EEN GESPREK MET STUART STAPLES

amputees

Een week geleden zat ik aan een tafeltje in Coffee & Vinyl in Antwerpen te praten met Stuart Staples, zanger en componist van de band Tindersticks. Ik had hem al enkele keren ontmoet na concerten in Gent, Brussel en Antwerpen, maar nooit met hem geconverseerd. Te schuchter. Nu kwam hij naast me zitten en heel spontaan ontstond een gesprek. (Mijn goede vriend Neil Fraser, gitarist van de band, had me even tevoren opnieuw aan de zanger voorgesteld.) Tijdens onze conversatie sneden we diverse onderwerpen aan, maar het is onze liefde voor muziek die ons met elkaar verbindt. Of wat dacht je?
Op de achtergrond, een half uur tevoren nog voorgrond, ’No Treasure But Hope’, de in Parijs opgenomen nieuwe elpee van Tindersticks, die op 15 november uitkomt. Het zou wel eens de meest bij de strot grijpende en gloedvolle langspeelplaat van de Britse groep kunnen zijn, al is het moeilijk om hun oudere werk te overtreffen (vanaf hun debuut uit 1993, Tindersticks, tot The Waiting Room uit 2015). We komen van ver, zegt Stuart. Onze eerste elpee kwam zesentwintig jaar geleden uit. Dat lijkt een eeuwigheid geleden. Ik was een andere man, jong, romantisch, vol bewondering voor mijn muzikale helden, onder meer Scott Walker, Leonard Cohen, Townes Van Zandt, Joy Division en Nick Cave.

tindersticks-colour-

The Amputees, de single die samen met foto’s van het hoesontwerp [1] voor de nieuwe elpee die avond in Coffee & Vinyl werd voorgesteld, is net afgelopen. Ik vraag me af over wie het lied gaat. Want het klinkt net zo triest als de donkerste songs van Townes Van Zandt of James Carr. Denk aan Still Looking For You of That’s The Way Love Turned Out For Me, hoewel de muziek van Tindersticks daar qua stijl niet meteen op lijkt.
Er klinkt wanhoop in Stuart Staples’ stem, schrijnend verdriet, dat verhevigt naarmate het lied vordert en dat een hoogtepunt bereikt als hij op het einde wel twaalf keer de woorden I miss you so bad herhaalt. Je hoort de pijn van een amputatie die plaatsvindt in de ziel. De zanger heeft het wel vaker over gedoemde relaties maar slechts zelden heb ik hem met zo’n intense droefheid over het einde van een liefde horen zingen. Gaat de song over iemand die Stuart kent, een vriend of vriendin, een van de bandleden? Over hemzelf? Dat laatste lijkt me onwaarschijnlijk: hij en zijn vrouw, de kunstenares Suzanne Osborne, zijn al heel lang samen en als hij haar naam uitspreekt is dat met veel tederheid. Ik dacht even dat het over de brexit ging, mompel ik, om een pijnlijke stilte te doorbreken. Al is dat gedoe evenmin iets om vrolijk van te worden. Nee, het gaat niet over de brexit, zegt Stuart. Al is dat een mogelijke interpretatie: als gevolg van de brexit moet ik afscheid nemen van heel wat Engelse vrienden. Ik weet niet of ik nog vaak zal teruggaan. The Amputees gaat niet over één bepaalde persoon. Een huwelijk of een relatie verloopt met ups en downs, dat zal je wel bekend zijn, als je al zo lang getrouwd bent als jullie. Je hebt zo van die wanhopige momenten, échte dieptepunten. Wat betekent je huwelijk nog? Opeens zie je jezelf terug in het verleden, toen je liefde nog pril en onaangetast was. Opeens mis je de vrouw die zij toen was. Het jonge meisje. Je zou willen dat je kon terugkeren, wat niet mogelijk is. Het lijkt op een scheiding. Maar zo’n ogenblik van wanhoop is natuurlijk niet het einde. Nadien sta je weer met je voeten op de grond. Je verzoent je met wie jullie nu zijn. Maar het resultaat van dat moment van vertwijfeling is The Amputees.

kicking

Voor waardevolle muziek moet je online gaan, op YouTube of elders gaan zoeken, zegt Stuart. Op de radio valt niets meer te beleven. Bewonderenswaardig aan België, aldus de zanger, is onze diversiteit, zeker op cultureel en muzikaal gebied. Dat zegt hij omdat hij een groot stuk van de dag naar Radio Centraal heeft geluisterd. Daar hoor je wél nog andere muziek. De radiomakers van Centraal zijn niet bang voor experiment, mislukking, onzuiverheid, kunst. Dat is natuurlijk wel een geval apart, meer dan die zender kun je niet afwijken van de aanvaarde radiofonische concepten.
Je hoort vandaag opnieuw uitstekende muziek, zegt Stuart. Dat vond hij tien jaar geleden niet. Het was toen gedaan met betere rock, indie, r&b, noem maar op. Maar nu staan de zaken er weer beter voor. Kendrick Lamar bijvoorbeeld is fantastisch.
Nick Cave, die van Kicking Against the Pricks, was voor Stuart een openbaring. Tindersticks is het stadium van bewondering al een poos ontgroeid. Je hoort geen de duidelijke invloeden meer in hun composities, in hun sound. De songs van Tindersticks zijn door en door van Tindersticks. Maar destijds waren Nick Cave & the Bad Seeds invloedrijk. De manier waarop Nick Cave composities aandurfde die eigenlijk buiten zijn vocaal bereik lagen is bewonderenswaardig. Hoe hij Something’s Gotten Hold Of My Heart van Gene Pitney aanpakt, dat is subliem. Je moet veel moed hebben om zo’n moeilijke song aan te durven. Gene Pitney was een geweldige zanger, vind je niet? Jazeker, zeg ik, ik heb altijd zielsveel gehouden van I’m Gonna Be Strong en I Must Be Seeing Things. Fantastische zanger, beaamt Stuart. Nick Cave heeft een jongere generatie ertoe aangezet om naar Elvis Presley, Roy Orbison en Mickey Newbury te gaan luisteren, zeg ik. Ja, dat is een grote verdienste van hem, zegt Stuart. De Nick Cave van nu boeit me niet meer zo, gaat hij verder. De bezieling is een beetje verdwenen.
Wat denk je van Alex Chilton? Ook hij heeft zo’n ‘pedagogische’ rol gespeeld. Rockabilly, country, soul, jazz, het kwam allemaal bij hem aan bod. Ook hij wees naar grote voorbeelden uit het verleden. Ook hij zong liedjes die hij niet aankon, maar deed het toch met verve. Jammer, dat hij er maar weinig erkenning voor kreeg. Ach, zegt Stuart, ik denk niet dat hij daar wakker van lag. Hij deed het voor de muziek, succes maakte hem niet veel uit. Hij was trouwens een buitengewoon songschrijver. Holocaust is een van de mooiste liedjes die ik ken, zegt Stuart. Townes Van Zandt is ook zo iemand, en er zijn er nog. Muzikanten die het niet voor de roem deden, maar for the sake of the song.
Ik vraag hem of hij Hurray for the Riff Raff kent, de band van Alynda Lee Segarra. Nee, maar ik zal er naar luisteren, zegt hij.

We praten over Claire Denis. Stuart Staples en Tindersticks maakten de soundtracks voor bijna al haar films sinds Nenette et Boni (1996). Ze is een heel bijzondere vrouw, zegt Stuart. Je maakt haar niets wijs. Ze is al redelijk oud, zeker in de zeventig, maar ze laat zich door niemand doen, ze gaat altijd haar eigen weg. Beau Travail, over het Franse vreemdelingenlegioen, is mijn favoriete film van haar, en Trouble Every Day. Die twee zijn inderdaad subliem, maar op dit ogenblik gaat mijn voorkeur naar 35 Rhums, zeg ik. (De titel wil mij eerst niet te binnen schieten, en ik plaats het verhaal per abuis in Marseille, terwijl het in een Parijse banlieue van Parijs speelt. Stuart weet meteen welke film ik bedoel, noemt de titel maar corrigeert me niet wat betreft de plaats van handeling. Een echte gentleman.)

claire denis

Wat klinkt de nieuwe plaat toch geweldig. Opvallend is het gitaarspel. Ik hoor opeens een echo van the Velvet Underground, meer bepaald van Pale Blue Eyes. Stuart glimlacht even. Neil heeft nooit beter gitaar gespeeld dan op deze plaat, zeg Stuart.

Stuart en Suzanne wonen al lang in Frankrijk. Ik dacht dat ze daar tevreden waren met hun leven, maar nu blijkt dat hij naar Griekenland wil verhuizen. De Grieken hebben iets anarchistisch, vindt hij. Zeker nu. Ze aanvaarden geen gezag meer. Je voelt bij hen een immens verlangen naar vrijheid. Waar in Griekenland? In Ithaka, het kleine eiland waar Odysseus vandaan kwam en naar waar hij na zijn omzwervingen terugkeerde. Dan wordt Suzanne je Penelope die op je zal wachten tot je terugkeert van een tournee. Suzanne zal niet lijdzaam zitten wachten, neem dat maar van me aan. Ik vertel hem het tragische verhaal van mijn schoonbroer, Bruno, op het eiland Mykonos. Stewart luistert aandachtig. Die moderne tragedie zal hem echter niet tegenhouden om als het ogenblik gekomen is naar Ithaka te verhuizen. Het is maar een klein eiland, 96 vierkante kilometer. Er wonen slechts drieduizend mensen. Het is er veilig.
Je zou net zo goed in Portugal kunnen gaan wonen, nog een Europees land dat zich op positieve wijze onderscheidt van de rest van ons continent. Ja, Portugal is ook een mogelijkheid. We hebben er vaak met veel plezier opgetreden. Portugezen zijn fijne mensen. Maar het wordt er erg druk. Grote Franse bedrijven investeren nu in Portugal. Er is heel veel toerisme in Lissabon en Porto. Ik houd van de platen van Madredeus, voegt hij eraan toe. Ik heb de groep leren kennen in de film van Wim Wenders, Lisbon Story (1994), ik werd meteen verliefd op Teresa Salgueiro, zeg ik. Om te rusten leg ik nogal eens hun plaat O Paraiso op. Dat bedoel ik niet negatief, eerder als lof. Soms val ik erbij in slaap, soms bereik ik er de grenzen van het paradijs mee. Soms word ik er voor enkele minuten toegelaten. Stuart glimlacht. Ik begrijp wat je bedoelt, zegt hij. Je kunt er bij wegdromen.

dav

[1] Foto’s van de videoclip voor de single The Amputees. Regie en knipwerk: Stuart Staples. Foto’s: Neil Fraser. Art direction: Suzanne Osborne.]

Afbeeldingen: The Amputees, foto’s tegen de wand in Coffee & Cigarettes, Martin Pulaski; Tindersticks, 2019, Richard Dumas & Suzanne Osborne; Nick Cave & the Bad Seeds, Kicking Against the Pricks; Claire Denis, fotograaf onbekend; Stuart Staples en ik in Coffee & Vinyl, Agnes Anquinet.