THERESE RÊVANT

therese revant balthus

Op ‘t eerste gezicht valt het aardse bruin op
Waarin het meisje in dagdroom verzonken ligt.
Op de voorgrond likt een zwangere poes ‘n bord leeg.
Het meisje leunt achterover in het licht

Alsof niemand in de kamer aanwezig is:
Rode pantoffels, een been opgetrokken.
Haar rode rok omhoog geschoven; gefluisterd

Wordt nog over de vouwen in haar onderbroek,
Sneeuwwit als de dagdroom van een meisje.
Achter haar handen samengevouwen

Op haar bruine haren, die donkere gordijnen
Waarachter – ongetwijfeld – een meute toekijkt
Tot zij haar ogen opent. Tot zij iets doet.

Tot zij eindelijk iets anders doet dan dromen.
Haar rok glad strijken, haar onderbroek weg.
Opdat de wereld weer wereld, weer wereld

Worden zou, mogelijke dreiging als een deken
Opgevouwen en elke zucht, elke vloek in het gelid.
Wie wil niet dat groene kussen zijn dat haar rug

De wereld biedt? Dicht tegen haar ruggengraat
Waar al haar stemmen klinken en haar hart klopt.

 

Voor Thérèse, en alle poezen die dit (waarschijnlijk) niet kunnen lezen.