BADLANDS

Ik las dat Terrence Malicks ‘Badlands’ nu op Blu-ray verkrijgbaar is. De film, een klein meesterwerk, kwam veertig jaar geleden uit. Hij betekende de doorbraak voor Martin Sheen (Kit) en Sissy Spacek (Holly). Warren Oates schitterde in de bijrol van Holly’s vader. Maar de echte kunstenaar was de toen volstrekt onbekende regisseur: Terrence Malick.

‘Badlands’ was zijn eerste en naar mijn mening ook meteen zijn beste film. Het thema: de oorspronkelijke onschuld en de (zonde)val, zonder opvallende religieuze connotaties. Het machteloze individu verliest zichzelf in een zielloze maatschappij, waar de wet van het geld heerst en het sociale leven bepaald wordt door het spektakel. Twee doorsnee jongeren, verblind door de alomtegenwoordige populaire cultuur (vooral radio en film, met sterren als James Dean en Marylin Monroe), krijgen geen kans om een rijke identiteit op te bouwen. Hun onschuldige liefde mondt uit in brutaal geweld.

‘Badlands’ is een poëtische blik op de alledaagsheid en de onverschillige, gewetenloze misdaad. Malick dompelt de enkeling onder in een landschap dat elke vorm van onschuld/schuld opheft . De regisseur houdt zich ver van psychologische interpretatie, wellicht vanuit het besef dat poëzie en psychologie elkaars grootste vijanden zijn.

Waarom al die doden? Zomaar. Het verhaal is gedeeltelijk gebaseerd op waar gebeurde feiten: de Charlie Starkweather-moorden in de jaren vijftig. Bruce Springsteen heeft er een song over gemaakt, met dezelfde titel. Badlands is de streek in North-Dakota waar deze omineuze dingen zijn gebeurd. Maar Malick distantieert zich van die specifieke plaats, tijd en omstandigheden. Op die manier slaagt hij erin een verhaal te maken dat los staat van tijd, geschiedenis en moraal.

‘Badlands’ is verwant aan de gedichten van Rimbaud en aan sommige films van Nicholas Ray. Wat je te zien krijgt is een alchimistisch kunstwerk. Eens gezien, of liever: ervaren, blijft het nog jarenlang in je nazinderen. Bij mij al bijna veertig jaar.

 

DE GEBROKEN HANDEN VAN DE GITARIST

Als ik wat gitaar zit te spelen of, tijdens zeldzame momenten, zeldzamer dan het aantal keren dat wij de volle maan aanschouwen, wat improviserend zit te ‘zingen’, gebeurt het wel eens dat ik door een onbepaalde, bijna dierlijke – en waarschijnlijk onnodige – angst gedwongen word op te houden, zo al niet met gitaarspelen, dan toch zeker met zingen, als Laura toevallig de kamer binnenkomt.

Terrence Malicks broer heeft zijn eigen handen gebroken. Hij was een leerling van de gitarist Andres Segovia, zeer waarschijnlijk had hij nogal wat talent, maar hij vond zijn gitaarspel toch niet goed genoeg. Een perfectionist, die uiteindelijk zelfmoord pleegde. Zijn broer de regisseur is overigens ook een soort van perfectionist; hij maakte in meer dan dertig jaar tijd slechts vier films: Badlands (1973), Days of Heaven (1978), The Thin Red Line (1998) en nu The New World (onder meer over Pocahontas).

Het verhaal over Terence Malick’s broer wordt uitgebreid verteld in ‘Easy Riders, Raging Bulls’ van Peter Biskind. Dat is een uitstekend en erg meeslepend boek over een aantal belangrijke Amerikaanse regisseurs die hun hoogtepunt kenden in de jaren ‘zeventig: Bogdanovich, Scorsese, Coppola, Ashby, Friedkin, Rafelson, Lucas, Spielberg, Hopper. Ik las het boek enkele jaren geleden in een hotel in Madrid. Ons hotel, op de Gran Via, was ingepakt in immense reclame-affiches voor Todo sobre mi madre.
Ik las ergens dat Segovia goed bevriend was met onze koningin Elizabeth en met Prins Chigi van Siena.

CHRISTINA’S WORLD – ANDREW WYETH

Christina’s World van Andrew Wyeth (1948), in het Museum Of Modern Art in New York.

Zo’n werk dat je altijd bljift fascineren. Het spreekt me meer aan dan alles wat Edward Hopper ooit heeft geschilderd – waarmee ik niets negatiefs over het oeuvre van Hopper wil zeggen. Christina’s World was een belangrijke inspiratiebron voor de fotografie van Terrence Malicks ‘Days Of Heaven’.

OM WOORDEN GAAN (EEN OMMETJE)

Het blijft een beetje stil in deze kamer. Woorden laten zich niet om de tuin leiden of in de luren leggen. Je ligt wel op de loer. Maar ze houden zich stil. Afwachten. Een smeulend vuurtje. Een vonkje. Maar je hebt ze wel nodig, zoniet word je wanhopig.

Ach, jongen, maak eens een ommetje in de herfslucht. Dat zal je goed doen. De bomen, de auto’s, hier en daar een voetganger.