ZERO DE CONDUITE: INTERIEUR

2018-06-03-nice-lyon 627

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement heel specifiek voor tweeëntwintig liefst niet bekakte bakvissen, drieënzeventig zwaardviskoppen en twaalfduizend uitgeprocedeerde aartsbisschoppen – en voorts voor iedereen die het maar horen wil. Stem af op 106.7 FM: Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Op deze zonnige dag in mei zitten maar weinig mensen binnen, neem ik aan. Maar zelfs bij wie op straat loopt, over veldwegen wandelt, in bossen de zo nodige zuivere lucht inademt of lui op een terrasje zit, blijven interieurs in het bewustzijn aanwezig. In onze herinneringen aan koude winterdagen, in onze gesprekken met familie of vrienden, in onze verbeelding, in de verhalen die we verzinnen en vertellen. Heel vaak dringen als we buiten zijn interieurs de ruimte van onze woorden en onze gedachten binnen. Maar als we ons binnenskamers bevinden zijn we ons vaak net niet bewust van het interieur, van de tafel, de stoelen, het bed, de kasten, de spiegels, de ramen, de deuren, de ingelijste reproducties of kunstwerken aan de wand, de boekenrekken, het bureau, de telefoon, de televisie, de radiatoren, de lampen, de radio, het bijzettafeltje, de bank, de sofa, het vloerkleed, de gordijnen, de koelkast, de honderden gebruiksvoorwerpen… Al die grote en kleine dingen die zo belangrijk zijn in onze levens en die vaak met liefde en deskundigheid voor ons allen ontworpen zijn. Allemaal zo vanzelfsprekend en tegelijk zo vreemd soms. Je zou je zelfs kunnen afvragen of wij onze interieurs wel kennen, of we ze wel zien zoals ze zijn?
Maar goed. De songs die ik de voorbije dagen heb geselecteerd roepen als zo vaak het geval is met dergelijke thema’s een bepaalde sfeer op. Ze roepen gevoelens op. Gevoelens van tevredenheid, onrust, eenzaamheid, wellust, verstikking, wanhoop, warmte, troost, ontspanning, tederheid, vriendschap, afkeer, onverschilligheid en waarschijnlijk nog tal van andere gevoelens en emoties.

Ik draag dit programma op aan mijn zoon Jesse en aan mijn vriend Max Borka, die over dit onderwerp ongeveer alles weten.

Veel luisterplezier!

I’m Gonna Knock On Your Door – Eddie Hodges – The Cadence Story – Aaron Schroeder, Sid Wayne
Step Inside – The Hollies – Butterfly – Allan Clarke, Tony Hicks, Graham Nash
Come On In – The Association – Birthday – Jo Mapes
Stop By My Window – Rick Nelson – Perspective – John Boylan
Interiors (Demo) – Randy Newman – Guilty: 30 Years Of Randy Newman – Randy Newman
Hello In There – John Prine – John Prine / First Album – John Prine
I Don’t Believe You (She Acts Like We Never Have Met) – Bob Dylan – Another Side Of Bob Dylan – Bob Dylan
At My Window – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt – Townes Van Zandt
Window – Damien Jurado – Where Shall You Take Me? – Damien Jurado
Dust On The Window – Low – Drums And Guns – Low, Mimi Parker, Alan Sparhawk, Matt Livingston
Dusty In Here – The Go-Betweens – Before Hollywood – Forster, McLennan
Room 321 – Tindersticks – Trouble Every Day (Soundtrack of the Claire Denis film) – David Boulter
No One Is There – Nico – The Marble Index – Nico
With My Face on the Floor – Emitt Rhodes – Emitt Rhodes / First Album – Emitt Rhodes
Paint It Black – Chris Farlowe – The Art of Chris Farlowe – Jagger, Richards
Who’s Been Sleeping Here? – The Rolling Stones – Between the Buttons – Jagger, Richards
Come On In My Kitchen – Steve Miller Band – The Joker – Robert Johnson
Lazy Women – Bo Diddley – Bo Diddley & Company – Bo Diddley
On The Couch – Ry Cooder – Paris, Texas – Ry Cooder
Moving Furniture Around – The Handsome Family – Odessa – Brett Sparks
Blue Chair – Elvis Costello & The Attractions – Blood & Chocolate – Elvis Costello
The Chair – Angelo Badalamenti – Twin Peaks: Limited Event Series Soundtrack – Angelo Badalamenti
Red Chair, Fade Away – Bee Gees – Bee Gees’ 1st – Barry Gibb, Robin Gibb
I’m Only Sleeping – The Beatles – Revolver – Lennon, McCartney
Twilight Furniture – This Heat – This Heat / First Album– Charles Bullen, Gareth Williams, Charles Hayward
Fireside Favourite – Frank Tovey (Aka Fad Gadget) – The Fad Gadget Singles – Fad Gadget
Room Without A View – Judy Nylon & Crucial – Pal Judy – Judy Nylon
Get to the Table On Time – M. Ward – Transfiguration of Vincent – M. Ward
The Book Is on the Table – Pere Ubu – Datapanik in the Year Zero (1975-1977) – Pere Ubu
Fight At The Table – Chris Bell – I Am The Cosmos – Chris Bell
Sittin’ On My Sofa – The Kinks – The Kink Kontroversy – Ray Davies
Good Old Desk – Harry Nilsson – Aerial Pandemonium Ballet – Harry Nilsson
I Went To The Mirror – Todd Rundgren – Something, Anything? – Todd Rundgren

Bonus tracks

Upstairs By A Chinese Lamp – Laura Nyro – Stoned Soul Picnic: The Best Of Laura Nyro – Laura Nyro
Love Songs On The Radio – Mojave 3 – Ask Me Tomorrow – Neil Halstead
Passing On The Stairs – Elysian Fields – Dreams That Breathe Your Name – Oren Bloedow, Jennifer Charles
The Bed – Lou Reed – Berlin – Lou Reed
Cigarette In Your Bed – My Bloody Valentine – EP’s 1988-1991- Kevin Shields
Bedroom Eyes – Dum Dum Girls – Only In Dreams – Dee Dee
Close the Door Lightly When You Go – Eric Andersen – ‘Bout Changes & Things, Take 2 – Eric Andersen

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski

Foto’s: Interieur, Lyon, MP.

ZERO DE CONDUITE: SOUL SHAKE

IMG_4632

Zéro de conduite is een sfeervol, meestal thematisch programma gewijd aan popcultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve bakvis, drie zwaardviskoppen en twaalf uitgeprocedeerde bisschoppen. Uniek in het zich steeds verder uitdijende universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

In de aflevering van Zéro de conduite van vanavond geen inhoudelijk thema. Naar de vorm is er wel samenhang: soul, funk, dansmuziek uit voornamelijk de jaren zestig en de vroege seventies. Stax, Volt, Motown, Chess, Fame en een heleboel kleinere labels uit Memphis, Muscle Shoals, Detroit en andere Amerikaanse steden en stadjes die in die dagen sociale en muzikale geschiedenis schreven.
Dansen tegen de kou en de neerslachtigheid van te vroeg donker. Om het nieuwe jaar in te luiden met niet alleen vrolijkheid maar ook met liefde, seks, slechte voortekens, overspel, schaamte, jaloezie, een walsje en het huis dat Jan bouwde. En zeker ook met black power en woman power.

Opgedragen aan Rick Hall (31 januari 1932 – 2 januari 2018). Bezieler van de Muscle Shoals sound in Alabama en oprichter van de Fame Studios aldaar.

Veel luisterplezier!

Soul Shake – Delaney & Bonnie & Friends – From Bonnie To Delaney – Lewis, Smith

Get It When I Want It – Candi Staton – Evidence: The Complete Fame Records Masters – Raymond Moore, George Jackson

We Got To Slip Around – Bettye LaVette – Take Another Little Piece Of My Heart – Charles Hodges

Talk To Me – Al Green – Green Is Blues – Joe Seneca

I Can’t Get Next To You – Mongo Santamaría – What It Is! Funky Soul and Rare Grooves (1967-1977) – Norman Whitfield, Barrett Strong

Fat Man – Don Covay – See Saw –  Don Covay, Leroy Randolph

I Like It Like That, Part 1 – Chris Kenner – Land Of 1000 Dances – Allen Toussaint, Chris Kenner

At Last – Etta James – At Last! – Warren, Gordon

Anyone Who Knows What Love Is – Irma Thomas – Time Is On My Side – Arbuckle, Sheran, Sellyy, Newman

Did She Ask About Me – Ivory Joe Hunter – Complete Goldwax Singles Vol. 3 – Carmol Taylor

(You Keep Me) Hangin’ On – Ann Peebles – I Can’t Stand The Rain – Ira Allen, Buddy Mize

I Can’t Hear You – Betty Everett – Goffin & King Song Collection 1961-67 – Carole King, Gerry Goffin

Prove It To Me – Garnet Mimms – Cry Baby: Warm And Soulful – J. Ragavoy, E. Marshall

Ninety-Nine & A Half (Won’t Do) – Wilson Pickett – The Definitive Wilson Pickett – Steve Cropper, Eddie Floyd, Wilson Pickett

South Side Of Soul Street – Johnny Adams – Heart & Soul – R.J. Benninghoff

Glad Tidings – Merry Clayton – Gimme Shelter – Van Morrison

Born Under A Bad Sign – Rita Coolidge – Delta Lady: The Rita Coolidge Anthology – Booker T. Jones, William Bell

Big Bird – Steve Cropper, Roebuck “Pops” Staples, Albert King – Jammed Together – Booker T. Jones, Eddie Floyd

You Need Love Like I Do (Don’t You) – The Temptations – Psychedelic Shack – Barrett Strong, Norman Whitfield

Talking About My Baby – Curtis Mayfield & The Impressions – The Anthology 1961 – 1977 – Curtis Mayfield

Be Good To Me Baby – Luther Ingram – I’ve Been Here All The Time ,  (If Loving You Is Wrong) I Don’t Want To Be Right [Kent 315] –

The Power Of A Woman – Spencer Wiggins – Complete Goldwax Singles Vol. 3 – Quentin Claunch

Tennessee Waltz – Otis Redding – The Otis Redding Dictionary Of Soul – King, Stewart

(Hey You) Set My Soul On Fire – Mary Wells – The Girls Got Soul –  Cecil Womack, Mary Wells

I’m Living In Shame – Diana Ross & The Supremes – The Best of Diana Ross and the Supremes:  Anthology – Berry Gordy, Frank Wilson, Henry Cosby, Pamela Sawyer, R. Dean Taylor

Point It Out – Smokey Robinson & The Miracles – Anthology [Disc 2] – Marvin Tarplin, Al Cleveland, Smokey Robinson

(They Call Me) Mr. Lucky – The O’Jays – Back Stabbers – Gamble, Huff

Can’t Be Still – Booker T. & The MG’s – The Best Of Booker T. & the MGs – Jackson, Jones, Steinberg, Cropper

Come Take Me – Betty Davis – Betty Davis – Betty Davis

I’m Movin’ On – Brenda Patterson – Keep On Keepin’ On – Hank Snow

I Got Love – Charles Wright & The Watts 103rd Street Rhythm Band – Express Yourself – Charles Wright

Goin’ Down – Claudia Lennear – Phew! – Allen Toussaint

The House That Jack Built – Aretha Franklin – Queen Of Soul: The Atlantic Recordings – Bob Lance, Fran Robbins

It’s So Nice (When It’s Somebody Else’s Wife) – Arthur Conley – I’m Living Good – Jerry Williams, Matthew Parsons

She’s Better Than You – James Carr – The Complete Goldwax Singles, Vol. 1 1962-1966 – O. McClinton

I’m Just Living A Lie – Bettye Swann – Back To The River – More Southern Soul Stories – G. Jackson, M. Buckins

I’d Do It All Over You – Doris Duke – I’m A Loser: The Swamp Dog Sessions & More – Jerry Williams Jr.

Baby, I Needed You – Shuggie Otis – Here Comes Shuggie Otis – Shuggie Otis

How Blue Can You Get – Esther Phillips – From A Whisper To A Scream – Trad.

cof

Bonus Tracks

Cafe Reggio – Isaac Hayes – The Best Of Isaac Hayes, Vol. 1 – Hayes

Higher Ground – Stevie Wonder – Innervisions – Stevie Wonder

Slippery When Wet – Commodores – Caught In The Act – Thomas McClary

Cry Like A Baby – Arthur Alexander – Sweet Inspirations: The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Dan Penn, Spooner Oldham

Sumpin’ Funky Going On – Donnie Fritts – Prone To Lean – Donnie Fritts, Tony Joe White

I Want It All – Eddie Hinton – Very Extremely Dangerous – Alvin Howard, Eddie Hinton, Sandra Hinton

He Ain’t Gonna Do Right – Barbara Lynn – Sweet Inspirations: The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Dan Penn, Spooner Oldham

Keep On Looking – Sharon Jones & The Dap-Kings – 100 Days, 100 Nights – B. Mann,H. Steinweiss,N. Sugarman,S. Jones,T. Brenneck

Better Get It Right the First Time – Rhiannon Giddens – Freedom Highway – Roebuck “Pops” Staples

Research, techniek, presentatie: Martin Pulaski

 

HOOCHIEKOOCHIE: TERUG NAAR LOUISIANA

new orleans, september 1992 2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Behoed je voor namaak. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

So I drifted down to New Orleans
Where I happened to be employed
Workin’ for a while on a fishin’ boat
Right outside of Delacroix
But all the while I was alone
The past was close behind
I seen a lot of women
But she never escaped my mind, and I just grew
Tangled up in blue

Bob Dylan

Vandaag – buiten is het koud en grijs – krijg je van ons een muzikaal verslag van onze tweede imaginaire reis naar het zuiden van de VS. In januari stopten we in Memphis, Tennessee en in Alabama en Georgia. Dit keer gaan we naar Louisiana en vooral naar New Orleans. De vorige keer dat we daar als ingebeelde reizigers verbleven was kort na de verwoestende orkaan Katrina, eind augustus 2005. In werkelijkheid waren we in wat de stad van de zorgeloosheid wordt genoemd, the big easy, in september 1992. Herinneringen komen nu naar boven aan de Mississippi, de French Quarter, Lasalle Hotel aan Canal Street, een bar in Decatur street waar we de fantastische Eddie Bo ontmoeten, trips naar de bayous, naar de Plantations, Charles Street, Pleasant Street, de legendarische club Tipitina’s, crawfish en gumbo, Congo Square* en Louis Armstrong Park. De hitte, de geur van kruiden en bloesems, exotische vogels, Audubon Park. Maar goed, de herinneringen aan dat verblijf staan elders geboekstaafd, nu is het tijd voor een gumbo van heerlijke muziek.

Veel luisterplezier!

eddie bo.jpeg

Way Back Home – Junior Walker & The All Stars – Moody Jr. (Motown)
Southern Accents – Johnny Cash – American Recordings II: Unchained
Saturday Night In Oak Grove Louisiana – Tony Joe White – Homemade Ice-Cream
Louisiana Blues – Muddy Waters – Screamin’ And Cryin’
Down South Blues – Dock Boggs – His Folkways Years 1963-1968
Jambalaya (On The Bayou) – Hank Williams – Let’s Turn Back The Years
Down Along The Bayou Country – Ricky Nelson – Rick Sings Nelson
City Of New Orleans – Willie Nelson – City Of New Orleans
Theme from Southern Comfort – Ry Cooder – Music by Ry Cooder – Ry Cooder
Southern Nights – Allen Toussaint – Southern Nights
Louisiana 1927 – Randy Newman – Good Old Boy
Walking To New Orleans – Fats Domino – Greatest Hits
When The Saints Go Marching In – Eddie Bo – Our New Orleans: A Benefit Album (2005)
Mardi Gras in New Orleans – Professor Longhair – No Buts, No Maybes. Hot in New Orleans!. The 1949-1957 Recordings
Ay-Tete Fee AKA Eh! Petitte Fille – Clifton Chenier – Creole Kings Of New Orleans
Allons A Lafayette – Joe Falcon & Cleoma Breaux – J’ai Été Au Bal
Les Flammes D’Enfer – The Balfa Brothers – The Balfa Brothers Play More Traditional Cajun Music
I Passed In Front Of Your Door – D.L. Menard – No Matter Where You At, There You Are
I’m A Fool To Care – Art Neville – Creole Kings Of New Orleans
Jockamo AKA Iko-Iko – Larry Williams – Creole Kings Of New Orleans

Johnny Jenkins - Front.jpg

New Orleans – Gary U.S. Bonds – Golden Age Of American Rock & Roll – Vol 4
Fortune Teller – Benny Spellman – Rolling with the Punches – The Allen Toussaint Songbook
Witchcraft – Elvis Presley – The Big Beat: The Dave Bartholomew Songbook
Weed Head Woman – Champion Jack Dupree – New Orleans Barrelhouse Boogie
New Orleans Jail – Rod Bernard – Swamp Rock`N`Roller
Every Night About This Time – The World Famous Upsetters Featuring Little Richard – The Big Beat: The Dave Bartholomew Songbook
Crescent City Bounce – Archibald – Good Rockin’ Tonight: New Orleans Rhythm and Blues
Good Jax Boogie – Dave Bartholomew – Good Rockin’ Tonight: New Orleans Rhythm and Blues
Land Of 1000 Dances – Chris Kenner – Atlantic Rhythm & Blues Vol 5 (1961-1965)
Ride Your Pony – The Meters – Rolling with the Punches – The Allen Toussaint Songbook
Black Widow Spider – Dr. John – Babylon
Blind Bats And Swamp Rats – Johnny Jenkins – Ton-Ton Macoute!
Brother Blood – Neville Brothers – Brother’s Keeper
There Must Be A Better World Somewhere – Irma Thomas – Till The Night Is Gone: A Tribute To Doc Pomus
Lake Charles – Lucinda Williams – Car Wheels On A Gravel Road
Leaving Louisiana – Emmylou Harris – Quarter Moon In a Ten Cent Town

dr_john-babylon1.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
Afbeeldingen: Professor Longhair; Decatur Street, New Orleans; Eddie Bo; Johnny Jenkins; Dr. John alias Mac Rebennack.

*It was not until 1817 that the mayor of New Orleans issued a city ordinance that restricted any kind of gathering of enslaved Africans to the one location of Congo Square. They were allowed to gather in the “Place des Nègres”, “Place Publique”, later “Circus Square” or informally “Place Congo” at the “back of town” (across Rampart Street from the French Quarter), where the enslaved would set up a market, sing, dance, and play music. This singing, dancing and playing started as a byproduct of the original market during the French reign. At the time the enslaved could purchase their freedom and could freely buy and sell goods in the square in order to raise money to escape slavery. (Wikipedia)

 

EMOTIES IN SOUL / ZERO DE CONDUITE

Vandaag geven we aandacht aan emoties, zoals die aan bod komen in soulmuziek. Wat dat betreft lijkt dit genre op country, alleen kun je er prettiger op dansen. Niet alles wat vanavond aan bod komt is ‘pure’ soul: we zijn dan ook nooit puristen geweest. Wat dan wel de revue passeert is de passie die je aantreft in songs van schrijvers als Dan Penn, Spooner Oldham, Bert Berns, Jerry Ragavoy, Eddie Hinton, Swamp Dogg (Jerry Williams Jr.), Allen Toussaint en vele anderen – en de passie in de uitvoering van vooral zwarte zangeressen en zangers uit het Zuiden van de Verenigde Staten. De negativiteit van emoties en gevoelens als verdriet, jaloezie, woede, van allerlei vormen van psychische pijn, wordt opgeheven in de intensiteit van de zang, de funk van het ritme en de subtiliteit van de toetsen. Overigens gaat soul niet altijd over donkere gevoelens en noir-achtige toestanden als overspel, bedrog en verraad: soms is deze muziekvorm pure extase, opwinding, liefde, empathie en mededogen. Alle songs die aan bod komen zijn nooit minder dan geïnspireerd door iets wat op het vuur van de ‘heilige geest’ lijkt. Alleen hebben deze zangers, zangeressen en sessiemuzikanten zich – sinds de soul gospel van Ray Charles ‘I Got A Woman’  (1955) – van het onderdanige geloof in een kerkelijke god afgewend en zijn ze verwikkeld in een brandende, zowel primitieve als complexe liefdesgeschiedenis. Hun aandacht gaat naar wat vergankelijk is, naar de glanzende huid, het kloppende hart en het mysterie van de materiële ziel. Naar de intense gevoelens, emoties en passies van mensen zoals jij en ik.

Twist And Shout  (1962) – The Bert Berns Story Vol 1 – The Isley Brothers
Mojo Hannah (1964) – The Bert Berns Story Vol 1 – Little Esther Phillips
I’m A Man Of Action (Jimmy Hughes, 1967) – Why Not Tonight – Jimmy Hughes. Vooral bekend van de hit Neighbor, Neighbor.
You Better Move On (Arthur Alexander, 1961) – The Fame Studio Story 1961-1973 – Arthur Alexander
Out Of Left Field (Atlantic, 1967) – Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Percy Sledge
Sweet Inspiration (Atlantic, 1968)- Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – The Sweet Inspirations
Turn On Your Love Light (Bobby Bland) – The Story Of Them – Them
Mercy Mercy  (Don Covay) – Out Of Our Heads – The Rolling Stones.
Take This Hurt Of Me – Mercy! (Atlantic 1965) – Don Covay
You Left The Water Running (demo)(1967)- The Fame Studio Story 1961-1973- Otis Redding
Look Away (1964) – The Bert Berns Story Vol 1 – Garnet Mimms
When Something Is Wrong With My Baby (Hayes, Porter, 1967)– Take Me To The River / A  Southern Soul Story – Charlie Rich
The Hurt’s All Gone (1965) – The Jerry Ragavoy Story – Time Is On My Side – 1953-2003 – Irma Thomas
I’ll Be A Liar (1963) – The Bert Berns Story Vol 1 – Betty Harris
Get It While You Can (2001-versie met alleen piano) – The Jerry Ragavoy Story – Time Is On My Side – 1953-2003 – Howard Tate
Searching For My Love (Bobby Moore, 1967)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Bobby Moore & The Rhytm Aces
She Ain’t Gonna Do Right (Penn, Oldham, 1966)- Take Me To The River / A  Southern Soul Story – James & Bobby Purify
Why Don’t You Try Me (1968)  – The Fame Studio Story 1961-1973 – Maurice & Mac
People Sure Act Funny – Soul Directions (1968) – Arthur Conley
Search Your Heart (George Jackson) – The Fame Studio Story 1961-1973 – George Jackson.
Vooral bekend in de uitvoering van Wilson Pickett met Duane Allman op gitaar. De versie van George Jackson is subtieler.
He Ain’t Gonna Do Right (Atlantic 1968) – Sweet Inspiration / The Song Of Dan Penn & Spooner Oldham – Barbara Lynn
I’ve Gone Too Far (Chess) – Call My Name / Muscle Shoals Sessions – Etta James
Barefootin’ (Hi) – The Hit Sound Of Willie Mitchell – Willie Mitchell. Bekend als producer van Al Green.
Come On (Let The Good Times Roll) (Earl King) – Electric Ladyland (1968) – Jimi Hendrix Experience
Chokin’ To Death (From The Ties That Bind) (1967) – It’s All Good / A Singles Collection – Swamp Dogg
Thread The Needle (demo) (Clarence Carter, 1967) – The Fame Studio Story 1961-1973 – Clarence & Calvin
Fancy (Bobbie Gentry, 1969)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Bobbie Gentry
Raining In Memphis – Nobody’s Fool (1973) – Dan Penn
Nobody’s Fool – High Priest – Alex Chilton
Yeah Man – Very Extremely Dangerous (1978) – Eddie Hinton
Watching The Trains Go By – Sweet Inspiration / The Songs Of Dan Penn & Spooner Oldham – Tony Joe White
You Ought To Be With Me – The Hi Singles – Al Green
Soul Sister – Life, Love And Faith (1972) – Allen Toussaint
Keep On Marching – Fire On The Bayou (1976) – The Meters
Get Involved (1973)- The Fame Studio Story 1961-1973 – Georges Soulé. Een blanke zanger propageert Black Power
Love Cry – The Impulse Story – Albert Ayler

 

Research en presentatie: Martin Pulaski

SOLOMON BURKE: IF YOU NEED ME

Op acht oktober 2006 schreef ik dit:

“Het is zondag, twaalf uur, de zon schijnt door de ramen van mijn werkkamer. Zou ik ze open gooien? Ja, dat ga ik doen.
Mijn jukebox draait ‘Nashville’ de nieuwe cd van de oude Solomon Burke. Zoals de titel aangeeft is het countrymuziek. Niets nieuws voor de man die ongeveer vijftig jaar geleden al ‘He’ll Have To Go’ opnam, en vele andere countryklassiekers. Het verschil met zijn vroegere grammofoonplaten is dat hier – zeer geslaagde – duetten op staan met Dolly Parton, Gillian Welch, Emmylou Harris en Patty Griffin. Solomon Burkes diepe soulstem, vol nuance en emotie weet me opnieuw te bekoren. De songs werden opgenomen bij Buddy Miller thuis. Het is muziek van en voor de werkende mens, korte verhalen die iedereen kan begrijpen.”

Wat kan ik daar nog aan toevoegen, nu Solomon Burke dood is? Hij was een van mijn uitverkoren soulzangers. Ik heb hem dank zij ‘If You Need Me’ van The Rolling Stones leren kennen. Zinderende country en soul. Een keer heb ik hem zien optreden, toen hij al op zijn troon zat, vanwege zwaarlijvigheid. Het was een opwindend concert en iedereen om me heen, ook tieners, zongen mee, Everybody Needs Somebody To Love, and I need you, you, you. Toch werd zijn concert afgekraakt in een kwaliteitskrant, ik weet niet meer welke, het vaderland heeft er zoveel, en zijn bewonderaar, Tony Joe White, die na hem optrad en nog wel op een erg vervelende en ongeïnspireerde manier, werd opgehemeld. Typisch!

Dat zal mijn pret niet bederven als ik nog eens een plaatje van Solomon Burke opleg, en het zal er mijn verdriet ook niet minder om maken. Rust in vrede, goede man. En ik zal het nooit vergeten: if you need me, why don’t you call me.

SWEET SOUL MUSIC IN ZERO DE CONDUITE

2016-11-12 10.02.22

Vandaag een soulvol Zéro de conduite, ondanks mijn ziekte. Maar ik weet dat soul een goed geneesmiddel is, zo paradoxaal is het dus niet. Ik zal dan ook zeker luisteren van zes tot acht vanavond op radio Centraal want zelf ben ik er niet bij. Maar de zoetgevooisde en pittige Sofie Sap zal het programma ongetwijfeld in goede banen leiden. Get on the good foot! And wish me luck…

Sweet Soul Music – Arthur Conley
The Memphis Train – Rufus Thomas
The Right Time – Ray Charles
Tell It Like It Is – Aaron Neville
You’re Too Young – Barret Strong
Cry To Me – Solomon Burke
Tell Mama – Etta James
He Made A Woman Out Of Me – Bettye Lavette
Today I Started Loving You Again – Bettye Swan
I Say A Little Prayer – Aretha Franklin
Mister Pitiful – Otis Redding
Wrap It Up – Sam And Dave
It’s Alright – Curtis Mayfield & the Impressions
(Hey You) Set My Soul On Fire – Mary Wells
Reflections – Diana Ross & the Supremes
Baby I Need Your Loving – The Four Tops
Shotgun – Junior Walker & The All Stars
When A Man Loves A Woman – Percy Sledge
Unloved, Unwanted Me – Barbara Lynn
Good Lovin’ – The Rascals
Ain’t Too Proud To Beg – The Temptations
I Second Tha Emotion – Smokey Robinson & the Miracles
Where Is The Love – Roberta Flack & Donna Hathaway
Thin Line Between Love And Hate – The Persuaders
Everyday People – Sly & The Family Stone
It’s Your Thing – The Isley Brothers
Give It Up Or Turnit A Loose – James Brown
Groove Me – King Floyd
Love Train – The O’Jays
Here I Am (Come And Take Me) – Al Green
Who Is He (And What Is He To You?) – Bill Withers
Inner City Blues (Make Me Wanna Holler) – Marvin Gaye
La-La Means I Love You – Delfonics
Strawberry Letter 23 – The Brothers Johnson
Across 110th Street (OST) – Bobby Womack
Could It Be I’m Falling In Love – The Spinners
Flash Light – Parliament

Samenstelling: Martin Pulaski (met enige hulp van Genius)
Presentatie en techniek: Sofie Sap.

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op 106.7 FM of online via deze weg.

Afbeelding: Bettye Swann

ZULLEN DE WESTERSE INTELLECTUELEN DAN TOCH HUN GELD MOETEN DELEN MET ARMOEDZAAIERS EN ARABIEREN?

turning my back to school (1967)

Ik hoor Clarence Carter zingen. Baby your love makes me feel so good.  Amerikaanse soul uit de jaren zestig, nooit geëvenaard. Zwarte muziek uit het diepe Zuiden afkomstig, waar in weerwil van de gekende obstakels zowel zwarten als blanken op dansten – en sommigen doen dat nog altijd. Of op ‘Thriller’, of op ‘Black President’ van Fela Kuti. Om het nog maar niet over Lil’ Kim, Beyoncé en Bobbejaan Schoepen te hebben. En muziek uit Mali, Oekraïne, Las Vegas, Genk, Cuba, Mongolië. Allemaal melodieën en ritmes waar we graag op dansen, om onze zorgen, ons verdriet, onze pijn te vergeten. Om te tonen dat we verliefd zijn, of van iemand houden. Om duidelijk te maken dat we de liefde waard zijn. Dat we mensen zijn, verschillend maar hetzelfde. Vijanden soms, maar heel vaak ook kameraden, vrienden. Lees nog eens ‘Leaves Of Grass’, en de gedichten van Majakovski, Lorca, Kavafis, Pavese. De toekomst moest toen nog beginnen, zou je kunnen zeggen. Maar is het nu anders?

Waarom dan die vijandigheid, die hatelijkheid, die egoïstische waanzin die ik in elke elke krant lees, op de radio hoor, op televisie zie, op internet in de mate van mijn mogelijkheden bestrijd? Zoals vandaag nog – of was het gisteren –  in De Standaard een opiniestuk van Benno Barnard, een zekere Sanctorum, en iemand van wie ik me de naam niet herinner. Nu, dat zal wel wederzijds zijn(gelukkig maar.) ‘Democraten’, schrijvers, filosofen, moralisten. Wijze mensen, die ons graag vertellen wie en wat we zijn en waar we naartoe gaan als we dit doen en dat laten. Mannen. Blanke mannen. Dichters, kinderen van katholieken en protestanten. ‘Atheïsten’, ‘anarchisten’, ‘progressieven’, kerels met een open geest, etcetera. Niettemin blijkt uit hun artikel dat ze zichzelf als übermenschen beschouwen, niet eens in de Nietzscheaanse betekenis, maar in die van het Arische ras, van de ‘Westerse’ beschaving, van de Bijbel en de Renaissance. Kinderen van de Verlichting. Revolutionairen die bijzonder tevreden zijn met hoe het was en hoe het is – maar, denk ik, toch zo bevreesd voor wat komen moet. Straks lopen wij allemaal met een hoofddoek rond! Ondenkbaar! Dat kan toch niet! Verbieden! “Geen enkel teken van individualiteit, overtuiging, geloof, leugens, bedrog, illusie, fanatisme meer toestaan”, schijnen deze geleerde mannen te denken.  Niets. Alleen misschien nog een beeltenis van Plato, Da Vinci, Shakespeare, Elvis, Bach en een of andere Habsburger. En Luther mag ook wel. En Freud wellicht, en Marx. Maar… Maar Maimonides dan? En de grote Arabische dichters? De Sufi? De soulzangers? Martin Luther King? Jesse Ed Davis? Jesse Owens? Sitting Bull? Shirin Neshat? De Noord-Afrikaanse vrouwen die zulke prachtige tapijten weefden,  en tegelijk de abstractie uitvonden? (En alle namen van alle mensen die nu leven en ooit hebben geleefd op deze verdoemde planeet, op deze gelukzalige planeet.)

Ik schaam me diep voor België, voor Vlaanderen, voor Antwerpen. Meisjes worden vernederd aan de schoolpoort. Iets wat voor hen een sterk symbool is moeten ze verwerpen aan de schoolpoort. Het doet me denken aan mijn jeugd, zij het niet aan de schoolpoort. 1968. Ik had lange haren en hippe kleren (een  rooskleurig fluwelen jasje, een gestreepte broek, een hemd met bloemen…) en dat werd me op ‘mijn’ Atheneum niet in dank afgenomen. Geregeld werd ik bij de prefect geroepen, die dan als een mantra herhaalde, mijnheer Pulaski, u moet naar de kapper, zoniet wordt u de toegang tot deze school ontzegd. Ik moest de symbolen van mijn ontluikende persoonlijkheid nog niet afstaan aan de schoolpoort, maar het ging al in die richting. Ik ging dan maar naar Maastricht, waar ik een handige kapper kende, om daar een centimeter van mijn haren te laten knippen en enkele provoblaadjes te kopen. En dan was het weer goed voor een paar maanden.

Het was een soort overgangsritueel, de oudere ‘heren’ moesten wennen aan het nieuwe, het andere, het ongekende, het ‘gevaarlijke’. Ze moesten wennen aan het geleidelijk aan uitwissen van hun grenzen. Er werd veel over liefde gesproken. Wat moest er dan gebeuren met hun tegenstellingen, met hun socialisme, katholicisme, atheïsme? Hoe konden ze de verdeeldheid in stand houden en de bonussen onder elkaar verdelen. Ja, hoe konden ze dat?

En nu voel je hun angstige adem in je nek. Wat zal met onze ‘cultuur’ gebeuren, met onze economie, met ons geld, met onze ‘roem’, met onze subsidies, met ons ‘volk’? Ze vinden de Vlaamse belangen belangrijker, bijna opeens, dan de belangen van de wereld en van elk levend wezen. Ze geven de voorkeur aan ‘dorpspolitiek’ en verwerpen de universele dialoog, de kritische uitwisseling van gedachten. Ze vermijden kennis en inzicht. Ze willen niets meer leren. Ze schrijven er blindelings op los. Ze zijn zo bang, beste vrienden, zo bang zijn ze, dat zich beroepen op Guy Verhofstadt om de Koran een verderfelijk boek te kunnen noemen. Terwijl het gewoonweg een boek is als alle andere, alleen wat populairder dan het egoïstisch gezeur van Barnard, Sanctorum en hun ‘geestesgenoten’. Ik denk dat dit volstaat. Dicteer dit nu maar aan mijn secretaris.

Ω

Afbeelding: Martin Pulaski op het speelplein van het Koninklijk Atheneum in Tongeren, 1967. De haren waren veel te lang, de t-shirt was ongepast. Foto: Luc Verjans (?). Regie: MB.

 

BLESS YOUR SWEET LITTLE SOUL

take me to the river

Lijsten zijn nooit volledig. Dat hoeft ook niet, omdat niets volledig is: het woord zegt het al, wat vol is tegelijk ledig. Maar als je nog maar een week geleden een overzicht hebt gemaakt van wat je als de beste langspeelplaten van het afgelopen jaar beschouwde en dan beseft dat je de allerbeste over het hoofd hebt gezien, ja, dan klopt er iets niet. Toegegeven, het heeft geen zin te streven naar het absolute, het volmaakte, het perfecte, de essentie – omdat dat gewoonweg… geen zin heeft. Die woorden zijn niet meer dan filosofische begrippen, die in de menselijke werkelijkheid weinig om het lijf hebben, tenzij voor volgelingen van Plato of gelovige zielen. Maar een banale opsomming van wat je mooi vond/vindt zou echt wel uitdrukking moeten geven aan je ervaring, je kennis, je inzicht, je smaak. Aan een combinatie van geheugen, geïnformeerd zijn, goede smaak en persoonlijke historie.

Ik vond het al zeer verdacht dat er bijna geen zwarte muziek in mijn lijsten was terug te vinden, terwijl ik toch bijzonder veel van soul, rhythm and blues, blues, gospel, reggae en jazz houd. Is het overigens al niet verdacht dat ik niet verslingerd ben aan rap, terwijl ik toch beweer een dichter te zijn? Ik heb een heel belangrijke vorm van populaire cultuur afgezworen – op basis van wat eigenlijk? Vooroordelen? Waarschijnlijk. Ik kan niet meteen een antwoord geven, ik moet er over nadenken.

Laat me echter tot de kern van de zaak komen: de beste muziek die in 2008 is verschenen staat over drie cd’s verspreid, die samen met een bijzonder informatief, boeiend en mooi boekje in een doosje zitten waarop als titel te lezen staat “Take Me To The River – A Southern Soul Story 1961-1977”. Het lidwoord ‘a’ is hier al te bescheiden: het is gewoonweg dé geschiedenis van de soulmuziek uit het Zuiden van de Verenigde Staten, een muziekgenre dat mijns inziens tot de belangrijkste kunstvormen van de 20ste eeuw behoort. Gedurende een korte periode in de geschiedenis was het de droom van Martin Luther King die tot leven kwam, zowel in de studio, op de podia van de grote steden, op de radio, en – vooral – op duizenden dansvloeren overal ter wereld.

Voor soulliefhebbers is het een grote troost te weten dat de soulmuziek niet is vergeten. Ook niet door blanke muzikanten, van the Rolling Stones, via Todd Rundgren, Southside Johnny, Bruce Springsteen en Boy George tot Axelle Red en Amy Winehouse. Bless your sweet little soul! En bedankt, Ace en Kent om al deze juwelen in een kistje te stoppen en in betere vorm dan ooit beschikbaar te maken voor een nieuw publiek.

IN MEMORIAM DELANEY BRAMLETT

delaneybonnie

Ik lees net het bericht dat een van mijn jeugdhelden, Delaney Bramlett, vorige zaterdag is overleden. Hij was negenenzestig jaar. Ik volgde eerlijk gezegd niet meer wat de muzikant tegenwoordig deed, maar heel regelmatig beluisterde ik nog met veel plezier platen van hem en zijn ex-echtgenote Bonnie Bramlett. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig maakten zij samen bijzonder aanstekelijke blanke soulmuziek. Het vakmanschap van Delaney & Bonnie en hun muzikale vrienden werd in die periode terecht geprezen. Meerdere ‘Friends’ van Delaney & Bonnie zouden bekend worden als leden van Eric Clapton’s enige echt goede band, Derek & the Dominos.

Zelf heb ik dankzij Delaney & Bonnie veel andere uitstekende muziek ondekt, van onder meer Don Nix, Leon Russell, Rita Coolidge, Bobby Whitlock, Bobby Keys en Jim Price. Hun elpees ‘Accept No Substitute’ , in 1969 uitgebracht op Elektra, en ‘Home’ in hetzelfde jaar op Stax verschenen, zouden in geen enkele behoorlijke platenverzameling mogen ontbreken. Ik heb een voorliefde voor hun laatste werk, ‘D & B Together’ in 1972 door Columbia uitgebracht. Er staan parels op als ‘Only You Know And I Know’, ‘Comin’ Home’, ‘Move ‘Em Out’ en ‘Groupie (Superstar)’, dat vooral bekend is in de kitsch-versie van the Carpenters. Een naam die je vaak terugvindt op de platen van Delanie & Bonnie Bramlett is die van Duane Allman, een van de beste gitaristen in het blues/rhythm & blues/soul-genre. Dat Delaney & Bonnie zulke uitstekende muzikanten rond zich konden verzamelen, wijst op hun bezielend kracht en hun gastvrijheid. Zelfs George Harrison was een groot bewonderaar van het duo. Delaney Bramlett is er altijd bescheiden bij gebleven.

Moge hij in vrede rusten.

“Things get better baby / when I’m with you.”

Website van Delaney Bramlett.
Een interessante discografie vind je hier.

IN MEMORIAM JERRY WEXLER EN ISAAC HAYES

In het voorwoord van Jerry Wexlers autobiografie, ‘Rhythm and the Blues – A Life in American Music’ schrijft David Ritz het volgende:

“At seventy-five, Wexler is still a holy terror. He runs around like an impatient kid, shopping for baby white eggplants at distant farm stands, booking acts for the local jazz association, talking on the Phone to musician pals, celebrating the latest Hank Crawford or T-Bone Walker reissues, making Benny Goodman tapes for his butcher, dominating the dinner conversation with war stories of song pluggers and smash records. His eyes twinkle; his fingers nervously smooth over his white beard. The mind is racing. Compulsive, cunning, extravagantly verbal, he stays two beats ahead. His rapid-fire speech blends a promotor’s hype with a scholar’s precision, his lexicon a mixture of the mean streets and the graduate library.”

Na Jerry Wexler tientallen keren gezien en gehoord te hebben in documentaires over de geschiedenis van rock, blues, rhythm and blues en soul geloof ik dat elk woord hierboven waar is. Jerry Wexler was een universum, ik respecteerde hem, hield van hem als van een ideale vader. Jerry Wexler heeft misschien meer gedaan voor de populaire muziek dan wie ook. Wie Jerry Wexler niet kent beveel ik het hierboven vermelde boek aan. Wie hem wel kent weet wat ik bedoel en hoe ik me voel.

Of misschien toch niet. Jerry Wexler is dood, maar heeft een buitengewoon ‘rijk’ leven geleid. Bovendien is hij 91 geworden; dat moet volstaan. Echt treuren doe ik daarom niet. Ik ben eerder in een feestelijke stemming en denk dankbaar terug aan alle muziek die ik door Jerry Wexler heb leren kennen. Let the good times roll!

Tegelijk neem ik ook afscheid van Isaac Hayes. Met uitzondering van ‘Shaft’ deed zijn muziek me niet zoveel. Maar natuurlijk heeft hij onvergetelijke songs geschreven voor Sam & Dave, waarschijnlijk het allerbeste soulduo ooit. Rust in vrede, Isaac Hayes, in je blote torso en met je gouden kettingen om je nek! Als ik nog eens in New York ben ga ik zeker weer langs bij Café Reggio en zal ik daar aan je denken. Je was nog te jong om nu al te sterven.

ALLEN TOUSSAINT: FREEDOM FOR THE STALLION

allentoussaint

Big ship’s a-sailing, slaves all chained and bound,
Heading for a brand new land that some cat said he upped and found.
Lord, have mercy, what you gonna do about the people who are praying to you?
They got men making laws that destroy other men,
They’ve made money “God”
It’s a doggone sin.
Oh, Lord, you got to help us find the way.

Some sing a sad song
Some got to moan the blues
Trying to make the best of a home
That the man didn’t even get to choose
Lord, have mercy, how you gonna be with people like John and me
They’ve got men building fences to keep other men out
Ignore him if he whispers and kill him if he shouts
Oh, Lord, you got to help us find the way
Oh, Lord, you got to help them find the way
Oh, Lord, you got to help us find the way.”

Schitterend, vrolijk concert van Allen Toussaint, gisteravond in de AB. Een beetje een terugblik op een zeer gevuld scheppend leven. Ik heb de hand van de grootmeester mogen drukken.

DAN PENN EN SPOONER OLDHAM: BESCHEIDEN MEESTERS

brugge,verjaardag,weekend,cactus,honky tonk,vrienden,dan penn,spooner oldham,soul,pop,muziek,stoepa,hits,muscle shoals,memphis,nashville,vs,patrick riguelle

Vorige zaterdag in Brugge hing er, zoals het cliché zegt, ‘magic in the air’. Ondanks een lichte kater na het vieren van mijn zoveelste verjaardag, de avond ervoor, met lieve vrienden, was ik in een uitstekende stemming. De rust van een zonovergoten Brugge zal daar zeker een rol in hebben gespeeld. We liepen vol verwachting door de straatjes en langs de reien, pratend over weer andere vakantiebestemmingen (Budapest, Lissabon), maar vooral over Dan Penn en Spooner Oldham, en denkend aan onze vrienden Anne-Marie en Theo, die we spoedig zouden ontmoeten. De laatste keer dat we elkaar hadden gezien was op 2 januari in Charleroi, na een heuglijk verblijf in Barcelona.

In de Honky Tonk, een cd- en platenzaak in de Brugse binnenstad, bevonden zich maar twee andere klanten; ze zouden ook naar Dan Penn en Spooner Oldham gaan. Ik kocht er een verzamel-cd van bekende en minder bekende soulzangeressen en bestelde een dubbel-cd van Al Green.
Met onze vrienden hadden we afgesproken in restaurant De Stoepa, kort bij het station en niet te ver van de Magdalenazaal, waar het concert plaats zou vinden. Een bevallig meisje, met prachtige ogen, bracht ons wijn en pasta. Even later stapten Spooner Oldham, Dan Penn en hun echtgenotes en vrienden het restaurant binnen. Aangename verrassing, en nog maar eens een toeval.

Het concert zelf was de eenvoud en bescheidenheid zelf: twee oudere mannen op een podium gezeten. Dan Penn op een stoel, de Martin gitaar als ritme-instrument in de handen, Spooner Oldham achter zijn elektrische Wurlitzer piano. Twee oudere mannen die wel een aantal van de allerbeste soulsongs hebben geschreven, vaak samen, soms alleen, soms met andere songsmeden als Donnie Fritts en Chips Moman: Out Of Left Field en It Tears Me Up (voor Percy Sledge), Dark End Of the Street (voor James Carr; er zijn talloze versies van, waaronder natuurlijk die van the Flying Burrito Brothers), I’m Your Puppet (voor James en Bobby Purify), Do Right Woman, Do Right Man (voor Aretha Franklin), Cry Like A Baby en I Met Her In Church (voor The Box Tops), Sweet Inspiration (voor the Sweet Inspirations), Is A Bluebird Blue (voor Conway Twitty, Dan Penns eerste hit), I’m Living Good (voor The Ovations), The Lord Loves A Rolling Stone (voor Roger McGuinn), de intentieverklaring Nobody’s Fool (oorspronkelijk op de gelijknamige elpee uit 1973 van Dan Penn, nu een collectors item, uitstekend gecoverd door Alex Chilton), Rainbow Road (voor Joe Simon, maar ook met veel klasse uitgevoerd door de diepbetreurde Arthur Alexander), She Ain’t Gonna Do Right en You Left The Water Running (voor Wilson Pickett, kennelijk ook opgenomen door Otis Redding, de beste versie is waarschijnlijk die van Sam & Dave), Woman Left Lonely (voor Janis Joplin) en Zero Willpower (voor Irma Thomas). Dan Penn, met zijn rijke, subtiele en gevoelige stem, en Spooner Oldham, met geïnspireerde begeleiding op de Wurlitzer, brachten doorleefde vertolkingen van bijna alle hierboven genoemde nummers, met daarbovenop nog eens het grappige Memphis Women and Chicken en de gospel Glory Train.
Zelden heb ik zulke koude rillingen gevoeld als bij Rainbow Road. De afsluiter Zero Willpower was puur gevoel, een perfecte synthese van hoe country soul hoort te klinken.
Deze blanke mannen hebben overigens bijzonder veel respect voor de meestal zwarte artiesten voor wie ze schreven en met wie ze in de studio’s in Muscle Shoals, Memphis, Nashville en Los Angeles samenwerkten. Op een bescheiden en soms wat humoristische manier werden een aantal verhalen verteld over Otis Redding, Arthur Alexander (het grote voorbeeld voor Dan Penn, als songschrijver) en Janis Joplin.

Tijdens de pauze konden we bij de echtgenotes – echte Southern Ladies – terecht voor een poster, of gewoon een babbeltje. Na het concert mochten we samen met andere jonge snaken als Roland en Patrick Riguelle in de rij staan voor een handtekening. Een mooier verjaardagscadeau dan een dergelijk uniek concert kun je je niet wensen. Maar de vriendschap van Gerda, bij wie logeerden, is al even mooi. En wat zal ik in de brieven van Pessoa aantreffen, die ik van mijn Anderlechtse muze cadeau kreeg?

DE WAARHEID OVER BETTYE LAVETTE EN DE ECHTE SOUL

bettyelavette

Ik wil hier – zij het wat laat, maar wat is tijd? – reageren op een stukje van een zekere Marlon Vanco. Ik denk dat de brave man in een parallel universum leeft. Dat was zeker zo die avond toen Bettye Lavette in de AB optrad. De heer Vanco bevond zich in een geheel andere AB en heeft een geheel andere Bettye Lavette & band bezig gezien en gehoord dan de rest van het publiek. Ik schreef het hier eerder al, het was een schitterend concert, maar, toegegeven, de zangeres en haar muzikanten waren moe.
De heer Vanco heeft kritiek op de haardracht van twee van die vermoeide, maar toch uitstekend spelende muzikanten. Ik ben van mening dat iedereen met zijn haar mag doen wat hij wil. Bovendien had ik menen te begrijpen dat de parallelle heer een bepleiter was van authenticiteit, van zoveel mogelijk jezelf zijn, wars van trends en hypes.

Wat de heer Vanco niet schijnt te weten is dat wat hij ‘geïmproviseerde reclame’ noemt, de intro’s en het geklets tussen de songs, de bluf ook, zoals Bettye Lavette deed, typisch is voor soulconcerten. Het hoort bij de stijl. Ze hield alvast geen pleidooi voor zinloos geweld of stond niet lekker cool te wezen met haar rug naar het publiek.
Tars Lootens ken ik niet en de verwijzing naar Mac Rebennack (Dr. John) is volledig uit de lucht gegrepen. In verband met Janis Joplin draait Vanco de zaken om. Het was Joplin die soulzangeressen als Bettye Lavette imiteerde. Piece Of My Heart was oorspronkelijk een single van Erma Franklin (zus van Aretha). Janis Joplin heeft daarnaast nog soulnummers gecoverd van onder meer Bobby Womack, Howard Tate, Garnett Mimms (van The Enchanters), Nina Simone en Big Mama Thornton. Bettye Lavette had net zo goed in dat rijtje kunnen staan. Waarschijnlijk zou dat ook gebeurd zijn, als Janis Joplin niet zo jong zou gestorven zijn. Maar het gekrijs van Janis Joplin zou nooit de sublieme kracht hebben gehad van de echte soul, waar Bettye Lavette een voortreffelijke ambassadrice van is.

In tegenstelling tot wat onze paralllelle reporter beweert was er trouwens uitbundig applaus, en waar ik stond werd, vooral door mooie jonge mensen, flink wat gedanst. Overigens is het spelen en zingen van encores of bisnummers pas uitgekiend spektakel. Een echte kunstenaar houdt op als het gedaan is. Wel sympathiek dat Vanco de aanwezigheid van mijn schaduw vermeldt.

Foto: Agnes Anquinet

CORTISONE, BETTYE LAVETTE, CHRISTOPH MARTHALER ET LES AUTRES

hell - bettye lavette

Opeens was ik terug in Brussel, een imaginaire stad leek het wel, en ik moest afkicken van Cortisone. Ik ben geen drugverslaafde, maar ik was nogal ziek geweest en had het spul veel te lang gebruikt. Mijn vader heeft het moeten nemen op het einde van zijn leven, hij had veel pijn en hij was nog nooit ziek geweest. Hij trok zijn eigen tanden. Dokters of tandartsen vertrouwde hij niet. Na zijn dood ben ik zes jaar lang bij een psychiater geweest, twee keer per week. Niet vanwege die van hem maar vanwege mijn eigen gewisse dood. Macho’s hadden mijn hoofd half tot moes geklopt en ik had liggen bloeden als een lam in het midden van de Kiekenmarkt in het centrum van Brussel. De automobilisten reden voorbij en deden alsof er niets aan de hand was of hadden gewoonweg niets gezien. De ambulance kwam me uiteindelijk wel van de straat rapen, samen met de politie. In die tijd (1997) bestond de Brusselse politie kennelijk uit idioten en racisten. Gelukkig heeft mijn vader dat allemaal nooit geweten.

Net als toen moest ik nu afkicken van die verdomde Cortisone en tegelijk doen alsof er niets aan de hand was. Gaan werken, naar een concert, naar het kunstenfestivaldesarts, naar het verjaardagsfeestje van een boezemvriendin. Waarom kies ik nu het woord ‘boezemvriendin’? Ik zou het nooit gebruiken in een gedicht. Aan mijn psychiater, die dezelfde naam heeft als mijn jarige boezemvriendin, kan ik het niet meer vragen. De analyse is afgebroken. Door mij. Ik heb haar vorige week gezien in het Théâtre National en me meteen verdekt opgesteld achter een muurtje. De laatste keer dat ik met haar had afgesproken, op een zaterdag in oktober vorig jaar, was ik de afspraak namelijk vergeten. Ik was bezig mijn koffers te pakken om op studiereis te vertrekken naar Jaén, en in die drukte was ik de hele hoochiekoochie vergeten. Pas de volgende maandagochtend, in het vliegtuig naar Granada, herinnerde ik me onze afspraak. Nadien durfde ik haar niet meer bellen om enige uitleg te geven. Ik voelde me schuldig omdat ik de afspraak was vergeten. En nu zag ik haar vanuit de verte in dat theater en het enige wat ik kon doen was toneel spelen. Heb ik al verteld dat ik toneelspeler wilde worden, toen ik jong was? Neen? Dan zal ik het later eens een keer uit de doeken doen. Maar niet nu. Ik heb over die gemiste carrière overigens zeer veel gepraat met ‘mijn’ psychiater. Of ik nog bang ben op straat? Ja, tenzij ik voldoende bier heb gedronken in café Dada.

Over het werk zal ik het evenmin hebben. Franz Kafka heeft dat op geniale manier beschreven in ‘Het proces’. Wat kan ik daar dan nog aan toevoegen? Kill your darlings?

Zonder Cortisone en zo weinig mogelijk alcohol naar het concert van Bettye Lavette. Was het beter of slechter dan vorig jaar? Ik stel de vraag maar ik beantwoord ze niet. Ik denk dat Bettye Lavette inzette met The Stealer (van de onvolprezen Free), gevolgd door He Made A Woman Out Of Me (een prachtige en zeer dubbelzinnige song over verkrachting/seksuele initiatie) en The Sparrow van Dolly Parton. Het grote verschil met vorig jaar was de duidelijke vermoeidheid van zowel de zangeres als de band. Hoe lang zijn ze al van stad tot stad aan het trekken? Van land tot land? Nu ze eindelijk enig succes hebben? Vorig jaar was Bettye opeens weer hip. De aasgieren van de pers en de modieuze popmuzikanten waren toen in groten getale aanwezig in de kleine AB club. Nu echter heeft naar mijn weten één perspersoon een stukje geschreven in een of andere nitwitkrant (met alle respect), terwijl de veel grotere zaal zwart zag van het volk. So you all brought your friends with you, sprak Bettye Lavette. Het laatste nieuws heeft de ‘hippe’ en ‘coole’ mensjes bereikt: soul is opnieuw niet meer hip. Wel, dan heb ik dit te melden: soul is altijd hip. Er is geen enkel genre dat altijd hip is, behalve soul. Hoewel Bettye moe was, was ze toch ook nog sterk en gaf ze haar hele ziel aan het gewillige publiek. Het was een fijn publiek, zo zonder aasgieren. Echte kippenvelmomenten waren Close As I Get To Heaven en I Do Not Want What I Have Not Got (waarbij, dat moet ik toegeven, mijn gedachten afdwaalden naar Sinéad O’Connor, en naar de roofmoord in het Centraal Station, en naar het gedicht Brot und Wein van Hölderlin en naar Paris, Texas, vooral het begin met Harry Dean Stanton in de woestijn). Overigens vind ik Joy de slechtste song van Lucinda Williams en begrijp ik daarom niet waarom Bettye Lavette precies deze heeft uitgekozen. Maar dat zijn details. Long live Bettye!

Vrijdag, in de KVS, stelde ik vast dat de culturele elite maar 1,50 of 2 euro betaalt voor een glas wijn (terwijl de rockliefhebbers 4 euro moeten betalen, alvast in de AB, een waanzinnige prijs, voor een instelling die waanzinnig veel subsidies krijgt). Maar het zij zo, ik mag me niet opwinden, laat iemand anders dat maar doen vanavond. Christoph Marthaler is een genie. Zoals hij in Winch Only, gebaseerd op Poppea van Monteverdi, de familie met alles erop en eraan (en het verborgene ook heel open en bloot, hoewel er geen letterlijk bloot aan te pas komt) ten tonele voert en ontrafelt, dat doet heden niemand. De familie is het grote mysterie. Dat was al zo bij Aeschylos, dat was zo bij Shakespeare, en dat is nog altijd zo bij Marthaler. Een mysterie dat er niet om vraagt om te worden opgelost. We kunnen de familie haten, als we jong zijn bijvoorbeeld, dat is een stadium waar we door moeten, lieve ouders, hatelijke ouders, het maakt niet uit, of we kunnen ze liefhebben. Maar de familie blijft altijd een mysterie. Koffie en koekjes of geen koffie en koekjes. De kinderen blijven een mysterie. De bloedverwanten. De broers en de zussen. De tantes en de nonkels. De neven en nichten. De hele reutemeteut. Socialisten, vieze tisten, flaminganten en fascisten, communisten, soul freaks, nitwits, Proustianen, Yes fans, slotenmakers, Call girls, we kennen ze allemaal en we haten ze en we hebben ze lief. En ze zingen allemaal liedjes van Monteverdi en van Mireille Mathieu. In ieder geval doen ze dat bij Marthaler. De man toont ons de typische familietriangel, maar dan dubbel en dik gespleten. De familieleden zitten te zuipen, elkaar uit te schelden, achterbaks naar elkaar te verlangen, domme spelletjes te spelen, dierengeluiden te produceren, liedjes van Wagner en van the Kinks (I Go To Sleep) te zingen, te slapen (waarbij je als toeschouwer ook in slaap valt), en zo verder. En dan is er de zoon die alleen maar Mireille Mathieu wil horen. En die krijgen we dan ook te horen, de echte singles op een echte platendraaier uit de sixties. Ook de hoesjes worden getoond. Af en toe krijg je zelfs een stukje Monteverdi te horen, uit L’incoronazione di Poppea, waar het stuk op gebaseerd is. Of roept de vader ‘Ta gueule!’. En dat speelt zich allemaal af in een huis waarvan de ene kant het Centraal Station van Brussel is (voorbijdenderende treinen inclusief) en de andere kant het Justitiepaleis (het lelijkste en mooiste gebouw van Brussel). De meubels in het huis komen uit datzelfde Paleis (de architect, Poelaert, heeft zelfmoord gepleegd, anders hadden ze dat plein nooit naar hem genoemd): de dochters hebben ze er gewoon gepikt. Hoe zou je zelf zijn, als dochter in een prettig gestoord gezin? Overigens herkende ik meteen een van die meubelstukken: ik had erop gezeten tijdens een van de drie ‘verzoeningspogingen’ tijdens mijn echtscheidingsprocedure. Niet dat we die poespas wilden. Het was van te moeten. In ‘Het Proces’ staat dat ook allemaal al beschreven. Maar niet de dimensie die Christoph Marthaler en zijn gezelschap er aan toevoegen. Beter kan niet. Bovendien is het allemaal bijzonder grappig. Je lacht je meerdere breuken op één avond. Ik stel voor om meermaals te gaan. Dan moet je nooit meer gaan werken. Kafka lezen wordt dan ook overbodig.

En dan moest ik het nog over het verjaardagsfeestje van I. hebben, mijn boezemvriendin. Gelukkige verjaardag, lieve vriendin. Het was een onvergetelijk feest, in dat volkscafé daar in Gent. En we zijn goed thuisgeraakt. Nu ben ik moe en moet ik de dromen tegemoet zien. Ik ben een oude, vermoeide gek. How am I different?

 

ZERO DE CONDUITE: SOUTHERN SOUL

De playlist voor mijn programma zéro de conduite op radio centraal in Antwerpen (106.7 fm) vanavond van zes tot acht. Het thema is ‘the south’, het Zuiden van de Verenigde Staten, en de muziek die daar werd en nog steeds wordt gemaakt: blues, country, soul, rock and roll.

Driving Wheel – Al Green
Patches – Clarence Carter
Power of My Love – Elvis Presley
A Woman Left Lonely (Live) – Dan Penn & Spooner Oldham
Crazy Arms- Jerry Lee Lewis
(I’m) A Soutern Man – Roy Orbison
Rise And Fall Of Jimmy Stokes -Link Wray
You Better Move On – Travis Wammack
Soul Deep – Wayne Carson
Yeah Man – Eddie Hinton
Ring Of Fire – James Carr
The Memphis Train – Rufus Thomas
Gitanarias – James Booker
Swamp Music – Lynyrd Skynyrd
Fancy – Bobbie Gentry
Share Croppin’- Grey DeLisle
Rainy Night In Georgia – Shelby Lynne
Saturday Night In Oak Grove Louisiana – Tony Joe White
Louisiana Man – Rusty & Doug Kershaw
Full Moon On The Bayou – Bobby Charles
The Outlaw – Sid Selvidge
Swamp Walk – Ry Cooder
King Of The Road – Jim White
Oh My Sweet Carolina – Ryan Adams
I Love No One But You – The Stanley Brothers
Don’t Give Your Heart To A Rambler – Jimmy Martin
I KNow You’re Married – Reno & Smiley
I’m Only A Woman – Tammy Wynette
I’m Not Going Hungry – Charlie Rich
Blues Stay Away From Me – Johnny Burnette
Where The Rio De Rosa Flows – Carl Perkins
The Boys From Alabama – Drive-By Truckers
Get Rhythm – Little Richard Johnny Cash
Rainbow at Midnight – Gene Vincent
This Old House – Loretta Lynn
Alligator Man – Alex Chilton
Big Mouth Blues – Gram Parsons
Flesh And Blood – Johnny Cash
Chained & Bound – Bettye Swann
Too Hurt To Cry – Candi Staton
Zero Willpower – Irma Thomas
Little Sparrow – Bettye LaVette
Could We – Cat Power
Diamond In Your Mind – Solomon Burke
Georgia Morning Dew – Johnny Adams
I Don’t Want No Woman – Johnny Jenkins
I’ll Take Care of You- Bobby “Blue” Bland
Peach Tree – Sonny Boy Williamson
I Feel Like Going Home – Muddy Waters
The Natchez Burnin’ – Howlin’ Wolf
High And Lonesome – Jimmy Reed

BETTYE LAVETTE : I’VE GOT MY OWN HELL TO RAISE

Je weet het al of je weet het nog niet of het maakt je niet uit: op de dag van alle heiligen treedt Bob Dylan op in Vorst. Maar wat je misschien nog niet weet en wat je misschien wel interesseert is dat Bettye Lavette, de meest miskende queen van de soul, op de dag van alle zielen, alle zielen jongens en meisjes!, optreedt in de AB club, voor 10 euro. Nog nooit van Bettye Lavette gehoord? Geloof me dan op mijn woord: het is een buitengewone soulzangeres, die zichzelf trouw is gebleven, die zich niet heeft laten kapot maken door pooiers, drank, drugs, geld en platenmaatschappijen (zoals bijvoorbeeld Aretha Franklin) en die nu pas eigenlijk de kans krijgt om echte platen te maken en ze ook uit te brengen. Luister eens naar He Made A Woman Out Of Me, een song geschreven door Burch/Hill en een ‘moderne’ kitchensink versie van The Taming Of the Shrew en in de jaren zestig net geen hit voor Bettye Lavette. Bobbie Gentry coverde het lied, en het werd ook gebruikt in de soundtrack van Alamo Bay in een productie van Ry Cooder. In dat laatste geval ging het om een schuchtere maar moedige, zeer blanke, en enigszins perverse versie door de actrice Amy Madigan. De uitvoering van Bettye Lavette werd echter nooit overtroffen. Ivo Van Hove had ze kunnen gebruiken in zijn bewerking van Het temmen van de feeks (waar wel een prachtig Cheree van Suicide in werd gebruikt).

 

EEN DEFINITIE VAN DE ZIEL

Er is geen bepaalde reden waarom ik almaar terugkom op de ziel. Ik denk alleen dat er een verband is met mijn liefde voor soulmuziek. In een boek van Michel Onfray las ik iets over het sublieme in verband met de ziel (en zoals je weet was ik zo vol van ons subliem anders-zijn voor ik – nu bijna een week geleden – een toontje lager ben gaan zingen). Onfray schrijft dat het sublieme een vreugde is “die aangrijpend werkt op de ziel, ofwel op hetgeen in de materie de impulsen wekt waardoor je geschokt wordt – het door de cultuur gevormde zenuwstelsel, dat op zijn beurt vormgeeft aan de beschaving.” Hier heb ik dan eindelijk een sluitende definitie van de ziel. Misschien kan ik er voortaan over zwijgen, er van uitgaande dat iedereen weet waarover ik het heb als ik me aan metafysische uitspraken te buiten ga, terwijl ik me tot de rock & roll zou moeten beperken.

Op dit ogenblik luister ik overigens naar een oude plaat van Green On Red, een van de betere bands uit de jaren tachtig, een van de weinige die toen nog gitaar durfde spelen en songs maken over het werkelijke bestaan. Als er iemand is die weet wat er met Dan Stuart is gebeurd: je kent mijn adres. That’s what dreams are made for.