STEMMEN: ROOD EN GROEN

CONSTANT NIEUWENHUYS

Ik behoor tot die tachtig procent Brusselaars die zijn gaan stemmen. Het is mijn plicht om dat te doen en ik doe het met plezier. Er zijn heel wat landen waar je niet mag stemmen of waar de verkiezingen gemanipuleerd worden. Bovendien kom ik zo nog eens buiten, mooi meegenomen op zo’n heerlijke zomerse herfstdag.
Veel liever zou ik voor een écht stadsbestuur stemmen, met een échte burgemeester en échte schepenen. Ik voel mij een Brusselaar die in de wijk Anderlecht woont. Je zou het ook een district kunnen noemen. Elke wijk moet zijn eigen karakter, subcultuur en zo meer behouden, dat zal ik niet ontkennen. Maar de bestuurlijke indelingen die we nu kennen zijn achterhaald. Om een stad als Brussel, de hoofdstad van Vlaanderen, Wallonië, België en Europa [1], te besturen heb je eenheid nodig. Elke inwoner moet er dezelfde rechten en plichten hebben. De (spel)regels moeten voor elke inwoner van deze stad [2] gelijk zijn. Geen verschil inzake mobiliteit, onderwijs, wonen, sociale zaken, groenvoorzieningen en dergelijke meer.
Maar goed, ik leg me voorlopig bij deze bestuurlijke indeling neer en ga vooralsnog in Anderlecht stemmen.

Ik ben al heel mijn volwassen leven sociaaldemocraat. Ik heb altijd in een of andere vorm van socialisme geloofd. Toen ik nog weinig wist over het schrikbewind van Lenin en Stalin dweepte ik zelfs even met het communisme. Later had ik sympathie voor de Trotskisten. De Mao-verering heb ik altijd nogal lachwekkend gevonden. In onze ‘punkperiode’ hadden wij een poster van Mao aan de muur, maar wel met een wit strikje, the Stranglers met hun ‘No More Heroes’ indachtig. Elio Di Rupo heeft dat van ons afgekeken.

Ik hecht veel belang aan taal, aan woorden. Zolang Agalev Agalev heette heb ik er niet voor gestemd. Ik vond de naam afschuwelijk. Groen met een uitroepteken was al wat beter, maar ook daar had ik nog mijn bedenkingen bij. Ik ben allergisch voor uitroeptekens! Nu heet de partij gewoon Groen, en hier bij ons Ecolo-Groen, zoals het hoort. Een groene partij moet Groen heten, vind ik. Sindsdien gaat mijn sympathie uit naar de groene partij. (Ik overdrijf een beetje. Natuurlijk sta ik al langer achter een partij die werkt aan meer verkeersveiligheid en een kwaliteitsvollere leefomgeving en die echte burgerinspraak nastreeft.)

Om vorige zondag op een doordachte manier te kunnen gaan stemmen had ik mij naar behoren geïnformeerd over de partijstandpunten; ik kende de programma’s. Ik wist heel zeker dat ik voor één of meerdere vrouwen zou stemmen. Dat doe ik al tientallen jaren. Ik geloof dat vrouwen beter met macht kunnen omgaan dan mannen. Ze zijn ook veel beter tot mededogen in staat en denken meer aan de toekomst. Vrouwen zijn volwassen mensen, mannen blijven altijd een beetje kinderen, waar op zich niets mis mee is, maar kinderen kunnen niet zo goed aan politiek doen.
Tot zondagochtend had ik mij voorgenomen om hier in Anderlecht voor Groen te stemmen. Hoewel ik sympathiseer met PTB-PVDA had ik die partij al uitgesloten, om historische redenen, maar ook omdat ik geen arbeider ben. Ik zou het onoprecht vinden om vanuit mijn positie voor een arbeiderspartij te stemmen. Maar ik hoopte wel dat deze partij veel stemmen zou krijgen van de mensen voor wie zij zich voornamelijk inzet. Het programma van de PS-SPA had ik met instemming doorgenomen, en er waren enkele vrouwen bij die ik waardeerde.
(Voor ik het vergeet: ik stem hier zo veel mogelijk voor Nederlandstalige politici. Niet omdat ik iets tegen anderstaligen heb, maar omdat de Nederlandstaligen een kleine minderheid vormen. Het is goed dat die in het politieke landschap aan bod blijft komen.)
Ik had echter mijn twijfels over de integriteit van de socialistische partij, vooral vanwege de schandalen, in het bijzonder de Samusocial-affaire. Al wist ik dat de toestand verbeterd is sinds Yvan Mayeur als burgemeester van Brussel-stad is moeten opstappen. De parasieten zijn trouwens nooit in de meerderheid geweest en zijn dat nu al helemaal niet meer. Maar er is nog veel werk. Alles moet nog veel transparanter worden. En dat niet alleen bij de sociaaldemocraten.
Zondagochtend keek ik nog eens goed naar de folders van de twee favoriete partijen. Opeens viel mij op dat op de groepsfoto van de groenen maar één niet-blanke kandidaat te zien was. En ze zagen er allemaal toch zo keurig uit. Zo helemaal door en door vertegenwoordigers van de blanke middenklasse. Dat kon toch niet? In een wijk als Anderlecht, waar een groot deel van de bevolking niet wit is en al evenmin tot de middenklasse behoort. Hoewel ik al gekozen had voor wie ik zou gaan stemmen, bedacht ik me. Net voor ik de deur uitging nam ik nog even de folder van de PS-SPA door. Daar was de verhouding wel juist. Zo is het gekomen dat ik voor twee sociaaldemocratische vrouwen heb gestemd. Zal ik ze noemen? Waarom ook niet? Ik hoop dat jullie de kans krijgen om goede dingen te doen, Elke Roex en Bieke Comer.

Achteraf beschouwd is het ook niet zo erg dat ik noch voor PTB-PVDA noch voor Groen heb gestemd. Ze gaan er met reuzenschreden op vooruit. Mijn stem hebben ze daarvoor niet nodig. Sinds maandagochtend ben ik op politiek vlak een gelukkig mens. Nu de rest nog.

10035703896_145c8a2f92_o

10035648914_19860acb27_o

[1] Is het niet bizar dat Brussel in Vlaanderen maar zelden enige aandacht krijgt. Hoe komt het dat de Vlaamse media hun eigen hoofdstad de rug toekeren? Tenzij er een aanslag gebeurt of als er uit de rest van het land ontevreden burgers komen betogen? In Duitsland, toch ook een federale staat, is het ondenkbaar dat Berlijn doodgezwegen zou worden.

[2] En van een land en van de hele wereld.

Foto’s: Constant Nieuwenhuys, Symbolische voorstelling van New Babylon, 1969; Martin Pulaski, Anderlecht, 2013

ARMOEDE EN DE RELIGIE VAN BOEKEN

400 coups

Veerle Bekkers, een trol met vele onzichtbare gezichten, schrijft me dat ik rijkdom niet belangrijk vind. Dat ik één keer minder op reis moet gaan en met het op die manier gespaarde geld een mens in armoede moet helpen. In mijn grote kamer waar nu alleen maar boeken staan voor mij alleen, schrijft ze, moet ik een dakloze te slapen leggen. Dat is toch mijn boodschap, voegt ze eraan toe.

Mijn pleidooi in het manifest waar ze commentaar op geeft, was er echter een voor broederschap, voor de wereld intrekken, letterlijk of figuurlijk, voor openheid. Opnieuw leren zien, horen, voelen. Een pleidooi dat impliciet ook te lezen valt in Rilkes Aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Ik schreef dat ik verlangde naar het neerhalen van muren en het openen van grenzen. Een muur is veel meer dan een stenen muur waar je niet door kunt; een grens is veel meer dan die tussen twee landen. Een grote kamer vol boeken is veel meer dan een grote kamer vol boeken, het is een droom, een toekomst opgebouwd uit woorden en zinnen, een nachtmerrie, een gevangenis, een zachte machine, een erotisch ballet, een taxi naar Timboektoe, een raket naar de maan en naar Venus.

Mijn pleidooi was er een voor gelijke rechten voor iedereen en overal. Ik voelde een sterk verlangen naar geluk voor alle mensen, overal. Voor me zag ik een visioen van vrede op aarde voor iedereen, mensen, dieren en planten. Ik betreurde de mogelijke ondergang van onze mooie wereld. Wat betekenen al onze bezittingen, onze rijkdom, ons aangenaam tijdverdrijven als daarbuiten – en binnenin onszelf – alles verwoest wordt? Ik schreef dat de meeste dingen die je thuis welvarend hebt vergaard niets voorstellen in vergelijking met een nacht van liefde onder heldere sterren.

Ik wilde helemaal geen autobiografische tekst schrijven en zeker geen rechtvaardiging voor wat ik doe en laat. Mevrouw Bekkers heeft mij er vroeger, onder andere namen, al van beschuldigd dat ik alleen maar over mezelf schrijf. Dat ik een narcist ben.
Nu zie ik mij genoodzaakt om toch enkele dingen te verklaren. Ik ben een groot deel van mijn leven arm geweest. Als je weet dat ik een schipperskind ben weet je eigenlijk al genoeg. Je moet heel hard vechten om aan die wereld te kunnen ontsnappen. Als je daar al zin in hebt. Als je zoals ik als kleine jongen de lokroep van het andere, in mijn geval van kunst en cultuur, hoort. De nieuwe wereld waar je in terechtkomt, die van kunst en cultuur, van o zo verfijnde mensen, is veel harder dan de oude, in mijn geval die van de binnenschippers. Je wordt er niet meteen toegelaten, wees daar maar zeker van. Talloos zijn de hindernissen op je levensweg, manieren om je uit te sluiten die de bourgeoisie sinds 1789 heeft bedacht. Schoenmaker blijf bij je leest, de appel valt niet ver van de boom, je weet wel. Ik ben vaak gevallen, af en toe weer opgestaan. Terug naar Reims, het boek van Didier Eribon dat nu zo in de belangstelling staat, vertelt veel over het parcours dat ik heb afgelegd. Over de uitsluiting, en over het triomfantelijk gevoel als de schone zielen je uiteindelijk aanvaarden. Eigenlijk heb ik dat triomfantelijk gevoel nooit gehad. Op zijn minst was het altijd gemengd. Ik heb me meestal vervreemd gevoeld van zowel de oude wereld, die van mijn ouders en van mijn broer, als van de nieuwe wereld, die van de stedelijke cultuur. Alleen als een dronken outlaw in bars en clubs voelde ik me met mezelf samenvallen.
Wat me sterkt heeft gemaakt – en gehouden – zijn boeken. Met boeken, met woorden van schrijvers en dichters heb ik rondom mij een wereld opgebouwd. Zij gaven uitleg bij wat mij in verwarring bracht, zij hielpen mij teleurstellingen en ontgoochelingen te verwerken en te boven te komen. Zij spraken me moed in, gaven me troost. Liefde voor boeken is een religie. Je kunt dat heel mooi zien in Les 400 coups van François Truffaut, als de jonge Antoine Doinel een altaartje bouwt voor zijn geliefde schrijver, Honoré de Balzac als ik me niet vergis. De boeken die mevrouw Bekkers zo verwenst zijn inderdaad ook materiële voorwerpen, maar tegelijk zijn ze immaterieel. In mijn ogen zijn ze heilig, een woord dat ik niet gauw gebruik, ik ben geen Allen Ginsberg. Samen met mijn muziekverzameling zijn de boeken mijn kerk. Ze zijn een onmisbaar deel van mijn existentie. Zonder boeken ga ik ten onder. Ik herken mij in veel van de dichters en schrijvers die zich hier rond mij verzameld hebben. Het is echter niet waar dat ik me er met huid en haar, op narcistische wijze, in terugvind. Ik zie mezelf avonturen beleven met Don Quichot, met Julien Sorel, met Geoffrey Firmin, Humbert Humbert, met de dubbelgangers van Borges. Als ik lees word ik een personage, een verzinsel. In boeken en hun verhalen, in de woorden en beelden van mooie gedichten, wis ik mezelf uit. Ik verdwijn uit mezelf zoals ik die ene keer toen ik opium gerookt had uit mezelf verdween. Met dit verschil dat ik van een roman of verhaal of gedicht nooit ziek geworden ben.

Het is absurd om mij ervan te beschuldigen dat ik hier in deze kamer waar mijn boeken staan geen dakloze te slapen leg. Ik ben oud en moe en al te vaak ziek. Lopen valt mij moeilijker met de dag. Ik ga mensen uit de weg omdat mijn geheugen erop achteruit gaat. Ik leef van een klein pensioen omdat ik geen volledige loopbaan heb. Ook dat is een gevolg van uitsluiting en de faalangst die daarmee samenhangt. Faalangst, existentiële onzekerheid. Ik lijd aan angst- en paniekaanvallen. Tegelijk houd ik van mensen, ben ik heel graag in hun omgeving. Ik kan niet zonder mijn vrienden. Ik kan niet leven zonder vriendschap. Ik ben gek op steden, wandelingen, ontmoetingen. Ik voel me leeg zonder de input van tentoonstellingen, concerten, films. Dat is de emotionele kant van het verhaal.

Hoe zit het met de rationele kant? Hoe zit het met armoede? Zijn wij als individuen verantwoordelijk voor onze armen? Zijn wij geen gemeenschap, hebben wij geen sociale zekerheid, hebben wij geen politici verkozen? Zijn er geen instellingen om armoede en andere maatschappelijke problemen aan te pakken? Willen wij niet zoals iedereen bijdragen aan het verbeteren van die instellingen? Willen wij als gemeenschap geen humane aanpak van de armoede en van de vluchtelingen in het Maximiliaanpark en elders?
Al heel lang, sinds ik Marx heb gelezen, ben ik tegen liefdadigheid. Liefdadigheid bestendigt armoede. Het is ook weer een vorm van uitsluiting en onderdrukking. Als er armoede is moet de samenleving veranderen, moeten de structuren veranderen. Dat kunnen wij niet als individu, als enkeling, als eenzame en toch empathische ziel. Niemand heeft het recht ons ervan te beschuldigen dat wij niet aan liefdadigheid doen.
(Overigens weet niemand of ik me wel zo streng aan die principes houd. Niemand weet of ik stiekem toch niet een beetje aan liefdadigheid doe. Je krijgt zoveel verzoeken voor dit of dat, dat je hart wel van steen moet zijn om niet af en toe gehoor te geven aan al die jammerklachten. Toch blijf ik ervan overtuigd dat een instelling als Artsen zonder grenzen, of welke andere vergelijkbare organisatie dan ook, de volledige financiële steun van de overheid zou moeten krijgen. Daarvoor dient ons belastinggeld. Mijn geld hoeft niet zo nodig naar de verstikkende ring rond Brussel te gaan. Maar daar beschuldigt me vooralsnog niemand van: dat ik via die belastingen mijn steentje bijdraag aan allerlei werken die de lucht verpestende auto’s de toegang tot deze stad vergemakkelijken.)

Maar wat voor zin hebben deze woorden nog? Iemand als mevrouw Bekkers wil alleen maar beschuldigen en beschadigen. Ik ben ermee gestopt me af te vragen waarom sommige mensen ervoor kiezen zo door de wereld te gaan. Ze moeten het zelf maar weten. Er is altijd een andere, een betere wereld.

Fahrenheit-451-don quichot

Afbeeldingen: Les 400 coups, François Truffaut; Fahrenheit 451, François Truffaut.

EEN VARKEN IS GEEN MENS

IMG_0884.JPG

Van sommige lezers van mijn blog krijg ik soms wat ongewone vragen. Wellicht gaat het om retoriek, maar mogelijk verwachten zij desondanks enig advies van me. Meestal kan ik dat niet geven, omdat ik wat betreft de gebieden waarover de vragen handelen zelf in het duister tast. Omdat ik echter een goede opvoeding heb genoten, waar wellevendheid en hoffelijkheid een onderdeel van waren, probeer ik toch meestal een antwoord te geven. Ik ben er mij bewust van dat ik met mijn antwoorden tekortschiet. Bovendien vermoed ik dat geen enkel antwoord van mij aan geen enkele verwachting kan voldoen. Twee recente voorbeelden.

1.

Wat is er in godsnaam gebeurd met Brussel, Belegerd, Bezet, wat in hemelsnaam bezielt Mayeur*? En dan vandaag op het nieuws: 300.000 mensen verliezen hun uitkering. Wat een meesterlijke strategie van Di Rupo, mooi getimed deze maatregel. Dat we dat niet hadden zien aankomen, zo blind, zo naïef, zo veel vertrouwen in de socialistische zwijnen. 300.000 mensen in de armoede gedumpt, vooral in Wallonië, Brussel belegerd en in Verviers knalt de linkse politie onschuldige moslims neer. Wir haben es nicht gewusst: rood=het nieuwe bruin? Hoe verblind zijn wij geweest mijn rode vriend?
Gepost door: geert de hooghe | 19-01-15

Beste Geert, je commentaar houdt geen verband met wat ik hierboven** schrijf. Echter: als Brussel belegerd is, is dat niet alleen een beslissing van de burgemeester maar net zo goed van de federale regering, en met name van minister Jambon. Dat in geval van dreiging sommige ambassades en dergelijke extra beveiligd worden – in de hoofdstad van Europa – lijkt me normaal. Het gevaar voor een aanslag is daar niet denkbeeldig. Maar militairen op straat blijft beangstigend en maakt de bevolking ongerust. Veel meer nog in een klein stadje als Antwerpen, neem ik aan – een stadje waar je normaliter nooit militairen met machinegeweren en dergelijke op straat ziet. En waar ze ook helemaal niet nodig zijn.

Van die driehonderdduizend mensen, dat moet je mij niet zeggen. Ik kreeg gisterochtend zelf de tranen in de ogen toen ik het nieuws hoorde (ik was vergeten dat die maatregel er zat aan te komen). Het is een ware schande! Natuurlijk is Di Rupo daar niet alleen verantwoordelijk voor, maar hij is wel ‘medeplichtig’. Deze maatregel zal de problemen die er al zijn zeker niet oplossen, integendeel. 300.000 desperado’s op een dag erbij…

Of de politieagenten in Verviers links waren, dat weet ik niet. Weet jij het dan wel? En of de slachtoffers al dan niet onschuldig waren, al dan niet moslims, weet ik ook niet. Ze waren verdacht, of dat wordt toch beweerd. De toestand is chaotisch, dubbelzinnig, onduidelijk, gevaarlijk. Het lijkt erop dat deze regering of degenen die de macht hebben bewust verwarring willen zaaien.

Bedoel je mij met ‘rode vriend’? Naar mijn weten ben ik noch je vriend, noch rood. Ik ben eerder kleurloos. Maar als je het esthetisch bedoelt is het goed. Rood is een mooie kleur.

En socialistische zwijnen? Ook nu betreur ik het weer dat degenen met wie je het niet eens bent ontmenselijkt worden. Het is niets nieuws, maar het is gevaarlijk. Je zou het een vorm van verbaal terrorisme kunnen noemen. Het is immers veel gemakkelijker om zwijnen uit te roeien dan socialistische mensen.

2.

Best interessant, en waarom in Luik dan ook, is dat ook een hoofdstad of is er een andere reden? Of is het ook een onnodig belegerd bezet stadje nu zoals Antwerpen? Want na Antwerpen en Brussel doet nu ook Luik een beroep op het leger ….

Maar jazeker, diegenen waarmee we het niet eens zijn gaan we niet ontmenselijken. Bij ontmenselijken zit daar ook het aanduiden als fascisten in?
Gepost door: Valerie | 20-01-15

Dag Valerie, waarom vragen jullie mij om advies over zaken die ik niet goed ken? Ik ben alvast geen terrorismebestrijder, wel een pacifist en een gewetensbezwaarde. Mijn aanvoelen is dat in België geen permanente militaire aanwezigheid in de straten van de grote en kleine steden nodig is. Niet in Antwerpen, niet in Luik, niet in Bouillon en niet in De Panne. Misschien op kwetsbare plekken in de hoofdstad, omdat het ook de hoofdstad van Europa is. Misschien. Maar zoals je weet heeft de aanwezigheid van soldaten in Parijs de aanslagen daar ook niet kunnen beletten.

Je vraag over fascisten begrijp ik niet goed. Ik heb het in mijn tekst hierboven** niet over fascisten, maar over het fenomeen ‘miskenning’. Nu is het wel zo dat naar mijn weten fascisten en nazi’s altijd mensen waren, geen dieren of andere wezens. Bijgevolg sluit je iemand niet uit van de menselijk soort door hem een fascist te noemen. Een fascist een varken noemen echter is weer iets geheel anders. Een varken is namelijk geen mens. En een zwijn is dat evenmin.

Nog een prettige dag, Valerie.

Ω

*In de post van Geert De Hooghe heb ik enkele tikfouten verbeterd.
**Vlaamse schrijvers over de bloedige aanslagen in Parijs.

Foto: Martin Pulaski, Neerpede, 23 11 2014