DE JONGEN MET HET MES

mes3

Op deze foto poseer ik als street fighting boy – of als punk avant la lettre – in de zomer van 1968. In Sint-Idesbald, aan de Belgische kust. Te laat voor de revolutie… Een onzekere toekomst lacht of huilt me toe. Ik heb er duidelijk niet veel zin in om die te zien. Ik sta met mijn rug tegen een muur… van tentzeil. Veel bescherming zal die me niet geboden hebben. Mijn rechterbeen lijkt in de tent te willen blijven. Wat kan ik daar buiten gaan doen? Ik ben nog niet helemaal in de wereld.

Waarom keer ik om de zoveel jaar terug naar deze foto, die een postmodernist met weinig gevoel voor stijl ‘iconisch’ zou kunnen noemen? Vanwege de dubbelzinnige pose: een flowerpower-jongen met een stiletto? Vanwege het ongedefinieerde? Want ondanks de schijn is niets beslist, ligt niets vast. Er is nog veel mogelijk.

Ik zag mezelf als dichter, had een toneelstuk geschreven dat ‘De droom’ heette, een utopisch verhaal, helemaal in de geest van die verwarde tijd. Boos, naïef, onvolmaakt, onzeker. Ik was een jongen die in het duister tastte maar tegelijk dacht dat hij begaafd was, een gave had. Ik had het gevoel dat woorden mij de weg zouden wijzen.

In mij was alles even woelig als de Noordzee in Sint-Idesbald. Ik had provo en psychedelica en pop en de boeken van Remco Campert (‘De jongen met het mes’), Simon Vinkenoog en Hugo Claus ontdekt. Ik had gelezen dat Hugo Claus een fan was van the Doors. Vooral ‘The End’ wist hij te waarderen. “Father?” “Yes, son.” “I want to kill you.” “Mother, I want to…” Ik had Salvador Dali op televisie uit een groot ei zien geboren worden.

Maar dat dreigende? Die stiletto? Een pose, jazeker. Maar de mogelijkheid van een Patrick Haemers zit erin. Een heel ander leven dan ik dacht te zullen gaan leiden, dan ik werkelijk zou leiden. Bankovervallen, bendes, gangstermeisjes, cocaïne, geweld, gevangenis, zelfmoord.

Wat heb je zelf in handen? Hoe word je wie je wordt? Maak je wel keuzes, en als je al keuzes maakt, hoe komt het dan dat je niet de juiste keuzes maakt? Do the right thing, allemaal goed en wel. Maar de juiste keuze maken, het juiste leven kiezen, het juiste masker, het juiste personage: komt het daar uiteindelijk niet op neer? Op die foto, weiger ik een keuze te maken, zo lijkt het wel.

Mijn vriend Henry J. vertelde me dat de jas en de zonnebril van hem waren, de tent was, geloof ik, van Luc V., de lichtblauwe broek in tergal en het hemdje waren van mij, het mes ook. Het sjaaltje was van mijn tante Georgette, die een paar jaar eerder zelfmoord had gepleegd. De foto is genomen, schreef Henry gisteren, op de morgen van de dag dat we van Sint-Idesbald weer naar huis zouden liften.

de jongen met het mes 001

HAPPY TRAILS IN 2009

the way young lovers do

Deze young lovers – die wij nog altijd in ons meedragen – wensen alle lezers van hoochiekoochie een gelukkig en voorspoedig 2009.

Ω

Kijk wat we gevonden hebben. De toekomst is het verleden, wat slecht is, is goed en tranen van verdriet maken gelukkig. Er is geen centrum in ons en in de wereld. De kern is overal en het uiteenvallen van wat hem omringt valt nooit stil. Zelfs niet als doodsklokken luiden of uit sommige moskeeën tot vrede wordt opgeroepen. We zijn tot geluk en ongeluk gedoemd. Neem nog maar een stukje van mijn hart, zingt de zangeres tot de geliefde of tot een soort goddelijk opperdier.

Haten wij elkaar? Nee, wij haten elkaar niet. Er zijn krachten en energieën in ons die we nog moeten ontdekken. Hadden we naar Timothy Leary moeten luisteren, als halfdove schapen? Ook niet. We hadden onze plan moeten trekken. We hebben onze plan getrokken. Maar als je verliest, verlies je alleen. Niemand wil de laatste eurocenten van de verliezende gokker. Hij krijgt een broodje gratis en dan de stad uit met hem. Vergeten! Hadden we naar de filosofen moeten luisteren, Kant, Hegel, Rousseau? Nee. We moesten zelf onze weg zoeken. We zoeken zelf onze weg en ontmoeten elkaar als de maan zich achter een wolk verbergt. Dan vallen we elkaar in de armen en zeggen: ik heb je lief. Hoe kun je ook anders, zo alleen, zonder reisgezellen, tijdens een reis naar daar waar nooit iemand van terug is gekomen? Je weet wat het betekent zo zonder reisgenoten, vrienden te zijn.

Ik wil graag je reisgenoot zijn, je vriend, je vriendin, je geliefde. Je armoedzaaier. Maar nooit zal ik je onverschillige zijn. Ik wens je geluk, vreugde, gezondheid, ondanks alles vrede en voorspoed. Wij moeten de wereld veranderen.

 

 

 

MICHAEL CUNNINGHAM: SPECIMEN DAYS

michael cunningham,specimen days,verleden,kinderarbeid,ziekte,dood,onverschilligheid,toekomst,berusting

Door het lezen van Michael Cunninghams ‘Specimen Days’ heb ik veel aan het ‘nu’ en aan de ‘toekomst’ gedacht. Als tieners konden wij ons, hoeveel fantasie we ook hadden, geen idee vormen van de toekomst waar we nu in leven. Bijvoorbeeld de beveiligingssystemen in luchthavens, in musea, in winkels, en waar eigenlijk niet. Daar hadden wij geen idee van. Je liep gewoon overal binnen en buiten. Nu leven we met die zeer gesofisticeerde systemen, die ons bijna voortdurend observeren, maar we voelen ons toch niet echt veilig. Of wel? Misschien komt dat doordat we te veel bezitten en zijn we bang om dat te verliezen. Je vastklampen aan bezittingen, aan verzamelingen, maakt je ook bang voor allerhande rampen en voor de dood.

Natuurlijk heb ik ook veel aan het verleden gedacht, bijvoorbeeld aan de kinderarbeid. Een van de hoofdpersonages in ‘Specimen Days’ is een kind dat lange uren voor een hongerloon zwoegt in een fabriek. Hij weet niet wat hij eigenlijk maakt en durft het ook niet vragen. Hij weet zelfs niet hoe veel (weinig) hij zal verdienen. Krijgt hij wel een loon? Dat weet hij pas als hij het krijgt. Maar wat maakt het ook uit. ‘Leaves of Grass’ leeft in hem. Walt Whitman leeft in hem. Het kind spreekt met de woorden van de dichter. Zijn gedachten zijn de gedachten van Walt Whitman. De grote dichter had waarschijnlijk geen angst voor de dood. Leven en dood waren voor hem hetzelfde.

De ziekte heeft je wat meer onverschillig gemaakt ten aanzien van de dood. Nog altijd wil je er alles voor doen om te leven, zelfs om te overleven, maar de gedachte dat je op een gegeven moment geen verweer meer zal hebben, schrikt je minder af dan vroeger. Er treedt een berusting op. Of is het aanvaarding.? Je aanvaardt de dagen zoals ze zich voordoen en geniet van de momenten die genieten mogelijk maken. Je koestert de uitzonderlijke momenten van schoonheid en uitbundigheid.