TROOST VAN MUZIEK

tomwaits2

Routine. Zelfs iets wat je graag doet, zoals een radioprogramma maken, wordt na verloop van tijd een routine, een te klaren klus, zonder veel opwinding, zonder veel blablabla. Vandaag moet ik me weer naar Antwerpen begeven, voor mijn maandelijkse portie ‘zéro de conduite’ en ik heb er niet echt zin in. Maar begrijp me niet verkeerd. Het is niet in het dj-en dat ik geen zin heb. Zodra ik in de studio zal zitten zal mijn stemming zeker wel beter worden. Maar me verplaatsen is een andere zaak. Metro, trein, metro, metro, trein, metro (of als het te laat wordt: taxi.) Wat me hindert is inderdaad die routine. Je zou elke dag je leven moeten kunnen veranderen, elke dag iets anders doen, elke dag een nieuwe mens worden. Maar dat kun je niet. Kleine veranderingen in je leven verontrusten je al. Een vlekje op je huid. De telefoon die rinkelt. Het is een paradoxale houding: je walgt van de routine, maar je kunt tegelijk niet zonder. Altijd om halfacht op, altijd om twaalf uur pogen de slaap te vatten, behalve als je eens een keer doorzakt, dan kan het opeens allemaal anders. Dan laat je de remmen los.

Lang geleden maakte ik elke week een radioprogramma dat drie uur duurde, Shangri La heette dat. Het was drie uur lang vertoeven in het paradijs (waar ik alle overige uren van de week uit verbannen was). Twee dagen voorbereiding; na het programma tot ’s ochtends naar café de Kat of een andere groezelige kroeg, waar broeders en zusters in de alcohol zich kwamen vergewissen van hun gestage aftakeling; daarna een dag mijn roes uitslapen. Dat heb ik ongeveer tien jaar gedaan.
Op mijn 41ste verjaardag werd ik wakker en besefte ik dat ik volwassen was geworden. De tijd voor ernstige zaken was aangebroken. Routine, zoals ik al zei, een strikte dagindeling. Ik verhuisde van de prettig gestoorde havenstad Antwerpen naar het strakke, bureaucratische en gevaarlijke Brussel. Het zijn clichés, ik weet het, maar gedeeltelijk verwijzen ze toch nog naar het hart van die steden. Mijn programma veranderde van naam, geen paradijs meer, maar zéro de conduite, nul op gedrag. Ik dacht een stoute jongen te zullen worden tijdens mijn radiouurtjes, twee per maand nu, maar dat is nooit gebeurd, ik ben zelfs braver geworden en het programma is altijd een beetje Shangri La gebleven. Je verliest je streken niet. Ik draai nog altijd muziek die uit het hart komt, muziek vol emotie, euforie en verdriet.

Vandaag is het thema de troost. Niet dat alle songs die ik wil draaien daarover gaan, wel dat ze troost bieden, door hun melodie, door een gitaarsolo, door de stem van de zangeres of zanger. Een mooi voorbeeld vind ik The Fairest Of The Seasons van Nico. Dat lied is pure troost. Zo ook If I Have To Go, van Tom Waits, dat wellicht als begrafenislied bedoeld is. En meer troost dan Karen Dalton met Something On Your Mind kan geen mens bieden. Ik denk niet dat ze zelf veel troost heeft gekregen. Ze is jong gestorven, in absolute ellende en eenzaamheid.
Als ik nu, om elf uur ’s ochtends, een halve mens ben, zal ik vanavond om acht uur, als ik de studio van radio centraal verlaat, een hele mens zijn, getroost, geheeld. En toch nog altijd niet helemaal volwassen. Je raakt het kind in je nooit kwijt en ook dat is een grote troost, want dat kind slaagt er soms in om de routine van het dagelijks leven te doorbreken. Een schaterlach weerklinkt, de glazen bol die je gevangen houdt valt aan scherven.

LARVATUS PRODEO

In de trein lees ik een verhaal van Raymond Carver, The Compartment. Over een man die met de trein reist. Om het even waar naartoe, als hij zijn zoon maar niet hoeft te zien. Alles vergeten wil hij. Zich herinneren doet teveel pijn. Raymond Carver verwoordt telkens weer zeer genuanceerd en helder wat ik zelf soms voel.

Veel te snel moet ik hier alles noteren, hier op de zoveelste verdieping van een oud neo-klassiek gebouw in Sin City. Niemand in mijn omgeving mag het zien, mag het weten: dat ik teksten voor niets of niemand schrijf. Het is volkomen nutteloze energieverspilling. Iets onnoemelijks, lijkt het wel, een ‘tijdverdrijf’ waar zware straf op staat. Gemaskerd ga ik door het leven. Larvatus pro deo, noemde Descartes deze levenswijze. Het is tevens de naam van een Australische centrum-linkse groepsblog.

HERINNERING AAN CHEB

trein 3

De trein lijkt wel door modder te moeten ploeteren, door velden met rode bieten. Een paardentrein met zestien uitgeputte paarden ervoor gespannen. Paarden die hun laatste zweet uitzweten, die erbij neervallen, met de muil opengesperd.

Tegenover me zit een man met vier zware koffers, een groot aantal kartonnen dozen en allerlei pakjes en zakjes. Aan de grens, in Cheb, stapt de douane op. Een streng kijkende dame met een pet op en lederen handschoenen aan komt ons coupé binnen. Ze is nog jong, niet lelijk, en ziet er sterk uit. De man tegenover me wordt bevolen zijn koffers te openen. Kleren vliegen in het rond. De vrouw met de handschoenen stelt vragen die ik niet begrijp. Hoe zou ik ook, ze spreekt vermoedelijk Tsjechisch. De man geeft antwoorden, die naar het mij voorkomt haar geen voldoening schenken. Hij moet ook de dozen openmaken, nog meer koffers, er komt een transistorradio te voorschijn, allerlei andere elektrische toestellen, strijkijzers, jam, pariserworst, oploskoffie. Al spoedig is het hele coupé met kleren, rommel, apparaten gevuld, stof vliegt in het rond, ik krijg er een flinke niesbui van. Nu moet de Tsjech uitstappen. Ik help hem bij het uitladen van zijn bagage, geef hem koffers en dozen aan door het raam. Het is allemaal loodzwaar. Wat zal er met de arme man gebeuren? De trein zet zich in beweging, richting Marianske Lazne. Wat staat mij in dit land te wachten? En in Marienbad, een plaats die alleen maar in een boek en een film zou mogen bestaan? Zal ik achter het geheim komen van de truc met de lucifers?Is er wel een geheim? Heeft de toekomst nog verrassingen voor mij in petto? Als ik de kleine dingen niet uit het oog verlies, zal dat wel zo zijn.