NACHTMERRIE EN MUZIEK

dylan-parijs

Bob Dylan lijkt in zijn nieuw werk, Murder Most Foul, muziek als een mogelijkheid te zien om uit de nachtmerrie van de recente geschiedenis te kunnen ontwaken. Die hypothese roept bij mij nogal wat denkbeelden en associaties op. Ik laat ze hier als toevallig opgeraapte steentjes en schelpen op dit geschreven pad neervallen, als een Klein Duimpje verloren gelopen in de bloedhete straten van Laredo. Of was het Nuevo Laredo? Een Klein Duimpje onderhevig aan de blues.

In een nachtmerrie kijken duizenden toe op een tragische gebeurtenis, maar geen stervende ziel ziet iets. Alleman, Jan zonder Vrees, Judge Priest, Julia Dixon en Rhett Butler waren erbij; ze stonden dicht bij het podium, maar niemand onder hen ving van wat dan ook een glimp op. Het leek of deze toeschouwers – en wij met zijn allen, die het van ver maar op de voet volgden – blind geboren waren. In zekere zin doofstom. Niet moeilijk om zo je weg te verliezen. Te verdwalen, strompelend van paradijs naar hel, als in de nachtmerrie van een kamer vol donkere spiegels.

Uit enkele akkoorden en een eenvoudige melodie komen handen tevoorschijn; het zijn die van John, Paul, George en Ringo. Kijk hoe ze je nu vasthouden, meisje, hoe ze je de zo gemiste warmte schenken. Komm gib mir, gib mir. Een lang ogenblik lang omhelzen de vier jongens je. Nee, niet zijzelf, hun stemmen doen dat.

Een heel eind daarvandaan, in het verre Amerika, waar de paarden in onze dromen veel ruimte vinden voor hun galop, verandert een akelige lange zwarte limousine in een troostende melodie, vanuit de ziel in de richting van de hemel gezongen. Het geluid van de fatale schoten op de president wordt een zotte dans van Junior Walker & the All Stars. Shoot ‘em ‘fore he run now do the jerk baby do the jerk now. Vrijheid is niet langer iets om na te streven, als het dat al ooit was. Vrijheid is bedrog, mijn zoon. De enige echte vrijheid is de dood, verklaart Bob Dylan in zijn lied. Dat wisten de joden in de concentratiekampen maar al te goed. Rook naar de hemel. Another word for nothing left to lose, jongen.

De dag dat John Fitzgerald Kennedy stierf overleed ook de New Frontier. Talking stopped, someone shouted, what / I ran out to the street. Wat kun je in deze nachtmerrie nog doen voor je land? Heb je nog wel een land? Tenzij een land van duizend deuntjes en duizend dansen. Het land dat Patti Smith al bezong toen zij nog maar een wat schriele rijzende ster was. Het zorgeloze land dat Christophe Kenner in New Orleans aan de vooravond van de koningsmoord bedacht. New Orleans, het enige koninkrijk dat de Amerika heeft gekend, met de Zulu King dansend in de straten genaamd St. Claude en Dumaine, met de Voodoo Queen Marie Laveau en met de lekkere Lady Marmalade. Getcha, getcha ya, ya, da, da. Getcha, getcha ya, ya, here. Het land waar je in goede en kwade dagen over de grond rolt van het lachen. New Orleans, een heel ander rijk dan dat van de eenzame ster en de onheilspellende olievelden. Waar Lyndon B. Johnson het daglicht en JFK de ultieme duisternis zag. Waar Bob Wills nog steeds de koning is.

Met kleine Susanna in de cinema genaamd Texas Theatre in Dallas vind je maar tijdelijk vermaak. Het is niet veel meer dan een vlucht in een camera obscura, zoals die van Lee Harvey Oswald. Wat je nodig hebt zijn liedjes, gekke liedjes, mooie liedjes, wonderlijke liedjes. Ook al duren ze niet lang. Kijk maar naar het levenslied genaamd Patsy Cline. Een korte wandeling na middernacht, een beetje gek gedoe, maar de ochtend haalt ze niet. Buddy Holly, Otis Redding, zovele anderen. Ze halen de dageraad niet. Zij brachten soelaas maar redden het zelf niet. Jimi Hendrix, Duane Allman, Janis Joplin, Alan Wilson. Je kent de namen. Mozart, Schubert. Brandon DeWilde, die van Shane, vriend van de cowboy engel Gram Parsons. Luister nog een keer naar In My Hour Of Darkness.
Tommy is doof, stom en blind. Hij hoort je niet en ziet je niet. Nog zo een. Een andere koningin, mishandeld, niet uit New Orleans afkomstig, zit aan de acid. Haar door Pete Towshend aangereikt. De man in de witte katoenen overall, uitvinder van muzikaal gestotter, erfgenaam van de vuilnismannen, van surfende vogels. Het zijn maar woorden, mijn vriend, wees gerust. Het is nog altijd geen echte muziek. Nu hoor je opeens het wild geraas van Shots, opnieuw en opnieuw, in een oud lied van Neil Young. De aarde is nu bijna een wilde hemel. Bif Bang Pow!

Niemand bevindt zich ver van het graf. Het einde is altijd in zicht. Veel verder dan zes mijl is het niet. Zo dacht Hank Williams erover. Misschien nog een geluk dat een dode Kennedy geen gedachten heeft. Als hij die toch had, zouden het er wellicht over vers fruit en rotte groenten zijn, wormen, pulpfictie.

Wat dacht je van de dithyramben van Nietzsche, van zijn antichrist, zijn Dionysos, zijn geboorte van de tragedie uit de geest van de muziek? Hem is het niet om de zuivere schoonheid te doen maar om kunst die onthult. Zie je de naakte waarheid? Onmogelijk, dat kan niet. Nu gaat alles zo hard trillen dat het zwart voor de ogen wordt. Zie je Nietzsches Mansion on the Hill? Je hebt niet goed gekeken. Het is een gesticht in Bazel. Hoor je de leugens die zijn zuster Elisabeth over hem vertelt? Luister er niet naar. Luister naar zijn muziek. Hoe hij zijn piano te lijf gaat. Het lijkt wel John Cale, John Cage, John Lennon, een Beatle. Heeft een piano een lijf? Een lijf dat met zijn zwarte en witte vingers naar de eeuwigheid reikt.

Mooie liedjes duren niet lang? Bob Dylan denkt daar, geloof ik, anders over. De moderne ridder Wolfman Jack, de Ideale DJ, wijst de weg. Elke single die hij zinderend en sidderend de aardedonkere of vollemaanverlichte nacht instuurt biedt troost. Zelfs het eenvoudigste akkoord heft de tijd op en schudt het hart wakker.

In Junior Parker’s Mystery Train zien we nog steeds de betreurde doden zitten; zie je ze naar ons wuiven, Martin Luther King, Robert Kennedy, Malcolm X, Curtis Mayfield, Frances Farmer, Sister Rosetta Tharpe en Casey Jones? Er zitten nog veel meer reizigers in deze trein. Hobo’s, zwervers, swingende troubadours, componisten, parels van zangeressen, prinselijke zangers, muzikanten, hun koffertjes vol tekstvellen en partituren, vol demo’s en dromen. De mysterieuze trein die we zo goed herkennen is de trein van de lust die eeuwigheid wil. Kopen we een kaartje om daarmee samen aan deze nachtmerrie te ontkomen?

jimmorrison-graf

Foto’s: Martin Pulaski, Parijs. Boven: Bob Dylan, onder Jim Morrisons graf.

BACK TO NEW YORK CITY: EEN SELECTIE

bakery, manhattan

1. Just Like Tom Thumb’s Blues (Alternate Take) – Bob Dylan
The Bootleg Series, Vol. 7 No Direction Home : The Soundtrack. Originele versie op Highway 61 Revisited, 1965. Deze take werd opgenomen op 2 augustus 1965.

Bob Dylan kwam in New York aan op een koude winterdag in januari 1961. In die stad, en meer bepaald in Greenwich Village, kwam zijn talent tot bloei. 4th Street, Suze Rotolo, Fred Neil, John Hammond, de folkclubs, de verhalen zijn bekend.  New York is, het hoeft niet te verbazen, een thema in veel van Dylans songs, soms op de voorgrond, soms op de achtergrond. Bij ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’, een ‘on the road’ van 5:44 minuten, voel je meteen aan waar de verteller naar terug zal keren als het hem allemaal te veel wordt.

When you’re lost in the rain in Juarez
And it’s Eastertime too
And your gravity fails
And negativity don’t pull you through

[…]

I started out on burgundy
But soon hit the harder stuff
Everybody said they’d stand behind me
When the game got rough
But the joke was on me
There was nobody even there to call my bluff
I’m going back to New York City
I do believe I’ve had enough
2. I Guess The Lord Must Be In New York City – Harry Nilsson
Harry, 1969. Derde elpee van Harry Nilsson.

Harry Nilsson schreef dit nummer voor de soundtrack van John Schlesinger’s film ‘Midnight Cowboy’. John Schlesinger had Harry Fred Neil’s ‘Everybody’s Talking’ laten horen en hem gevraagd iets in die stijl te componeren. Uiteindelijk besliste de regisseur om Nilsson’s cover van ‘Everybody’s Talking’ te gebruiken. Fijn voor Fred, heel jammer voor Harry. Het prachtige nummer werd later wel gebruikt voor de film ‘You’ve Got Mail’ van Nora Ephron.

3. New York City Song – Dion
Dion, Born To Be With You, 1975. Producer: Phil Spector

That’s the year my dream died in New York City
That’s the year I had to leave that town
That’s the year people my dream died in New York City
That’s the year I left without a sound

Dion DiMucci is geboren en getogen in New York, meer bepaald in The Bronx. Als tiener was hij er lid van een straatbende. Hij kreeg succes met de doo-wopgroep Dion & the Belmonts (‘I Wonder Why’, ‘Teenager in Love’). In 1960 ging Dion solo en maakte wat ruigere singles, waaronder ‘The Wanderer’ en ‘Runaround Sue’.  Vervolgens raakte hij aan de drugs en ontdekte hij de échte blues en Bob Dylan. Zijn prachtige folk-rock songs zijn weinig bekend. Sommige hebben dezelfde sound als Dylan ten tijde van Highway 61 Revisited, mede dank zij producer Tom Wilson en orgelman Al Kooper. In 1968 was hij clean. Vanaf 1970 had hij bij Warner Brothers enig succes als schrijver en zanger van meer contemplatieve songs.  ‘Born To Be With You’ een Phil Spector-productie werd door het publiek genegeerd. Dion is nog altijd actief in New York. Treedt op met fans als Bruce Springsteen en Paul Simon.

4. The Pushers – Dizzy Gillespie
The Cool World, 1964.

Dizzy Gillespie, trompet; James Moody, tenor saxofoon en fluit; Kenny Barron, piano; Chris White, bas; Rudy Collins, drums.

Uit de soundtrack van de film ‘The Cool World’ (1963) van New Yorkse underground-cineaste Shirley Clarke. Geschreven door Mal Waldron. De film speelt zich af in de mean streets van Harlem. Hij volgt het reilen en zeilen van enkele jongeren die lid zijn van een jeugdbende. Schitterende kleine film.
5. On Broadway – The Drifters

Under The Boardwalk, Atlantic, 1964.
Lead vocals: Rudy Lewis.

Geschreven door Barry Mann & Cynthia Weill. Twee van de songschrijvers die actief waren in de legendarische Brill Building , een liedjesfabriek in New York. Voor dit nummer werkten ze samen met een ander al even legendarisch duo: Jerry Leiber & Mike Stoller.
Na een nacht brainstormen kreeg het liedje een meer rockende groove, met bluesy ingrediënten. De knappe gitaarsolo is van Phil Spector. Neil Young heeft er een zinderende cover van gemaakt.
Zanger Rudy Lewis is 27 geworden: een van de eerste leden van club 27.

6. Spanish Harlem – Ben E. King

Deze single op Atco was een hit in 1960. Ook op de gelijknamige elpee. Een compositie van Jerry Leiber & Phil Spector.
Ben E. King’s eerste hit nadat hij the Drifters verliet. King kwam uit North Carolina maar verhuisde op zijn negende naar Harlem. Hij was de grote held van Willy DeVille. Spanish Harlem is vaak gecoverd, maar de versie van King werd nooit overtroffen.

7. Dirty Blvd. – Lou Reed
Uit New York, 1989.

‘New York’ is een van Lou Reeds beste elpees. De song schetst een groezelig beeld van New York, totaal verschillend van hoe we de stad te zien krijgen in Woody Allen’s ‘Manhattan’.

Give me your hungry, your tired your poor I’ll piss on ‘em
that’s what the Statue of Bigotry says
Your poor huddled masses, let’s club ‘em to death
and get it over with and just dump ‘em on the boulevard

Get to end up, on the dirty boulevard
going out, to the dirty boulevard
He’s going down, on the dirty boulevard
going out

8. Harlem – Suicide
The Second Album, Ze Records, 1980.

Een productie van Rick Ocasek van The Cars. Alan Vega zingt & Martin Rev bespeelt synthesizer en drum machine. Baanbrekende plaat. Suicide was even minimalistisch en even invloedrijk als the Velvet Underground. Hun performances waren heel sterk en controversieel. Luister maar eens naar ‘23 Minutes Over Brussels’, live opgenomen op 16 juni 1978.

9. Rockaway Beach – The Ramones
Rocket To Russia, 1977.

31 minuten punk rock van de bovenste plank. Met onder meer de single ‘Sheena Is A Punk Rocker’. The Ramones gaven ons echte punk, the Sex Pistols de namaakversie.
In ‘Rockaway Beach’ van Deedee Ramone hoor je de invloed van the Beach Boys en surf.

Up on the roof, out on the street
Down in the playground the hot concrete
Bus ride is too slow
They blast out the disco on the radio

Rock Rock Rockaway Beach
Rock Rock Rockaway Beach
Rock Rock Rockaway Beach
We can hitch a ride to Rockaway Beach

ZERO DE CONDUITE: SONGS

nickdrake2

Wegens al dat reizen van mij ben ik niet aan een thema toegekomen. Het reizen zelf heb ik al te vaak gebruikt, en in elk programma duikt er wel een spoor van op, ook vandaag. In deze aflevering van Zéro de conduite gaat het opnieuw om de sfeer, om wat ontstaat door de opeenvolging van muziekjes en teksten. De nadruk ligt op wat singer-songwriters wordt genoemd, hoewel ik niet zo van die term houd. Maar hoe noem je hen dan wel?

Heel wat oude bekenden passeren de revue, maar ook wat minder voor de hand liggende namen, zoals Gene Parsons en Michael Chapman. Voor sommige muzikanten schijn ik een beetje doof te zijn, of is het vergeetachtigheid? Een grote popdiva als Joni Mitchell komt in mijn programma maar weinig aan bod, denk ik. Geen idee wat de reden daarvoor is. Alleszins probeer ik nooit wie populair is moedwillig, vanwege snobistische of elitaire overwegingen, te vermijden. Het zal een combinatie zijn van blinde vlekken en voorkeuren.

Omdat het zowel in de wereld als in mijn hoofd onrustig is, doe ik een poging om aan de hand van deze selectie mooie liederen wat rust te brengen, ook al gaan ze daar niet per sé over. Ik wil echt niet dat Zéro de conduite een behangpapierprogramma wordt.

De hommage aan Bobby Womack, een van de groten uit de soulmuziek, is veel te kort. Misschien moet ik opnieuw zoals in de jaren tachtig en negentig – met Shangri-La – een wekelijks programma van drie uur gaan maken, zodat ik meer aandacht kan geven aan allen die er toe doen in de populaire muziek en elders.

Veel luisterplezier.

 

Paths of Victory – Cat Power – The Covers Record – Bob Dylan      

Ring Them Bells – Bob Dylan – Oh Mercy  – Bob Dylan       

Berlin – Lou Reed – Lou Reed  – Lou Reed

Blue in Green – Miles Davis – Kind Of Blue – Bill Evans        

Drunk On The Moon – Tom Waits – The Heart Of Saturday Night – Tom Waits     

Beat Angels – Rickie Lee Jones – Duchess of Coolsville – Rickie Lee Jones  

For Free – Joni Mitchell – Ladies Of The Canyon – Joni Mitchell     

Blackbird Chain – Beck – Morning Phase – Beck Hansen

A Swallow In The Sun – Eels – The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett             

Burnin’ Summer – Ronnie Lane – Ooh La La: An Island Harvest – Ronnie Lane                      

Six Days On The Road – Taj Mahal – Giant Step & De Ole Folks At Home – Carl Montgomery/Earl Green

I’m Comin’ Home – Arthur Alexander – Rainbow Road: The Warner Brothers Recordings – Dennis Linde

California Dreamin’ – Bobby Womack – The Minit Records Story – Michelle Gilliam/John Phillips     

Trust Me – Janis Joplin – Pearl – Bobby Womack  

In A Station – Karen Dalton – In My Own Time – Richard Manuel    

Brides Of Jesus – Little Feat – Little Feat – Lowell George/Bill Payne

Cowboy Of Dreams – Crosby & Nash – Wind On The Water                           

Banjo Dog – Gene Parsons – Kindling                       

For Me Again – Gene Clark – Echoes – Gene Clark

Why [Single Version] – The Byrds – David Crosby/Roger McGuinn 

With Me Tonight – The Beach Boys – Smiley Smile – Brian Wilson  

Forever – American Spring – American Spring – Dennis Wilson/G. Jakobsen

As I Wander Lonely – Harry Nilsson – Nilsson Sessions: 1967-1968 – Harry Nilsson

Please Be With Me – Cowboy – Skydog: The Duane Allman Retrospective – Boyer

Rainbows All Over Your Blues – John Sebastian – John B. Sebastian – Sebastian

Something In The Way She Moves – Ian Matthews & Matthews’ Southern Comfort – Second Spring – James Taylor

Steamboat Row – Stealers Wheel -Ferguslie Park – Gerry Rafferty

Anyway The Wind Blows – J.J. Cale – Okie – J.J. Cale         

The Way I Feel – Gordon Lightfoot – The Way I Feel – Gordon Lightfoot

It Didn’t Work Out – Michael Chapman – Rainmaker

Mississippi You’re On My Mind – Jesse Winchester – Anthology – Jesse Winchester

The Times You’ve Come – Jackson Browne – For Everyman – Jackson Browne        

Saturday Sun – Nick Drake – Five Leaves Left – Nick Drake      

My Sweet Love Ain’t Around – Steve Young – Rock, Salt and Nails – Hank Williams

My Town – Paul Siebel – Woodsmoke & Oranges – Paul Siebel

Tell Me Mama – Leo Kottke – Circle ‘round The Sun

Single Girl – Haden Triplets – The Haden Triplets – A. P. Carter

Volgorde playlist: songtitel, uitvoerder, album, componist.
Presentatie en research: Martin Pulaski

 

LOU REED SONGS

dav

Over Lou Reed zal nu wel al voldoende geschreven zijn, en op dit ogenblik zullen voornamelijk de clichés bovengehaald worden of al in de bladen en op de blogs en websites staan. Het zij zo, het hoort bij het spektakel en vaak is het zelfs goedbedoeld. Toch zou je om de muzikant/dichter eer aan te doen iets moeten kunnen schrijven, zingen of anderszins maken dat op een even hoog niveau staat als zijn beste werk, ongeveer alles wat in “Between Thought And Expression” te lezen valt en een behoorlijk deel van zijn songs, solo en met The Velvet Underground. Die gave bezit ik niet.
Het enige wat ik kan doen, en dat is ook niet bepaald origineel en er blijkt evenmin veel eerbied uit, maar wat wil je, is een lijst maken met titels van songs die me van 1967, toen the Velvet Underground mijn hart veroverde tot A.D. 2000, het jaar waarin ik, na aanschaf van ‘Ecstasy’, om een mij onbekende reden ophield met nieuw werk van Lou Reed te kopen.

1972

“Lou Reed”

I Can’t Stand It

Wild Child

“Transformer”

Vicious

Andy’s Chest

Satellite Of Love

1973

“Berlin”

Men Of Good Fortune

Caroline Says I

How Do You Think It Feels

Oh, Jim

1974

“Sally Can’t Dance” ‎

N.Y. Stars

Kill Your Sons

Ennui

1975

“Coney Island Baby”

She’s My Best Friend

Kicks

A Gift

Coney Island Baby

1976

“Rock And Roll Heart”

Rock And Roll Heart

Vicious Circle

Temporary Thing

1978

“Street Hassle”

Dirt

Street Hassle

I Wanna Be Black

Real Good Time Together

1979

“The Bells”

Disco Mystic

Families

1980

“Growing Up In Public”

The Power Of Positive Drinking

Teach The Gifted Children

1982

“The Blue Mask”

My House

Women

The Day John Kennedy Died

1983

“Legendary Hearts”

Make Up Mind

1984

“New Sensations”

Fly Into The Sun

1986

“Mistrial”

I Remember You

Tell It To Your Heart

1989

“New York”

Romeo Had Juliette

Dirty Blvd.

Halloween Parade

Beginning of a Great Adventure

1990

“Songs For Drella” met John Cale

Slip Away

Nobody But You

1996

“Set The Twilight Reeling”

NY City Man

Hang On To Your Emotions

“Lost Highway” (soundtrack)

This Magic Moment

2000

“Ecstasy”

Tatters

Aan een opsomming uit de vier ‘officiële’ albums van the Velvet Underground begin ik niet: alles wat daar op te horen valt is uniek, zowel het werk van Lou Reed als dat van John Cale, zonder Sterling Morrison, Moe Tucker, Nico en Doug Yule te vergeten.

Alle hierboven genoemde songs kun je terugvinden op YouTube en Spotify, maar het verdient aanbeveling om alle platen zelf aan te schaffen, zodat je ze in de juiste context en omstandigheden kunt horen.

Φ

Afbeelding: Martin Pulaski

TWINTIG UITVERKOREN SONGS

Op 21 januari 2011 om 16:19 had ik twintig minuten nagedacht over wat op dat ogenblik mijn favoriete songs waren. Hoe vreemd: vandaag zou ik wellicht allemaal andere liederen kiezen. Alles in het leven is toeval, al dan niet objectief. Dit is de lijst, die geloof ik alleen op facebook heeft gestaan. Wellicht heeft hij alleen maar enig belang voor mezelf. Maar dat geeft niet, of wel? Soms denk ik alleen maar aan mezelf. De volgorde heeft hier al even weinig belang.

Substitute - The Who
Papa Was A Rolling Stone - The Temptations
It's All Over Now - The Rolling Stones
Long Black Limousine - Elvis Presley
Dedicated To The One I Love - The Five Royales
4th Time Around - Bob Dylan
Rollin' And Tumblin' - Muddy Waters
Lost Highway - Hank Williams
I Cover The Waterfront - Billie Holiday
Flowers In December - Mazzy Star
Goodbye - Steve Earle
Buzzin' Fly - Tim Buckley
Prisoner Of Love - James Brown
For Your Precious Love - Jerry Butler
Sin City - The Flying Burrito Brothers
Eight Miles High - The Byrds
At The Dark End Of The Street - James Carr
Getting Hungry - The Beach Boys
Free Money - Patti Smith
Strawberry Fields Forever - The Beatles

Het kan toch niet dat John Cale, Velvet Underground en Nico ontbreken? En waar zijn Alexander Spence, Gene Clark en Fairport Convention?

NEIL YOUNG x 30

Wat doet een man die herstelt van een longontsteking op een zondagmiddag? Een lijstje maken! Er zijn weinig bezigheden zo bevredigend en opwindend als lijstjes maken. En misschien is het wel heilzaam? Dit zijn mijn dertig favoriete Neil Young songs. Ook hier geldt weer de beperkte houdbaarheid.

Pocahontas –  Rust Never Sleeps
Expecting To Fly – Buffalo Springfield / Buffalo Springfield Again
Harvest – Harvest
Running Dry –  Everybody Knows This Is Nowhere
After The Goldrush – After The Goldrush
I Believe In You – After The Goldrush
Pardon My Heart – Zuma
Tired Eyes – Tonight’s The Night
Revolution Blues – On The Beach
Like A Hurricane – American Stars And Bars
Thrasher – Rust Never Sleeps
I’ve Been Waiting For You – Neil Young
If I Could Have Her Tonight – Neil Young
Ambulance Blues – On The Beach
Cortez The Killer – Zuma
Don’t Cry No Tears – Zuma
Out On The Weekend – Harvest
Winterlong – Decade
Helpless – CSNY / Déjà Vu
Wrecking Ball – Freedom
Days That Used To Be – Ragged Glory
One Of These Days – Harvest Moon
Sleeps With Angels – Sleeps With Angels
A Man Needs A Maid – Harvest
Cinnamon Girl – Everybody Knows This Is Nowhere
Too Far Gone – Freedom
The Old Laughing Lady – Unplugged
Sugar Mountain – single
Ohio – CSNY / single
Down By The River – Everybody Knows This Is Nowhere

2009: TIEN SONGS

Dit zijn songs van het bijna afgelopen jaar die me zijn bijgebleven. Er zijn er ongetwijfeld meer, maar ik wilde deze lijst beperkt houden. Jammer dat ik geen plaats meer had voor Bob Dylans ‘Must Be Santa’, het vrolijkste nummer van het jaar. Eervolle vermelding dan maar.

NEKO CASE / PEOPLE GOT A LOTTA NERVE
MONSTERS OF FOLK / DEAR GOD (SINCERELY M.O.F.)
DRIVE-BY TRUCKERS / GEORGE JONES TALKIN’ CELL PHONE BLUES
RICHMOND FONTAINE / WE USED TO THINK THE FREEWAY SOUNDED LIKE A RIVER
ALELA DIANE / EVERY PATH
PJ HARVEY & JOHN PARISH / BLACK HEARTED LOVER
BOB DYLAN / IF YOU EVER GO TO HOUSTON
GREAT LAKE SWIMMERS / EVERYTHING IS MOVING SO FAST
THE DUKE AND THE KING / IF YOU EVER GET FAMOUS
WILCO / YOU AND I

THE ROLLING STONES: 20×5

stones
 

Torn And Frayed – Exile On Main Street (1972)
You Got The Silver – Let It Bleed (1969)
Gimme Shelter – Let It Bleed (1969)
Winter – Goats Head Soup (1973)
Play With Fire / The Last Time – Single (1965)
Paint It Black – Single (1966)
It’s All Over Now  (Bobby Womack) – Single (1964)
Heaven – Tattoo You (1981)
Stray Cat Blues – Beggars Banquet (1968)
Can’t You Hear Me Knockin’ – Sticky Fingers (1971)
Have You Seen Your Mother Baby, Standing In The Shadow – Single (1966)
Monkey Man – Let It Bleed (1969)
Sweet Virginia – Exile On Main Street (1972)
Happy – Exile On Main Street (1972)
Citadel – Their Satanic Majesties Request (1967)
Child Of The Moon – Single B-Side (1968)
Love In Vain  (Robert Johnson) – Let It Bleed (1969)
Moonlight Mile – Sticky Fingers (1971)
Sway – Sticky Fingers (1971)
Parachute Woman – Beggars Banquet (1968)

Waarschuwing: selectie beperkt houdbaar.

 

 

FLEET FOXES IN DE AB: ZINGENDE ENGELEN

Gisteren woonde ik samen met een paar duizend andere muziekliefhebbers het concert van the Fleet Foxes in de AB bij, een van de mooiste muzikale momenten van mijn leven. En ik ga al naar concerten sinds 1966. Ik vind geen woorden om uit te drukken wat ik hoorde en wat ik voelde en voel. Voor een keer moet ik gebruik maken van het cliché “je moet er zelf bij geweest zijn”. Als je er niet bij bent geweest geloof je niet een van mijn jubelende adjectieven. Ze zouden bovendien hol klinken, omdat ze al veel te vaak zijn gebruikt en geen enkele overtuigingskracht meer hebben. Alleszins zit ik hier nu nog te beven, niet van de kou, maar van dat onnoemelijke waar ik gisteren getuige van mocht zijn. Samen met een publiek dat één leek te worden met het gebeuren, een publiek dat ervoor zorgde dat de tijd ophield te bestaan. Samen werden wij Het Lied.

Als de mensen engelen zouden zijn zouden ze zingen en musiceren als the Fleet Foxes.

Een magisch moment tijdens een magisch concert: Robin Pecknold, leadzanger van the Fleet Foxes, solo en unplugged in een volledig verstilde AB. Met dank aan Roen Het Zwoen, die me op het spoor van deze clip bracht, en met dank aan de maker ervan, PhilBe. Katie Cruel is een traditional, maar zou net zo goed een song van the Fleet Foxes kunnen zijn.

HOE WORD IK WEER ZICHTBAAR?

 

muziek,werken,lichaam,feest,pop,vriendschap,stront,geheim,vergeten,droom,verbergen,wereld,geluk,zwijgen,identiteit,seks,woorden,onzichtbaar,bob dylan,spreken,blik,absurd,huid,behoefte,oppervlakte,zelf,ejaculatie,ondoorgrondelijk,grond,geheimen,zichtbaarheid,plooi,the who,bestaan,heidegger,like a rolling stone,iris dement,caspar david friedrich,ambiguiteit,doorgrondelijk,ondergrond,gestel,gesteldheid,faeces
The invisible man, 1933.

Bob Dylan zong meer van veertig jaar geleden, bijna triomfantelijk, ook al was het ambigu, “you’re invisible now, You’ve  got no secrets to conceaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaal’.
Iedereen maar dan ook iedereen kent het lied. Alleen dat al kan een moment van geluk veroorzaken. Grote tevredenheid, verzoening met de wereld en de vele domme streken van de mensen. Maar ik twijfel eraan of onzichtbaarheid een goede zaak is. In feite ben ik er zeker van dat het geen goede zaak is. Evenmin is het aangenaam als je je geheimen niet kunt verbergen. Het is ook mogelijk dat het personage waarover Dylan zingt helemaal geen geheimen heeft, en dat is nog erger. Als je geen geheim hebt, heb je geen ‘ziel’, geen ‘zelf’, geen ‘identiteit’. Zonder geheimen word je oppervlakte, volkomen doorgrondelijk – hoewel er eigenlijk geen grond is. En nog veel minder is er zonder geheimen een ondergrond. Want zijn je geheimen niet de kern van je ondergronds bestaan? Zijn het niet je geheimen die je in leven houden, als je ademhaling het begeeft, of een of ander orgaan uitvalt? Die je helpen weerstand te bieden tegen de orkanen van de tijd en de beschaving. Je ondergronds bestaan, waarvan je je niet altijd bewust bent, of zelfs helemaal niet, nooit.

Je geheimen zijn aan elke blik onttrokken. Ze zitten in de plooien en de vouwen van je huid, van je tweede huid, in je irissen, in je hele gestel, in je gesteldheid. Je bent een individu met geheimen. ’s Nachts droom je vaak van mensen die sommige van hun geheimen prijsgeven. Ze doen hun donkere behoeften op een met zweet, bloed en tranen geweven Perzisch tapijt en ejaculeren waar je bij staat, alsof het niets is. Ze strooien hun zaad in het rond alsof het druppels afwasproduct zijn. Ze tonen hun meest intieme plooien. Terwijl ze zich ontplooien lijk jij te ontdooien, maar dat is niet zo. Je hoort de zanger zingen: ‘You’re pushing too hard on me”. Je wordt hard, en die hardheid maakt dat je ontwaakt. Eenmaal wakker ben je in je lichaam terug. Niemand weet iets van de ejaculaties en ontplooiingen die je bijwoonde. Alsof het gewoon een pornofilm was geweest en verder niets.

Spoedig ben je zelf die wereld vergeten. Je staat er weer alleen voor. Je vraagt je af: hoe word ik zichtbaar? Want alleen kun je niet leven. Je wilt je geheimen delen, niet alle geheimen, sommige. Je gaat de deur uit: eenzame mensen in auto’s op weg naar je weet niet waar. In het metrostation zwijgende mensen die het blaadje ‘Metro’ doorbladeren. Niemand zegt een woord. Er schijnt niemand geneigd te zijn om je te bekijken. Maar wat achter je rug gebeurt, weet je natuurlijk niet. Op het werk wordt er gewerkt, af en toe gepraat. Wat heb je aan gepraat? Wat je zoekt is een gesprek. Wat je zoekt is iemand die een geheim me je wil delen. Zoek je echter wel? Wordt niet alles wazig om je heen, de anderen onzichtbaar. Ja, ze onttrekken zich aan je blik, ze hebben geen geheimen meer over, geen geheimen om te onthullen.

Wat je zoekt is een vriend, een vriendin, een mensch – van hen hangt je leven af. Zij maken je zichtbaar, omdat ze je herkennen en erkennen. Voor hen ben je er gewoon. Geen zonderling, geen ongenaakbare, geen vreemde, geen boomstronk. Zij weten je altijd te vinden voor het weer te laat is. En dan komen ze bij je binnen en leggen een plaatje op van the Rolling Stones, van Bob Dylan. Kom, zeggen ze, monkey man, the kids are alright. Lay down your weary tune, zeggen ze. Een van de vrienden, een aantrekkelijke vrouw, probeert boven het rumoer uit te stijgen en fluistert, hotter than Mojave in my heart. En je schenkt ze nog eens vol, sharp as a formula.

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren – die soms interessanter zijn dan de tekst erboven – niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans ‘Girl From the North Country’ raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

REMEMBER A DAY : IN MEMORIAM RICK WRIGHT

In memoriam Rick Wright.

Remember a day before today
A day when you were young.
Free to play alone with time
Evening never came.
Sing a song that can’t be sung
Without the morning’s kiss
Queen – you shall be it if you wish
Look for your king
Why can’t we play today
Why can’t we stay that way
Climb your favorite apple tree
Try to catch the sun
Hide from your little brother’s gun
Dream yourself away
Why can’t we reach the sun
Why can’t we blow the years away
Blow away
Blow away
Remember
Remember.”

‘Remember A Day’, van Rick Wright, terug te vinden op Pink Floyds ‘A Saucerful Of Secrets’ (1968).

BIOGRAFIEËN VAN MUZIKANTEN (DOOR MUZIKANTEN)

bobbiegentry

Het is de eerste zaterdag van augustus, tijd voor een nieuwe aflevering van Zero de counduite op radio centraal. Toen ik verleden maand mijn programma samenstelde over historische figuren, helden en vooral antihelden viel het mij op hoeveel songs er zijn gemaakt over dat onderwerp. Ik denk dat ik een hele week had kunnen uitzenden in plaats van maar twee uur. Ik heb toen een aantal fijne liederen van muzikanten over andere muzikanten apart gehouden voor vandaag. Zelfs die subcategorie valt niet te onderschatten:  ik heb opnieuw, met pijn in het hart, veel moeten snoeien.

Voor de uitzending van vandaag ziet de playlist er ongeveer zo uit (de volgorde is: titel van de song, titel van de elpee/cd, uitvoerder):

Gene Clark – Thirteen – Teenage Fanclub

Alex Chilton – Pleased To Meet Me – The Replacements

D. Boon – Still Feel Gone – Uncle Tupelo

The Beatles – Yip / Jump Music – Daniel Johnston

Beatle Bones ‘N’ Smokin Stones – The Mirror Man Sessions – Captain Beefheart & the Magic Band

The Ballad Of John And Yoko – Past Masters 2 – The Beatles

Mr. Wilson – Slow Dazzle – John Cale

Bob Dylan Blues – Wouldn’t You Miss Me? – Syd Barrett

Song To Bobby – Jukebox – Cat Power

Suite: Judy Blue Eyes – Crosby, Stills & Nash – Crosb, Stills & Nash

Buffalo Springfield – Silver and Gold – Neil Young

Dolly Parton’s Guitar – Back On the Street Again – Lee Hazlewood

Bing Crosby – Discover America – Van Dyke Parks

Johnny Cash – I, Flathead – Ry Cooder

Bob Wills Is Still the King – Dreaming My Dreams – Waylon Jennings

Lester, Bill and Earl – Tennessee Jubilee – Benny Martin

Elvis Presley Blues – Time (the Revelator) – Gillian Welch

Carl Perkins’ Cadillac – The Dirty South – Drive-By Truckers

Drunken Angel – Car Wheels On A Gravel Road – Lucinda Williams

Blaze’s Blues – Rain On A Conga Drum – Townes Van Zandt

Townes’ Blues – Black Eyed Man – Cowboy Junkies

Bobby Gentry – The Other Side Of Daybreak – Beth Orthon

Lucinda Williams – West Of Rome – Vic Chesnutt

Faron Young – Steve McQueen – Prefab Sprout

Not Even Stevie Nicks – Feast Of Wire – Calexico

Nilsson – You Can Make It If You Boogie – James Kirk

Let’s Save Tony Orlando’s House – And Then Nothing Turned Itself Inside-Out – Yo La Tengo

Johnny Mathis Feet – Mercury – American Music Club

Furry Sings the Blues – Hejira – Joni Mittchell

Blind Willie McTell – The Bootleg Series, Vols 1-3 – Bob Dylan

Ma Rainey – News And the Blues – Memphis Minnie

I’m the Wolf – The Genuine Article – Howlin’ Wolf

Guitar Slim – Sufferin’ Mind – Guitar Slim

Bo Diddley – Bo Diddley – Bo Diddley

Otis Sleeps On – Platinum Collection – Arthur Conley

Aretha, Sing One For Me – Hi Records : River Town Blues – George Jackson

I Thought I Heard Buddy Bolden Say – Going Back To New Orleans – Dr. John

Lady Day and John Coltrane – the Revolution Will Not Be Televised – Gil Scott-Heron

Jackie Wilson Said (I’m In Heaven When You Smile) – Saint Dominice’s Preview – Van Morrison

Like Little Willie John – Bubble Gum – Mark Lanegan Band

Ω

Ik weet nu al dat ik niet al deze nummers zal kunnen draaien, maar zo heb je toch al een idee.

Sommige bezongen muzikanten zoals the Beatles en Bob Dylan zijn beroemd, andere, zoals Blaze Foley en D. Boon kennen maar weinigen. Blaze Foley was de picareske vriend-muzikant van Townes van Zandt. Lucinda Williams ‘Drunken Angel’ gaat ook over Foley. D. Boon was de zanger en gitarist van de legendarische punkrockband uit Californië, the Minutemen.

Zero de conduite wordt uitgezonden van 18 tot 20 u. op radio centraal in Antwerpen. De radio is beluisterbaar op 106.7 FM en online. Ga daarvoor naar de websitevan de radio.

 

SCHRIJVEN OVER MUZIEK

muziekgeschiedenis,pop,rock,popcultuur,jeugd,tijd,herinnering,ervaring,afstand,autobiografie,sixties,elvis presley,bob dylan,jimi hendrix,the rolling stones,the who,emoties,gevoelens
Rockin’ Presley EP. De eerste rock & roll plaat die bij ons thuis binnenkwam.

Misschien vinden sommige lezers van mijn weblog dat ik het nogal vaak heb over muziek uit het nabije en minder nabije verleden. Dat is inderdaad het geval. Maar ik heb daar een aantal redenen voor. Tijd, geheugen en herinnering zijn voor mij belangrijke begrippen om het leven en de wereld te begrijpen en te aanvaarden (en in sommige gevallen te verwerpen). Veel van wat ik schrijf gaat over het verleden, niet alleen als ik het over muziek heb.

Wat nu muziek betreft is mijn begaan zijn met de tijd, het verleden, de (auto)biografie niet de enige verklaring waarom ik veel minder aandacht schijn te hebben voor wat hedendaags is.

Een eerste element is dat ik meer vertrouwd ben  met oudere muziek, vooral met de periode 1960-1975, hoewel ik nadien natuurlijk ook ben blijven luisteren. Als je een goed radioprogramma wilt maken is dat essentieel:  je moet zoveel mogelijk muziek beluisteren, oude en nieuwe, bekende en onbekende.
Doordat ik meer vertrouwd ben met die ‘oudere’ muziek kan ik er meer van op een afstand over schrijven. Maar ik wil desondanks niet koel en objectief berichten. Muziek hangt samen met herinneringen, emoties, gevoelens. Bepaalde melodietjes kunnen een herinnering plots weer levendig voor de geest roepen. Op zulke momenten – als ik een lied hoor – kan ik terugkeren naar bepaalde plaatsen en gebeurtenissen in mijn leven, of het leven van mijn generatiegenoten beter begrijpen.

Songs en elpees hebben een leven geleid in mijn bestaan, zijn verhalen geworden, of op zijn minst onderdelen van verhalen. Sommige songs en elpees hebben de status van mythe gekregen, in zekere zin aan tijd en geschiedenis onttrokken. Ik heb er iets over te vertellen omdat ik er intens mee bezig ben geweest en ben. Sinds mijn zesde jaar (1956) is er denk ik geen dag voorbijgegaan zonder een of ander lied.

Ik schrijf ook liever over muziek uit het (nabije) verleden omdat ik denk dat de lezer meer heeft aan een verhaal uit de eerste hand, dan het te moeten vernemen van iemand die er zelf alleen maar heeft over horen vertellen. In dat opzicht beschouw ik mezelf als een bevoorrechte getuige, waar ik overigens geen enkele verdienste aan heb. Geheel toevallig ben ik in 1950 geboren, werd ik in 1956 uit mijn kinderslaap gehaald door Elvis Presleys ‘Don’t Be Cruel’, ontwaakte ik een tweede keer in zaligheid in 1964 met ‘She Loves You’ en ‘Twist and Shout’ van the Beatles, en ‘Tell Me’ en ‘Not Fade Away’ van the Rolling Stones, en werd ik definitief ingewijd in de nieuwe jonge wereld in 1965 met Bob Dylans ‘Like a Rolling Stone’, ‘My Generation’ van The Who en een jaar later met Jimi Hendrix’ ‘Hey Joe’.

Voor nieuwe releases zijn er overigens massa’s andere bronnen: tijdschriften als Uncut, Mojo, Wire, les Unrockuptibles,  kranten, vakbladen, en zeker ook de honderden soms uitstekende muziekblogs. Wat me niet belet om af en toe ook mijn zeg te doen over wat deze tijd voortbrengt. Maar je weet het, rock and roll never forgets!

VEERTIG ONTROERENDE WIJSJES

Voor dit ellendige jaar zijn deuren sluit moet er nog een lijstje het daglicht zien. Dit is echt het allerlaatste, dat beloof ik. Ik zie immers nauwelijks nieuwe films, ik lees voornamelijk boeken uit andere tijden, en toneelstukken die ik gezien heb vergat ik meteen weer. Soms heb ik het gevoel dat ik in een parallelle wereld leef, waar de tijd en het geheugen niet bestaan. Maar liedjes blijven me bij, al vergeet ik veel meer dan vroeger titels en soms zelfs namen van bands, zangers of zangeressen. Mijn laatste lijstje van 2007 bevat de songs die mij het meest hebben ontroerd of die andere emoties in mij hebben losgeweekt. Je leest achtereenvolgens de naam van de uitvoerder(s), titel van het lied, titel van de cd.

Sonic Youth – I’m Not There –  I’m Not There (Soundtrack)
Lavender Diamond – Garden Rose – Imagine Our Love
Ry Cooder – Three Chords and the Truth – My Name is Buddy
Patti Smith – Smells Like Teen Spirit – Twelve
Wilco – Impossible Germany – Sky Blue Sky
Bonnie ‘Prince’ Billy – The Way I Am – Ask Forgiveness
Jim James & Calexico – Goin’ To Acapulco – I’m Not There (Soundtrack)
Meg Baird – All I Ever Wanted – Dear Companion
Jesse Sykes & The Sweet Herafter – The Air Is Thin – Like, Love, Lust & the Open Halls Of the Soul
Marissa Nadler – Diamond Heart – Songs III: Bird On the Water
Bob Dylan – Most Likely You Go Your Way  (Mark Ronson Remix) – Dylan
Mavis Staples – Turn Me Around – We’ll Never Turn Back
Robert Plant & Allison Krauss – Throught the Morning, Through the Night – Raising Sand
Danny & Dusty – Warren Oates – Cast Iron Soul
Neil Young – Beautfiul Bluebird – Chrome Dreams II
Amy Winehouse – Love Is A Losing Game – Back To Black
Ryan Adams – Tears Of Gold – Easy Tiger
Great Lake Swimmers – There Is A Light – Ongiara
Beirut – Un Dernier Verre (Pour La Route) – The Flying Club Cup
Blanche – Child Of The Moon – Little Amber Bottles
Levon Helm – Feelin’ Good – Dirt Farmer
Emmylou Harris – Snowin’ On Raton – Songbird
Lucinda Williams – Learning How To Live – West
Iron and Wine – Wolves (Song of the Shepherd’s Dog)
Willy Mason – When the River Moves On – If the Ocean Gets Rough
Joe Henry – Civlians – Civilians
Feist – Brandy Alexander –The Reminder
Betty Lavette – I Still Want To Be Your Baby (Take Me Like I Am) – The Scene Of the Crime
Rilo Kiley – The Angels Hung Around – Under The Blacklight
Matthew Sweet & Susanna Hoffs – I See The Rain – Under The Covers Vol. 1
Willie Nelson & Calexico – Señor (Tales Of Yankee Power) – I’m Not There (Soundtrack)
Joan As A Policewoman – The Ride – Real Life
Coat Check Dream Song – Bright Eyes – Cassadaga
Alela Diane – Pieces Of String – The Pirate’s Gospel
PJ Harvey – When Under Ether – White Chalk
Mary Weiss & The Reigning Sound – Nobody Knows (But I Do) – Dangerous Game
Cat Power – Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again – I’m Not There (Soundtrack)
Richard Hawley – The Sun Refused To Shine – Lady’s Bridge
Andrew Bird – Scythian Empires – Armchair Apocrypha
Stephanie Dosen – Vinalhaven Harbor – A Lily For the Sceptre

I AM A DJ I AM WHAT I PLAY

bobby bland

Gisteravond heb ik plaatjes gedraaid. Eigenlijk had ik me voorgenomen om nog eens naar een film van Truffaut te kijken, ik heb onlangs twee verzamelboxen gekocht, ongeveer twaalf films, waaronder de volledige Antoine Doinel-cyclus. De dvd’s zijn fraai uitgegeven en niet bepaald duur. Maar bij het avondeten had ik een cd opgelegd, wat ik altijd doe, het is nooit stil als wij aan tafel zitten, en cd’s hebben daarbij het voordeel dat je niet de hele tijd van tafel weg moet om ze om te draaien; zo had ik zin gekregen om nog meer muziek te beluisteren. Tussen 9 en 11 uur gisteravond was ik dus de privé-deejay van Laura. Aan tafel hadden we al geluisterd naar de volledige ‘Two Steps From the Blues’ van Bobby ‘Blue’ Bland, omdat ik daar een stukje over had geschreven, en daarna nog naar ‘Workingman’s Dead’ van the Grateful Dead. We zitten soms lang aan tafel. Misschien is dit een beetje exhibitionistisch van me, maar ik wil hier gewoon even vertellen welke songs ik daarna nog heb gedraaid. Een opsomming dan maar.

Het onvolprezen ‘Blood In My Eyes’ uit Dylans ‘World Gone Wrong’; de originele versie is van the Mississippi Sheiks. ‘I Wish It Would Rain’ van the Temptations; een van de schrijvers van dit erg ontroerende lied, Roger Penzabene, heeft zich, een paar dagen nadat de single was verschenen, op 31 december 1967 uit liefdesverdriet een kogel door het hoofd gejaagd. Een van mijn favoriete songs, daar kom ik nooit op terug, is ‘Long Black Limousine’, een tragische ballad uit ‘From Elvis In Memphis’, Presleys beste elpee. James Browns ‘Prisoner Of Love’ bezorgt mij keer op keer kippenvel. ‘Ruler Of My Heart’ van Irma Thomas, uit New Orleans, was de blauwdruk voor Otis Reddings ‘Pain In My Heart’ (later door the Rolling Stones gecoverd). Over ‘Polly’ van Dillard & Clark heb ik het onlangs al gehad. Het is terug te vinden op de elpee ‘Through the Morning, Through the Night’ van Doug Dillard en Gene Clark en werd gecoverd door the Walkabouts en heel recent door Robert Plant & Allison Krauss. ‘He’s Got All the Whiskey’ van Bobby Charles komt uit zijn titelloze elpee die in 1972 op het Bearsville label verscheen. Zowat de hele Band (THE Band) speelt er op mee. Het is een schitterende plaat, veel te weinig bekend. Net als Bobby Charles komt Dr. John alias Mac Rebennack uit New Orleans. Een van zijn mooiste platen vind ik ‘Goin’ Back To New Orleans’, verschenen in 1992, het jaar dat ik zelf voor het eerst in New Orleans was. Ik draaide gisteren ‘I Thought I Heard Buddy Bolden Say’. De Canadese schrijver Michael Ondaatje – bekend van ‘The English Patient’ – heeft een zeer meeslepend boek geschreven over de legendarische jazzmuzikant Buddy Bolden, met als titel ‘Coming Through Slaughter’ en in het Nederlands ‘Op weg naar stilte’. Ik hoor nog altijd graag de platen die the Steve Miller Band in de jaren zestig opnam. Later produceerde hij commerciële troep. Ik draaide een oude gospel ‘Don’t Let Nobody Turn You Around’ uit Steve Millers ‘Your Saving Grace’. Uit ‘The Piper At the Gates Of Dawn’ van Pink Floyd koos ik Lucifer Sam, uiteraard een pareltje. ‘Da Capo’ was de eerste elpee van Love die ik me ooit aanschafte, in 1967. Het lang uitgesponnen ‘Revelation’ klinkt verouderd, maar het delicate, poëtische ‘Orange Skies’, van Bryan MacLean, wordt mooier met de jaren. ‘Between the Buttons’ is altijd een van mijn uitverkoren elpees geweest van the Rolling Stones. Het is een echte popplaat; ze klinkt lekker opgewonden, waarschijnlijk door de grote hoeveelheden benzedrine die de groepsleden toen slikten. Ik vind de hoesfoto bijzonder mooi; in die dagen hadden de Stones een fantastische vestimentaire smaak. Brian Jones dacht wellicht dat ‘Miss Amanda Jones’ over hem ging, vooral met de regel ‘she looks delightfully stoned’. Bij mijn verlaten eilandplaten behoort zeker ‘Paris 1919’ van John Cale, en het mooiste nummer uit de elpee vind ik ‘Hanky Panky Nohow’, gecoverd door Yo La Tengo. Na John Cale is het onvermijdelijk de beurt aan Lou Reed. Ik heb de titeltrack uit Street Hassle gedraaid, met een gastrolletje van Bruce Springsteen (‘tramps like us were born to run’ komt hij vertellen).  Na die lange, poëtische song was het tijd voor wat harder werk, hoewel ‘Ramble On’ van Led Zeppelin qua geriff nog meevalt. Het staat op Led Zeppelin II. Als ik die plaat opleg wordt ik altijd teruggevoerd naar de Karmelietenstraat in 1969-1970. Van the Clash selecteerde ik Police & Thieves, reggae waar we in Antwerpen vaak op hebben gedanst. De originele versie is van Junior Murvin en Lee Perry. Met the Specials en ‘A Message To You Rudy’ – in een productie van Elvis Costello – wilde ik herinneringen aan de 2-tone-periode oprakelen. Iedereen was toen in zwart en wit gekleed. Ik heb mijn set beëindigd met Chris Isaaks ‘Livin’ For Your Lover’, uit zijn eerste elpee, die werd geproduceerd door Erik Jacobsen. In de jaren zestig was dat de producer van the Lovin’ Spoonful. Ik zou over elke song hierboven een heel verhaal kunnen vertellen, maar dat zal ik niet doen, want dan wordt het langdradig. En het zou niet origineel zijn, Nick Hornby heeft het al voortreffelijk gedaan in zijn ’31 Songs’ en Greil Marcus heeft zelfs een volledig boek gewijd aan ‘Like A Rolling Stone’ van Bob Dylan.

buddy bolden, twee links achterste rij
Buddy Bolden is de tweede links op de achterste rij.

DE TECHNIEK VAN GUY CLARK

clarks

Gisteravond zat ik nog een keer te luisteren naar ‘Better Days’ van Guy Clark, de singer-songwriter uit Texas die over enkele dagen 66 wordt en in ons land nog steeds even weinig bekend is als bij het verschijnen van ‘Old No. 1’, zijn verrassend debuut uit 1975.  Maar liefhebbers van americana noemen hem meestal in één adem met Townes Van Zandt en Steve Earle. Townes is inmiddels dood en een legende en Steve Earle berucht en (bijna) beroemd. Waarom vallen de liedjes van Guy Clark dan zo weinig in de smaak? In België houden maar weinig melomanen van countrymuziek; soms wordt over het genre zelfs met afgrijzen gesproken en geschreven. Waarschijnlijk te wijten aan de nasale stemmen, de realistische teksten – en in sommige gevallen aan de sentimentaliteit en de kitscherige kostuums.

Maar Guy Clark een typische countryzanger noemen zou verkeerd zijn. Zijn stijl leunt meer aan bij folk; zijn songs zijn verhalen, soms gedichten. Sentimentaliteit is hem vreemd. Hij heeft het over zeilboten, tomaten, de mandoline van Picasso, spullen die werken (“stuff you don’t hang on the wall”), gitaarsnaren, de Texaanse keuken, whisky, de laatste revolverhelden, instantkoffie, daklozen, hotelkamers, timmerlieden, enz. Je hoort op zijn platen veel plezier en bezieling, zowel in zijn warme stem als in het verfijnde spel van de muzikanten die hem begeleiden. Voor hen is het een eer erbij te mogen zijn. Je voelt aan dat ze houden van zijn levensechte songs, van zijn warme persoonlijkheid. Jammer toch dat niet wat meer muziekliefhebbers Guy Clark’s parels uit het duister tevoorschijn halen. Bij ons wordt het zelfs moeilijk om nog platen van de man te vinden. Maar de liedjesschrijver uit Texas volhardt. Zijn liefde voor het vak is groot. Ja, net als een timmerman of een meubelmaker is hij een vakman, wat hetzelfde is als een kunstenaar, zeker als je kunst als τέχνη (techné) beschouwt, wat de oude Grieken deden. Toch wordt techniek vaak als het tegenovergestelde van kunst beschouwd. Kunstenaars mogen in dat geval geen vuile handen hebben, zangers geen rauwe stem, gitaristen geen bloedende vingers. Op de hoezen van Guy Clark’s platen zie je wel eens mooie afbeeldingen van instrumenten, zelfs van schaafsel. Dat is geen toeval: de liedjesschrijver is ook ‘luthier’, hij herstelt en maakt gitaren. Is dat de reden waarom in de opnamestudio zoveel zorg wordt besteed aan de klank van gitaren, violen, mandolines, en andere snaarinstrumenten? Voor de ‘crafstman’ naar de studio trekt schaaft hij lang aan zijn teksten, dat hoor je al bij een eerste beluistering. Toch is het eindresultaat niet klinisch, niet ‘perfect’. De songs zijn ruwe diamanten, om de titel van een elpee van John Prine aan te halen.

Ja, en gisteravond kreeg ik nog een keer tranen in de ogen bij ‘Randall Knife’, het lied dat Guy Clark schreef naar aanleiding van de dood van zijn vader. Zonder sentimenteel te zijn weet de zanger met die song toch keer op keer het hart te raken. ‘Better Days’ is waarschijnlijk zijn beste langspeelplaat, maar heel zijn oeuvre verdient bestaansrecht. Schitterend is ook ‘I Don’t Love You Much Do I’, terug te vinden op ‘Boats To Build’ en op de pas verschenen ‘Songbird’-box van Emmylou Harris. En er is nog veel meer moois. Zal ik nog eens een lijstje maken?

Foto: Susanna and Guy Clark, fotograaf onbekend.

LIEDEREN VAN EENZAAMHEID EN VERDRIET

Hieronder de teksten van twee liederen die in mijn aantekening van gisteren werden vermeld in verband met eenzaamheid en mislukking. Nu heb je al wel de woorden, maar je zou de songs van Billie Holiday en Elvis Presley moeten horen: die verscheurdheid, dat verdriet, die wanhoop vanwege een mislukt leven. Hoewel Elvis Presley Long Black Limousine niet zelf heeft geschreven, klinkt het autobiografisch. In My Solitude in de versie van Billie Holiday niet minder.

IN MY SOLITUDE

In my solitude
You haunt me
With dreadful ease
Of days gone by

In my solitude
You taunt me
With memories
That never die

I sit in my chair
And filled with despair
Theres no one could be so sad
With gloom everywhere
I sit and I stare
I know that Ill soon go mad

In my solitude
Im afraid
Dear lord above
Send back my love

Duke Ellington / Eddie Delange / Irving Mills

LONG BLACK LIMOUSINE

There’s a long line of mourners, driving down our street
Their fancy cars are such a sight to see
They’re all your rich friends who knew you in the city
And now they’ve finally brought you home to me

When you left you know you told me that some day you’d be returning
In a fancy car, all the town to see
Well now everyone is watching you, you’ve finally had your dream
And you’re riding in a long black limousine

You know the papers told of how you lost your life
The party and the fatal crash that night
The race up on the highway, the curve you didn’t see
Now you’re riding in that long black limousine

Through tear-filled eyes I’ll watch as you ride by
A chauffeur at the wheel dressed up so fine
Well I’ll never love another – all my heart, all my dreams
They’re with you in that long black limousine
They’re with you in that long black limousine

Vern Stovall / Bobby George

De eerste versie van dit lied is van Wynn Stewart en verscheen in 1958. Glenn Campbell nam het op in 1962. De sterkste versie is evenwel die van Elvis Presley uit 1969, terug te vinden op “From Elvis In Memphis”. The Grateful Dead speelde het nummer af en toe live.

VOOR EN NA DE REGEN 3

 1974marcd

3.

In de jaren tachtig voerden muziekgolven mij via omwegen naar het platteland in het Zuiden van de Verenigde Staten. Samen met Teddy Bear maakte ik de lange, imaginaire reis, die nu nog voortduurt. Wij kickten op Carl Perkins, Charlie Rich, Bobby Charles’ Tennessee Blues en altijd opnieuw op Sin City van the Grievous Angel.

Bij Marco hoorde ik voor het eerst I Wonder If I Care As Much. We stapten een platenzaak binnen waar een elpee Van Mott The Hoople in het uitstalraam lag. At the Crossroads, Laugh At Me, alsof Dylan herboren was in onze straten. Wandelen in het Zoniënwoud, altijd zingend: I See A Bad Moon Rising, Syd Barrets The Gnome (“I want to tell you a story bout a little man”.) Vriendschap het hoogste goed.

In Rostock dragen Hoessein & ik een bak bier & glimlachen elkaar toe. Marokkaanse vriend, mag ik je mooie stem nog eens horen? Dans nog een keer met bleke Lena in dat zeemanscafé in Rostock. Ik zal toekijken met buikkrampen, van die Duitse worsten. Bij het slot van Schwerin valt de regen op de zwanen. “Geel rijmt op haar wispelturigheid, zoals anijs op ijskoud water.”

En wat jij, John Fogerty, Amerikaanse zanger, met je door een Indiaanse god gezegende stem? Je weet het wel: het is blijven regenen. En het zal blijven regenen. When It Rains It Really Pours (“I got troubles, troubles, troubles: when it rains, it really pours”). En elke maand zal de maan ons met liefde en onheilspellende dromen verrassen. Ja, Sinister Purpose, maar de vriendschapstrein vertrekt toch ook weer uit zijn klein stationnetje ’s morgens in de vroegte. Neem het bittere maar met het zoete, mister Fogerty, & doe de groeten aan Tom, je dode broer, als je bij hem op visite gaat.

Ook Elvis roep ik op. De ravenzwarte Elvis zingt opnieuw Bill Monroe’s Blue moon of Kentucky. (“Blue moon of Kentucky keep on shining”). Yes, sir! In Bad Nauheim croont hij voor de soldatenmeisjes die zich dan onder hun ganzenveren donsdekens betasten, daar waar het zo zacht is. In dat land waar kort tevoren hakenkruizen aan de dennenbomen groeiden. Mijn oude professor – maar hij niet alleen – had daar de geur van brandend vriendenvlees doorstaan. Elvis is bij me gekomen. “Are you sorry we drifted apart?” vraagt Elvis. “Yes,” zeg ik, “You were my First real hero, you and Yuri Gagarin. We are so alone now…On our own in the deserted rooms.” “I know what you mean,” zegt Elvis. “Yes” zeg ik, “I stood at your grave in Memphis. At your real grave, I mean, the mighty Mississippi.” “Aloha from Hawaii”, mompelt hij nog. Of versta ik hem verkeerd?

Serge Groussard, kom hierheen, of vergat je dat je vier jaar lang de bossen met me deelde, ver van de ouders & pralines bij de koffie? Serge Groussard je zag mijn zweren groeien in de zuivere dennenbomenlucht. Mijn lippen, mijn tong blauw van de bosbessen, die we in het zweet ons aanschijns moesten plukken voor de zusters van onze smarten. Herinner je mijn Veronica Satory, naam van zijde en Demeters ogen. Ik zag dat ze vochtig werden als we elkaar vluchtig aanraakten op de schoolbank – juffrouw Bakkers was even een plasje gaan doen?

Dansen in de Chemin de Fer in Tongeren, Proud Mary (“Rolling, rolling on the river, Proud Mary keep on rolling…”). Elke zaterdag in de King & Queen met Josy, mijn hoofd verloren in haar blonde lokken. Verboden liefde, volgens haar ouders. Een langharige, ongewassen schipperszoon, & jij die apothekeres of laborante moest worden. Alle kleuren die ik kende vonden een weg naar je naam: Josy. Why Am I Treated So Bad, dat was Julie Driscoll, Aretha’s blanke zusje. A Kind Of Love In, Dylan’s This Wheel’s On Fire (“rolling down the road”).

Ja, een aanval van nostalgie als ouder wordende man. Sinds die kerels op de maan wandelden zijn er al veel mensen gestorven, veel ganzen, everzwijnen, mussen & kleinere dieren. Microben die ik met antibiotica om de hoek help, hebben jullie een ziel, het eeuwige leven? De twin towers zijn ook al foetsie. Twee grote kaarsen in rook opgegaan, dank zij de Allergrootste, de Heer die over alles waakt & ieders weg uitstippelt. Zegt president Bush, zegt Osama Bin Laden, zegden de zusters van onze smarten.

Foto: Marc Didden (Marco)

ADOLESCENTIE IN LIMBURG

tinke

Eergisteren vertelde ik Laura nog een paar dingen over mijn adolescentie in Limburg. Er waren, zoals bij Marcel Proust, twee kanten : de kant van Hasselt (mijn vrienden Jan en Luc) en de kant van Neerharen (mijn vrienden Valère, Jean-Pierre, Martin, Jean en mijn vriendinnen Anita, Linda en Sylvia). Die twee werelden liet ik niet met elkaar in aanraking komen. Er is veel te vertellen over die periode, het midden van de jaren ’60. Je had de lokroep van de ‘misdaad’ – meer bepaald spionage – ontstaan uit fantasieën over James Bond met zijn Lüger en zijn goudgelakte vriendinnetjes. In Eisden Cité toonden wat oudere, gevaarlijkere jongens mij hun fonkelende knipmessen. Zelf had ik een luchtkarabijn en een luchtpistool, waarmee ik soms wel eens op vogels en zelfs op kippen schoot. Die kakelden dan alleen maar even en dan zochten ze weer verder naar iets eetbaars in de ondankbare aarde. Gaia bestond toen natuurlijk nog niet. Dan waren er ook de verlokkingen van de Congo Bar en de Paddock waar je gin fizz en zelfs pure Gordon’s Gin kon drinken. Ik was altijd de leider van de groep in Neerharen. Maar leiders worden verraden, dat moet je erbij nemen, ook al ben je Napoleon Solo II. En toen kwam 1967: flower power en een nieuwe wending in het leven van talloze jongeren. Weegaloze jaren braken aan. Mijn achttiende verjaardag. De twee kanten kwamen voor het eerst samen: Luc, Henri, Jan, Anita en nog een ander meisje (haar naam voor altijd weg, nee, die staat wellicht in een dagboek uit die tijd). De meisjes uit Neerharen waren welkom op mijn feestje, de jongens kwamen uit Hasselt. Doctor John the Nighttripper, zoals hij toen nog heette. Die voodoo had nog nooit iemand gehoord. En niemand maar dan ook echt niemand kende White Light White Heat. Hoe dat in 1968 klonk, dat kon je aan geen mens vertellen. It’s like telling a stranger about rock and roll. Daar dansten we dan op: Doctor John, the Velvet Underground… En op Vincebus Eruptum van Blue Cheer. De vader van Anita was rijkswachter, geloof ik, of toch politieagent, Anita zelf een fan van Engelbert Humperdinck. En waarom ook niet. Op Anita’s zus Linda, een onderwijzeres, was ik verliefd, maar zij had al een verloofde. Slechts één avond heeft ze mij gegund, meer niet. Waarom maar één avond en geen twee of helemaal geen, las ik ergens. Je bent natuurlijk nooit origineel in deze tijden van walging en afgrijzen. Wist je al dat de paus dood is?

Op 7 juni vind je mij in het Koninklijk Circus, bij Mercury Rev. Er is nog niet veel veranderd. Vorige zaterdag luisterden we in Antwerpen naar liedjes van the Mamas en the Papas en the Searchers en dansten we in Gent op Jackie DeShannon en Big Star. De bruid danst nog steeds rock & roll of struikelt, blind van dronkenschap, en valt in een ondiepe put. De taxichauffeur wacht stoïcijns, of is het onverschillig, tot het stof is weggewaaid. Over de vreemde gebeurtenissen van gisteren vertel ik morgen of later, veel later. Je moet de dingen doseren. De weinig slaap die je is gegund moet je als was het een vrouw of een grote teddybeer knuffelen tot je ervan in slaap valt!

Foto: Tinke (Martin) en ik in Neerharen.