EEN TREINRIT

thomas

Op de trein. Ik heb plaats genomen in een coupé die veel weg heeft van een badkamer. Er staat de reizigers zelfs een wastafel met stromend water – koud en warm – ter beschikking.
Thomas is bij me komen zitten om wat met me te praten, over ernstige dingen. Zo vertelt hij me onder meer dat hij een paar weken geleden geprobeerd heeft zich van kant te maken, met een scheermesje.
“Het is natuurlijk weer mislukt”, zegt hij, “ik ben zo zenuwachtig”.
“Dat is van de koffie”, zeg ik op vertrouwelijke, medeplichtige toon, “we drinken teveel koffie”.
Thomas knikt instemmend.
“Ik weet het”, zucht hij dan.
We zwijgen even, kijken niet naar het landschap maar recht voor ons uit.
“Toch is zelfmoord een goede oplossing”, zegt Thomas.
“Ik vind dat helemaal geen oplossing”, zeg ik. “Mensen die zelfmoord plegen zijn laf. Ze kunnen hun eigen ellende niet meer de baas, ze kunnen niet meer verder leven met hun schuldgevoelens en hun angsten. Dus wat doen ze? Ze onttrekken zich eraan. Ze zetten er een punt achter.”
“Dat is geen lafheid”, zegt Thomas, “het getuigt veeleer van inzicht, van een nuchtere kijk op de stand van zaken in de wereld en in het leven.”
“Het is lafheid omdat ze er niets mee oplossen”, zeg ik, “ellende, schuld en angst gaan niet mee de dood in… Dat is de nalatenschap voor degenen die hen gekend, met hen samengeleefd, aan hen gedacht hebben”.
“Die moeten dan ook maar zelfmoord plegen”, lacht Thomas.
“Je bedoelt een soort ‘kosmische zelfmoord’?”, vraag ik enigszins spottend. (Ik kan dit gesprek niet langer au sérieux nemen).
“Ja ongeveer zoals Spinoza dat zag”, zegt Thomas.
Gekscheert hij nu, of meent hij dit ernstig? Ik weet het niet meer. Onzekerheid en verwarring maken zich van me meester. Moet ik hem, er zorg voor dragend hem niet te kwetsen, op de denkfout wijzen? Maar als het om een grap ging, wat heel goed mogelijk is met Thomas, zou ik me op die manier belachelijk maken. Aan de andere kant kan ik toch moeilijk doen alsof die fout geen fout was, want dat zou pas echt kleinzielig zijn – als het Thomas ernst was.
Dan komt de trein aan in Roosendaal, waar ik moet uitstappen voor zaken.

Foto: Agnes Anquinet, Martin Pulaski in de trein.