ZERO DE CONDUITE – FANTASTIC VOYAGE

sneeuw

Zéro de conduite is een (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Het motto van de show is atmosphère, zoals uitgesproken door Arletty in Hôtel du Nord, de meesterlijke film van Marcel Carné.

Je kunt dit programma ook via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Là, tout n’est qu’ordre et beauté,
Luxe, calme et volupté.
Charles Baudelaire, L’Invitation au Voyage

Alles wat in deze moéilijke tijd gebeurt is uitzonderlijk, ook weer deze aflevering van Zéro de conduite, die ik hier thuis op voorhand monteerde. Het is de eerste keer dat ik iets dergelijks doe. Vorige maand heeft Jay Van Loon dat werk gedaan en ook deze keer heb ik van hem veel hulp gekregen om de computerprogramma’s die ik hiervoor nodig had onder de knie te krijgen. Omdat ik toch nog altijd een beetje een amateur ben is er vandaag ook alleen maar muziek te horen, zonder uitleg. Luisteraars die op zoek zijn naar informatie kunnen op mijn blog, hier dus, terecht. Het voordeel van deze beperking is dat ik met alleen maar muziek, zonder gesproken onderbrekingen, een mooie sfeer kan opbouwen. Of dat hoop ik althans.

Maar wat is nu het thema? Omdat we allemaal nog in deze verduivelde universele lockdown zitten dacht ik aan muziek als middel om te ontsnappen. Ik ben altijd al een beetje een escapist geweest. Toen ik besefte dat wij in lange tijd nergens meer naartoe zouden kunnen gaan, zelfs niet naar een theatervoorstelling van Mrs Dalloway hier in Brussel en zeker niet naar Radio Centraal in het verre Antwerpen, postte ik als troostprijs op facebook The Inner Light van the Beatles, een esoterisch lied van de hand van George Harrison.  “Without looking out of my window / I could know the ways of heaven / The farther one travels / The less one knows” zingt George daarin. De daaropvolgende weken zag ik tientallen covers van dat lied op Instagram verschijnen. Wat mooi, dacht ik eerst, maar op den duur ging het mij al gauw vervelen en vergat ik die hele geschiedenis. Toch is het thema waar ik nu voor koos van dezelfde aard.

We gaan in onze verbeelding en met de hulp van inventieve muzikanten en componisten, waaronder Kraftwerk, Pharoah Sanders, Gabor Szabo en Patti Smith, het hele universum bereizen. Hopelijk wordt het een onvergetelijke trip, een voyage waar we met heimwee aan zullen terugdenken als deze nare periode achter de rug is.

Veel luisterplezier!

water

Fantastic Voyage – Lodger – David Bowie – Brian Eno

Space – The Sorcerer – Gabor Szabo – Gabor Szabo

Tarkovsky (The Second Stop Is Jupiter) – Banga – Patti Smith – Sun Ra/Patti Smith

Journey in Satchindananda – The Third Mind (First Edition) – The Third Mind – Alice Coltrane

To Travel The Path Unknown – Commune – Goat – Goat

Juju Space Jazz – Nerve Net – Brian Eno – Brian Eno

Spacelab – The Man Machine – Kraftwerk – Hütter/Karl Bartos

Planet Claire – Time Capsule – The B-52’s – Fred Schneider/Keith Strickland

Eyes On Mars – Red Exposure – Chrome – Damon Edge & Helios Creed

Mars – Television – Television – Television – Tom Verlaine

Animal Space / Spacier – Return of the Giant Slits – The Slits – The Slits

Astral Traveling – Thembi – Pharoah Sanders – Lonnie Liston Smith

I am the Cosmos – Blood – This Mortal Coil – Chris Bell

Stars – New Favorite – Alison Krauss & Union Station – Dan Fogelberg

Vein Of Stars – At War With The Mystics – The Flaming Lips – Wayne Coyne/Steven Drozd/Michael Ivins/Dave Fridmann/Greg Kurstin

A Thousand Stars – You Better Move On – Arthur Alexander – Gene Pearson

I’ve Told Every Little Star – Early Girls, Vol. 1: Popsicles & Icicles – Linda Scott – Hammerstein-Kern

Stars Fell On Alabama – The Sound – Toots Thielemans – Hines

Stargazer – Stargazer – Shelagh McDonald – Shelagh McDonald

Space Girl – Rocket Along – Shirley Collins – Unknown

No Stars – Twin Peaks: Music From The Limited Event Series – Rebekah Del Rio – David Lynch/John Neff/Rebekah Del Rio

Lonely Planet Boy – New York Dolls – New York Dolls – JoHansen

Planet Queen – Electric Warrior – T.Rex – Marc Bolan

Big Eyed Beans From Venus – Clear Spot – Captain Beefheart & The Magic Band – Don Van Vliet

Following The North Star – Freedom Highway – Rhiannon Giddens – Rhiannon Giddens

Stars Of Leo – Hold Time – M. Ward – M. Ward

The Stars Shine In The Sky Tonight – Blinking Lights And Other Revelations – Eels – Jim Lang

Across The Universe – Past Masters, Vol. 2 – The Beatles – Lennon/McCartney

sunset
Research, samenstelling, montage en foto’s: Martin Pulaski

DEZELFDE STERREN ALS IN TAOS, NM

taos, new mexico (2)

Avondschemering als ik het appartement op de tweede verdieping van de Gomera Lounge binnenkom. In rode tinten de gevels, de wandelaars op de kleine promenade, de kinderen op het kleine strand. Straks wordt alles blauw, dan donker. Ik denk als wel vaker bij een of andere frappante waarneming aan een titel van een boek of een lied; in dit geval is het een ondertitel van een roman van Cormac McCarthy: ‘the evening redness in the west’. Tegelijk met dat diepe avondrood begint op het stukje strand voor het nu wel zeker definitief gesloten Casa Maria en aan het kapelletje van San Pedro daar vlakbij een soort van ritueel, bijna tribaal getrommel. Het zijn hippies die de zon vereren. Hoe sereen ook, soms maakt de intensiteit van dit schouwspel me rusteloos.
Het is nog te vroeg om te gaan eten en we weten ook niet waar. Dan zal het wel El Paraiso aan de Avenida Maritima worden, daar is meestal plaats en de vis is er vers, lekker en betaalbaar. We zitten op ons terrasje, wachtend tot het helemaal donker is en de sterren tevoorschijn komen. Mijn blik vermijdt het stukje rommelig braakland dat daar beneden al jaren ligt te wachten op een opknapbeurt (of een nieuw appartementsgebouw dat dan het uitzicht vanuit de Gomera Lounge op de Atlantische oceaan zou wegnemen.) Niet zo moeilijk nu de avond al het zichtbare aan het zicht begint te onttrekken. Toch concentreer ik me bijna angstvallig op de diepblauwe zee en speur de horizon af. Slechts een enkele kleine zeilboot te bespeuren.

Ik praat met A. over de honden, die van vandaag en die van lang geleden. Hoewel ze al vaker over Jimpy, Suzy en Laika gehoord heeft, denk ik dat ze het niet vervelend vindt mijn mijmeringen daarover nog een keer te moeten aanhoren. Maar al gauw verschijnt er weer een andere hond in het met woorden opengevouwen landschap. In een oogwenk bevinden we ons in New Mexico in september 1993, tijdens een van de mooiste reizen van mijn leven, van het Oosten naar het Westen van de Verenigde Staten. We vertoefden enkele dagen in Taos, een pittoresk stadje van Indianen, (toen al) oude hippies, en Easy Riders. Taos was een plaatsnaam waar ik me sinds omstreeks 1970 veel bij had voorgesteld. Lang geleden werd er Tiwa gesproken, een taal waarin Taos ‘rode wilg’[1] betekent. Het stadje werd van in het begin van de twintigste eeuw een kunstenaarskolonie. In 1924 kwam D.H. Lawrence er wonen. In ruil voor het manuscript van zijn roman ‘Sons and Lovers’ kreeg hij de Kiowa Ranch in handen, nu D. H. Lawrence Ranch genoemd. Ook Aldous Huxley woonde er enige tijd, evenals de kunstschilders Georgia O’Keeffe en Agnes Martin. De film ‘Easy Rider’ van Dennis Hopper werd er gedeeltelijk gefilmd, onder meer de gevangenisscène met Jack Nicholson. Nu waren wij er met de Greyhound uit Albuquerque aangekomen.
 
TAOS 3 (3)

Op een dag vertrokken we vanuit ons hotel aan de Paseo del Pueblo Sur voor een lange wandeling. Eerst naar downtown Taos, dan via de Little Deer Horn Road in de richting van Taos Pueblo. Daar sloegen we een kleiner pad in dat ons naar de vrije natuur bracht. Of dat dachten we. Je was in die streek echter nooit zeker wat privéterrein was en wat publiek. Het landschap zag er behoorlijk wild uit, verweerde aarde, met weinig andere begroeiing dan sagebrush (alsem). We hadden de adobe huisjes al een heel eind achter ons gelaten toen er een hond op ons afkwam. Aan deze viervoeter, hij leek wat op Lassie, zag je zo dat hij ongevaarlijk was. Het leek wel of hij ons kwam begroeten, verwelkomen zelfs. Welkom in de Far West, leek hij te zeggen, nu zijn jullie eindelijk in het land van jullie dromen aangekomen. Later, toen ik Rilke herlas, zag ik in deze zachtaardige hond de incarnatie van het goede en trouwe in de dieren. We wandelden verder, terwijl de hond van Taos ons bleef volgen, alsof hij dat altijd al had gedaan, alsof dat zijn bestemming was.
Een stukje verderop zagen wij een jongen op ons toekomen. Hij vroeg wie we waren, waar we vandaan kwamen, waar we naartoe gingen, vriendelijk en beleefd. Zijn naam was Shane. Duidelijk verveeld met de boodschap die hij bracht, vertrouwde hij ons toe dat we ons op heilige Indiaanse grond[2] bevonden. Hoewel dit geen privé-eigendom was, waren we in overtreding met oudere wetten dan die van de staat New Mexico en van de federale wetten. We praatten nog wat over de Indiaanse cultuur en keerden dan terug naar de Taos. Tijdens ons kort gesprek was Lassie ongemerkt uit het zicht verdwenen.
Ik krijg nu wel wat honger, onderbrak A. mijn relaas. Zouden we niet stilaan vertrekken? Straks is alle vis op. Goed idee, zei ik. En zo’n glas Martin Codax zou me ook wel smaken, beter dan die Californische wijn die we daar in New Mexico dronken.

Onderweg naar El Paraiso over de Avenida Maritima zag ik aan de hemel dezelfde sterren, honderden, duizenden, als toen we ’s avonds in Taos over de Paseo del Pueblo Sur terugkeerden naar ons hotel. Kijk, zei ik dan, daar is het Sun Goddess Motel, nog vijf minuten en we zijn in onze kamer. Want helemaal veilig voelden we ons niet, als enige voetgangers, op die verlaten Amerikaanse Highway, zelfs niet met de sterren die met hun geschitter het harde asfalt verlichtten.

[Deel 11 van een reeks impressies van een reis naar Valle Gran Rey in La Gomera, Canarische Eilanden. Wordt vervolgd.]

TAOS 1

[1] Hoewel over die betekenis betwisting bestaat. In ‘The People. Indians Of the American Southwest’, lees ik het volgende: “Taos is an adaptation of the Tiwa Teotho, meaning “houses of the people” or “in the village”.
De naam van de pueblo in Taos: “The proper name of the pueblo is ȉałopháymųp’ȍhə́othə̀olbo “at red willow canyon mouth” (or ȉałopháybo “at the red willows” for short).This name is more commonly used in ceremonial contexts and is less common in everyday speech.”

[2] Heilige grond. From the Jicarilla creation story, the land bounded by the four sacred rivers was provided to them by the Creator, with select places for communicating with the Creator and spirits, sacred rivers and mountains to be respected and conserved, and very specific places for obtaining items for ceremonial rituals, such as white clay found 18 miles (29 km) southeast of Taos, red ochre 20 miles (32 km) north of Taos and yellow ochre on a mountain near Picuris Pueblo. They believe the “heart of the world” is located near Taos.
Traditional Jicarilla stories of White Shell Woman, Killer of the Enemies, Child of the Water and others feature places and nearby people special to them, such as the Rio Grande Gorge, Picuris Pueblo, the spring and marsh near El Prado, Hopewell Lake and particularly of the Taos Pueblo and the four sacred rivers. The Jicarilla created shrines in sites that held spiritual meaning, sharing some of the Taos area sites with the Taos Pueblo.

Foto’s: Martin Pulaski, Taos, New Mexico, september 1993.

VEELVULDIG ZIJN DE GEDACHTEN EN DE DINGEN

 

Dat hij als jongen naar de sterren keek.
Heel vaak als het donker was naar de donkere hemel
Waarin de sterren niet te tellen waren.
Later las hij in een bericht dat er meer sterren waren
Dan zandkorrels op onze ondermaanse stranden.
Hij lachte, hij huilde, hij brulde, toen hij over een brug liep

En dacht dat hij anders was.
Alles was anders en hij was ook weer anders.
Dat ze mij niet in een woord opsluiten, zei hij.
Dat ze mij niet verdingelijken.
Dat ze mij niet verdrinken.
Een uitweg zocht hij niet.

Hij koos wat hij zag en paste in elkaar wat hij had gezien.
Veel dingen vonden een plaats in zijn kosmos.
Dat ze het geen kleine wereld noemen, zei hij.
Dat ze het geen liefdeloze wereld noemen, zei hij.
Dat ze mij niet klein krijgen.
Dat ze mij niet verminken.
In de winter grepen donkere dingen hem naar de keel.

Er was geen maan, geen sterren.
In de zomer het licht, het overbelichte licht op zijn foto’s.
Dat ze niet zeggen dat wij geen gras zijn, zei hij.
Dat ze niet verklaren: wij zijn geen apen.
Dat ze niet zeggen, het is niet goed dat wij weer naar de grond gaan.
Want het is goed dat wij weer naar de grond gaan.
Dat wij weer in de grond gaan.
Het is goed te leven en goed is het te sterven.

De zon komt op in het Oosten, gaat onder in het Westen.
Alles wat wij weten is woord en wederwoord.
Alles wat wij zeggen is gezegde.
Alles wat wij zeggen is begrip.
Alles wat wij zijn is adem.
Nog kijkt hij naar de sterren.

Nog kijkt hij naar de atomen.
Nog maakt hij foto’s van blauwe zetels.
Nog is hij een mens onder de mensen.
Naar het ongebondene keert hij telkens terug
Waar hij zichzelf is, zijn geheimen vindt.

 

 

GLIMLACH VAN DE KOSMOS

Max Ernst over de ‘dubbele ervaring’ in een bos. Je kunt er vrij ademen, zegt hij, maar je voelt je beklemd, opgesloten tussen al die bomen. En Tammy Wynette die ik nu I’m Only A Woman hoor zingen, met haar purperen stem. Al die werelden die je opsluiten en weer vrijmaken. De grote glimlach van de kosmos, de bodemloze droefheid van de sterren, de vrolijkheid van een niesbui.