WAAROM IK AFZAG VAN EEN GEVONDEN GEDICHT

Ik was al begonnen aan een ‘gevonden gedicht’ – in navolging van de pisbak van Marcel Duchamp, maar dan met gevonden woorden – opgedragen aan de seksprentjesknippers, en een tirade tegen de encyclopedieknippers zou daar op volgen… Opeens herinnerde ik mij echter Bob Dylans ‘Just Like Tom Thumb’s Blues’ en de regels:

When you’re lost in the rain in Juarez
And it’s Eastertime too
And your gravity fails
And negativity don’t pull you through…

Ik dacht tegelijk aan de blik in de ogen van acteur Warren Oates, en hoe hij zijn schouders opgetrokken zou hebben bij de aanblik van zoveel onzin. En zo kwam het dat mijn zin in pisbakkenpoëzie en tirades tegen ingebeelde vijanden meteen verdween. Ik ging het toch weer niet hebben over de belachelijkheid van blogs over sexy girls, lingerie, big tits, vibrators en parenclubs?  Ik dacht, waarom zou ik tot vijand verklaren wie het niet waard is. Bovendien hebben die mensen je niets misdaan, jongen, dacht ik, ze willen toch ook maar ‘escapen’, net zoals jij. Want dit is geen prettige wereld. Soms wel natuurlijk, maar daar heb ik het nu even niet over. Laat hen toch rustig bezig zijn en hun zinnen verzetten. Als zij graag prentjes van blote babes uitknippen of de Wikipedia overschrijven dan moeten ze dat maar doen. Zij doen er niemand kwaad mee. Beter dat dan in Irak onschuldige burgers gaan doodschieten of wapens leveren aan de moordenaarsbendes in Darfoer. Nee, zoals ik een paar dagen geleden al schreef, ik moet opnieuw beginnen. Mijn ‘onschuld’ terugvinden en alle bijkomstigheden, alles wat me van mijn pad doet afwijken, terzijde schuiven. Mijn leven is al moeilijk genoeg, ik moet het nog niet verergeren door mij onnodige vijanden op de hals te halen. Of door dingen te schrijven die ondoordacht en ongemeend zijn.

DIMITRI VERHULST EN HET GELUK

Gisteravond zag ik Dimitri Verhulst op televisie (alias cinema Eden). Ja, ik geef het toe, ik heb het weer gedaan, maar het was toevallig. Ik had zitten kijken naar de vierde episode van Fassbinders ‘Berlin Alexanderplatz’. ‘Een handjevol mensen in de diepste stilte’ heet dat deel. Eigenlijk is het niet geschikt voor melancholische mensen. Of juist wel, omdat het een tegengif is? Franz Biberkopf, het hoofdpersonage uit het boek en de film, is weg van zijn vriendin Lina en wil niemand meer zien; hij zuipt zich te pletter. Het is onwaarschijnlijk hoeveel die man kan zuipen. Af en toe kijkt hij door zijn raam en dan ziet hij alleen maar slechte mensen. En hij kaart met Satan.

Daarna zag ik ook nog de film ‘A History Of Violence’ van David Cronenberg. Ik houd van het werk van de Canadese regisseur, maar hij wordt almaar commerciëler. Dat is al begonnen met ‘Spider’. Waar is de tijd van films als ‘Videodrome’ en ‘Crash’? Toch heb ik mij kunnen verplaatsen in het donkere, spannende verhaal, vooral omdat er zo goed in geacteerd wordt. De cameo van William Hurt is werkelijk verbluffend. Toen die dvd afgelopen was zag ik plots het hoofd van Dimitri Verhulst opduiken. Wat heeft die man vettige haren. Of zou het gel zijn? Ik vond desondanks dat hij een aangename stem had, en bleef geboeid kijken. Mijn vriend Marc Didden, ere wie ere toekomt, heeft mij een paar maanden geleden Verhulsts ‘De helaasheid der dingen’ aanbevolen. Het is er nog niet van gekomen, maar ik zal de roman zeker lezen. Maar! Wat ben ik afgunstig op deze schrijver! Of is het gewoonweg jaloers? Waarom zou ik toch jaloers of afgunstig zijn? Omdat Dimitri Verhulst gelukkig is (dat zegt hij zelf) en ik ben het niet. En hij heeft zelfvertrouwen en ik niet. En hij kan zich verplaatsen in zijn fictionele wereld en ik niet.

Ik zit in mijn biografie opgesloten. In mijn huid waar ik niet uitgeraak. En om mijn huid zit nog een ander omhulsel, waardoorheen ik de anderen niet meer kan bereiken, en de anderen mij niet. En fictie? Soms zoek ik nog wel naar personages, maar ik vind ze niet en ik kan ze niet uitvinden. Ik heb geen toegang tot dat gedeelte van mijn hersens waar mijn fictieve personages worden bedacht. Toch ben ik op de eerste plaats jaloers / afgunstig op Dimitri Verhulst omdat hij zo gelukkig is. Met zijn vrouw en zijn werkkamer en zijn boeken en zijn vettige haren. Of is het gel? Wat niet betekent dat ik de schrijver zijn geluk niet gun. Alleen zou ik ook graag zo gelukkig zijn. Ik heb eveneens een vrouw en een werkkamer en vettige haren (zij een veel kleiner aantal dan Verhulst). Waar wacht ik dan op? Wat houdt me tegen? Misschien moet ik toch eerst eens dat boek lezen, en staat daar in hoe ik het geluk kan vinden.

VERWENST EN VERVLOEKT

Ik heb hier voorlopig voldoende aan heldenverering gedaan, en dat terwijl ik niet van helden houd, alleen van antihelden. Toch zal ik ook in de toekomst niet aan de dwangmatige, obsessionele behoefte aan bewondering en de uitdrukking daarvan in minder of meer geslaagde lofuitingen kunnen weerstaan. Vandaag wil ik echter, vanuit mijn kluizenaarscel en nauwelijks op de hoogte van het doen en laten en gewoonweg zijn van mensen en dingen die zich niet binnen mijn gezichtsveld bevinden, waarbij dient gezegd dat ik met de voordelen – soms wel eens nadelen – van ‘tunnelvision’ gezegend ben, mijn vloeken uitspreken over een aantal inwoners van dit land – om daarmee te beginnen – die bij mij braakneigingen opwekken, ook als ik niet teveel aan de fles heb gezeten. Ik verwens en vervloek, zonder enige voorkeur:

Erik Van Looy, Vlaams quizmaster bij uitstek, begenadigd filmregisseur
Yves Desmet, slimste mens van de wereld
De negentien Brusselse burgemeesters (waarvan 18 overbodig, 1 democratisch verkozene mag blijven)
Alle schepenen van de Brusselse gemeenten (wegens overbodigheid en onkunde)
Het voltallige Vlaams Blok, met een brakende voorkeur voor Morel, Dewinter, Demol, Annemans en Vanhecke)
Alle personen met verantwoordelijke functies bij de MIVB.
Industriële vervuilers
Hugo Coveliers
Belastingfraudeurs
Huisjesmelkers
Wapenindrustriëlen
Jean-Marie Dedecker, kampioen van alle autochtone politici
Jagers
Op winstbejag beluste farmaceutische industriëlen
Op winstbejag beluste wetenschappers en onderzoekers
Lobbyisten (ik bedoel niet: mensen die graag in hotellobby’s zitten)
Komieken zonder humor
Geert Hoste
Chris Van Den Durpel
Jacques Vermeire
Eva Pauwels (bestaat die dame wel echt?)
Prinses Mathilde
Kate Ryan
Pijprokende mannen jonger dan 80
Alle BV’s, waarvan niemand weet waarom ze BV zijn
Alle BV’s, waarvan iedereen weet waarom ze BV zijn
Jef Geeraerts
Peter Aspe
Geert Van Istendael
Kristien Hemmerechts
Boekenbeurzenbezoekers
Degenen die hier zouden moeten opstaan, maar die ik vergeten ben
Urbanus
Raymond van het Groenewoud
Wim Opbrouck
Benno Barnard
De weermannen
Bono (maar dat is vermoedelijk geen Belg)

Twee conclusies. Een: de lijst dreigt eindeloos te worden. Twee: ik moet nog veel opzoekwerk doen. Maar ik betwijfel het of ik hier nog mee wil doorgaan. Ik zit hier nu echt te walgen. Bah!

EUROSONG: FINAL ANALYSIS

Soms kan ik laag vallen. Gisteravond, na me te hebben verdiept in onder meer Geert Mak en Friedrich Nietszche, de familiegeschiedenis van mijn ouders (waarover een van de volgende dagen of weken meer, het is een werkje van langere adem), en de muziek, schoonheid, en androgyne perversie van Polly Jean Harvey, daalde ik af naar de salon waar de televisie nog steeds een soort van ereplaats inneemt, ter vervanging van een bloedende Christus of een paaldanseres. Ik zei tegen A., ik zou graag naar de finale van Eurosong kijken. Of hoe het programma ook moge heten. Mijn geliefde kreeg net geen aanval van epilepsie. Eurosong? De finale? Die onthutsing duurde niet lang; ze pruttelde niet eens tegen. Ik geloof dat ze in haar hart wel van het Eurosongfestival houdt. Het hoort bij onze jeugd: Gigliola Cinquetti, Louis Neefs met Jennifer Jennings, etcetera. Maar ik zeg altijd dat ik dat hele circus haat. Het uitreiken van de punten is natuurlijk telkens weer wel leuk, doch daar kijk ik zelden naar.

Gisteren was het echter, zoals iedereen weet, de finale van de Vlaamse artiesten. Waar had de VRT die bonte troep bijeengeschaard? Waren ze met zijn allen ten prooi gevallen aan de vogelgriep? Ik dacht dat op zijn minst de eerwaarde heer Tony Mary, zelf een verdienstelijk eurosongszanger zo te zien, een immense voorraad vaccins in zijn koelkast had liggen. Een selectiecriterium voor deze finale was denk ik de Kempen. Als je uit de Kempen kwam en een beetje kon praten zoals ‘Patrick’ en ‘Johan’ dan mocht je ongetwijfeld meekwelen en er bestond zelfs een kans dat je naar Athene zou worden gestuurd. Naar Athene! In de schaduw van de Acropolis! Waar grote keizers als Augustus en Claudius vertoefden, om niet te spreken van de goden zelf. Je moest uit de Kempen komen, niets te vertellen hebben, er volstrekt belachelijk uitzien, een klein beetje kunnen zingen, maar dan wel zonder enige geestdrift en zonder enige originaliteit. Als je niet uit de Kempen kwam mocht je van het allochtone type zijn. Kom, moet iemand gezegd hebben, laat die jongens ook even meedoen, dan valt ons niets te verwijten, dat zijn we goed multicultureel bezig. Dat vrijwaart ons van bomaanslagen en zo. Nu waren die allochtonen niet slechter maar zeker ook niet beter dan de autochtonen. In ieder geval was hun dialect even goed en ze maakten dezelfde idiote gestes. Onhandige Vlamingen waren het, allemaal. Zelfs het Spaanse meisje Belle Perez zag er echt Vlaams uit. Haar lied was kitsch voor de bejaarden in Benidorm en Kusadasi. Ze kon trouwens goed strijken. Dat was ook wel nodig, met die oranje lakens om haar armen, daar was heel wat strijkwerk aan. Belle Perez! Wat een leuke naam! En dan had je een zekere La Sakrah of zo iets. Een wat oudere vrouw met een enigszins seniele glimlach op haar gezicht gebeiteld. Die was er niet af te krijgen, wat de idioten van de jury of wie dan ook over haar mochten beweren. Haar lied was ‘zeer geraffineerd’, een mix van cocktail jazz en roaring twenties. En tegen het einde werd haar jurk van haar lijf gerukt, gelukkig maar een gedeelte. Perfecte kitsch van het ‘betere type’ bestaat dan toch. Over een zekere Kate Ryan, een ‘Ierse’ met de uitstraling van een boerin, met een zwaar Kempens accent, moet ik het ook nog hebben. Een mannelijke Juul Kabas. Haar naam is reclame voor Ryanair. Vandaag stond in de krant dat de vliegtuigen van Ryanair zeer slecht worden onderhouden. Met Kate is dat geloof ik ook het geval, zeker met haar stembanden. En ze kan haar benen niet in bedwang houden. Bovendien heeft ze problemen met haar kapsels. Haar ogen stralen de leegte van de steppe uit. Ik hoor nu dat haar lied het gehaald heeft. Dat had ik wel gedacht, want temidden van dat moeras van slechte smaak was het werkelijk het allerslechtste. Het braakopwekkende dieptepunt par excellence.

De enige dame voor wie ik enig respect kon opbrengen was Els De Schepper. Ik ken die vrouw niet, maar ik had de indruk dat ze probeerde zoveel mogelijk zichzelf te zijn. Helaas, ze was een teef – pardon my English- in een kegelspel. Ze had echter beloofd dat ze bloot zou komen en dat heeft ze niet gedaan. Dat vond ik een beetje jammer, anders had ik toch nog iets aan mijn avond gehad. Nu zal ik toch opnieuw zo’n paal moeten installeren. Misschien kan ik aan de Els De Schepper eens vragen of ze wilt komen dansen. Zingen hoeft niet, alleen maar dansen. Ze mag me ook een spannend verhaal komen vertellen, met haar vurige ogen.

 

Ik hoop dat het mij geoorloofd was in deze context enige ongerijmdheden in te lassen, het detecteren waarvan het favoriete tijdverdrijf is van Hollywoodwatchers.