HET WILDE AROMA VAN BRUSSEL

brussel 2005
Foto: Martin Pulaski.

De burgemeester van Brussel, de onverbeterlijke burgemeester van Brussel, is van mening dat de Brusselaars best op straat mogen plassen. Openbare toiletten zijn geheel overbodig, bovendien kosten ze veel geld, zegt hij. Als iemand dringend moet dan kan hij (of zij) altijd nog een café of restaurant binnenstappen. Maar als het zo eenvoudig is, hoe komt het dan dat in heel Brussel een walgelijke walm van urine hangt? Ik weet dat ik hier vaak op terugkom, maar het is dan ook echt ergerniswekkend en beschamend. Natuurlijk zouden de Brusselaars en de bezoekers van Brussel welopgevoed moeten zijn en niet tegen gevels of zo maar midden op straat plassen, maar kennelijk is dat niet het geval. Dus moet je hen een kans geven om dat wangedrag te vermijden en als dat dan niet helpt moet je deze mensen een boete doen betalen of de toegang tot de stad ontzeggen. Ik heb al veel gereisd en ik heb nog nooit ergens een stad aangetroffen waar het zo stinkt als hier in dit vemaledijde oord. Ik vermoed dat de onverbeterlijke burgemeester van Brussel een chronisch verstopte neus heeft.

NEW ORLEANS, SPOOKSTAD

When-the-Levees-Broke

Ik hoorde in het ochtendnieuws dat de laatste inwoners van New Orleans nu uit hun huizen worden verjaagd. Sommigen willen niet weg, omdat ze geen afscheid kunnen nemen van hun woning, van hun weinige bezittingen, of van bepaalde dierbare voorwerpen, en vooral omdat ze hun hond of poes niet mogen meenemen. Maar als ze niet vrijwillig vertrekken worden ze hardhandig uit hun woningen gehaald.
Het water dat de stad heeft overspoeld stinkt kennelijk heel erg, en is bijzonder giftig. Vreselijke ziektes liggen op de loer.
Ik herinner me de zoete geur van magnolia’s en subtropische flora. Blues op de pleinen, marching bands op straat, jazz in Louis Armstrong park. De raderboten op de bruine Mississippi, sinds mijn kinderjaren de rivier van mijn dromen. Mark Twain’s Huckleberry Finn heeft mij toen ik een kleine jongen was en nog maar net kon lezen de weg gewezen. Later verslond ik Life On the Mississippi.
Toen ik in New Orleans aankwam was het alsof ik thuis kwam… En nu… Ik kan me deze Apocalyps nog altijd niet voorstellen. De levendigste stad op aarde is in een spookstad veranderd. Een vreselijke stank van dieren- en mensenlijken, van uitwerpselen, van de rottende inhoud van diepvriezers en koelkasten hangt in de hete, vochtige straten, tussen de met exotische bloemen begroeide ijzeren balkons. Zal Pretty Baby ooit nog eens terugkeren naar dit verloren paradijs?

Foto: When the Levee Breaks

CHAOS EN DRONKENSCHAP IN GENT EN BRUSSEL


gerrit mia

De voorbije dagen stonden in het teken van vriendschap, psychoanalyse, alcohol, woede en verdriet. Met andere woorden: emotionele chaos. Ook gaf ik mij over aan gevoelens van paranoia ten aanzien van mijn werk en van ‘slechte mensen’ in het algemeen. Ik besefte dat therapeutische sessies bij een psychiater geen enkele zin hebben, voor mij althans niets oplossen. Naar een psychiater gaan, denk ik nu – maar mijn gedachten zijn gekleurd door allerlei vormen van boosheid – is geld weggooien. Je kunt net zo goed of beter naar de hoeren gaan. Maar daar is het nu natuurlijk veel te warm voor. Bovendien heb ik geen behoefte aan een hoer.

Met Laura verbleef ik een avond, een nacht en een voormiddag in Gent, een stad waar ik graag zou wonen. Er is weinig lawaai van het verkeer, de architectuur is er imposant en toch op mensenmaat, de mensen zijn er over het algemeen vriendelijk, er wordt veel gefietst en de trams zijn er comfortabel. Er zijn ontelbaar veel cafés, ‘bistros’ en restaurants, plaatsen waar van de tijd wordt genoten (waar hij wordt vergeten). Bovenal zag ik er veel mooie meisjes, met opwaaiende zomerjurken aan en glinsterende juweeltjes in de navel. Jeunes filles en fleur, waar het in de Brusselse straten zozeer aan ontbreekt. Schoonheid en jeugd vluchten weg uit onze betreurde Europese hoofdstad. Zij laten vervallen panden, puin van Horta en, het ergste van al, de stank van urine en hamburgers achter. Als je in Brussel Zuid uit de trein stapt, betreed je een urinoir. Blijkbaar trekt urinegeur delinquenten aan. En extremisten natuurlijk, want zij lopen er graag rond om de delinquenten in raciale categorieën onder te verdelen, ondertussen van genot in hun broek zeikend. Ik heb me voorgenomen om Brussel Zuid zoveel mogelijk te mijden en op en af te stappen in Centraal, ook geen ideale ruimte, maar alvast gebruiksvriendelijker.

In Gent logeerden we bij onze broer en vriend, in zijn bohémienoptrek, in het centrum. Wij sliepen in de kamer waar hij zijn patiënten ontvangt, hun verhalen noteert, hun knopen probeert te ontwarren, hen tracht te verlossen van hun double bind. Mijn goede vriend en broer is inderdaad ook een psychiater. Ik twijfel er geen ogenblik aan dat hij al veel mensen heeft geholpen. Als ikzelf meer schade dan baten ondervind van de psychiatrie ligt de oorzaak van dat falen bij mij. Wil ik dan doelbewust falen? Ik weiger mij in ieder geval de weg te laten wijzen naar middelmatigheid, naar een evenwichtig leven zonder gevaar en zonder ‘kwalen’. De ‘grote gezondheid’ van Nietzsche kan mij gestolen worden. De man was overigens zelf voortdurend ziek. Veel liever klaag ik onrechtvaardigheid aan dan de vijand te lijf te gaan. Waarom zou ik hem zelfs maar in de ogen kijken? Je verandert de mensen niet met een blik, of met enkele woorden. Ik verkies het dichterberoep boven de redelijkheid. Maar versta me niet verkeerd: ik heb grote achting voor de rede, ook al koester ik dromen en sprookjes en ga ik het irrationele niet uit de weg. Ik weet dat Gerrit me nooit de gulden middenweg zou aanpraten als ik bij hem in psychoanalyse zou gaan. Hij zou me stimuleren in mijn eigenheid en zeggen dat de poëzie het hoogste is. Maar Gerrit analyseert mij niet: hij is mijn vriend, mijn zielsverwant. Beiden houden we al jarenlang van Fernando Pessoa, van the Rolling Stones en – zeker in elkaars gezelschap – van verfrissende wijn. Als we samen zijn drinken we die met volle teugen. If the river was whiskey I’d stay drunk all the time, is een van onze onuitgesproken motto’s. Donderdagavond waren we samen om onze vriendschap te vieren. De Brusselse straten en pleintjes bruisten van leven, wat zalig is, omdat het zo weinig gebeurt. Ik denk dat de zinderende hitte toch enige schoonheid vanonder de grijze stenen weet te lokken. Het was een gloedvolle nacht, wat nog werd bevorderd door het vuur van onze conversatie. Op weg naar huis zongen we mee met the Rolling Stones: ‘Get Off Of My Cloud’, It’s All Over Now. “But he can’t be a man because he doesn’t smoke the same cigarettes as me.”

In Gent was Gerrit er niet bij. Wel in gedachten natuurlijk, omdat we van zijn gastvrijheid gebruik konden maken. Gastvrijheid is een heel mooi woord en heel mooi begrip, zeker in het Frans: hospitalité. We waren uitgenodigd op een feest van jonge vrienden en konden daar praten met verwante zielen, luisteren naar rock & roll en ook nog een beetje – bijna wankelend – dansen. Om ten slotte in dronken waanzin de eerste taxi te nemen. Alle ellende uit het lijf gejaagd met liters vergif. Nu is het weer tijd voor heel veel water.

Foto: Martin Pulaski