HET EINDE VAN DE WERELD BINNEN HANDBEREIK

tokyo monogatari van ozu 2

Gisteren verscheen ik opnieuw op het werk, na een afwezigheid van meer dan een maand wegens ziekte. Wat gebeurde er met me? Ik betrad een mij ineens volkomen vreemde wereld. De grond onder mijn voeten? Om mij heen soortgenoten, mijn collega’s – vreemden met vreemde gezichten. Ik vroeg me af waar ik was, of ik wel bestond. Het was onmogelijk om me in hen te herkennen, terwijl het toch elementair is voor het menszijn dat je je in de andere herkent.

Gisteren gaapte er een afgrond tussen ‘hen’ en ‘mij’, een afgrond die me letterlijk deed verstommen. Ik heb van de hele dag nauwelijks een woord gesproken; ik zat te wachten op een einde, misschien wel het einde van de wereld. Je hebt de ervaring dat je in een hinderlijke cocon zit opgesloten, een omhulsel dat je geen bescherming biedt – een cel die samenvalt met je huid. Ik was de ‘zieke’, de ‘andere’… Niet dat mijn collega’s me daar op wezen of in enig opzicht vijandig deden, integendeel. Het was geheel mijn ervaring, ikzelf zag me zo en zag de anderen zo. En in mijn hoofd herhaalde een stem opnieuw en opnieuw: je kunt alleen maar mislukken. Je kreeg buikkrampen van die stem, tranende ogen, hoofdpijn, dyslexie. De enige rol die je kunt spelen is die van het slachtoffer, zei de stem. Ik zweeg zo hard dat de pijn die ik al had nog verhevigde.

Wat ik me afvraag is of ik de rol van het slachtoffer speel. Is het niet sterker dan mezelf? Is het een fenomeen waar ik geen vat op heb, waardoor ik een speelbal ben die ook slachtoffer is?  Ik weet het niet. Voorlopig doe ik er het zwijgen toe en wacht. Alleen een paar woorden van zelfbeklag kan ik nog kwijt.
Sinds deze morgen slik ik anti-depressiva. Deze pillen geven mij een enorme dorst, maar honger heb ik niet meer.
Ben ik te openhartig als ik zeg dat ik gisteravond door een waas van tranen naar Tokyo Monogatari zat te kijken, misschien wel de meest humane film die ooit werd gemaakt?

Afbeelding: uit Tokyo Monogatari (1953) van Yasujiro Ozu

CASIMIR PULASKI DAY

sufjan stevens,pulaski,namen,muziek,popcultuur,soul,kkk,david lynch,twin peaks,laura palmer,martin pulaski,casimir pulaski,jerry wexler,pop,ronette pulaski,loser,danny and dusty

Martin Pulaski is de naam voor een ‘vrijer’ ego, voor iemand die kan schrijven als een strijder, voor iemand die minder belast is door mislukking en verleden. Ik heb de familienaam, zoals ik hier al eerder meedeelde, uit David Lynch’ Twin Peaks. In de eerste afleveringen van de serie komt een Ronette Pulaski voor, een meisje dat samen met Laura Palmer in donkere avonturen is verwikkeld. Ze wordt in tegenstelling tot Laura Palmer niet vermoord, maar wel zwaar toegetakeld; in de serie zie je gelukkig alleen maar de resultaten van het geweld, die zijn al erg genoeg. Ronette Pulaski is duidelijk een slachtoffer. Waarom heb ik die familienaam dan gekozen? Als een vorm van masochisme? Misschien. Hij klopt alvast niet bij het imago van een strijdend schrijver, wel bij dat van een loser. The king of the losers, zoals Danny & Dusty zingen.

In de memoires van producer Jerry Wexler, Rhythm and the Blues: A Life in American Music, las ik een anekdote over de Dixie Flyers, een groepje zwarte en blanke soulmuzikanten dat in het stadje Pulaski in Tennessee aankomt. Om de spanning wat op te voeren voegt Jerry Wexler eraan toe dat in dat oord de Ku Klux Klan werd opgericht. Gevolg: gemengde gevoelens bij de band, of wat dacht je. Dat deed mij wel even schrikken. Stel je voor dat ‘mijn lezers’ zouden denken dat ik de naam Pulaski om die reden had gekozen. Ik ben dan maar wat gaan googelen (Google bestond nog niet lang). Het verhaal over de KKK klopte. Overigens is het stadje genoemd naar een Poolse generaal Pulaski, die de Amerikanen bijgestaan heeft in hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten. Elke jaar wordt er een Pulaski Day Parade gehouden. Het stadje doet er ongetwijfeld alles voor om van zijn kwalijk imago uit het verleden af te geraken. Inmiddels is als ik me niet vergis Pulaski Day een feestdag voor de hele Poolse gemeenschap in de Verenigde Staten.

Waar Martin vandaan komt weet ik niet, het is waarschijnlijk gewoon een vervorming van mijn voornaam, Matthias. Ik heb lang geleden ook wel een goede vriend gehad die Martin heette, maar iedereen noemde hem Tinke. Ik heb bovendien enkele ‘helden’ die Martin heten: Martin Scorsese, Martin Heidegger en vooral Martin Luther King.Om mijn schuldgevoel helemaal weg te nemen is er de schitterende song Casimir Pulaski Day van Sufjan Stevens.

Foto: de onovertroffen zangkunstenaar Sufjan Stevens.