ZERO DE CONDUITE: IMAGINAIR FESTIVAL

ryley-walker-2

Zéro de conduite is een sfeervol, (meestal) thematisch programma gewijd aan pop/cultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Een muzikaal evenement van ongeëvenaarde kwaliteit! Stem af op Radio Centraal 106.7 FM: uniek in het zich steeds verder uitdijende universum.
Je kunt Zéro via
 streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over Radio Centraal en andere radiomakers.

Mogelijk is het de tijd van de kersen en van de liefde maar wel zeker is het die van de muziekfestivals. ElkE natiestaat, elke stad, elk dorp heeft zijn festival. Honderden, duizenden, miljoenen ‘muziekliefhebbers’ zwerven door Europa en de rest van de wereld op zoek naar de ultieme kick en de ultieme band. Het perfecte podium moet ergens bestaan, maar waar? Ja, waar vind je de perfecte combinatie van bands en sfeer en zonneschijn en seks? Zwerven is het eigenlijk niet, want je begeeft je doelgericht naar een of meer van die festivals. Je plant de reis, het bezoek al lang op voorhand. Sommigen moeten er hard voor werken om de entree te kunnen betalen. Het hele gedoe is inderdaad een keiharde business, er is veel geld mee gemoeid, alles moet opbrengen. De laatste idealist is omstreeks 1977 ten grave gedragen.

Ik herinner me jazz- en rockfestivals als avonturen, als happenings die net iets langer duurden dan die van de kunstenaars van die tijd. Ik heb het – natuurlijk – over de jaren zestig. Wij – het publiek van die festivals – voelden ons met elkaar en met de muzikanten verbonden. Liefde voor muziek en liefde voor elkaar en geloof in de toekomst, in een nieuwe, betere wereld, was onze drijfveer, stuurde ons naar de weide. Niet als schapen maar als kleine uitvinders, als een nieuw soort van ontdekkingsreizigers. Samen met de beat en de bands troffen we diepere gevoelens in onszelf aan, een warme kern die we ook na afloop van het evenement bleven koesteren en met elkaar delen in onze kamers van wierook en jasmijnthee en magische elpees. De rest van de wereld kende de muzikanten en muziekgroepen die we koesterden niet. Wie had er ooit van the Move gehoord, van the Increbible String Band, van Dragonfly, van doctor John the Night Tripper? Alleen wij. Voelden we ons daarom beter? Ik weet het niet: we waren anders en dat is wat we wilden zijn en worden: anders, altijd anders dan de anderen. (Natuurlijk wisten we nauwelijks wie de anderen waren. Wat we zeker nog niet wisten was dat degenen die écht anders waren op een ondenkbare manier verafschuwd en verstoten zouden worden).

De festivals van de sixties waren geen spektakel, toch niet die in onze streken. Mogelijk was Woodstock, nu bijna vijftig jaar geleden, het eerste spektakelfestival, het begin van het einde. Een einde waar maar geen eind aan komt.
De voorbije weken was ik weer eens de programma’s van die langgerekte doodstrijd aan het bekijken. Wat een ellende! Nooit zou ik me naar zo’n saaie, voorgeprogrammeerde muziekkermis begeven. Ik weet dat ik met deze woorden elitair klink en neerbuigend overkom. Maar dat maakt me niet meer uit. Dan ben ik maar elitair. Ik geloof zeker niet dat vroeger alles beter was. Geneesmiddelen tegen astma waren in de jaren zestig zeker niet beter dan nu, om maar één voorbeeld te geven. Maar popfestivals waren wel beter, echter, authentieker, meer bezield, avontuurlijker. Ze waren ook schaarser en desondanks goedkoper.

Een week of zo geleden zat ik te denken, stel dat ik zelf een muziekfestival zou organiseren en ik zou het programma mogen samenstellen, wie en wat zou ik dan kiezen? De songs die we vanavond in Zéro de conduite draaien zijn allemaal van muzikanten en bands die op mijn podia het beste van zichzelf zouden geven (met uitzondering van Dr. John).*  Muziek uit het hart – maar, gelet op de tijd waarin we leven, een reis naar een betere wereld niet verzekerd. De betere wereld moeten we zelf maken en dat is hard werk en volharden. Een betere wereld maken is geen feestje.
Gebruik je verbeelding, omring je met margrieten en klaprozen. Drink een thee of een tequila. Doe waar je zin in hebt, maar doe niemand pijn. Behandel anderen niet zoals je zelf niet behandeld zou willen worden. Geniet van de vibraties.

Cowboy-Junkies-2018-credit-Heather-Pollock-1

Let’s Make A Better World – Dr. John – Desitively Bonnaroo – Earl King  – 2:57

Peeping Tomboy – Kurt Vile – Smoke Ring For My Halo – Kurt Vile – 4:24

Luciano – Steve Gunn – The Unseen In Between – Steve Gunn – 5:54

Hell To Pay – Michael Chapman – True North –  Michael Chapman – 4:13

Snake Charmer – Patty Griffin – Servant Of Love – Patty Griffin – 2:33

Dirty White – Inara George with Van Dyke Parks – An Invitation – Inara George – 2:27

River Brine – The Low Anthem – The Salt Doll Went To Measure The Depths Of The Sea – The Low Anthem – 1:54

Son Of The Sea – Bill Callahan – Shepherd In A Sheepskin Vest – Bill Callahan  – 4:14

Cumberland Gap – David Rawlings & Gillian Welch – Poor David’s Almanack – David Rawlings – 2:56

Jubilee – Jake Xerxes Fussell – Out of Sight – Trad arr Fussell – 3:58

Stealin’ Stealin’ – Dave Alvin & Jimmie Dale Gilmore – Downey To Lubbock – William Shade – 2:59

I’ll Be Rested When The Roll Is Called – Ry Cooder – The Prodigal Son – Blind Roosevelt Graves – 3:12

Bad Year For Rock And Roll – Chuck Prophet – Bobby Fuller Died For Your Sins – Prophet/Klipschutz – 3:47

Passenger Side – Wilco – A.M. (2017 Remaster) – Jeff Tweedy – 3:34

You Were Right – Julia Jacklin – Crushing – Julia Jacklin – 2:22

Sing Me A Song – Cowboy Junkies – All That Reckoning – Cowboy Junkies – 4:21

There From Here – Phosphorescent – C’est La Vie – Matthew Houck – 5:21

jake xerxes fusell

Like Mary – Dream Syndicate – How Did I Find Myself Here? –  Steve Wynn – 4:57

John Saw That Number – Neko Case – Fox Confessor Brings The Flood – Neko Case, Traditional  – 4:06

Midnight Sun – Calexico Feat. Iron & Wine – Years To Burn – Burns/Convertino – 4:14

I Hope That I Don’t Fall In Love With You – 10,000 Maniacs ft. Nathalie Merchant) – Campfire Songs: The Popular, Obscure & Unknown Recordings – Tom Waits – 3:39

Not with Deserters – Iris DeMent – The Trackless Woods – Anna Akhmatova/Iris DeMent – 3:41

Anyday Woman – Iron & Wine & Ben Bridwell – Sing Into My Mouth – Paul Siebel – 2:51

Boundless Love – John Prine – The Tree Of Forgiveness – Dan Auerbach/John Prine/Pat Mclaughlin  – 3:35

Something Came Over Me – Tift Merritt – Stitch Of The World – Tift Merritt – 3:25

Albion Moonlight – William Tyler – Modern Country – William Tyler – 3:17

Spoil With The Rest – Ryley Walker – Deafman Glance – Ryley Walker – 3:42

Murmur In My Heart – Ed Harcourt – Back Into The Woods –  Ed Harcourt – 4:42

Bonus Tracks

Lover Release Me – Marissa Nadler ft. Sharon Van Etten – For My Crimes – Marisa Nadler – 2:27

I’m Less Here – Mazzy Star – Still  – David Roback, Hope Sandoval – 4:16

Trouble In Mind – Sam Amidon – The Following Mountain – Sam Amidon – 5:04

Brown-Eyed Women – Hiss Golden Messenger – Day Of The Dead – Hunter/Garcia – 4:48

From Far Away – Jeff Tweedy – Warm – Jeff Tweedy  – 3:11

Three Men Sitting On a Hollow Log – Cass McCombs – A Folk Set Apart – Unknown – 4:44

Hanging On – Drive-By Truckers – English Oceans – DBT/Patterson Hood – 4:01

Julia-Jacklin-Nick-McKinlay-

Samenstelling, research en presentatie: Martin Pulaski
Techniek: Sofie Sap
*Er zijn er veel meer. Excuses aan iedereen die niet aan bod kon komen. We kunnen helaas geen vijf liedjes tegelijk draaien.  We hope that Ryley Walker is alright. Thanks to Howe Gelb & the Colorist Orchestra and to Low for the fantastic concerts in Rivierenhof, Antwerp, last Thursday.

Afbeeldingen: Ryley Walker; Cowboy Junkies; Jake Xerxes Fusell; Julia Jacklin by Nick McKinley.

DE JONGEN MET HET MES

mes3

Op deze foto poseer ik als street fighting boy – of als punk avant la lettre – in de zomer van 1968. In Sint-Idesbald, aan de Belgische kust. Te laat voor de revolutie… Een onzekere toekomst lacht of huilt me toe. Ik heb er duidelijk niet veel zin in om die te zien. Ik sta met mijn rug tegen een muur… van tentzeil. Veel bescherming zal die me niet geboden hebben. Mijn rechterbeen lijkt in de tent te willen blijven. Wat kan ik daar buiten gaan doen? Ik ben nog niet helemaal in de wereld.

Waarom keer ik om de zoveel jaar terug naar deze foto, die een postmodernist met weinig gevoel voor stijl ‘iconisch’ zou kunnen noemen? Vanwege de dubbelzinnige pose: een flowerpower-jongen met een stiletto? Vanwege het ongedefinieerde? Want ondanks de schijn is niets beslist, ligt niets vast. Er is nog veel mogelijk.

Ik zag mezelf als dichter, had een toneelstuk geschreven dat ‘De droom’ heette, een utopisch verhaal, helemaal in de geest van die verwarde tijd. Boos, naïef, onvolmaakt, onzeker. Ik was een jongen die in het duister tastte maar tegelijk dacht dat hij begaafd was, een gave had. Ik had het gevoel dat woorden mij de weg zouden wijzen.

In mij was alles even woelig als de Noordzee in Sint-Idesbald. Ik had provo en psychedelica en pop en de boeken van Remco Campert (‘De jongen met het mes’), Simon Vinkenoog en Hugo Claus ontdekt. Ik had gelezen dat Hugo Claus een fan was van the Doors. Vooral ‘The End’ wist hij te waarderen. “Father?” “Yes, son.” “I want to kill you.” “Mother, I want to…” Ik had Salvador Dali op televisie uit een groot ei zien geboren worden.

Maar dat dreigende? Die stiletto? Een pose, jazeker. Maar de mogelijkheid van een Patrick Haemers zit erin. Een heel ander leven dan ik dacht te zullen gaan leiden, dan ik werkelijk zou leiden. Bankovervallen, bendes, gangstermeisjes, cocaïne, geweld, gevangenis, zelfmoord.

Wat heb je zelf in handen? Hoe word je wie je wordt? Maak je wel keuzes, en als je al keuzes maakt, hoe komt het dan dat je niet de juiste keuzes maakt? Do the right thing, allemaal goed en wel. Maar de juiste keuze maken, het juiste leven kiezen, het juiste masker, het juiste personage: komt het daar uiteindelijk niet op neer? Op die foto, weiger ik een keuze te maken, zo lijkt het wel.

Mijn vriend Henry J. vertelde me dat de jas en de zonnebril van hem waren, de tent was, geloof ik, van Luc V., de lichtblauwe broek in tergal en het hemdje waren van mij, het mes ook. Het sjaaltje was van mijn tante Georgette, die een paar jaar eerder zelfmoord had gepleegd. De foto is genomen, schreef Henry gisteren, op de morgen van de dag dat we van Sint-Idesbald weer naar huis zouden liften.

de jongen met het mes 001

ROEM

phil ochs 3.jpg

Tijdens mijn presentatie van Zéro de conduite zaterdagavond ontsnapte mij in een onbewaakt moment de uitspraak dat iedereen verlangt naar bijval en roem. Dat was in verband met een song van de van geboorte Texaanse singer-songwriter Phil Ochs, ‘The Chords Of Fame’, waarin hij onder meer dit zingt:
“They’ll rob you of your innocence, they will put you up for sale
The more that you will find success, the more that you will fail
I been around, I’ve had my share, and I really can’t complain
But I wonder who I left behind the other side of fame”.
Phil Ochs, zelf niet bepaald beroemd geworden, heeft het over de keerzijde van de roem. Hij plaatst bijval en succes in een donker, winters licht. Maar wees hij de roem werkelijk af? Meende hij het wel? Was hij oprecht? Was het geen bluf, de laatste cynische woorden van een mislukkeling*, van een man die geen weg weet met succes?
Hoewel ik er tientallen jaren anders over dacht geloof ik nu dat iedereen die creëert, die iets maakt dat aan zijn verbeelding ontspruit, verlangt naar erkenning, en zelfs naar roem. Al zal dat verlangen niet bij iedereen even sterk zijn. Je mag duizend keer zeggen dat bijval je koud laat, het is niet waar. Nee, ik geloof niet dat het waar is.

Van the ‘The Chords Of Fame’ draaide ik zaterdag een cover uitgevoerd door Melanie Safka, ook een sixtiesmeisje maar wel nog steeds actief. De originele versie van de song is terug te vinden op het allbum ‘Phil Ochs’ Greatest Hits’, dat de ondertitel ’50 Phil Ochs Fans Can’t Be Wrong’ meekreeg, een wrange verwijzing naar ‘50,000,000 Elvis Fans Can’t Be Wrong’. ‘Greatest Hits’ was de laatste studio-elpee van Phil Ochs. Er stond geen enkele hit op.

Ω

*Phil Ochs kende aanvankelijk wel succes maar raakte aan lagerwal, werd dakloos, trok uiteindelijk bij zijn zus in, waar hij zich in 1976 verhing. Zijn leven is een soort van film noir, maar dan gesitueerd in Greenwich Village in de swinging sixties.

TESTAMENT

philbloomhoeplatv1967.jpg

“Vreemd is het leven toch, die geheimzinnige, genadeloos logische opeenvolging van gebeurtenissen, die nergens toe leiden. Het beste dat ervan te hopen valt, is dat je iets over jezelf leert – en dat komt dan te laat; je houdt er alleen een flinke dosis onuitwisbare spijtgevoelens aan over.”
Joseph Conrad, Hart der duisternis.

Begin negentienzevenenzestig richtte ik samen met enkele vrienden (Jan De Pooter, Henry Janssen, Guy Bleus, Luc Verjans) een alternatief schooltijdschrift op. De naam, Testament, had ik van Boudewijn De Groot/Lennart Nijgh, de vorm vonden we bij Nederlandse provotijdschriften, met hun typische afmetingen van 13,75 op 10,5 cm. Qua stijl was het een megelmoes van pop, pulp, jeugdpuistjespoëzie en flauwe humor. Inhoudelijk stelde het tijdschrift niet erg veel voor. Niemand van ons was een groot literator of een diep denker. Dat kon moeilijk anders, jong en naïef als we waren kenden we ternauwernood Rimbaud; van Baudelaire hadden we een beetje een afkeer omdat we zijn ‘Les aveugles’ – “Ils sont vraiment affreux… et cetera” – uit het hoofd moesten kennen. Nogal wat teksten schreven we over uit poptijdschriften als teenbeat, muziek express en tiq, waarin de dichteres Elly De Waard debuteerde.

als een jonge hond 001 (2).jpg

Toch zat er ook iets van onszelf in het blad, onze hoop, onze verwachtingen, onze dagdromen, ons geloof in een betere wereld, in wereldvrede, en bovenal onze liefde voor (alternatieve) popmuziek. Als onvoorwaardelijke bewonderaar van Bob Dylan was ik Dylan Thomas gaan lezen. Hugo Claus had zijn verhalenbundel ‘Als een jonge hond’ (‘Portrait Of The Artist As A Young Dog’) vertaald. Ik heb het mooi uitgegeven Zwarte Beertje hier nu voor me liggen, evenals alle exemplaren van Testament, met uitzondering van het eerste. Is dat wel verschenen, vraag ik me nu af? Zijn we niet meteen met nummer twee begonnen? Overigens veranderde het tijdschrift net zo snel als de tijdsgeest en als wij. Ook de titel veranderde meermaals. In 1968 heette het al Subterranean, nog wat later Sunshine World Magazine. In 1969, toen ik de middelbare school verliet en in Brussel film ging studeren, hield ik het voor bekeken. Mijn vriend Guy Bleus heeft op z’n minst nog een aflevering (Subterranean 2) uitgegeven.

1967a 001.jpg

In de vergeelde tijdschriften, met covers van Guy Bleus en Jan De Pooter, durf ik ternauwernood bladeren. De gedichten die ik schreef waren in weerwil van mijn ‘omgang’ met Dylan Thomas en Hugo Claus beneden alle peil. In die dagen dacht ik echter dat ze geniaal waren. Hoe naïef kun je zijn! Mijn platenbesprekingen waren aaneenschakelingen van clichés, en ga zo maar door. We kopieerden ook zomaar fragmenten uit boeken van pulpschrijvers als Leslie Charteris (“The Saint”). Over de grappen van occasionele medewerkers wil ik het al helemaal niet hebben. Gelukkig was ik zelf helemaal niet grappig, integendeel: ik had een grondige afkeer van ‘moppen tappen’. Het leven was dan wel mooi en groovy en pow wow wow, maar tegelijk ook door en door ernstig.
testament 001.jpg
Naast de schaamte is er ook trots. Ik schreef gedichten en proza geïnspireerd door Edgar Allan Poe en Louis Paul Boon, mijn vrienden en ik bewonderden de nieuwe stromingen in de popmuziek, de underground. We luisterden naar Radio London en Superclean Dream Machine, we keken naar televisieprogramma’s op VPRO (wie herinnert zich niet de mooie blote Phil Bloom) en zeker ook naar het bijzonder hippe Duitse Beat-Club, we lazen provotijdschriften, we lazen de boeken waar in de klas niet over gesproken werd, werken van Simon Vinkenoog, Hugo Raes, Jan Wolkers, Henry Miller, Louis Paul Boon en Franz Kafka. Onze bijbel was evenwel het Nederlandse tijdschrift Hitweek/Witheek/Aloha. Al die dingen waren nieuw en ongewoon in het brave Limburg, Vlaanderen, België.

Er waren, dachten we, weinig gelijkgezinde zielen, tenzij hier en daar aan de universiteiten, maar daar hadden we helaas geen contact mee. Ons tijdschrift zat in dezelfde stroming als Jazz Bilzen, vooral de editie van 1968, die helemaal in het teken stond van underground en progressieve rock. Ja, hoe naïef en stuntelig ook, we waren voorlopers van wat later de ‘swinging sixties’ en ‘mei ‘68’ zou worden genoemd. Voor ons, een vijftal vrienden, waren die sixties wel swingend, maar de meeste andere leerlingen waren al druk bezig met zich voor te bereiden op een carrière als tandarts, ingenieur, leraar aardrijkskunde of wiskunde. Een beetje zoals in Bob Dylan’s ‘Tangled Up In Blue’. Wij droomden van een leven als zwervers, als schooiers, als kunstenaars, als dichters, als verlichte nietsnutten. Een droom die gedoemd was te mislukken. Of toch niet?

De elpeehitparade uit Testament nummer vijf, november 1967:

1. The Piper At The Gates Of Dawn – Pink Floyd
2. Procol Harum – Procol Harum
3. The Doors – The Doors
4. Absolutely Free – The Mothers Of Invention
5. Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
6. Bee Geest 1st – Bee Gees
7. Love-In – Wally Tax
8. Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
9. Da Capo – Love
10.Small Faces – Small Faces

smallfaces album.jpeg

Beelden: Phil Bloom in Hoepla (VPRO) met onder meer Simon Vinkenoog en Johnny The Selfkicker; ‘Als een jonge hond’ van Dylan Thomas vertaald door Hugo Claus; mijn vrienden en ik na de voorstelling van mijn toneelstuk ‘De droom’; Testament nummer drie, maart 1967; The Small Faces op Immediate.

INSOMNIA

king&queen.jpg
King & Queen, Tongeren, 1967. Foto: Guy Bleus.

Maandagnacht, na een bezoek aan de psychiater (bij wie het uitzonderlijk koud was; letterlijk bedoel ik dat) kon ik de slaap niet vatten. Niet alleen vanwege vrouwengeschiedenissen – ik had het met mijn psychiater, die zelf een vrouw is, over mijn liefde voor vrouwen gehad. Bijvoorbeeld dat ik een vertrouwelijk gesprek veel liever met een vrouw voer dan met een man. Maar ik wil wat dit onderwerp betreft niet in details treden. Dat doe ik volgende week wel met mijn psychiater. Ik hoop alleen maar dat het dan al wat warmer is.

Vooral gedachten aan het verleden drongen zich aan me op. Ik herinnerde me opnieuw Veronica Satory in het Kinderdorp in Rekem. Henriëtte en Mathilde, mijn speelvriendinnetjes in Neerharen. Hoe ik met Valère naar het bos fietste om daar een meisje te kussen dat ik nooit eerder had gezien en daarna ook nooit meer zou terugzien. Hetzelfde gebeurde bij een optreden van The Small Faces in Diepenbeek, maar we kusten toen de hele avond, en het meisje stal mijn zonnebril. Haar naam? Aan Anita dacht ik en haar mooie zus Linda (die mij wel wilde maar toch ook weer niet), aan Sylvia, aan Magda (liefje van een avond), aan Claudia, aan Monique, aan café de Paddock in Tongeren en dansen op Massachussetts van The Bee Gees. Gin Fizz drinken met Guy Bleus.

Die oude vriend zat er ook voor iets tussen dat ik niet kon slapen. Zondag had hij een oude foto op mijn facebookprofiel geplaatst. Mijn schoolvrienden Luc V., Henry J. en Jan D. en ikzelf voor King & Queen in Tongeren in 1968. De wonderlijke uren die we daar doorbrachten. De naam van het King & Queen meisje ben ik vergeten. In een club in Lanaken heb ik met haar nog gedanst op Otis Redding, Sam & Dave en Aretha Franklin. Dat mocht eigenlijk niet. Een bizarre wet schreef voor dat je niet van soul mocht houden als je een fan was van the Rolling Stones, Small Faces, Kinks, Who, Outsiders et cetera. Terwijl al die bands zelf soul speelden. Wat betekende dat ik een dubbel leven leidde. Niet voor niets was ik ook verslingerd aan James Bond. Ik heb alle Zwarte Beertjes van Ian Fleming meermaals gelezen. De film Goldfinger vond ik een meesterwerk. (Daarover wil ik later meer vertellen.)

Er gingen zoveel werelden open, The Avengers, The Fugitive, Mary Quant, platenwinkel De Harp in Maastricht (waar ik Big Pink kocht en Waiting For The Sun). En maandagnacht gingen veel van die werelden opnieuw open. Zachte, romantische, psychedelische werelden. Elk onderscheid tussen realiteit en poëzie viel weg. Zoals bij Novalis werd alles magisch, alle kleine dingen werden metaforen in een groot gedicht. En toch wilde ik slapen.

Vreemd. Ik herinnerde me eveneens verrukte jaren in Antwerpen, van 1977 tot 1984. Renaissance in de popmuziek (die was in 1974 aan zichzelf ten onder gegaan) met onder meer Patti Smith, Television en the Clash. Euforische jonge kunstenaars vol wilde en minder wilde plannen, zoals Danny Devos, AMVK, Guy Rombouts, Walter Van Rooy, Paul Rigaumont, Ria Pacquée en experimentele ruimtes zoals Ruimte Z’, Aurora, Ruimte Morguen, het Pannenhuis (van Greta en Toulouse) en Montevideo. Ik herinnerde me uitzinnige nachten met al die fijne mensen. Guillaume Bijl, Bruneau, Annie Gentils (voor wie ik het gedicht ‘Zoete naam Jezus’ schreef). Ik hoorde de muziek van the Shangri-Las en U-Roy en Tom Verlaine en Grandmaster Flash. Een song bleef terugkeren: Many Rivers To Cross.

Het begin van het nieuwe theater in die stad zag ik voor mij weer opduiken uit jarenoude mist: Blauwe Maandag Compagnie, Akt Vertikaal, de piepjonge Guy Cassiers, Luc Perceval (net als ik kind van binnenschippers), Guy Joosten, Ivo Van Hove, Warre Borgmans, Els Dottermans, Peter Van Kraaij, Sam Bogaerts, Chris Nietvelt (een actrice waar ik zo graag verliefd op werd, “Ik ben nogal nief hier. Ik weet nog niet wat ik doe. Ik kem een goe gevuul.”), Bart Slegers, en vooral Lucas Vandervost.

Deze koortsachtige nachtgedachten bleven maar voortrazen. Omstreeks vijf uur vond ik eindelijk slaap. En al is het leven theater, het was geen actrice, het was niet de jonge Chris Nietvelt, die me in slaap wiegde. Nog een geluk, anders lag ik nu nog altijd wakker.

 

SKALDEN, HASSELT: HOE BEDRIEGLIJK IS HET GEHEUGEN?

SKALDEN

‘Het opzettelijk geheugen’ schrijft Samuel Beckett in zijn studie over Marcel Proust, ‘heeft geen waarde als middel tot evocatie, en geeft ons een beeld dat even ver staat van het werkelijke beeld als de mythe van onze fantasie, of als de karikatuur van de werkelijkheid die door onze directe waarneming wordt verkregen. Over geen van beide bezitten we ook maar de geringste controle.’

Hoe bedrieglijk is het geheugen? Hoe weten wij of wat we ons herinneren strookt met hoe de werkelijkheid zich op het moment van het ‘herinnerde’ aan ons (en aan de andere aanwezigen) voordeed? Ik heb een slecht geheugen, aangetast als mijn hersencellen zijn door veroudering, alcohol, tabak (tot 1977) en geneesmiddelen. Ik heb een slecht geheugen maar ik ben geen leugenaar.

Nu is er die geschiedenis van Skalden, een uniek beatnikcafé in Hasselt – vergelijkbaar met de vroege Muze in Antwerpen – dat ik met enige regelmaat frequenteerde. In feite was het in de periode 1968-1969 de plek waar ik bij voorkeur mijn tijd doorbracht. Ik hield van de sfeer die er hing, van de andere bezoekers, beatniks, hippies, artiesten, muzikanten, anarchisten en filosofen. Het grote verschil met de cafés waar ik nu kom is dat er nauwelijks werd gedronken. Een bezoeker van de Skalden werd nooit gedwongen om te consumeren. Het ging niet om de winst maar om de ruimte. Het principe van gelijkgestemden die elkaar ontmoeten was ‘heilig’ (om een woord van Allen Ginsberg aan te halen). Verwante zielen die elkaar eindelijk zonder argwaan in de ogen kunnen kijken in een – voor de rest – grotendeels vijandige wereld. Van de oudere generatie begreep namelijk hoegenaamd niemand dat dit ‘werkschuw tuig’ (toen) niet geïnteresseerd was in geld noch bezit. De oudere generatie begreep niet dat er andere, nieuwere, betere tijden waren aangebroken.

Omdat ik in een internaat zat opgesloten kon ik niet zo vaak in de Skalden vertoeven als ik wel wilde. Dat zorgde ervoor dat ik een buitenstaander bleef in de ‘bruine kroeg’. Ik behoorde bijgevolg niet tot de ‘inner circle’. Ja, inderdaad, een ‘inner circle’ had je ook in zulke kroegen – en dat was al meteen het begin van het einde, de rotte plek in de appel van de provo’s, want waar een elite bestaat worden anderen uitgesloten. Ik sloot er waarschijnlijk om die reden, maar ook omdat ik een schuchtere aard heb, geen vriendschappen; ik kwam er met de vrienden die ik al had, Luc Verjans, Henry Janssen, Jan Depooter, Guy Bleus en ik leerde er mijn lief Monique, een mooi meisje uit Alken, kennen.

Nu reageert de vroegere uitbaatster van de Skalden, El (Elisabeth), met een vriendelijk commentaar op de foto hierboven, waarvan ik altijd heb gedacht, waarvan ik met zekerheid wist dat hij tijdens het Hasselts Carnaval van 1968 in haar café door een straatfotograaf werd gemaakt. Zij zegt in haar commentaar dat wij, mijn toenmalige vrienden, vriendinnen en ik, ons zeker niet in de Skalden bevonden. Die foto werd ergens anders gemaakt, zegt ze. Kan ik Els woorden in twijfel trekken? Zij is zo zeker van haar stuk. En het was haar café! Maar anderzijds was het daar waar we met ons groepje samen waren gekomen, verkleed en tegelijk niet verkleed. Nee, we waren helemaal niet verkleed, we waren gewoon onszelf, hadden onze buitenissigheid alleen wat geaccentueerd. Maar nu werden we voor een keer niet uitgejouwd, omdat het Carnaval was en de brave mensen die overal in gekke pakjes door de straten liepen dachten dat wij ook in gekke pakjes waren gehuld en net hetzelfde waren als zij. Ha, ha, lekker mis. Wij waren de anderen. Wij waren geen hypocrieten die ons gedurende 364 dagen in een burgerpak door het leven worstelden en ons één dag lang verkleedden als uitzinnige, stomdronken hansworsten.

Ik weet het niet, El. Ik heb je verhaal over de Skalden gelezen op je blog. Sommige gezichten heb ik herkend, vooral dat van Lode, die me af en toe meenam in zijn auto, gewoon voor een ritje, of me naar huis bracht. Je verhaal heeft me droef gemaakt. Zoveel van de mensen die je café bezochten zijn al gestorven! En waar zijn de anderen? Waar is iedereen? Wat gebeurt er met ons? Zijn wij allen  gedoemd om in het leven te mislukken? Is het een grote grap? Een Carnaval? Lijden we met z’n allen aan geheugenverlies en bevinden we ons helemaal ergens anders dan we denken?

JOE BOYD: POP IN DE SIXTIES

whitebicycles-1000x1000

Ik lees white bicycles, een schitterend boek van Joe Boyd over muziekmaken in de sixties, Joe Boyd heeft een boeiend leven gehad, en hij is nog lang niet dood. We kennen hem vooral als producer van Fairport Convention en Nick Drake en van zijn Hannibal platenlabel. Maar hij heeft een massa andere, zeer uiteenlopende dingen gedaan. Op zijn eenentwintigste bracht hij Muddy Waters naar Europa. Hij organiseerde Europese toernees voor Roland Kirk en Coleman Hawkins, hij stond aan de wieg van de UFO in Londen (de plek waar de underground ontstond en ten onder ging.) Enzovoort. Het is een geweldig boek, inderdaad, maar het maakt me ook wel een beetje jaloers en afgunstig. Waarom heb ik niet meer met mijn leven gedaan? In zekere zin lag een dergelijk bestaan binnen mijn bereik. Alleen was ik te jong. Ik ben te laat geboren. Het voordeel daarvan is dat ik nu nog relatief jong ben, ha ha. Naar aanleiding van dat boek bedenk ik dat bijna al mijn favoriete elpees in die periode zijn opgenomen. Er is nog wel goede hedendaagse muziek, bijvoorbeeld van Cat Power of the Walkabouts, maar een volledige cd – van om het even wie – heeft niet meer de emotionele impact, de pertinentie en de melodieuze rijkdom van wat toen verscheen. Ik denk nu spontaan aan deze meesterwerken:

Butterfield Blues Band – East West
Pink Floyd – The Piper At the Gates Of Dawn
Pretty Things – S.F. Sorrow
Fairport Convention – Unhalfbricking
Bob Dylan – Blonde On Blonde
Bob Dylan – John Wesley Harding
Byrds – The Notorious Byrd Brothers
Beatles – Revolver
Beach Boys – Pet Sounds
Beach Boys – Smiley Smile
The Fantastic Expedition Of Dillard & Clark
Flying Burrito Brothers – The Gilded Palace Of Sin
Aretha Franklin – I Never Loved A Man
Beatles – Revolver
The Band – Music From Big Pink
Pearls Before Swine – One Nation Underground
Bee Gees – Bee Gees 1st
Cream – Disraeli Gears
Jimi Hendrix Experience – Are You Experienced?
Nick Drake – Five Leaves Left
Kinks – Face To Face
Syd Barrett – The Madcap Laughs
Tim Buckley – Blue Afternoon
Rolling Stones – Beggar’s Banquet
Incredible String Band – The Hangman’s Beautiful Daughter
Doors – Waiting For The Sun
Velvet Underground & Nico
Nico – Chelsea Girl
Who – The Who Sell Out
Love – Da Capo
Jefferson Airplane – Surrealistic Pillow
Steve Miller Band – Children Of the Future
Moby Grape – Moby Grape ‘69
Alexander Spence – Oar
Captain Beefheart & the Magic Band – Safe As Milk
Mothers Of Invention – Absolutely Free

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Maar de lezer kan zelf wel aanvullen. Overigens laat ik de singles (Atlantic, Stax, Philles, Fire, Fury, Motown, enzovoort) dan nog buiten beschouwing. In die groeven bevond zich de perfecte dansmuziek, die ik nog steeds opzoek als ik wat beweging in mijn leven wil brengen.