STEMMINGSWISSELINGEN ii

douglas coupland

In De witte raaf een interessant essay van Alain Badiou gelezen, ‘Het onbehagen van de zonen in de hedendaagse cultuur’, een soort van vervolg op ‘Het onbehagen in de cultuur’ van Freud. Badiou heeft het onder meer over de initiatie van de zonen, waarin hij drie mogelijkheden of perspectieven ontwaart: het perspectief van het perverse lichaam, het perspectief van het geofferde lichaam en het perspectief van het verdienstelijke lichaam. Geen van de drie mogelijkheden biedt een uitweg. Er vindt geen initiatie plaats (in de zin van een overgang, een aflossing, een wording). “Het is een door en door nihilistische ruimte, ook al moet het verdienstelijke lichaam dit nihilisme juist verhullen: we moeten doen alsof een carrière zin heeft. Een carrière moet het gat van de onzin vullen.”
Alain Badiou is zelf, uiteraard, geen nihilist. Hij ziet een uitweg, een toekomst. “Tegen het verdienstelijke lichaam dat kennis gebruikt om zijn carrière op te schroeven, kan het subject een echte vrije intellectuele uitvinding in stelling brengen, de belangeloze vreugde van de wetenschap en kunst, de idee die zich weigert te onderwerpen aan het financiële universum van de techniek.” Volgens Badiou had Rimbaud, ondanks zijn keuze voor de wereld van de handel, reeds een voorgevoel van die uitweg, hij wist dat er een andere kijk op de zoon en een andere initiatie mogelijk waren, een ander subjectiveerbaar lichaam, dat zich aan het lichamelijke drievoud van perversie, martelaarschap en en conformisme onttrok. (Alain Badiou wijst er terloops op dat het de taak van de filosoof is om de jeugd te bederven. Terwijl ik altijd heb gedacht dat die opdracht was weggelegd voor rocksterren.)

0mick-jagger-performance2.jpg

Nog een koude, grijze dag, nu met winterse neerslag. Na lange tijd heb ik nog eens een dagboeknotitie publiek gemaakt. Mijn bedoeling is het om dit voortaan met regelmaat te gaan doen, ook als er niets te zeggen valt. Maar valt er niet altijd iets te zeggen – in een wereld die aan nietszeggendheid lijkt ten onder te gaan? Is dat voornemen een symptoom van wanhoop, van ontreddering? Zal het om een therapeutische werkzaamheid gaan? Ik denk het niet. Ik denk dat ik alleen maar wil zeggen: ik ben een mens, ik besta, ik leef. Mijn diepste verlangen is het dit mee te delen, niet alleen dat ik een mens ben, maar zeker ook de manier waarop ik dat ben. Hoe ik van de nood een deugd probeer te maken. Het is mogelijk dat ik mij afzonder om die opdracht, als ik het zo mag noemen, beter aan te kunnen. Misschien gaat het om een strategie, hoewel ik nooit geloofd heb in strategisch denken en handelen.

Het is altijd een lange tocht naar IVD. Voor haar kom ik nog graag buiten, ook al kost zij me redelijk veel geld. In oktober 2012 heeft ze mogelijk mijn leven gered. Neen, dat heb ik zelf gedaan; nog voor het te laat was heb ik haar gebeld. Of ik mocht komen? Alleen door ja te zeggen heeft ze mijn leven gered. Hoewel ik helemaal geen zin had in zelfmoord en het waarschijnlijk ook zonder haar niet zou hebben gedaan. In Brussel gebruik maken van het openbaar vervoer is weer gewoon geworden. Je denkt al een tijdje niet meer aan gevaar, aan mogelijke aanslagen. De politie in je straat patrouilleert omdat er vanavond een voetbalmatch wordt gespeeld, niets om over naar huis te schrijven. Aan Simonis moet je in de koude wind op bus 13 wachten, de ongeluksbus. Van de verhoogde frequentie die was beloofd merk je niet veel. Dan veertig minuten praten, meestal met de ogen toe. Nu en dan kijk je haar aan. Wil je je ervan verzekeren dat ze niet ingedut is?

Al een paar dagen slaap ik diep en lang. ’s Morgens is het moeilijk om uit bed te komen. Ik zit slaperig en met een ochtendhumeur aan het ontbijt. Dat is nieuw. Tot voor kort werd ik voor dag en dauw wakker en stond dan meteen op. Het had geen enkele zin om te blijven liggen. Het vreemde is dat die lange en diep slaap de vermoeidheid niet wegneemt, integendeel. Maar ik wil er niet te veel belang aan hechten. Het is iets waar je mee moet leven. De ene slaapt zus, de andere zo. Er is geen enkele theorie daarover die deugt.

0thebraineaters.jpg

Ik moet het nog hebben over hoe ik ertoe gekomen ben om opnieuw dagboeknotities te gaan publiceren. Maar dat gaat nog niet. Het houdt verband met wat me in 2011 is overkomen, hoe die gebeurtenissen mijn leven voor altijd hebben veranderd. Dat heb ik pas enkele dagen geleden ten volle ingezien. Het heeft met die veertien dagen coma te maken. Het heeft lang geduurd eer ik weer kon denken, mijn gedachten formuleren, woorden vinden, zinnen maken. Ik heb nooit goed kunnen denken (en wat is goed denken eigenlijk?), maar sinds 24 mei 2011 is het heel lastig geworden. Er zijn geloof ik dagen dat ik helemaal niet denk. Lege dagen, noem ik ze. Maar natuurlijk zijn ze helemaal niet leeg. Er gebeurt gigantisch veel, doodgewone dingen, catastrofale dingen.

In verband met de arrestatie van El Chapo beweert Roberto Saviano het volgende. “… de criminele economie is de winnaar, de totale opbrengst van de drugseconomie bedraagt ongeveer 300 miljard dollar. Als we over de bosses spreken, hebben we het dus niet over randfiguren, maar over de hoofdrolspelers van de wereldeconomie.” Joaquin ‘El Chapo’ Guzman, dat is pas een verdienstelijk lichaam.

“En toen werd ik verdrietig omdat het tot me doordrong dat je mensen nooit meer kunt repareren als ze eenmaal kapot zijn, en dat niemand je dat ooit vertelt als je jong bent en dat je er altijd weer door wordt verrast naarmate je ouder wordt en je ziet dat de mensen in je leven één voor één kapot gaan. Je vraagt je af wanneer je zelf aan de beurt bent, en of dat misschien al gebeurd is.” Dat las ik in Douglas Couplands ‘Leven na God’, uit 1994. Zou ik dat boek niet eens herlezen (maar dan in het Engels)?

 

RUSTIG SLAPEN IN EEN GENADELOZE WERELD

STOCKHOLM 017.JPG

Tawny port op een regenachtige zaterdagavond in de late zomer schenkt je enkele ogenblikken breekbare rust. Later de waterachtige smaak van de groenten op je bord. Herinner je je nog hoe jaren geleden, bij je moeder, alles zoveel krachtiger smaakte en echt lekker was?

Je leest wat in een roman, maar zonder veel aandacht te geven aan de woorden en zinnen. Althans: ze roepen niets bij je op. Je bent te moe van te veel afkeer en verwensingen en gruwel. Moe, maar dan lig je toch nog uren wakker, en daarna volgen er nachtmerries over mensen die je in werkelijkheid of in je verbeelding hebben bedrogen of verraden.

Er zijn dagen dat je vergeet hoe teder en vriendelijk en liefdevol sommige mannen en vrouwen voor je zijn.  Dan is alles in jou gesloten, als een auto in een garage, een auto die aan herstel toe is en al met een laag grijs stof bedekt.

Maar werpt het geen positief licht op je karakter, op je moreel bewustzijn dat je niet goed slaapt? Want in zekere zin zou je kunnen zeggen dat rustig slapen in een genadeloze wereld iets is om je voor te schamen. Zoals in een park zitten met je arm om een geliefde gelegd en zo, in die innigheid, het leed van de bedelaar een beetje verderop vergeten.

Toch ook dit nog: wat is er mis met de trage stilte, die misschien wel op het vallen van plataanbladeren lijkt, trage stilte waarin je enkele momenten van geluk kunt beleven? Als je de warme rode lippen van je geliefde kust.

Ω

Foto: How, Stockholm, 16 8 2013, Martin Pulaski

POSTMODERNE HERFSTSONATE

gitaarspelen 2005

De mooie dagen hebben we gehad. De moeilijke weken en maanden ook. De herfst is er: paddenstoelen, rode wijn, kastanjes, en druk druk druk. Voor velen zal het een heerlijke zomer zijn geweest, maar voor velen ook niet. Ik denk nu aan de mensen die getroffen werden door orkanen en aardbevingen of ten prooi vielen aan zware ziektes en geweld. Het verhaal van de gelukkigen wordt niet verteld. Zij hebben met hun bootjes op een kalme zee gevaren en zijn veilig teruggekeerd naar de thuishaven.
Zelf mag ik niet klagen. Er is mij niets tragisch overkomen. Maar allerlei echte of vermoede kwalen hebben mij vaak verhinderd van het leven te genieten, of zelfs alleen nog maar mensen te ontmoeten. Ik heb wel veel ontmoetingen gehad met artsen allerhande. Gisteren nog was ik te gast bij een cardioloog. Een van de vriendelijkste mensen die ik ooit heb ontmoet, maar ik was er niet op de koffie of om over boeken te praten. Ik moest onderzocht worden. Ik geloof niet dat ik ooit zo zorgvuldig ben nagekeken. De dokter zei dat ik een moedige man ben! Waarom? Omdat ik zo heb zitten trappen en duwen en hijgen op die fiets. Ik ben er nog altijd zeer moe van. Maar met mijn hart is er niets mis, dat is nu duidelijk, daar moet ik me geen zorgen meer over maken. Ik mag fietsen, lopen, zwemmen, dansen… Maar wijn en koffie moet ik achterwege laten. En ik moet veel slapen, dat schijnt gezond te zijn. De dokter zei dat er niets mis is met mijn hartsaangelegenheden. Mijn duivel verschuilt zich in mijn darmen, het is een duivel die mijn ziel in leven heeft geroepen. Een zware last die ik tors, sporen uit het verleden, moedeloosheid, slapheid, berusting… Gebrek aan zelfvertrouwen. Ja, dat is mijn grote kwaal: gebrek aan zelfvertrouwen. En een cardioloog moet me dat zeggen, terwijl ik al een tweetal psychoanalyses achter de rug heb, die telkens jaren hebben aangesleept!

Neen, ik ben een gezonde man, behalve dat hoesten natuurlijk. Maar genoeg daarover. Er spoken Spaanse woorden in mijn hoofd. Ik ben nog maar net terug uit de Spaanse les, hier in Anderlecht. Veel heb ik nog niet geleerd, maar het zal zeker de moeite lonen. Als een mens dingen bijleert is hij tevreden. Spaans is ook niet zo maar gekozen, uit verveling of iets dergelijks. Ik vind het een mooie taal, ik houd van de Spaanse cultuur, Borges en Lorca horen bij mijn favoriete schrijvers en ik ga ook vaak naar Spanje en naar La Palma.

Wat hebben we toch weinig tijd. Ik wil films zien, naar het theater, allerlei dingen schrijven, vrienden ontmoeten, lezen, muziek beluisteren. De voorbije weken heb ik maar enkele cd’s beluisterd: No Direction Home en The Gaslight Tapes van Bob Dylan, Laura Veirs, Neko Case en vooral Ryan Adams, die met Jacksonville City Lights, wellicht zijn beste plaat heeft gemaakt.

Ik heb veel tijd besteed aan de flickrvrienden. De verwante zielen in cyberspace. Hoewel het geen echte contacten zijn, bieden de woorden van sommige van deze mensen me toch vaak veel troost. Bij sommigen heb ik het gevoel dat ik ze al jaren ken. Het is wel een verslaving geworden, waar mijn sociaal leven en mijn huwelijk onder lijden. En zo komt het ook dat ik veel te weinig slaap en zelfs de lokroep van seks me niet altijd meer als sirenenzang in de oren klinkt. Maar nu moet ik echt in bed. Volgende maandag vertrek ik naar Jaén, en dan moet ik genezen en uitgerust zijn, zodat ik daar in het verre Andalousië niet de impressie nalaat dat wij Belgen slappelingen zijn, altijd moe, lusteloos, besluiteloos en met een ziekelijk gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch nog dit: luister eens naar Me and the Devil Blues van Robert Johnson.

Foto: Zelfportret, 2005