VERMOEIDE STRIJDERS

 

enfant secret 2

Enkele dagen geleden zag  ik L’enfant secret van Philippe Garrel, een autobiografische film uit 1979 met Anne Wiazemsky, Henri de Maublanc, Elli Medeiros en Bambou. De soundtrack is van Faton Cahen, bekend of niet bekend van de Franse progressieve-rockband Magma. In L’enfant secret vertelt Garrel een liefdesverhaal gebaseerd op zijn relatie met de zangeres Nico. De titel verwijst naar het zoontje van Nico, Ari, dat door zijn vader, Alain Delon, nooit werd erkend.
Met Philippe Garrels filmstijl ben ik vertrouwd. Ik houd van zijn zwartwit, zijn lange stiltes, zijn trage camerabewegingen, zijn schaarse maar veelzeggende dialogen, zijn herhalingen. Zoals in al zijn films doen ook in L’enfant secret de acteurs en actrices aan underacting. Geen duidelijk zichtbare emoties bij de personages, wat niet belet dat je als toeschouwer toch met ze meevoelt. De film heeft vooral door zijn ritme en het vele donker een hypnose-effect. Je raakt bedwelmd: de kleine wereld die je op het scherm ziet en hoort wordt jouw eigen kleine wereld.

Het is mogelijk dat niet iedereen intimistische films als die van Philippe Garrel zo beleeft. Sommigen zullen zich ergeren aan de tegendraadsheid en de traagheid. Toen ik er gisteravond in het sprookjesachtige Warandepark met op de achtergrond de exotische muziek van de Feeërieën nog eens over nadacht besefte ik dat ik zelf ook in zo’n kleine wereld heb geleefd, en dat – in mindere mate – nog steeds doe. Een andere omgeving, een andere stijl, dat zeker, maar er zijn nogal wat overeenkomsten met die van de donkere setting waar Garrel ons mee naartoe neemt.
Aan het einde van de jaren zeventig en zeker in de jaren tachtig leefde ik net zo geïsoleerd, net zo opgesloten in mezelf en in de zelfgekozen microkosmos van verwante zielen. In zoverre we dat zelf al kunnen kiezen. Het was de nasleep van de tegencultuur. We waren vermoeide strijders die nooit hadden gestreden maar wel de oorlog verloren.
De muziek waar ik van hield hoorde je weinig op de radio (tenzij in het onvolprezen programma Domino, leerschool van heel wat muziekminnaars). Mijn favoriete films, die van Terrence Malick, Yasujiro Ozu, Shohei Imamura, de jonge Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Jacques Rivette en die van oude meesters als Friedrich Wilhelm Murnau, Jean Epstein en Robert Bresson, zag je alleen in cinefiele filmhuizen zoals Cartoon’s en Monty in Antwerpen en in het Brusselse Filmmuseum. Ik las geen bestsellers, geen boeken van bekende Nederlandse schrijvers (en van onbekende ook maar heel weinig). Wel ging mijn liefde naar romantische auteurs: Shelley, Keats en Kleist (die ik tot de romantici rekende). Ik had een grote bewondering voor Hölderlin en voor Antonin Artaud. Ik geloof dat ik maar één Nederlandse dichter las, H. H. ter Balkt alias Habakuk II de Balker, die ik als een Captain Beefheart van de Lage Landen beschouw(de). Mogelijk ben ik enkele dichters vergeten. Maar hoe het ook zij: ik verachtte het literaire wereldje van toen. Dat van de salons en boekenbeurzen en de praatprogramma’s (het bestaan waarvan ik pas in 1984, na aanschaf van een televisietoestel, ontdekte). Ik las geen kranten. Hoewel ik enkele kunstenaars als goede vrienden beschouwde interesseerde hedendaagse kunst me weinig. Ik liftte naar Firenze, Rome, Venetië en Padua om er de grote meesters uit de renaissance te bestuderen. De mooiste herinneringen heb ik aan een kort verblijf in Tübingen, en dan vooral aan mijn bezoek aan de toren waar Hölderlin de laatste zevenendertig jaar van zijn leven sleet. Hoewel de toren die er in 1979 stond niet meer de originele was, voelde ik er toch de aanwezigheid van de grote tragische dichter. Door een raam zag ik de Neckar stromen, dezelfde en toch niet dezelfde rivier die Hölderlin zo vaak zoveel troost had geschonken. Ja, grotendeels leefde ik in de negentiende eeuw en voor de rest in het boek The Romantic Agony [1] van Mario Praz, een tijdlang mijn literair-esthetische bijbel. Mijn kijk op de renaissance was negentiende-eeuws, de manier waarop ik naar muziek luisterde was dat vermoedelijk ook.
Op een dag echter gingen misdaadromans in mijn lezend leven ook een grote rol spelen . Hoe ik daartoe gekomen ben weet ik niet goed meer. Mogelijk kwam het door mijn vele gesprekken met mijn vriend Jos. Mogelijk raakte ik eraan verslingerd nadat ik de film Hammett van Wim Wenders had gezien. Voortaan vond ik het heerlijk om de hard-boiled romans van Dashiell Hammett, Raymond Chandler, Ross McDonald en vooral James Cain te lezen; een ware verrukking als ik een kater had. Wat later kwamen Sjöwall en Wahlöö het groepje misdaadverzinners vervoegen. Die had Jos mij aangeraden, dat weet ik wel zeker. In het begin aarzelde ik nog wat, onder meer omdat die twee schrijvers, een echtpaar, zulke rare namen hadden en ook wel omdat het zo’n lelijke Zwarte Beertjes waren. Maar zodra ik er één gelezen had volgde de rest.

Van alles wat ik hier heb opgesomd komt er zo goed als niets ter sprake in L’enfant secret. En toch, en toch is er die geestelijke verwantschap met Philippe Garrel – en met andere vergelijkbare kunstenaars. Ik denk dat gevoelens van afzondering, eenzaamheid en melancholie daar de grondtonen van zijn. Net als Philippe Garrel leefde ik in die tijd in een milieu waarin waanzin, psychiatrische instellingen, zelfmoord, amfetamine en morfine schering en inslag waren in de levens van sommige van mijn vrienden, de meest tragische van de vermoeide strijders tegen de toen heersende cultuur. Noem mijn generatie niet de generatie van vrijheid-blijheid. Als er al zoiets bestaat als mijn generatie. De deelgeneratie waar ik toe behoor zou je een nieuwe verloren generatie kunnen noemen, vergelijkbaar met die uit de jaren dertig, die van F. Scott Fitzgerald, Ernest Hemingway en Ezra Pound. De meesten van ons waren beautiful losers. Maar ik ben een overlever, ook al verafschuw ik die uitdrukking en ook al voel ik me nog steeds nergens thuis.

1978-1980-AURORA 15 DROMEN 001_editedb

[1] Lezers die in die dagen geen Italiaans kenden moesten hun toevlucht zoeken tot de Engelse vertaling van wat oorspronkelijk ‘La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica’. Het boek werd later in het Nederlands vertaald als ‘Lust, dood en duivel in de literatuur van de Romantiek’.

Afbeeldingen: Anne Wiazemsky en Henri de Maublanc in L’enfant secret; schrijver dezes en Agnes (toen Senga) omstreeks 1979.

ZERO DE CONDUITE: UNDERGROUND!

king&queen (3)

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

the-rock-machine-turns-you-on

Vanavond draaien we underground [1]. Muziek die behoorde tot de tegencultuur, tot het kleine stukje van mijn generatie waar ik deel van uitmaakte. Van dat kleine stukje of groepje, bedoel ik, dat zich afzette tegen de moraal, politiek, mode en kunst van zijn tijd, de jaren vijftig en zestig. Wanneer precies die underground tot stand kwam valt moeilijk te zeggen. Ik denk dat de stad San Francisco met zijn beat generation een belangrijke rol speelde, maar ook swinging Londen, het Parijs van de bohémiens en surrealisten, en de provo’s in Amsterdam. Wie er meer over wil weten van iemand die die opwindende periode niet zelf meemaakte maar er toch met veel kennis van zaken en veel empathie over schrijft raad ik het schitterende boek ‘De jaren zestig’ van Geert Buelens aan.
Voor mij is deze aflevering van Zéro de conduite vooral een emotionele aangelegenheid, een reis terug in de tijd en de ruimte. Een reis terug naar Tongeren, naar mijn vrienden Jan De Pooter, Henry Janssen, Guy Bleus en Luc Verjans. Daar waar het voor mij allemaal begon. En naar Maastricht waar ik de platen en de wierook kocht. En naar Neerharen waar ik veel van deze undergroundmuziek beluisterde en waar ik droomde van een mooie toekomst – een droom waar vandaag alleen maar vlijmscherpe scherven van overblijven. Het lijkt erop dat de dromen die we toen koesterden naïef en kortzichtig waren. Dat er niets van verwezenlijkt is. Maar niets is wat het lijkt. Ook deze sombere, walgelijke tijd gaat voorbij en er komen betere dagen. Veel van het goede dat er nu nog overblijft is in de periode die ik die van de underground noem ontstaan. Met die grondstof kan vandaag ook nog een betere toekomst worden opgebouwd.
De muziek van de vroegere betere dagen, die van de jaren zestig, zit nog altijd vol leven en belofte.

Opgedragen aan Joop Roelofs en Marty Balin.

Veel luisterplezier.

jefferson_airplane

Break On Through (To The Other Side) [Live] – The Doors – Essential Rarities – Jim Morrison, Robert Krieger, John Densmore, Raymond Manzarek – 4:44
Trouble Every Day – Frank Zappa & The Mothers Of Invention – Freak Out! – Frank Zappa – 5:50
Hard Coming Love – The United States Of America – The United States Of America – Dorothy Moskowitz, Joseph Byrd – 4:41
Dropout Boogie – Captain Beefheart & The Magic Band – Safe As Milk – Don Van Vliet, Herb Bermann – 2:32
Save Yourself – Soft Machine – The Soft Machine: Volume One – Robert Wyatt – 2:25
Eyes of Amber – Buffy Sainte-Marie – It’s My Way! – Buffy Saint-Marie – 2:18
Fly High – Bridget St John – Thank You For… – L. Stevenson, Bridget St John – 3:23
I Couldn’t Get High – The Fugs – The Fugs First Album – Ken Weaver – 2:08
Mountain Song – Insect Trust – The Insect Trust – The Insect Trust – 2:57
Summer Thoughts In A Field Of Weed – Q’65 – Revolution – Wim Bieler, Frank Nuyens, Jay Baar – 2:25
Zsarrahh – The Outsiders – C.Q. – Outsiders- 3:28
Down Is Up – Moondog – Moondog 2 – Moondog – 1:10
Why? (The King Of Love Is Dead) – Nina Simone – Nuff Said – Eugene Taylor – 5:45
Never Too Far – Gandalf – Gandalf – Tim Hardin – 1:56
Goin’ Down Slow – Electric Flag – Old Glory: The Best of Electric Flag – James B. Oden – 4:47
The Red Wind – Tucker Zimmerman – Ten Songs By Tucker Zimmerman – Tucker Zimmerman – 3:35
Vegetable Man – Pink Floyd – The Early Years 1965-1967: Cambridge St/ation – Syd Barrett – 2:32
Balloon Burning – The Pretty Things – S. F. Sorrow – May, Taylor, Waller, Povey – 3:50
Dawn of Majic – Twink – Think Pink – Twink – 1:45
Dino’s Song – Quicksilver Messenger Service – Quicksilver Messenger Service – Dino Valenti – 3:10
Section 43 – Country Joe & The Fish – Electric Music For The Mind And Body – Country Joe McDonald – 7:28
Cosmic Charlie – Grateful Dead – Aoxomoxoa – Jerry Garcia & Robert Hunter – 5:44
Corrina, Corrina – Rising Sons – Rising Sons – Traditional – 2:58
Sitting By The Window – Moby Grape – Moby Grape – P.S. Lewis – 2:48
I Need A Man To Love – Big Brother & The Holding Company – Cheap Thrills – J. Joplin, S. Andrew – 4:55
Comin’ Back To Me – Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow – Marty Balin – 5:23
Cripple Creek – Skip Spence – Oar – Skip Spence – 2:16
Sisters Of Mercy – Leonard Cohen – Songs Of Leonard Cohen – Leonard Cohen – 3:37

country joe

Bonus Tracks

Soapstone Mountain – It’s A Beautiful Day – Marrying Maiden – David Laflamme – 4:17
Gave My Love An Apple – Dr. Strangely Strange – Heavy Petting – Tim Booth – 6:08
Face Behind The Sun – The Plastic Cloud – The Plastic Cloud – The Plastic Cloud – 4:51
Mountain In The Clouds – Miroslav Vitouš – Infinite Search – Miroslav Vitouš – 1:52
Folk Tale – Ornette Coleman Quartet – This Is Our Music – Ornette Coleman – 4:45
Sun Watcher – Albert Ayler – New Grass – Albert Ayler – 7:30
Miss Free Spirit – Herbie Mann – Stone Flute – Herbie Mann – 12:41

Research & presentatie: Martin Pulaski.
Techniek: Sofie Sap

Uschi-Nerke-rotes-Kleid

Foto’s: In King & Queen in Tongeren (het meisje van King & Queen, Luc Verjans, Martin Pulaski, Jan De Pooter); The Rock Machine Turns You On; Jefferson Airplane; Electric Music For the Mind and the Body; Urschi Nerke, presentatrice van Beat-Club.

[1] The term “underground music” has been applied to various artistic movements, for instance the psychedelic music movement of the mid-1960s, but the term has in more recent decades come to be defined by any musicians who tend to avoid the trappings of the mainstream commercial music industry otherwise it tells only truth through the music. Frank Zappa attempted to define “underground” by noting that the “mainstream comes to you, but you have to go to the underground.” In the 1960s, the term “underground” was associated with the hippie counterculture of young people who had dropped out of college and their middle class life to live in an off-the-grid commune of free love and cannabis.

[2] Enige uitleg bij de hoes van The Rock Machine Turns You On (1968): “The Rock Machine Turns You On influenced a generation of music fans. At the time, what was then called “underground music” was starting to achieve some commercial success in Europe, bolstered by new radio and TV programmes such as John Peel’s “Top Gear”. CBS competed actively for this new market against other “progressive” labels such as Elektra, Island, Immediate, and the EMI subsidiary Harvest, who followed with similar samplers of their acts. Although some of the featured artists were already stars, others such as Leonard Cohen and Spirit were only starting to become known in Europe, and the album made a major contribution to their success.”
Uiteraard speelde voor ons niet alleen Top Gear een rol, maar zeker ook tv-programma’s als Beat-Club, Vibrato, het radioprogramma Superclean Dream Machine, de tijdschriften Teenbeat, Hitweek en Aloha, en zo meer.

IN EUROPA EN ELDERS

isabelle huppert

Gisteren heb ik van mijn vrienden Brecht en Bart een mooi en interessant boek als verjaardagscadeau gekregen: ‘In Europa’, van Geert Mak. Afgelopen nacht heb ik er al wat zitten in lezen, onder meer las ik een treffend hoofdstuk over de verwoesting van Brussel en over het provincialisme van de eentaligheid van mijn stad. Brusselaars scoren zeer slecht op meertaligheid, maar ook op vriendelijkheid en gastvrijheid. Overigens hebben we gisteren – naar aanleiding van Brechts en mijn verjaardagen – met z’n drieën bijzonder lekker geluncht in een Italiaans wijnrestaurant aan de Naamse Poort. (Waar ik hier geen reclame voor wens te maken.) De spijzen en dranken uit Italië waren een genot, en ik besef maar al te goed wat een voorrecht het is op deze manier te kunnen leven. Ook de conversatie met mijn vrienden gaf me weer meer zin om mijn leven van de zonnige kant te bekijken!

Na het lezen in Geert Mak en een nogal middelmatige psychologische film op televisie (K-Pax, met Kevin Spacey en Jeff Bridges) heb ik me teruggetrokken op mijn kamer. Mijn dokter heeft me aanbevolen veel water te drinken maar ook zoveel mogelijk zaad te lozen: dat is goed voor mijn gezondheid. Het probleem is nu dat mijn levensgezellin wel begrip heeft voor die medische adviezen, maar niet elk uur van de dag bereid is om een handje te helpen bij het nastreven van dat doel. Ik mag niet zo afhankelijk zijn van anderen in mijn pogen om gezonder te worden. Ik heb dan maar wat op het internet zitten surfen met het oog op wat opwindend materiaal. Wat ik tijdens mijn traject de revue heb zien passeren tart zeker niet de verbeelding, maar ligt zeer voor de hand. Ik heb een zwak voor mooie vrouwen, ook zonder kleren en zelfs in opwindende poses. In uiterste nood kan ik het nog wel hebben dat ze worden gepenetreerd, maar dat moet dan toch in een voldoende esthetisch kader gebeuren. Wat ik echter zag was van een zeer uitsprekelijke goorheid, platheid en wanstaltigheid, zodat ik mijn toevlucht gezocht heb bij wat foto’s van Isabelle Huppert. Dat is puur esthetisch genot. Het was dan al twee uur in de nacht. In onze straat was alles stil en donker. Iedereen leek te slapen. Ook ik ben dan maar naar bed gegaan, want ik had slaap nodig.
Maar mijn lichaam blijft gespannen, mijn geest actief. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik ben extreem onrustig. Wat is er met me aan de hand? Ik voel me niet slecht, drink liters water, ben moe en toch kan ik de slaap niet vatten. Ik probeer dan nog wat te lezen, maar kan me niet meer concentreren. Dat alles heeft voor gevolg dat ik vandaag als zombie naar de Delhaize stap en later met een verward hoofd de krant doorneem. Daarin lees ik een interview met Geert Mak (ook toevallig). Hij heeft het daarin onder meer over de jaren zestig van de vorige eeuw. Volgens Mak werd toen (in Nederland dan toch) het begrip ‘nationale identiteit volledig’ gebagatelliseerd. “Dat werd weggewuifd. Wat logisch was, na de opgeblazenheid van de jaren dertig en het sombere polderse nationalisme van de jaren vijftig. Maar daardoor ontstond er wel een leegte. Bijna niemand wist nog wat het betekende Nederlander te zijn. Wie zijn wij met z’n allen? Dat wijgevoel is door de generatie van de jaren zestig – mijn generatie – volstrekt verwaarloosd. Dat terrein is helemaal aan rechts en ultra-rechts overgelaten.” Ik denk dat hij gelijk heeft, en dat het ook voor België en zeker voor Vlaanderen opgaat, ondanks het studentenprotest en de betogingen voor Leuven Vlaams. Mijn vrienden en ik gaven het streven naar afsplitsing, Vlaamse onafhankelijkheid en dergelijke meer, van nationale identiteit al, al gauw op. Dat had allemaal zijn tijd gehad, en vooral voor veel ellende gezorgd. Ook de oude cultuur hadden wij opgegeven. Toch hadden wij wel een identiteit, er ontstond niet echt een leegte, er ontstond een tegencultuur, een beweging tegen het establishment. Daar hadden wij onze hoop op gesteld. Ik zal maar niet dieper ingaan op de tragische gevolgen van ons naïef en bijna a-politiek idealisme. De verbittering en treurnis van veel van mijn generatiegenoten (en van mezelf in de eerste plaats) spreekt boekdelen. Overigens zijn de besten van mijn generatie al lang dood, of ze zitten in psychiatrische instellingen en denken dat ze K-Pax of zo zijn. Neen, ik wil er niet verder op ingaan en ik ben er ook veel te moe voor. Hoe sterk echter het verlangen naar een nieuwe, betere wereld, zonder onderdrukking en uitbuiting was, kun je nalezen in ‘1968’ van Mark Kurlansky, een zeer spannend en meeslepend boek.