HET HEIMLICH MANEUVER

HEIMLICH

Gisteravond had ik het met mijn huisdokter over het Heimlich-maneuver. Hij vertelde me dat hij op een keer toen hij alleen thuis was een stukje voedsel in zijn keel had zitten en dreigde te verstikken. Het Heimlich-maneuver op zichzelf toepassen was onmogelijk. In een moment van helder denken heeft hij dan met alle macht zijn buik tegen een kast gedrukt, waardoor hij van de brok bevrijd werd. Anders had ik het niet overleefd, zei mijn huisdokter. Maar we mogen niet doemdenken, voegde hij eraan toe.

Vorige zaterdag in een Antwerps restaurant, na de radio en de witte blues, heb ik het Heimlich-maneuver moeten toepassen. Laura had een brokje vlees in de keel gekregen en kon nog maar moeilijk ademhalen. Onze vriendin Sofia zat ongerust toe te kijken. Kennelijk ben ik toch niet zo goed in zulke maneuvers, want het had geen resultaat.
Op dat ogenblik kwam mijn vriend Snaporaz net het restaurant binnen. Hij zou alleen maar iets komen drinken. Bij het zien van Laura’s toestand stelde hij meteen voor om ons naar het Sint-Vincentius Ziekenhuis te voeren. Op de spoedafdeling werden we bijzonder vriendelijk ontvangen, ook al had niemand van ons een identiteitskaart bij. Wij laten die thuis omdat we in Brussel voortdurend worden bestolen en overvallen. Over dat hele identiteitskaartengedoe heb ik vorig jaar al voldoende geklaagd.
Er moest wel een dokter worden opgebeld, die helemaal uit Hove moest komen voor dat stukje vlees. Laura kreeg gelukkig nog geen blauwe kleur, wat op verstikking zou wijzen. Iedereen bleef er nogal kalm bij. De dokter was er al snel. Enige minuten later kon Laura weer opgelucht ademhalen. Als dit in een Brussels restaurant was gebeurd had Laura het misschien niet overleefd. Ik heb niet bepaalde prettige herinneringen aan Brusselse ziekenhuizen. Zij geven mij vooral de indruk dat ik voet aan de grond zet in een ontwikkelingsland.

Sinds vorige zaterdag weet ik dat het Heimlich-maneuver die naam heeft en dat ik het niet helemaal goed heb gedaan. Ik heb al wat geoefend voor een volgende keer. Maar we mogen niet doemdenken, zegt mijn huisdokter. Ook al ben ik flink verkouden en vertrek ik zaterdag naar Portugal. Het is toch wel zeer eigenaardig, dat ik telkens voordat ik op reis vertrek ziek word. En het is geen ingebeelde ziekte, er zijn duidelijk waarneembare symptomen, een rode keel, hoesten, een lopende neus… Ik weet niet wat het vooruitzicht op reizen in mijn onbewuste teweegbrengt, maar het moet zeer onrustwekkend zijn. Mijn onbewuste wil kennelijk liefst van al braaf in zijn kamer blijven. Vorig jaar in april ben ik met een lichte verkoudheid naar La Palma vertrokken. Daar ben ik erg ziek geworden, bronchitis, een longontsteking. Aan mijn vakantie heb ik toen niets gehad, ik was al blij dat ik nog leefde toen ik weer thuiskwam. Dit mag nu niet gebeuren. Ik mag niet doemdenken, zegt mijn huisdokter. En ik zeg het hem na.

 

LAURA’S EPILEPSIE

epilepsie,rousseau,ziekenhuis,stendhal,parma,mazzy star,belgie,ziel,psychoanalyse,val,beth orton,geliefde,verlangen
Agnes Anquinet door Martin Pulaski

Het eerste lied dat iTunes vanavond voor me selecteert is Give You My Loving van Mazzy Star. Het gaat over absolute liefde, liefde tegen beter weten in. Toeval? Ik wil niet meer geloven in toevalligheden. Ik wil nergens in geloven. Ook niet in de val, en evenmin in de hoogmoed die voor de val komt. Ik ben niet hoogmoedig, maar ik zal toch wel vallen, zoals iedereen. Maar ik geloof niet in de val, in die verdomde metafoor. In mijn hoofd dwarrelt alles. Alles dwarrelende zwarte sneeuw. Alsof het van de honger zou zijn. Maar dat hebben we niet, honger. Een kap op je hoofd, tegen beter weten in. Ja, want geen kap is tegen fijne stofdeeltjes bestand. Geen kap tegen de alledaagse dramady. Devil Was An Angel is ook niet slecht gekozen. Dat is het tweede lied dat voor me wordt gespeeld. Zelf kies ik niet meer. Ik laat het aan automaten over om mijn val door gepaste muziek te laten begeleiden. Beth Orton is dat. I’ll take the plane to Madrid. Dat zou ik ook willen doen, met mijn geliefde, die nu te slapen ligt. Mijn engel en duivel. Kon ik maar alles vertellen! Maar dat wil ik niet. Ik wil mijn ziel niet blootleggen. Of toch wel, die van mij wel, in navolging van Rousseau, dat heb ik hier al gezegd. Maar ik wil de zielen van degenen die ik liefheb niet blootleggen.

Wat vandaag gebeurd is, is al vaker gebeurd. Een medische val. Onderzoeken, scans, medicatie. Afwezige ogen waar ik mij in spiegel, alsof ze vijvers zijn en ik Narcissus. De dokter een jonge Duitse vrouw, met een stevige handdruk. Een fijne vrouw, met veel karakter en gezonde medische twijfels. Meer onderzoeken? Ja, meer onderzoeken. Vallende ziekte? Niets is zeker. Het lichaam bestaat uit veel water, veel bloed, en organen, en onzekerheid, geheimen. Geheimen, daar kan ik niet mee leven. Ik wil het lichaam en de geest en alles, in wiskundige formules. Alles zoals het is, zonder poespas. In duidelijke, heldere woorden. Een stevige handdruk.

Vanochtend, toen ik afscheid nam van de gravin uit Parma, dacht ik dat ik zelf het slachtoffer zou zijn. De lucht die wij hebben verwoest, zou mij op haar beurt verwoesten. De gassen. Het vergif dat in de groote oorlog miljoenen soldaten verwoestte. Hetzelfde gif, maar een andere soort. Ik dacht, ik haal het niet. Maar een mens is sterk. Ik probeer nu mijn verwarring te boven te komen en duidelijke taal te spreken. De wirwar weg te jagen. Spinnenwebben, tentakels, spiralen, geknoei met woorden, gesukkel met taal. Mijn grootste geliefde. Ik zou deze tekst al kunnen indelen in paragrafen, bijvoorbeeld.

Doch! Wil ik dat wel? Wil ik helderheid als niets helder is? De Vlamingen zijn gek, dat wel. De koning van België. Laten we er niet over beginnen. Mijn geliefde viel nog eens een keer. Nee, ze struikelde niet over metaforen. Over zichzelf struikelde ze, over haar verwarde jaren. Te veel gevoelens, te veel pijn overgehouden, te dicht bij het schroeiende kwaad gestaan. Onlangs vergeleek iemand haar met Gwyneth Paltrow. Gisteren zag ik, glunderend, The Royal Tenenbaums, en ik zag dat het waar was. Onder andere heeft ze dezelfde tenen. Dat heb ik deze middag in het hospitaal nog kunnen observeren, in zo’n spoedgevallenkamertje waar iedereen voorbijloopt en even binnenkijkt.