RETROSPECTIEF PAUL RIGAUMONT

UITN_CCM_PAUL RIGAUMONT (1)

Volgende zondag 23 september om 11 uur in Atelier Paul Rigaumont, Braziliëstraat 38, 2000 Antwerpen:

boekpresentatie: ‘retrospectief Paul Rigaumont’ met Olga Rigaumont-Tanghe, Martin Pulaski / Matti Brouns en Christian Van Haesendonck

en tentoonstelling ‘subj. zkt. obj. (Paul Rigaumont and Friends)’ met werk van Paul Rigaumont, Guillaume Bijl, Francis Denys, Michel Kolenberg, Menno Meewis, Fred Michiels, Anne Niveau, Ria Pacquée, Albert Pepermans, Maggie Richardson, Paul Rigaumont, Marc Schepers, Leo Steculorum, Guy van den Heule, Christian Van Haesendonck, Tamara Van San en Jan Van Veen.

HET WERELDBEELD VAN FRANCIS BACON (in 2013)

14_francis-bacon_three-studies-for-a-crucifixion_1962.jpg

Het heeft even geduurd maar nu neem ik de draad weer op van mijn ‘toevallige’ genealogie. Hoewel invloeden en bewondering toch bijna altijd op zijn minst zijdelings, terloops, naar boven komen.

Toevallig, want ik begin inderdaad te vermoeden dat wat mij op ‘geestelijk’ gebied altijd al heeft aangesproken het gevolg is van toevallige omstandigheden en situaties. Net zoals je toevallig mensen ontmoet met wie je het goed kunt vinden, kom je soms oog in oog te staan met kunstwerken die je ontroeren, of boeken die je naar binnen zuigen in hun wereld, of muziek die je voorbij de regenboog brengt.
Zo bezocht ik op een zonnige dag in 1973 het nog jonge Europalia, toen aan Groot-Brittannië gewijd. Daar trof ik niet alleen werk aan van de reus William Blake, met wiens mystieke gedichten ik al enigszins vertrouwd was en van David Hockney, die ik kende dankzij de documentaire ‘A Bigger Splash’, maar ook van Francis Bacon van wie ik nooit eerder had gehoord. Ik weet niet meer welk werk van Bacon het was dat mij zo van mijn stuk bracht, maar ik herinner me wel nog heel goed dat ik flink door elkaar geschud werd. Sinds die dag kijk ik op een andere manier naar kunst, heb ik er een andere band mee, en ben ik zelf ook anders. Sinds die dag ben ik verslaafd aan Bacon.

francis_bacon__studies_for_a_portrait_of_peter_beard_i-139-1.jpg

In 1977 verscheen in het filosofisch tijdschrift Aurora mijn semi-autobiografische tekst ‘Het wereldbeeld van Francis Bacon’. Die was het product van drie jaar opzoekingen, onder meer in de Albertina, maar ook op andere plaatsen. Op den duur was ik zo ondergedompeld in de geest van Bacons werk dat ik er bijna overal sporen van aantrof. In mijn archiefkast staan nog meerdere cahiers vol aantekeningen ter voorbereiding van het experimentele ‘verhaal’*. Ik durf er nauwelijks in lezen: bijna uit alles, behalve de citaten, wordt duidelijk dat ik op de rand van de waanzin balanceerde.
Ik denk dat het om die reden is – angst voor waanzin en afgrond – dat ik deze nieuwe tekst, hoe realistisch ik ook probeer te zijn, niet naar behoren geschreven krijg. Het moet, maar ik kan niet, het is een onmogelijke opdracht.
Het vreemde is dat ik zulke angsten helemaal niet heb als ik reproducties bekijk – ik heb enkele mooie monografieën en een voortreffelijke catalogus uitgegeven in 1996 door Centre Georges Pompidou – of als ik zijn werken in musea/tentoonstellingen aantref. Integendeel: de figuren op zijn doeken zijn me al zo vertrouwd dat ik ze haast als familieleden ben gaan beschouwen. Bijna, maar nog niet helemaal, ken ik er elk trekje van.

Ik hoop dat deze schaarse woorden voorlopig volstaan als uitdrukking van mijn onvoorwaardelijke bewondering voor deze ongeëvenaarde kunstenaar. Voor mijn liefde voor zijn kunst en zijn techniek, zijn vaardigheid, zijn kijk op de mens, op de erotiek en op het geweld dat wij dagelijks plegen. Ja zelfs dat bewonder ik in Francis Bacon: de gruwel, de horror, het afschuwelijke. Francis Bacon heeft niemand mij cadeau gedaan: ik stond oog in oog met zijn werk en daar was hij, meteen diep in mij, in een ogenblik was het gebeurd, zoals liefde op het eerste gezicht. Na al die jaren is de aanvankelijke waanzin weggeëbd, maar zijn beelden zijn gebleven, ik zie ze op straat, in winkelcentra, in hotelkamers, op recepties, in vliegtuigen, hier thuis als ik in de spiegel kijk of als ik vrienden ontvang, ik zag ze in het gezicht van mijn stervende vader, mijn stervende moeder, ik zag ze op polaroids van mezelf, waarop ik zwaar toegetakeld door crimineel tuig stond afgebeeld. Het zijn meestal geen prettige beelden, maar er zit zoveel diepe, diepe lust en schoonheid in. Het is de lust die eeuwigheid wil maar tegelijk tragisch en kwetsbaar is en ten onder moet gaan.

francis bacon 01.jpg

*Dat verhaal, ‘Het wereldbeeld van Francis Bacon’, is te lang voor een blog. Misschien dien ik u later wel enige fragmenten toe.

Reproducties: Three Studies For A Crucifixion, 1962; Study For A Portrait Of Peter Beard, 1976; Second Version Of Triptych, 1944

6

SCHMERZ / PAIN / PIJN

IMG_5963 (2)

In Berlijn bezocht ik in het Hamburger Bahnhof – Museum für Gegenwart een tentoonstelling over pijn, ‘Schmerz’. In het Duits klinkt het tegelijk pijnlijk en troostend, je hoort in het woord de echo van de ‘compassio’. Ik vond deze tentoonstelling zo op mijn lijf geschreven – zelfs voor ik er nog maar iets van gezien had – dat ik er haast niet naartoe durfde. Als ik een artikel lees over een of andere ziekte, moet je weten, krijg ik die ziekte zelf bijna meteen, of op zijn minst de symptomen ervan. In het Museum für Gegenwart is er echter zoveel pijn te zien dat je die onmogelijk tijdens een – zelfs lang – mensenleven allemaal kan voelen. Op de affiche van Schmerz / Pain staat een detail van een van die vele kruisigingen van Francis Bacon. Op het werk uit 1965 heeft de Gekruisigde heel wat trekken van een beest, met name een varken. Bij Bacon roept de kruisiging van Christus immers vooral associaties op met het slachthuis. Op die wijze schildert hij zijn ‘Crucifixion’. Een beestige mens zit vast aan een bijna onzichtbaar kruis. Overigens zijn specialisten het niet eens over het aantal spijkers dat werd gebruikt om Jezus te kruisigen. Waren het er drie of vier? Op de tentoonstelling is zulke spijker te zien, geen echte natuurlijk, maar wel een die eeuwenlang ‘aanbeden’ werd. In de middeleeuwen en later nog waren de mensen zeer nieuwsgierig naar het lichaam van Christus, dat zoveel geleden had, maar dat ook goddelijk was. Want Christus is natuurlijk de zoon van God. Hij is mens geworden, zo staat geschreven, maar heeft hij ook organen, ingewanden? Er zijn heel wat afbeeldingen waarop Jezus te zien is met een opengesneden buik, waarin je zijn organen duidelijk kunt zien. Er bestaan ook beeldjes met een luikje in de buik. Dat kun je openklappen. Kijk, Jezus heeft inderdaad organen! Ongelovige Thomas is nu overtuigd van Jezus’ mens-zijn en van zijn pijn en lijden.
Nu moet je niet denken dat de hele pijntentoonstelling over het lijden van Christus gaat. Er is een schitterend werk te zien van Tiepolo. De reproductie ervan staat hieronder. Agatha’s borsten werden afgehakt. Degene die de gruweldaad heeft begaan staat naast haar, met het bebloede zwaard nog in de hand. Aan haar andere zijde bevindt zich een jongeman met een schaal waarop de afgehakte borsten. In de blik van Agatha lees je niet enkel pijn maar ook extase. Die verwevenheid van pijn en genot wordt in ‘Schmerz’ voortdurend benadrukt. Naast kunstwerken zijn er talloze gebruiksvoorwerpen uit de geneeskunde en vooral de chirurgie te zien.

Ik ben eerst naar de permanente collectie gaan kijken, maar alleen naar de zeer indrukwekkende installaties en doeken van Anselm Kiefer. Meest opvallend is het gigantische loden werk Census (Volkszählung) uit 1991, met de enorme grijze, loden boeken. Lood wordt toegeschreven aan Saturnus, de planeet van de rampspoed. De hoofdthema’s in de saturnische kunst van Anselm Kiefer zijn vernieling, oorlog en dood. Maar ook de afwezigheid van de goden, daarin beïnvloed door de poëzie van Hölderlin en Celan.

De rest van de tentoonstelling moet je gaan bekijken in het nabijgelegen Charité-ziekenhuis. Daar ben ik weggevlucht, omdat het er vooral om zieke organen ging, netjes gecatalogiseerd en in rekken achter vitrines gerangschikt. Eerst krijg je de hersens met de goed zichtbare tumoren, daarna de levers, door cirrose aangetast, de van het roken zwarte longen, de door artrose kromgetrokken voeten, enzovoort. Zoals ik al eerder schreef ben ik naar café Oranium gerend, om me daar met enkele Krusovices wat nieuwe moed in te drinken. De pijn echter is gebleven, nu weer eens hier, dan weer daar.

CINDY SHERMAN IS GEEN SEKSPOES

cindy sherman

In Berlijn heb ik goed geleefd, goed gegeten, veel gedronken, soms lange en heerlijke gesprekken gevoerd, lekker geslapen in mijn eenzame, rustige kamer, oude vrienden en oude Duitsers ontmoet – en vooral veel kunst gezien. In het Martin-Gropius Bau, een museum dat als gebouw al indrukwekkend is, bezocht ik een tentoonstelling van Cindy Sherman, een kunstenares waar ik soms wel eens mee dweep. Je kunt zonder moeite reproducties van haar werk op internet vinden. Ik houd vooral van haar vroeger werk, in de eerste plaats de Untitled Film Stills omdat ze zulke vreemde gevoelens oproepen. Stuk voor stuk doen ze aan films denken die je al gezien hebt, maar je beseft tegelijk ook dat het niet klopt, er is altijd een verschil, iets wat je belet je te verliezen in herinneringen of associaties. Toch voldoen de beelden aan je verlangen naar fictie. Ook Shermans Rear Screen Projections vind ik sterk. Het grote verschil met de Film Stills is dat ze in kleur zijn en veel groter. Toch hebben ze ook iets filmisch. Heel bekend is het beeld van de jonge vrouw die met de fiets aan de hand een drukke autosnelweg oversteekt.
Later werk spreekt me minder aan, of vind ik ronduit afschuwelijk: bijvoorbeeld de obscene anti-seksuele Sex Pictures en de werkelijk lelijke serie Clowns uit 2003-2004. In de art shop van het museum zag ik een boekje liggen van de oude Duane Michals, die daarin de draak steekt met Cindy Sherman. Volgens hem is ze het tegendeel van een kunstenaar, ze speelt dat ze kunstenaar is. De keizerin heeft geen kleren aan. Gedeeltelijk heeft hij gelijk, maar mijn mening over haar vroege werk wil ik toch niet herzien.
Ik bezocht tijdens mijn week in Berlijn nog heel wat andere galerijen en musea, onder meer het zeer mooie Berggruen Museum. Als het mij niet gaat tegensteken om erover te schrijven zal ik het over die andere bezoeken de volgende dagen hebben.

Afbeelding: Cindy Sherman – Untitled # 66, 1980.