinders mooi gerestaureerde ‘Berlin Alexanderplatz’. Maar ik had het over Sam Dillemans. De schilder is niet alleen een kenner van de schilderkunst – en hij weet als geen ander de kijker duidelijk te maken wat kunst is en wat geklungel – maar hij leest tevens veel boeken, wereldliteratuur. Hij schept er een groot genoegen in klassieke werken zoals die van Dostojewski voor 50 eurocent op de kop te tikken in een kringloopwinkel. Ik denk dat je Dillemans niet tegen het lijf zult lopen op de boekenbeurs. Voor mij is dat ook een van de redenen om er niet naartoe te gaan. Wat een plezier is het om in een tweedehandswinkel op de Lemonnierlaan een prachtige editie van de dagboeken van Gombrowicz aan te treffen voor de prijs van één euro! Een andere reden waarom ik niet graag naar die beurs ga is dat de massa mij ademnood bezorgt. En dan is er nog Jef Geeraerts, die er elk jaar weer zijn nieuw volume pulpfictie zit te signeren. Maar schrijvers zijn arm heb ik vernomen, dus moeten ze zich wel profileren. Twee weken lang zijn ze de sandwichmannen voor hun eigen producten.

Ik kan me moeilijk voorstellen dat iemand als Virginia Woolf op een boekenbeurs zou hebben zitten signeren. Haar prachtige roman ‘The Waves’ bijvoorbeeld. Bijna elke zin die ik daarin lees ontroert me – zoals alleen de allermooiste muziek dat kan doen. Soms heb ik de indruk dat in haar taal de natuur zelf aan het woord komt. Virginia Woolfs melodieuze woorden, zacht en transparant, stromen over de witte bladzijden zoals water in een ongerepte rivier, niet ver van haar bron. Haar woordenschat – die uitdrukking komt hier werkelijk tot haar recht  – is zo rijk dat ik mij schaam voor mijn eigen bijna rancuneuze armoede.

“But we sit together, close, we melt into each other with phrases”.

LEVEN MET EEN DWANGNEUROSE

markies-goedele

Bijna elke middag loop ik tijdens de lunchpauze van mijn werk in de Arenbergstraat door de rijkelijke Koningsgalerij en de Koninginnegalerij (ook bekend als de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen) en verder langs het Agoraplein en de Grote Markt naar een of andere plek die mij toevallig lokt. Het is geen wandeling, veeleer een dwanghandeling. Maar ik ben wel in beweging, dat is mooi meegenomen. Meestal loop ik in de richting van De Slegte of een van de tweedehandswinkeltjes op de Lemonnierlaan, bijvoorbeeld de Pêle Mêle. What can a poor boy do? Het vreemde – of misschien is het doodgewoon – is dat ik van die stijlvolle Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen en van die grandioze Grote Markt meestal niets zie. Ik merk niets van de chocoladewinkels, van de handtassen van Delvaux, van de luxueuze boeken in de kunstboekenwinkel, ik zie niet wie op het terras van de Mokafé zit, het dringt niet tot me door welke films er in de Arenberg Cinema op het programma staan, ik merk niets van de toeristen op de Grote Markt, vroeger overwegend Japanners, nu ook Chinezen en Amerikanen, mijn blik valt niet op het restaurant Le Cygne, noch op het Broodhuis, noch op het Stadhuis, waar ik toch ooit in het huwelijk trad. Ik weet dat ’t Serclaes bestaat, maar ik loop hem blindelings voorbij. Ik storm recht op mijn doel af en zodra ik daar ben aangekomen vraag ik me af: wat doe ik hier eigenlijk?
Vandaag had ik echter geluk: ik vond bij De Slegte zowel de mooi in één band uitgegeven verzamelde romans van Cesare Pavese, als een biografie van Karl Corino over Robert Musil. Pavese en Musil zijn twee van mijn vijf of tien uitverkoren schrijvers. Mijn dwangneurose heeft me voor een keer genoegen verschaft. Ik ga nu zwaarbeladen huiswaarts, maar voel me lichter dan toen ik deze morgen thuis vertrok. De volgende maanden zullen ongetwijfeld in het teken van Cesare Pavese staan.

Foto: Sint-Goedele en Markiesgebouw