REIZEN IN DE REGEN

Giacomo-Casanova

  1. De voorbije dagen had ik weinig dorst.
  2. Woensdag was ik om beroepsredenen in De Panne, net na de door komkommers druk becommentarieerde wolkbreuk. Het was een dwaas idee erheen te reizen met de trein, er reeds zelfs geen kusttram meer. In bijna elke straat in De Panne stond een brandweerwagen een kelder leeg te pompen. Waar ik zijn moest, kon ik niet geraken.  Ik stapte een restaurant binnen, helemaal leeg, en vroeg of ik iets kleins kon eten. Dat zou ik je afraden, antwoordde de kelner, je gaat beter op de dijk, daar zijn heel wat zaken waar kleine hapjes op het menu staan. Dat heb ik dan maar gedaan, helaas. Na een zurige sla met smakeloze garnalen en een glas even smakeloze witte wijn ben ik onverrichter zake naar Brussel teruggekeerd. Voor in de trein was nog een behaaglijk eenzame plek. Maar net toen de trein vertrok kwamen drie vreemdelingen bij me zitten, wat lichte ergernis bij me veroorzaakte, niet omdat ze vreemdelingen waren, maar omdat ik nu niet meer zou kunnen lezen. Mijn positieve was in een negatieve eenzaamheid veranderd. Ik probeerde dan maar hun nationaliteit te raden, wat niet wilde lukken. Welke taal spraken deze mannen? Net voorbij Koksijde kwam de treinbegeleidster de kaartjes nakijken. Geen van de drie reizigers had iets wat op een treinkaartje leek in zijn bezit. Ze gingen ervan uit dat ze gratis naar Brussel mochten. In Lichtervelde, een halte of twee verder, moesten ze uit de trein. Ik vraag me nog altijd af wat er met deze mensen daarna is gebeurd. Hoewel ik nu weer alleen was heb ik toch niet meer gelezen.
  3. Gisteren zijn we naar de Ardennen gereden. Ik zat achter in de auto en wierp af een toe een mistroostige blik op een beregend landschap. We moesten in Dinant zijn, in Marche-en-Famenne en nog een aantal plaatsen, ik weet al niet meer welke. Het nieuws op de autoradio ging over files, overstromingen in Duitsland en Zwitserland en Joëlle Milquet. Het Vlaamse journaille vond het een schande dat mevrouw Milquet zich voor ongeveer twaalf uur aan de politieke onderhandelingen had onttrokken om haar kinderen op te zoeken. Wat een misplaatste verontwaardiging – en dat terwijl de menselijke beschaving en de hele wereld zeer snel hun einde tegemoet snellen. In Marche-en-Famenne zijn we gestopt om een hapje te eten. Ik had aan een typisch streekgerecht gedacht, paté, boerenworst, eend, wild zwijn, paddestoelen, maar het regende, we wilden geen natte voeten krijgen en we vonden geen typisch Ardens restaurant. Op de grote markt van het stadje hebben we een Marokkaan aangetroffen en daar hebben we dan maar couscous gegeten. Wat zouden de velden en de bossen er mooi hebben uitgezien, glooiend in de zon. Nu was alles donker en grauw. Ik verlangde alleen maar naar huis. Dit was mijn laatste werkdag, het einde van een bizarre week. Alle mensen en dingen om me heen leken vreemd en ver, alsof ik er niet echt bij hoorde, alsof ik me al elders bevond.
  4. Vandaag heb ik mijn koffers gepakt. Morgen heel vroeg vertrekken we naar Charleroi en van daar naar Treviso. Daar nemen we de trein naar Triëst, waar we een week blijven. Ik heb net gezien dat het er de volgende dagen zal regenen. Een week later reizen we verder naar Ferrara, vlak bij de Po, die dan misschien al buiten zijn oevers zal zijn getreden. Maar misschien ook niet. Een van mijn uitverkoren schrijvers, Giorgio Bassani was uit Ferrara afkomstig en heeft er veel over geschreven, het mooiste in De tuin van de Finzi-Contini’s. We beëindigen onze reis in de waterige stad Venetië, waar toeristen als vee worden behandeld, heb ik gehoord. Al deze negatieve berichten schrikken me niet af. Ik vertrek met veel plezier, zoals altijd, en ik houd van Italië. Zelfs de Venetianen zal ik in mijn armen sluiten, hoewel ik nooit zal vergeten dat ze destijds de grote avonturier en meesterlijke schrijver Casanova in hun gevangenis hebben opgesloten.  En na zonsondergang sluipt door de steegjes van Venetië een zeer boosaardige rode dwerg (zie ‘Don’t Look Now’ van Nicholas Roeg).
  5. Dit kun je onmogelijk een sexy rock & roll-leven noemen. Maar maakt het uit? De aanslagen, de invasie van Irak, de oorlogen – dat alles maakt iets uit.

DIEFSTAL EN RELIGIE

supermarkt,diefstal,slechte mensen,kassa,hope sandoval,religie

Er valt weinig te zeggen. De mensen in je omgeving stellen je teleur. Waarschijnlijk stel jij hen ook teleur. De verschillen tussen jou en hen zijn zo klein dat we elkaars dubbelgangers zouden kunnen zijn. Zolang we niet in de spiegel kijken of elkaar niet horen zingen. Een paar dagen geleden had ik nog eens een paniekaanval; even dacht ik te zullen sterven. Maar een half uurtje later werd ik weer rustig en wist ik dat ik mij veel te druk had gemaakt om zeer kleine dingen. Terwijl er al een god is die zich daarover ontfermt. ’s Avonds ging ik boodschappen doen in de Delhaize. Terwijl ik naar geschikte wijn liep te zoeken – Pinot Noir uit de Elzas – besefte ik dat er toch nog iets anders aan de hand was. Je hebt van die momenten waarop de wereld plots onheilspellend wordt, zonder dat daar een bepaalde reden voor is. Wat later werden mijn vlees, brood en paddenstoelen gestolen. Ik had het plastieken zakje met daarin een deel van mijn aankopen aan de kassa laten liggen. Niet langer dan een minuut. Het kassameisje – een veel te mooi woord voor de onbeschofte sloerie – trok de schouders op en keek me beschuldigend aan. Het was haar verantwoordelijkheid niet dat ik mijn boodschappen onbewaakt achterliet. Je moet het maar durven, scheen ze te willen zeggen. Vervolgens schrapte ze me uit haar bewustzijn. Ik bestond niet langer. De vraag is of ik eigenlijk wel besta. Weet jij het, mijn dubbelganger? Maar ook al besta ik misschien niet, ik laat me door de kleine mensen niet meer van mijn stuk brengen. Ook zonder te bestaan beteken ik veel en geef ik veel betekenis. (Ook aan minuscule dingen, die mijn aandacht niet verdienen.) De kleine, slechte mensen mogen mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen hebben. Ik heb jou, aan wie ik dit vertel, en ik heb de troost van de eenzaamheid en af en toe een “mensch” die in mijn woning binnenkomt. En als al die metafysica niet helpt, leg ik een plaatje op van Hope Sandoval, of ga ik naar de cinema, of naar het theater, zoals vanavond naar de onvolprezen KVS waar Arne Sierens me ongetwijfeld zal weten te boeien en vermaken. Hij zal mijn vlees, mijn brood en mijn paddenstoelen niet stelen. Religie geeft hij mij, maar van een soort die geen enkele god en geen enkele paus me kan geven. Nu ga ik de regen in, jou tegemoet, mijn legende.