DE TOEKOMST VAN JORGE LUIS BORGES

Jorge_Luis_Borges_1963

Nu leeft Jorge Luis Borges nog want we lezen zijn boeken. Ook al is hij een blinde Argentijnse geest, toch leeft hij nog. Zijn personages, zoals daar zijn Funes de allesonthouder, Pierre Menard, de schrijver van Don Quichot, Juan Dahlmann, Nils Runeberg, allerhande messentrekkers, evenals zijn labyrinten, bibliotheken, dolken, denkbeeldige wezens en encyclopedieën bestaan nog.
Maar op een dag zal er niemand overblijven om de verhalen van Borges te lezen. De schrijver zal zoals iedereen die nu leeft vergeten zijn. Van zijn boeken en van alle universums die zich nu nog in zijn boeken bevinden zal zelfs geen stof overblijven.

DONKERE DAG, HELDERE NACHT

anselm-kiefer-the-orders-of-the-night-die-orden-der-nacht-1996.jpg

Dit is je gelukt overdag: wat licht werk aan je minuscule tuin in de zon; zonnebloemen, wat klaprozen, groenachtig gras. Onkruid gewied. Om twaalf uur stipt valt de stilte. Niemand zingt, zelfs niet de gewillige varens, als de hand Gods slaat en het hart van slag raakt. Een te hoge dosis van dit of van dat, te veel Ethiopische koffie? Een hond ligt lui uitgestrekt in de schaduw van een onooglijke maar gevaarlijke bar.

Ja, overdag ben je radeloos. Je wist het al lang: geen miniatuur vervangt de natuur. Nooit valt een vrouw je in de armen als je in een nuchtere bui de wolken bekijkt of als je aan de rand van de afgrond  je adolescentenjaren staat te verschonen. Nooit daagt een vriend op, een raadgever, als je daar niets staat te zijn. Als je zegt: ik ben de woorden die ik niet ken. Zie mijn wanhoop in dit treurige reservaat.

Als in die gouden tijd de avond viel zongen we zo graag samen en huppelden soms in het rond met onze handen op onze knieën. Zilveren rook om onze hoofden. Aardbeien, sinaasappels uit China, jasmijnthee. De geur van sandelhout ons enige gebed. Van wie waren jouw knieën, haar enkels, mijn tenen? Onherstelbaar viel onze grote spiegel al spoedig uiteen. Verweesd keken we een tijdje naar zijn scherven. Nergens was er nog iets om vat op te krijgen. Loden dagen waren op komst, avonden vol zinsverbijstering.

Om tien uur binnenskamers, bij kunstlicht, staat zwart op wit beeldig. Op dat uur nog buiten verliezen je zinnen hun zin. In slecht verlichte straten onthouden oude en nieuwe boeken je hun gefluister. Suf gecatalogiseerd werpt zich een bibliothecaris op weg naar zijn woning onder tram 56, de traagste van alle. In de stilte van zijn vertrek verminkte hij zijn vingerafdrukken, wiste zijn wachtwoorden, elimineerde zijn existentie.
Op dun papier in Consolas 11 lees je de namen van zijn erfgenamen. De stuiptrekkingen van zijn geslacht. Gewillige varens, giftige digitalis vergaren schaduw in je minuscule tuin. Wie zou zich liever niet onttrekken aan de onontkoombare nacht?

‘s Nachts verklaar je niets. Geen mysterium tremendum, geen brakende albatros. Wat omklemt je donkere hand? Welke woorden prevelen je blauwe mond? Niets weet je, niets ben je, het is donker in je ziel en daarbuiten, ook al staat daar aan de hemel de stille Poolster te schitteren – en boven de stad heerst de heldere nacht.

Ω

Afbeelding: Anselm Kiefer, Die Orden der Nacht, 1996

ZERO DE CONDUITE: MISSING YEARS

La-Chute-de-la-Maison-Usher-2.jpg

Zéro de conduite is een stemmingsafhankelijke, twee uur durende populaire popcyclus op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenstaart. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

howlin-wolf-549fc26c69bdf.jpg

Als je het leven als een aaneenschakeling van jaren bekijkt is het angstwekkend kort. Dan zijn we niet beter af dan bloemen of vlinders. De vraag is of we hoe dan ook wel beter af zijn. Maar het lijkt me alleszins een beter idee om het leven anders te zien. Er is geen sprake van chronologie en lineaire tijd. Er zijn momenten, ogenblikken, extases; een kus kan oneindig lijken te duren. Je vergeet de tijd.
Een verjaardag maakt mij altijd melancholisch. Op het eerste zicht toch: weer een jaar voorbij. Maar als ik dan terugdenk aan wat ik allemaal heb gedaan en had kunnen doen, lijkt dat jaar veel rijker te zijn dan een jaartal.
Waarom een programma maken over de jaren? Omdat het thema me een week of zo geleden werd aangereikt. Ik had eerst aan iets anders gedacht, was vervolgens in slaap gevallen en bij het ontwaken was ik vergeten wat het was. Op mijn nachtkastje zag ik ‘The Years’ van Virginia Woolf liggen. Dat is een goed alternatief, dacht ik, de jaren. Ik hoef niet langer te zoeken. Nu alleen nog een keuze maken. Ik kwam al gauw aan zeven uur songs, nog geen jaar, maar toch… Ik had er een jaar over kunnen doen om een ultieme selectie van twee uur te maken, maar ik moest genadeloos zijn. Zéro de conduite duurt maar twee uur. Maar kijk, ook dat is relatief. Laat ik ervan uitgaan dat het twee lange uren zullen zijn, niet van verveling, maar van eindeloos genot. Luistergenot.

Met liefde opgedragen aan mijn oude vriend Yves Anné (artiestennaam Yves Year), overleden op 19 juni 2011. 2011 was een rampzalig jaar. Denk maar aan Fukushima, denk maar aan de Arabische ‘revolutie’.

prine-john-504f0b3c8b667.jpg

Here We Are In The Years – Neil Young – Neil Young (First Album) – Neil Young – 1969

1975 – Gene Clark – White Light – Gene Clark – 1971

100 Years – Nancy Sinatra – Nancy In London – Lee Hazlewood – 1966

Paris 1919 – John Cale – Paris 1919 – John Cale – 1973

1914 – Randy Newman – Guilty ~ 30 Years of Randy Newman  – Randy Newman – 1990

1941 – Harry Nilsson – Pandemonium Shadow Show – Harry Nilsson – 1967

1921 – The Who – Tommy – Pete Townshend – 1969

Heaven Is 10 Zillion Light Years Away – Stevie Wonder – Fulfillingness’ First Finale – Stevie Wonder – 1974

Golden Years – David Bowie – Station To Station – David Bowie – 1976

100 Years Ago – The Rolling Stones – Goats Head Soup – Jagger, Richards  – 1973

Roll Back The Years – Rainer Ptacek With Joey Burns & John Convertino – Roll Back The Years – Hank Williams – 2011

Long And Wasted Years – Bob Dylan – Tempest – Bob Dylan – 2012

Five Long Years – Freddie King – Getting Ready… – Eddy Boyd – 1971

Fifteen Years – Jimmy Reed – At Soul City – Jimmy Reed – 1964

How Many More Years – Howlin’ Wolf – The Genuine Article – Chester Burnett (aka Carl Germany) – 1951

Wasted Years – Van Morrison – Too Long In Exile – Van Morrison – 1993

Frank’s Wild Years – Tom Waits – Swordfishtrombones – Tom Waits – 1983

One Hundred Million Years – M. Ward – Hold Time – M. Ward – 2009

1968 – Dave Alvin – Blackjack David – Dave Alvin, Chris Gaffney – 1998

Jesus The Missing Years – John Prine – The Missing Years – John Prine – 1991

Bride 1945 – Paul Siebel – Woodsmoke & Oranges – Paul Siebel – 1970

Texas 1947 – Guy Clark – Old No. 1 – Guy Clark – 1975

Let’s Turn Back The Years – Waylon Jennings – Dreaming My Dreams – Hank Williams – 1975

First Year Blues – Hank Williams – The Lonesome Sound Of Hank Williams– Ernest Tubb – 1959

Seven Years With The Wrong Woman – Eddy Arnold – All-Time Hits from the Hills – Bob Miller – 1952

A Good Year For The Roses – George Jones – George Jones With Love – George Jones – 1971

Oh So Many Years – The Everly Brothers – Songs Our Daddy Taught us  – Frankie Bailes – 1958

A Hundred Years From Now – Elvis Presley – I’m 10,000 Years Old – Earl Scruggs, Lester Flatt – 1971

One Hundred Years From Now – The Byrds – Sweetheart Of The Rodeo – Gram Parsons – 1968

In The Summers Of His Years – Bee Gees – Idea – Barry, Robin & Maurice Gibb – 1968

Happenings Ten Years Time Ago – The Yardbirds – Roger The Engineer – Jeff Beck; Jim McCarty; Jimmy Page; Keith Relf – 1966

1983…(A Merman I Should Turn To Be) – The Jimi Hendrix Experience – Electric Ladyland – Jimi Hendrix – 1968

I’m Five Years Ahead Of My Time – The Third Bardo – Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 3 – Victoria Pike, Rusty Evans – 1967

tomwaits-main.jpg

Bonus tracks:

1969 – The Stooges – The Stooges – Iggy Pop – 1969

This Year’s Girl – Elvis Costello & The Attractions – This Year’s Model – Elvis Costello – 1978

1959 – Patti Smith – Peace and Noise –  Smith, Shanahan – 1997

These Important Years – Hüsker Dü – Warehouse: Songs And Stories – Bob Mould – 1987

Reelin’ In The Years – Steely Dan – Can’t Buy A Thrill – Donald Fagen, Walter Becker – 1972

The Susan Years – Clear Light – Clear Light (bonus track) – Clear Light – 1967

Forty Years – Let’s Active – Every Dog Has His Day – Angie Carlson, Mitch Easter – 1988

1917 – Emmylou Harris – Songbird – David Olney – 1999

Sleep A Million Years – Vetiver – A Thing Of The Past – Dia Joyce – 2008

The Bright New Year – Bert Jansch – Birthday Blues – Bert Jansch – 1969

After All These Years – T-Bone Burnett – Proof Through The Night – T-Bone Burnett – 1983

Last Year’s Man – Leonard Cohen – Songs Of Love And Hate – Leonard Cohen – 1971

Nancy-sinatra.jpg

Research, presentatie, techniek: Martin Pulaski

 

OVER DUNNE EN DIKKE BOEKEN

rimbaud-self-portrait.jpg

Rainer Maria Rilke is een van de moeilijkste dichters die ik heb gelezen. Je moet zowat de hele wereldliteratuur (en zeker Nietzsche) kennen om hem goed te kunnen begrijpen. Maar je kunt hem even goed als een onschuldige benaderen en zo – als de sterren goed staan – tot zijn kern doordringen. Is dat moeilijk of gebeurt het maar zelden? Misschien wel, maar het loont de moeite. Bovendien is het een moeite die eigenlijk geen moeite kost. Het vergt een open geest, een open hart. Van Morrison zingt erover in ‘Heart Is Open’, een wonderlijk lied op een wonderlijke plaat, ‘Common One’, verschenen in het ellendige jaar 1980. I believe I go walking in the woods.

Dunne boeken, zoals ‘Die Sonette an Orpheus’ of ‘Une saison en enfer’, kunnen je jaren kosten. Niet dat het verloren tijd is. Bijna elk woord kan een schatkamer zijn, of een sarcofaag met alleen tot jou gerichte inscripties aan de binnenkant. Dunne boeken, kort als het leven.

Maar het leven duurt soms ook lang. De dagen laten zich dan graag vullen met meeslepende verhalen, die je vaak aantreft in dikke boeken. Bijvoorbeeld in ‘Middlemarch’ van George Eliot (altijd weer moet ik opzoeken hoe je ‘Eliot’ spelt), ‘Misdaad en straf’ van Dostojewski of ‘Le rouge et le noir’ van Stendhal.

Of het leven nu kort is of lang – en zelfs als de duur je koud laat: het komt er in elk geval op aan het kaf te scheiden van het koren. In welk jaar een boek werd geschreven speelt daarbij geen rol. Het gaat om de gedachten die er in worden uitgedrukt, om de stijl, de oorspronkelijkheid, het inzicht, de schoonheid, de troost. Geen enkel boek dat je iets verrassends of inspirerends meedeelt is werkelijk moeilijk.

Waarom deze notities? Omdat ik morgen op reis vertrek en nog moet beslissen welke boeken ik mee zal nemen. Ik zal veel tijd hebben om te wandelen en te lezen. Een heerlijk vooruitzicht, na al die lange dagen van ziekte en donkere lucht.

rilke2.jpg

TEGEN DE STROOM

trial3.jpg

Dagen, maanden, jaren vlogen voorbij. Ik was arm, werkloos, werkte op het veld van de taal – van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ’s Nachts dronk ik porto en bourbon en praatte ik met talloze vrienden, ging dansen, vrijde, was gelukkig en ongelukkig. Het was een intens leven, de woorden en herinneringen waar ik mee worstelde, de taal, de beelden, de liefde, de wrok en afkeer, de haat. De boeken die ik las waren intens, en ik las ze als een bezetene. Mijn boeken waren als mijn vrienden, als mijn muziek: ik herkende me erin, ze werden deel van me, we versmolten met elkaar. Mijn boeken waren personen, zoals in het boek van Ray Bradbury en de film van François Truffaut. Ik herinner me niet veel Nederlandse literatuur die ik in die tijd las. Patrizio Canaponi, Habakuk II De Balker, Martinus Nijhoff, Lucebert, Maurice Gilliams, Willem Frederik Hermans en, om wie het in deze reeks herinneringen gaat, Geerten Meijsing.

leven,tijd,herinneringen,werken,schrijven,lezen,vriendschap,boeken,geerten meijsing,armoede,geld,depressie,schuchter

Na zeven magere jaren, die heftig waren, boordevol extase, verdriet, dronkenschap, vreugde, ontgoocheling, lust, seks, waanzinnige poëzie en honger, vond ik wat de meeste mensen écht werk noemen: ik verdiende er geld mee en kon er redelijk goed van leven. Dat werk bestond vooral uit vergaderen, verslagen en jaarverslagen schrijven, adviezen redigeren, met delegaties buitenlandse jeugdorganisaties bezoeken en vooral toenadering zoeken tot mensen die altijd een min of meer ‘normaal’ leven hadden geleid. Dat was moeilijk. Na enkele jaren vond ik één collega met wie ik over boeken kon praten, ook over die van Geerten Meijsing. Onze bewondering voor zijn werk was groot. Dat was in de periode van ‘Veranderlijk en wisselvallig’, ‘Altijd de vrouw’, ‘De grachtengordel’ en het beklemmende ‘Tussen mes en keel’.

Ik begon me beter te voelen tussen mijn soortgenoten, ik werd bijna een van hen. De foto’s die van mij zijn gemaakt in die periode durf ik haast niet meer te bekijken. Hoe gewoon ik eruitzag, hoe zielloos mijn kleren, mijn haarsnit, mijn bril. Ik was aan het verdwijnen. Maar hoezeer ik me ook inspande om te integreren in het functionarissenbestaan, mijn zogenaamde ware ik kon ik niet klein krijgen. Een vonkje van poëzie, van woorden die vele lagen hebben en het geijkte denken kunnen ontwrichten, van een taal die tegen de taal van de politiek en de ambtenarij maar ook die van de media inging, bleef branden. Wat een cliché is. Maar het is de waarheid. Dat vonkje van protest, van verzet, van ontevredenheid, hield me op de been.

Naarmate de jaren negentig vorderden ging ik weer meer tegen de stroom in varen, zoals ik op school en op de universiteit had gedaan. Op de achtergrond waren er altijd schrijvers en muzikanten. En een van hen was Geerten Meijsing, die ik bleef bewonderen, hoewel hij nu een gevestigd auteur was, een die prijzen had gewonnen en geld bezat. Soms vroeg ik me af of hij nu zijn ziel had verkocht aan de markt. Maar ik dacht van niet. De roman die gebaseerd is op zijn zware depressie is daarover duidelijk. En ‘De grachtengordel’ natuurlijk ook. Een keer ging ik naar een lezing – of was het een interview – van Geerten Meijsing, in de hoofdstedelijke bibliotheek. Hoewel hij ouder geworden was, was hij nog steeds een dandy. Ik hield van zijn stijl, hoewel ik nog altijd meer naar ‘het nieuwe’ opkeek, naar wat ik in tijdschriften als i-D en Dazed & Confused zag. Maar zijn hoeden, zijn wandelstok, zijn wit pak stonden hem goed. Zijn stijl paste bij de stijl van zijn geschriften. Wat had ik na afloop graag met hem gepraat, maar dat durfde ik niet. Ik was veel te schuchter en mijn geloof in mezelf was uiterst klein. Dat heb ik hem later verteld. Wat jammer, zei hij. We hadden meteen goed kunnen opschieten, je moest eens weten hoe schuchter ik zelf ben.

santiago de compostela bewerkt.jpg

Foto’s: The Trial, Orson Welles; Fahrenheit 451, François Truffaut; In Santiago de Compostella, oktober 1998, Martin Pulaski.

NOG VOOR DE TIJD BEGON

la luna.jpg

Nog voor de tijd begon. Nog voor de tijd begon kende ik je naam, reikte ik naar je handen, nam ik je in mijn armen. Je handen schilderden bloemen in de velden waar we gingen, wolken in de lucht. En altijd lagen we bij het water te lachen of te drinken. Altijd was er muziek van sterren en dansten we en zeiden we: je bent mijn spiegelbeeld, je bent mijn a tot z, altijd nog voor de tijd begon.

Zo kon je mij verkwikken, je dorstige en onbekende soldaat. Van voor het begin ongewapend en ontregeld à la Rimbaud, elk ogenblik vurig als je woorden, de schaarse en sublieme woorden die je me schonk. En zo kon ik je zingen, je hele lichaam, je stem, je bliksem, jij gekke soprano!

Nog voor de tijd begon ging ik al niet meer op zoek naar jou. Ik herkende je in de velden, in de wolken, in het bergpad, in de wassende maan. Overal riep je me toe, met zachte stem, dat ik moest ontstaan, dat ik je toe moest roepen, met zachte stem. Overal zong je me tot leven en herkende je me. In de velden herkende je me, in de bomen, in de irissen en het riet, in de afwezigheid van clausules en argumenten. Je herkende me in mijn lied voor jou. Het lied dat je nog voor de tijd begon voor me zong, het lied dat ik dronk, dat me dronken maakte, waarin ik verdronk en waaruit ik ontstond. Ontsta!, riep je. Je stem een droom van wolken, een droom van rivieren.

Herken mij. Herken je mij? Ik herken je. In jou herken ik je. Ik blijf mij jou in mij herkennen. Nog voor de tijd begint blijf ik zo. Of klim ik zoals in een ander lied, vergeten al, langs de letters van je naam omhoog, een touwladder naar de maan. Daar zit ik dan naast jou te kijken naar onze tijd hier op aarde, nog voor de tijd begon. Het gerinkel van de tijd hier en alles wat ik over jou en mij verzon.

le-voyage-dans-la-lune-oeil (1).jpg

TERUGKEER NAAR MARIENBAD

Last year at Marienbad8 (2).jpg

Alain Resnais is dood. Gisteren wilde ik een in memoriam schrijven, maar toen herinnerde ik me dat ik al een tijd geleden besloten heb dat nooit meer te doen. Er wordt te veel gestorven, niet alleen door beroemdheden en grote kunstenaars als Resnais, maar door mensen, dieren en planten in het algemeen. Het idee dat het doel van het leven de dood is, dat is zo absurd en, wat mij betreft, onaanvaardbaar. Van Alain Resnais zou je kunnen zeggen: mooie leeftijd, zo oud wil ik ook wel worden. Maar dat is onzin, alleen al omdat leeftijd relatief is. En zeker ook omdat tijd relatief is. Je zou zelfs kunnen beweren dat tijd niet bestaat, tenzij als instrument om de natuur aan ons te onderwerpen. De natuur om ons heen en de natuur in ons.

alain-resnais.jpg

Slechts op Facebook schreef ik iets korts om mijn respect voor Alain Resnais, voor zijn films, uit te drukken. Dat doe ik nu wel vaker als iemand overleden is die me in een of ander opzicht dierbaar is of belangrijk voor me is geweest. Dit waren mijn woorden:  “Een van mijn uitverkoren films*. De tijd, de bedrieglijkheid van het geheugen. Vanwege het ‘Marienbad’ in de titel ben ik ooit helemaal naar Mariánské Lázně gelift, nog voor de val van de muur en de fluwelen revolutie. De film is daar echter helemaal niet gedraaid. En ik kwam veel te laat, alles was er vervallen, lelijk zelfs. Nu lees ik over die stad in ‘Austerlitz’ van Sebald. De tijd staat niet stil, alles hangt samen, Alain Resnais is dood.”

Wat later besefte ik dat mijn eigen geheugen me bedrogen had. Mijn reis naar Mariánské Lázně in de zomer van 1989 kwam me opeens weer helder voor de geest. Ik had helemaal niet gelift. Uitgeput van langdurig astma ten gevolge van een combinatie van overvloedig stof in een ministeriekantoor en aanhoudende hitte was ik in het gezelschap van mijn geliefde, onzeker of ik mijn bestemming wel levend zou bereiken, in Brussel op de nachttrein naar Neurenberg gestapt. Daar vertrok al vroeg in de ochtend een trein naar Marienbad. Ik herinner me die treinrit nog levendig, vooral de taferelen die zich voordeden bij de halte in de grensstad Cheb – niets prettigs. De aankomst in Mariánské Lázně was een teleurstelling, maar had ook iets vrolijks. Van het Marienbad uit de film van Resnais was niets te zien, maar de stad was wel op een heerlijke manier vervallen, iets wat me in die dagen erg beviel. We mochten voor een spotprijs overnachten in een immens herenhuis uit de negentiende eeuw, in een ruim maar muf en ook al stofferig vertrek. Toch was ik, je zou het bijna miraculeus kunnen noemen, toen ik de volgende ochtend uit bed stapte helemaal genezen.
Het ooit zo luxueuze kuuroord leek in 1989 nog sterk op de beschrijving die het personage Austerlitz in ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald er van geeft, terwijl hij er toch al in augustus 1972 verbleef. Voor lezers die er meer over willen weten verwijs ik naar dit geweldige boek. Een beter beeld van de stad vind je nergens anders.

Wat heeft dit nu met de dood van Alain Resnais te maken? Gaat het alleen maar om de plaatsnaam? Toch niet. Er is ook het beleven van de tijd, het verleden dat heden wordt en het heden verleden, de tijd van het verval en het verval van de tijd. Er is de herinnering en hoe de herinnering je vaak bedriegt. Enigszins grappig en ook typisch is dat ik in 1989 de tijd die in de titel verstrijkt, heb genegeerd. Want het is toch vorig jaar in Marienbad, niet nu, in 1989? Mijn reis in de ruimte was dus zinloos, ik had in de tijd moeten reizen, naar vorig jaar in Marienbad.

resnaistoute-la-memoire-du-monde-1956-02-g.jpg

Gisteravond zag ik nog een keer ‘Hiroshima mon amour’, Resnais’ eerste speelfilm, in samenwerking met Marguerite Duras, de vrouw van de herhaling. Wat is dat bij haar een mooi stijlmiddel, en in dit geval ook bij Resnais. En zeker de herhaling van de plaatsnamen, Hiroshima, Nevers, Hiroshima, Nevers. En wat is dit meesterwerk van Resnais een verbluffende weerlegging van de lineaire tijd. Daarna zag ik nog een documentaire over de film en over wat eraan voorafging, onder meer de indrukwekkende documentaire ‘Nuit et brouillard’ (1955) over Auschwitz, en ‘Toute la mémoire du monde’ (1956) over de Bibliothèque nationale de France. Een uurtje of zo later las ik nog wat in ‘Austerlitz’ (het is een boek dat je best traag leest). Het hoofdpersonage woont nu in Parijs. Eigenlijk zou het me niet meer mogen verbazen want het overkomt me zo vaak, maar toch verbaasde het me: een van de eerste tekstgedeelten – paragrafen zijn er niet – die ik las betreft die bibliotheek en alsof dat nog niet volstaat vermeldt Austerlitz, of de auteur, W.G. Sebald, de documentaire van Alain Resnais, ‘Toute la mémoire du monde’ en geeft er een korte beschrijving van.

Midden in de nacht werd ik badend in het zweet wakker. Ik had gedroomd dat ik aan mijn geliefde vertelde hoe bang ik als kind was geweest voor de oorlog. En terwijl ik in mijn droom over die angst vertelde had hij zich, zoals hij in mijn kinderjaren werkelijk was, met dezelfde gruwelijke intensiteit, gemanifesteerd.

 

*Ik had het over ‘L’année dernière à Marienbad’.