IK NEEM MIJN HOED AF VOOR TOM BARMAN

tom barman,muziek,engagement,verantwoordelijkheid,0110,voor tolerantie,zelfportret,pop,popcultuur,no more loud music,foto,martin pulaski

Vanmorgen hoorde ik – die nooit naar de radio luister! – toevallig een gesprek met Tom Barman. Over Barman heb ik hier al geschreven, meer bepaald op 2 augustus 2005 (de boekhouder in mij steekt de kop op), naar aanleiding van een aflevering van Zomergasten: Tom in gesprek met de sympathieke gastvrouw Connie Palmen. Ik schreef toen ondermeer dit: “En dan was er Tom. Na vijf minuten al was ik in mijn fantasie zijn beste vriend. Wat een innemende man! Zo eerlijk en emotioneel en vol respect voor oude mensen.”

Een zelfde gevoel kreeg ik nu weer, in de keuken, toen hij het over zijn vader en zijn moeder had. Over Moravia’s De onverschilligen, een boek dat ik nog steeds niet heb gelezen. Dat moet ik binnenkort toch eens doen. Over zijn liefde voor film (wat niet zo ongewoon is voor een filmregisseur). Over John Casavetes, die die liefde heeft aangewakkerd. Je kunt weinig betere leermeesters hebben, zeker niet als je de emotionele kant van de mens niet uit de weg wilt gaan. Barman had het ook over een zeer kortstondige verliefdheid tijdens een treinreis, waar natuurlijk niets uit voortvloeide. Het is iets wat we allemaal wel eens meemaken, verliefd worden op een meisje of jongen, of man of vrouw, in de metro, tram, trein, of bus. Voor het gevoel van leegte dat op dat moment van verliefdheid volgde vond Tom Barman troost in muziek. Muziek is niet alleen het voedsel van de liefde maar ook de klank van de troost.

Sinds kort is mijn bewondering voor Tom Barman nog veel groter geworden. (Ik ben even mijn hoed gaan opzetten om hem te kunnen afzetten. Een mooi symbolisch gebaar, dat ik van Marnix Gijsen heb geleerd). Wat op 1 oktober zal gebeuren en waar Barman zich zo voor heeft ingezet is iets nieuws in de Belgische geschiedenis, en zeker in de geschiedenis van het Belgische entertainment, waar elke entertainer een wolf is voor elke andere entertainer en waar het doel van entertainen erin bestaat het publiek te helpen wegvluchten naar artificiële paradijzen. In welk land is dat overigens niet het geval? Tom Barman en de honderden zangers, zangeressen, muzikanten en technici willen echter duidelijk maken dat wij allen verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waar we in leven. Het gaat hier zeker niet om een egotrip, of om naïef idealisme, maar om een voorbeeldig maatschappelijk engagement.

De lezer van deze stukjes van mij zal onderhand wel weten dat ik een soort van melancholische anarchist ben, met sterk escapistische inslag. Een ontgoochelde en verbitterde, enigszins wereldvreemde ‘rebel’. In die verbittering mag ik niet berusten. Het volstaat niet dat ik rechtse extremisten, nationalisten, crapuleuze straatvechters, Vlaams Blok-politici (meestal met een dubieus verleden, en met een stralende stalinistische toekomst voor ogen, goelag voor wie niet past in het blauwe uniform inbegrepen), soms in vitriool dompel. Woorden schieten altijd tekort. Het woord ‘schieten’ staat hier nu. Ik wil niet zeggen dat we met z’n allen maar moeten gaan schieten op elkaar, omdat woorden tekort schieten. Neen, eerder het tegendeel van schieten. Wat we moeten doen is nadenken, spreken, liefhebben, begrijpen, streven naar het geluk van elke gemeenschap en elk individu. Dat kan alleen maar door de daad bij het woord te voegen. Dat is wat zoveel muzikanten en entertainers volgende zondag zullen doen. De bruine horde mag geen tweede kans krijgen. Niet in de Vlaamse gemeenten, niet in de Waalse, niet in Brussel en niet in die van de Oost-kantons. Nergens. Elke denkende mens is daarvan overtuigd. Het komt er nu op aan dit nu ook te zeggen en te doen. Bovendien vind ik dat de staat geen geld mag schenken aan een partij die de staat wil vernietigen.

Tot slot wil ik nu al Tom Barman bedanken voor wat volgende zondag zal gebeuren. No more loud music!

TOM BARMAN EN CONNIE PALMEN


connie palmen

Ik heb nooit een boek gelezen van Connie Palmen en ken al evenmin het werk van Tom Barman. Belgische rock & roll heeft me nooit echt kunnen boeien, zeker niet als die uitgesproken beïnvloed is door Captain Beefheart, Tom Waits en R.E.M. Voor Belgische artiesten die helemaal samenvallen met zichzelf, zoals Marva, Salvatore Adamo en Marc Aryan (hoewel ik betwijfel of die laatste wel een Belg is, het zou wel eens een Magyaar of een Savoyard kunnen zijn), kan ik wel enig respect opbrengen. Maar vraag me niet om ernaar te luisteren. Ik luister voorlopig niet meer naar muziek. Alle geluiden storen mij. Dat is de gesel van het stadsleven en het leven van de werkende mens. De schrik die bezit van je heeft genomen. Ten minste twee keer per dag kan er in je omgeving een bom ontploffen. Ik luister nu naar concrete muziek, de geluiden die ik zelf voortbreng. Het enige mooie geluid dat ik produceer, hoor ik als ik ’s avonds mijn sokken uitdoe. Ik heb het nu even niet over de geur. Gewoon dat geluid. Hemels. Wie heeft er dan nog behoefte aan het eeuwige gerasp van Bob Dylan of de hemelse mathematica van Bach? Om nog maar te zwijgen van Belgische rock.

Toch hebben Tom Barman en Connie Palmen mij vorige zondag verrast en tot tranen toe ontroerd. Ik heb het over het televisieprogramma ‘zomergasten’, een ongeëvenaard trage en mooie reeks zomergesprekken in een doodgewone studio. Voor ‘zomergasten’ is er geen jacht, geen Toscaanse villa nodig. De gesprekken sprankelen, of er wordt gestotterd, er is gebral en er is stilte. De gasten zijn mooi en lelijk. Onbekende wetenschappers of ‘Vlaamse idolen’ (Tom Lanoye, Hugo Claus). Sommige zomergasten worden achteraf met de dood bedreigd (Ayaan Hirshi Ali). Het programma bestaat al lang, zeker wel tien jaar, het is nooit vervelend, telkens zie je de geschiedenis de revue passeren, en besef je hoe weinig vat je hebt op de gebeurtenissen.

Hoewel ik nooit een boek van Connie Palmen had en heb gelezen vond ik tot vorige zondag de aflevering met haar als gast de beste. Dat kwam door haar stem, denk ik. Ze drinkt wijn, en rookt sigaretten en het is duidelijk dat ze dat lekker vindt. Ze houdt ook van Elvis en is onder meer daardoor intelligent. Een intellectueel, een schrijver, een kunstenaar die niet van Elvis houdt lijkt me nogal dom. Hoe kun je intelligent zijn en niet van Elvis houden? Destijds was Connie heel charmant, een mooie vrouw, belezen, met een innemende stem en enigszins droevige ogen (die toch veel glimlachen). Waarom de verleden tijd gebruiken? Ze spreekt het mooiste Nederlands van de wereld. Je kent dat wel, een beetje Hollands, maar door het lichte Limburgse accent toch ook dicht bij ‘ons’. Van Connie moet je niet per se boeken lezen, je moet zeker wel luisteren naar haar stem vol emotie en intelligentie.

En dan was er Tom. Na vijf minuten al was ik in mijn fantasie zijn beste vriend. Wat een innemende man! Zo eerlijk en emotioneel en vol respect voor oude mensen. Zelfs onze oude droevige koning krijgt zijn zegen. De man die ons – met uitzondering van één dag – allemaal verenigde, de man die België een kwaliteitslabel bezorgde. Destijds beter bekend in de Verenigde Staten dan ‘onze’ chocolade. Een uiterst glamoureuze koning, met aan zijn zijde een lelijke heks, bezeten van god, schrijfster van bloedeloze sprookjes. Tom bewondert Herman Decroo, die, tot mijn verrassing alweer, grammaticaal correcte zinnen kan uitspreken (weliswaar in het Frans). Hoe kan het ook anders, Herman Decroo is een perfect Belgisch kunstwerk. Ik denk van de hand van Marcel Broodthaers, maar ik kan me vergissen. Tom Barman heeft me een bijzonder ontroerend stukje Mingus laten zien. Een van de grootste Amerikaanse kunstenaars wordt uit zijn woning gezet. Meubeltjes op straat. En dan is er niets meer dan waanzin en treurende weduwen. Charles Mingus. Ook Connie vond het een schande, al zei ze dat natuurlijk niet. Het was van dat stil verdriet, waar je nog een glaasje bij inschenkt. Jeff Wall bleek voor zijn werk, A sudden gust of wind (zie foto hierboven), geïnspireerd te zijn geweest door Hokusai. De man die het net heel fijn vindt dat zijn hoed wegwaait. Een en al vrolijkheid: eindelijk van dat gekke hoofddeksel verlost! De film L’emploi du temps, blijkbaar een meesterwerk dat ik over het hoofd heb gezien. Een schitterend stukje Nicole Kidman in Birth. Een tragische Britse voetbalheld, Paul Gascoigne. De heavy metal band Metallica bij de psychiater. Keiharde gasten maar stuk voor stuk zeer kwetsbare jongens, zo bleek nu. Captain Beefheart die na de confrontatie met het werk van Van Gogh de zon maar onbeduidend vindt. De stem van Captain Beefheart moet je zeker ooit gehoord hebben. Tom vertelde dat die andere Tom (Waits) veel gepikt heeft van de kapitein. Dat is inderdaad het geval, maar iedereen weet dat iedereen van iedereen pikt.

Als hoogtepunt kregen we een fragment uit een van mijn favoriete films, Bad Timing van Nicholas Roeg – waar je alleen al moet naar kijken voor de ogen van Theresa Russell –, en tot slot een zingende Joseph Brodsky. Niemand heb ik ooit mooier poëzie zien en horen voordragen. De beste zomergast is nu Tom Barman. Connie Palmen staat op nummer twee. Graag zou ik hen beiden eens uitnodigen bij mij thuis. Ze zouden zelfs sigaretten mogen roken.