ZERO DE CONDUITE: SLAAP

slaap

Het samenstellen van deze aflevering van Zéro de conduite met als thema ‘slaap’ en ‘slapen’ heeft me letterlijk slapeloze nachten bezorgd. Je zou denken dat je van slaapliederen in slaap valt; bij mij werken ze kennelijk omgekeerd. Maar gaat het hier wel om slaapliederen? Natuurlijk niet. Het eerste lied, ‘Tossin’ And Turnin’’ van Bobby Lewis, gaat al over de liefde, en hoe die je uit je slaap kan houden. Het tweede klinkt bijna beschuldigend: door jou kan ik niet slapen. Er zijn veel vormen van slapen en niet-slapen. Iedereen kent de uitspraak dat slaap de broer is van de dood. Zo zijn er nogal wat slaapliederen die eigenlijk vermomde doodsliederen en soms, zoals bij ‘Sleeping in The Ground’, doodswensen zijn. Dat laatste is trouwens een thema dat in meerdere populaire songs voorkomt: denken we maar aan “I’d rather see you dead little girl, than to be with another man” (bij Elvis en the Beatles).

‘Wake Up Little Susie’ lijkt wel een gezongen sociologische studie van de morele normen die in de jaren vijftig voor en door teenagers werden gehanteerd. Wat betekende dat eigenlijk als een jongen en een meisje in de cinema in slaap vielen? ‘Who’s Been Sleeping Here’ van the Rolling Stones gaat uiteraard helemaal niet over slaap maar over seks en jaloezie. Mocht Marcel Proust eenvoudigere zinnen hebben gebouwd had de tekst van hem kunnen zijn. ‘I’m Only Sleeping’ lijkt me over die typische vorm van luiheid te gaan die zich van je meester maakt als je enkele joints hebt gerookt. De traditional (soms toegeschreven aan Lead Belly) ‘Where Did You Sleep Last Night’ is pure horror. ‘I Sleep Alone’ is eenzaamheid en melancholie, niets ongewoons voor Richard Hawley. Het programma wordt afgerond met de hemelse stem van Hope Sandoval, die ons allemaal in slaap wiegt. Veel luisterplezier en slaap lekker!

Tossin’ And Turnin’ – Belltone Records, 1961 – Bobby Lewis
You’re The Reason – Crest Records – Bobby Edwards
Endless Sleep – Endless Sleep (1958) – Jody Reynolds
Wake Up Little Susie – The Everly Brothers (1958) – The Everly Brothers
Sleep – King Records R&B Collection – Little Willie John
If I Could Only Stay Asleep – Crazy Dreams: The Four Star Years – Patsy Cline
Sleepless Nights (Felice & Boudleaux Bryant) – Sleepless Nights – Gram Parsons & Emmylou Harris
Sleepwalk (Santo & Johnny) – All Dressed Up And Smelling Of Strangers – Micah P. Hinson
Sleep Late, My Lady Friend – Aerial Pandemonium Ballet – Harry Nilsson
Who’s Been Sleeping Here – Between The Buttons – The Rolling Stones
I’m Only Sleeping – Revolver (remastered) – The Beatles
Why Are We Sleeping – The Soft Machine 1 – The Soft Machine
Sleeping In The Ground (Sam Myers) – Blind Faith Deluxe Edition – Blind Faith
I Wish I Could Sleep – I’m A Loser – Doris Duke
Endless Sleep – Quiet Please… – Nick Lowe
Sleep Of The Just – King Of America – Elvis Costello
I Go To Sleep (Ray Davies) – The Singles – The Pretenders
Where My Love Lies Asleep – White Light – Gene Clark
I’ll Sleep When I’m Dead – Warren Zevon – Waren Zevon
When You Sleep – Loveless – My Bloody Valentine
Sleeping In Blood City – Miami – The Gun Club
Where Did You Sleep Last Night (Lead Belly) – Unplugged In New York – Nirvana
Talking In My Sleep – Emergency Third Rail Power Trip – Rain Parade
Can I Sleep In Your Arms – To Willie – Phosphorescent (alias Matthew Houck)
I Sleep Alone – Coles Corner – Richard Hawley
Asleep – The World Won’t Listen – The Smiths
Estuary Bed – Born Sandy Devotional – The Triffids
The Sleepy Giant – Leave Your Sleep – Nathalie Merchant
Sleep A Million Years – A Thing Of The Past – Vetiver (met Andy Cabic)
Cursed Sleep – The Letting Go – Bonnie “Prince” Billy
Asleep From Day – Surrender – The Chemical Brothers featuring Hope Sandoval

Ω

Research en presentatie: Martin Pulaski
Foto: Martin Pulaski, Granada

GESTOLEN WOORDEN

zelfportret met boeken

Slaap steelt je woorden. Sneeuwvlokken die in de kamer neerdwarrelen, geluidloos als de uitgestorven echo van een op een zomeravond voorbijgevlogen zeemeeuw. Waarna geen vervolg volgt en geen eindwoord uitgesproken wordt. Geen dankwoord, geen woord van liefde. Alles blijft omhuld, gemaskerd, aan elk begrip onttrokken.

Het gedwarrel toen je sliep sloot het spraakvermogen af. Alle sleutels raakten zoek, zelfs met toverformules in gebarentaal raakte je niet binnen. De poorten van de hel, de hemel, het hele ondermaanse: dat waren toch woorden?

Je weet dat slaap een vorm van sterven is? Waar je de voorbije dag je zinnen op had gezet hebben anderen zich vliegensvlug toege-eigend. Zo gauw je een kleinood in je handen hebt komt iemand aangelopen en neemt het van je af. Dan is het beter te slapen dan zo zonder vrienden te zijn.

De zon schijnt door het raam naar binnen, op je witte lakens. Je verheft je stem om wat de voorbije nacht gebeurde. Niet luid, meer als bij een elegie en niet vurig, meer als voor een manke toespraak voor een derderangs commissie, waar iedereen sloten koffie drinkt maar ternauwernood luistert. Je gaat het gebouw uit, loopt door de straten tot aan een aardappelveld, het hoofd in een sneeuwstorm gewikkeld.

Ω

Foto: Martin Pulaski, zelfportret met boeken.

DE VROUWEN VAN MIJN DROMEN

Ik heb er deze voormiddag twee uur over gedaan om te douchen, nagels te knippen, haren te wassen, etcetera. Ik voelde me erg vuil door een droom die ik had. (De meeste lezers lezen niet graag dromen. Maar dromen maken een belangrijk deel uit van het leven, ze vormen er de ondergrond van, en ze kunnen veel dingen die je niet goed begrijpt verduidelijken. Dromen liggen aan de basis van veel kunst en literatuur. Ik denk aan Coleridge, Kafka, Dalí, Syd Barrett, David Lynch. Ik vertel hier een droom omdat ik op dit ogenblik wel moet.)

Ik bevond me in een stadje waar een zeer chaotisch festival gaande was. Lang na middernacht, nadat ik gedronken en gerookt had in groezelige bars, moest ik een slaapplaats vinden. Na lang zoeken, door modder en vuilnis ploeterend, vond ik een aantal bouwvallige barakken, met rood- en blauwgeverfde deuren. Ik opende een deur. Daarbinnen lag op een oude, stinkende matras een zeer bevallige vrouw, die ik tevoren al begeerd had. (Het was de vrouw van mijn dromen). Nu wenkte ze me naar binnen. Ik moest dicht tegen haar aan komen liggen, om het warm te krijgen. Maar eerst moest ik me wassen – en dringend plassen. Daar ik nergens een badkamer of wc vond, ging ik van lieverlede vuil en met volle blaas terug naar die mooie vrouw, maar ik de vond deur van haar hok niet meer.
Een andere vrouw had me uitgenodigd om bij haar thuis te komen slapen, daar was een bed en alles wat ik maar wenste, maar ik was niet op haar voorstel ingegaan; nochtans was die vrouw even verleidelijk als de eerste. Ik herinner me dat ze beiden zeer licht, niet zwaarder dan donsdekens waren. Een ex-collega gaf me Southern Comfort te drinken en wilde me heftig kussen, maar dat wilde ik niet, want zag ze dan niet dat ik mijn hart had verpand aan die bevallige vrouw nummer 1?
Ik werd vaak wakker tijdens de droom, maar ik beval mezelf verder te dromen, omdat ik wilde weten hoe hij afliep, alsof ik naar een film zat te kijken, en ik droomde verder en verder. Een miereneter met cactussen begroeid, kruiste mijn weg. Ik zag hoe hij zichzelf opat en vroeg me af hoe dat mogelijk was. Het beest was zo aardig dat ik het wilde aaien, maar door de stekels kon ik dat niet. Op het einde, na vele omzwervingen, was ik alleen. Ik had geen duidelijke keuze gemaakt. Ik had al mijn kansen verspeeld.

LACHEN MET KURT WAGNER EN BOB DYLAN

De wolken. Stemmen op de achtergrond. Op de voorgrond luid gewenk. Lambchop kwam me vertellen dat de letter p verdwijnt. Het is niets nieuws. Geleidelijk aan verdwijnen alle letters. De Fransen zijn daarmee begonnen. Altijd weer de Fransen, eerst hoofden afhakken van nobele mensen, daarna gedichten schrijven over zeep en uiteindelijk de letters doen verdwijnen. Neen, beste Kurt Wagner, hoe mooi je ook zingt, en hoe mysterieus je ook mag klinken, de boodschap is niet nieuw. Maar je bent een vriendelijke kerel en een integere muzikant. Voor jou steek ik mijn handen in het vuur. De zon breekt door de wolken. Zondag op aarde.

Just walkin’ through the world mysterious and vague, zingt Bob Dylan. Zo is het helemaal. De films van David Lynch zijn doodgewoon, de doodgewone wereld is mysterieus en vaag. Bob Dylan klinkt wel wat gevaarlijk als hij zegt dat hij zijn opponenten zal afslachten als hij ze ooit in slapende toestand aantreft. Wat gaat er om in het hoofd van zo’n man? Ik weet niet eens wat er omgaat in mijn eigen hoofd. Wel weet ik dat ik mijn opponenten nooit zou afslachten, zeker niet als ze slapen. Iemand die slaapt is onschuldig. Een vrouw die slaapt is heilig. De volgende dagen zal Bob Dylan hier nog vaak komen rondspoken, denk ik. En Kurt Wagner ook, denk ik. Twee ernstige heren. Maar hebben ze het lachen verleerd? Dat denk ik niet. Kurt met zijn pet, Bob met zijn hoed.