ALLEEN MAAR ADEM EN HUID

davidson_wales-1965.jpg

“De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan…” Mocht je kunnen zou je naar de verste uithoeken van de aarde reizen. Op de wereldkaart kijken en een willekeurige bestemming selecteren. Als kind wilde je al – samen met je oudere broer – ontdekkingsreiziger worden. Maar je kunt niet naar de verste uithoeken en er valt ook niets meer te ontdekken. De verste uithoeken zijn illusies, die voor eens en voor waarschijnlijk altijd tot het spektakel behoren. Tot de reisprogramma’s op televisie en de bijlagen van de kwaliteitskranten. In de keuze van je bestemmingen is er wel altijd een willekeur aanwezig. Maar je moet met allerlei factoren rekening houden: geld, zwakke gezondheid, ongedierte, afkeer van luchthavens, afwezigheid van verste uithoeken.

Je hebt vrienden die veel reizen. De ene dag zitten ze daar, de andere dag al daar; waar ze neerstrijken is altijd een verrassing. Maar vaak ook niet. Er lijkt een systeem in hun manier van reizen te zitten, en zeker in wat zij als bestemming kiezen. Misschien minder in de weg ernaartoe? Hun reizen zijn, denk je, in zekere zin doelgericht, zinvol, hebben nuttigheidswaarde – waar je hoegenaamd niets negatiefs in ziet. En of zij een grote ecologische voetafdruk maken? Wat maakt jou dat uit? Je vrienden zijn geen fabrieken, geen vliegtuigmaatschappijen, geen kernreactoren.

Jouw manier van reizen, waarbij de ecologische voetafdruk je evenmin zorgen baart (je leeft een bijzonder verantwoord leven wat dat betreft), is echter anders. Je reist anders dan zij, maar ook anders dan in de dagdromen van je kindertijd. Je verlangt niet naar ontdekkingen, zelden of nooit hoor je de lokroep van exotica, van nieuwe grenzen, van halfnaakte Balinese danseressen, van de ongerepte natuur en de wildernis. Er bestaat geen wildernis noch een ongerepte natuur. Je bestemmingen, nooit doelbewust of op basis van duidelijke plannen gekozen, zijn meestal dicht bij de deur. Grote steden, kleine steden of ergens dichtbij de oceaan. Meestal weet je al van tevoren wat je er zult aantreffen: geen verrassingen. Maar aangezien willekeur een belangrijke factor is bij de keuze van je bestemmingen is het toch heel goed mogelijk dat je wel verrast wordt. Net zoals wanneer je in je eigen stad de deur uitgaat en een ander parcours neemt dan datgene wat je vertrouwd is. Maar is het je daar om te doen? Wil je verrast worden door wat je vertrouwd is? En het gedwongen planmatige aspect van je keuzes houdt uiteraard eveneens de mogelijkheid in dat je verrast wordt. Want worden plannen niet altijd in mindere of meerdere mate gedwarsboomd?

Je reist, denk je, vooral om terug te kunnen keren, om weer naar huis te kunnen gaan. Niet noodzakelijk naar het huis waar je nu in woont, maar naar iets wat je bij gebrek aan een betere term ‘het oorspronkelijke huis’ durft noemen. Je bent ervan overtuigd dat dat huis, eigenlijk is het een ‘thuis’ (maar heel zeker geen ‘tehuis’) niet bestaat, nooit bestaan heeft, nooit zal bestaan. Maar als je op je bestemming bent aangekomen en je verlaat daar voor de eerste keer (of de tweede, derde keer) je hotel, dan neem je iets waar, een soort van metafysische tegenwoordigheid, wat je herinnert aan die oorsprong. Waar je misschien vandaan komt, maar misschien ook niet, want het kan net zo goed een voorstelling zijn, iets wat je je inbeeldt. Je loopt door de enigszins vreemde straten met het gevoel dat het de straten van het eerste begin zijn, van je verleden dat er nooit is geweest.

Je gaat op reis zonder er al te veel over na te denken. Maar toch gaat het om een fenomeen dat aandacht vraagt, dat misschien wel een diepere zin geeft aan je leven. In de oorden waar je naartoe trekt hoop je – meestal onbewust – de oorsprong aan te treffen van je leven, een oorsprong die er niet geweest is. Vooral hoop je er manieren te vinden om er naar terug te kunnen keren. Terug te keren naar het begin – toen er nog geen woorden waren, geen muren, geen huizen, geen straten, alleen maar adem en huid.

Ω

Foto: Bruce Davidson, Wales, 1965.

DE TERUGKEER VAN PULASKI: ZERO DE CONDUITE

sykes.jpg

Begin mei dit jaar maakte ik mijn (toen) voorlopig laatste Zéro de conduite voor Radio Centraal. Na bijna vijf maanden, waarvan drie maanden in een ziekenhuis, een gevecht met de dood en het begin van een lange revalidatie die op z’n minst een jaar zal duren, ben ik terug met een nieuwe aflevering. Het werd tijd, de inboorlingen werden ongeduldig. Of stel ik me dat maar voor? Omdat de muziek gedurende die vijf maanden tot een onoverzichtelijke jungle is aangegroeid kon ik me niet beperken tot één thema. Ik wilde heel graag wat recente songs draaien. Toch begin ik met een mini-thema: Memphis en songs over Memphis, met enkele uitstapjes naar Philadelphia en Muscle Shoals. Dat is de eerste helft van deze halflevering. In de tweede helft draai ik de nieuwere songs. Veel luisterplezier.

 

Booker T & the MG’s – Day Tripper – McLemore Avenue

Eddie Floyd – Things Get Better – It Came From Memphis: the Legendary Sound Of Memphis

Jimmy Hughes – It’s A Good Thing – Why Not Tonight?

Betty Wright – He’s Bad, He’s Bad -The Platinum Collection

Candi Staton – Sweet Feeling (Old Time Feeling) – Evidence: The Complete Fame Records Masters

Charlie Rich – Life Has It’s Little Ups And Downs – Set Me Free / The Fabulous Charlie Rich

Elvis Presley – Any Day Now – From Elvis In Memphis

Dusty Springfield – I Can’t Make It Alone – Dusty In Memphis

Al Green – I’m So Lonesome I Could Cry – Call Me

Rufus Thomas – The Memphis Train – The Platinum Collection

John Hiatt – Memphis In The Meantime – Bring The Family

Rod Bernard – Memphis – Swamp Rock ‘n’ Roller

Felice Brothers – Memphis Flu – Yonder Is The Clock

Alex Chilton – Take It Off – High Priest

Travis Wammack – Scratchy – It Came From Memphis: the Legendary Sound Of Memphis

The Band – (I Don’t Want To) Hang Up My Rock ‘n’ Roll Shoes  (Chuck Willis) – Rock Of Ages

Bobby Charles – Grow Too Old – Bobby Charles

R.E.M. – Bang And Blame – Monster

Wilco – I Might – The Whole Love

The Jayhawks – She Walks In So Many Ways – Mockingbird Time

Jesse Sykes & The Sweet Hereafter – Marble Son – Marble Son

Fleet Foxes – Battery Kinzie – Helplessness Blues

Israel Nash Gripka – Red Dress – Barn Doors & Concrete Floors

Drive-By Truckers – Pulaski – Go-Go Boots

Steve Earle – Meet Me In The Alleyway – I’ll Never Get Out Of This World Alive

Ry Cooder – I Want My Crown – Pull Up Some Dust And Sit Down

William Fitzsimmons – Beautiful Girl – Gold In The Shadow

Gillian Welch – Six White Horses – The Harrow & The Harvest

Thurston Moore – Blood Never Lies – Demolished Thoughts (p: Beck)

Low – Something’s Turning Over – C’mon

Bon Iver – Towers – Bon Iver

My Morning Jacket – Outta My System – Circuital

candi-staton-evidence-(cd).jpg
Research & presentatie: Martin Pulaski
Presentatie & techniek: Sofie Sap

IN EEN KOUDER KLIMAAT

Ik ben terug uit Italië. Triëste, Muggia, Ferrara, Bologna, Venetië. Onvergetelijke landschappen en steden. De muziek van de Italiaanse taal. Kunstwerken, schittering van water, de sterren aan de hemel. Heel verward ben ik, zit ik hier nu met al die indrukken die ik nog moet verwerken. Het is een aangename chaos, die nochtans als een zwaar gewicht op mijn denken en voelen drukt. Ik heb tijd nodig om er orde in aan te brengen, zoals ik dat in mijn dromen doe. (Want de meeste dromen die ik droom gaan over orde scheppen.)
Ach, ik vergat nog de mooie,  sexy Italiaanse vrouwen. Vandaag of morgen ben ik hier terug om weer ‘de oude’ te zijn, en om wat meer in details te treden.
Inmiddels heb ik vastgesteld dat ik in geen enkel lijstje meer voorkom. Je gaat twee weken op reis en je bent geschrapt. Bij skynetblogs is uit het oog blijkbaar uit het hart? Nog een geluk dat ik geen wereldreis heb gemaakt. Het is een harde wereld. Maar wat doe je eraan? Het zijn trouwens maar lijstjes. Wat telt zijn de lezers, de vrienden.

HET SPOOR GEVONDEN

Ik droomde van een reis en vooral van de terugkeer. Op de terugreis naar de hoofdstad moesten we onverwacht ergens overstappen. In the middle of nowhere zoals sommige mensen zeggen. Er viel nauwelijks een station te bespeuren. Wel was het landschap rondom van een intense schoonheid. Duizenden klaprozen in de zonovergoten velden naast de sporen. Blauwe korenbloemen in de wilde velden. Jonge sparren erachter. Geen wolk in de lucht. Ik wist dat we op spoor twee moesten zijn. Nergens was een richting aangegeven. Geen pijl, geen nummer, geen naam. Na lang zoeken, via overwoekerde paden en ondergrondse doorgangen, had ik het juiste spoor gevonden. Ik voelde iets van een triomf. Veel later kwamen de medereizigers aan. Eerst deden zij net of ze me niet zagen. Ze wilden niet toegeven dat ik lang voor hen het juiste spoor had gevonden. Na een tijdje zei een van hen: o, ben jij hier ook al? In een droom.