STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren – die soms interessanter zijn dan de tekst erboven – niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans ‘Girl From the North Country’ raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL

Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als ‘Everybody Knows This Is Nowhere’, ‘After the Goldrush’ en ‘Comes A Time’. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit ‘For What It’s Worth’, ‘Rock & Roll Woman’, ‘Everydays’, ‘Bluebird’, ‘Hung Upside Down’, ‘Special Care’ en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, ‘Four Days Gone’ (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan’s ‘Season Of the Witch’). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op ‘Déjà Vu’, ‘Helpless’, is van Neil Young, maar Stills’ ‘4+20’ is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: “When I get restless / what can I do?”) en het romantische ‘To A Flame’ (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.

De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!