ROMAN POLANSKI’S REPULSION

Medusa_uffizi

Polanski’s ‘Repulsion’ is een van mijn uitverkoren films, misschien ook wel doordat het thema van de schizofrenie me al zeer lange tijd boeit. Een groot deel van mijn licentieverhandeling ging erover, meer bepaald over de ‘double bind’. In ‘Repulsion’ speelt Catherine Deneuve haar beste rol en is ze, ondanks de psychische gekweldheid die ze de hele film lang gestalte geeft, op haar mooist. Of is het zoals bij de romantici de ‘horror’ die me aantrekt? “’Tis the tempestuous loveliness of terror,” zoals Shelley het uitdrukt in zijn gedicht ‘On the Medusa Of Leonardo Da Vinci In the Florentine Gallery’.

Afbeelding: Hoofd van Medusa, onbekende Vlaamse meester.

GEVOELLOOS EN LEEG

Douglas Coupland, over geen gevoelens hebben: “Waar ik mee bezig was: ik maakte me de laatste tijd zorgen omdat mijn gevoelens steeds meer begonnen te verdwijnen – het was me opgevallen dat ik steeds minder leek te gaan voelen. … Ik had het gevoel dat ik een reptiel aan het worden was, een leguaan op een steen, met een geheugen dat hard achteruitging en geen enkele compassie met wie of wat dan ook.” Douglas Coupland, Leven na God.

“En hoe is het mogelijk dat ons leven zo leeg kan worden dat zelfs een kleine goede daad al een krachtige herinnering wordt die we levenslang met ons meedragen? Hoe kan het in je leven eigenlijk zover komen?” Douglas Coupland, Leven na God

Meteen gaan mijn gedachten naar het personage Carol Ledoux in de film ‘Repulsion’ van Roman Polanski. Carol is een vrouw die zich geheel heeft afgesloten van de wereld en van haar omgeving. Ze schijnt geen gevoelens meer te hebben. Tenzij misschien  een pathologische angst voor mannen. Ze heeft geen compassie meer. Ze is alleen maar. We kijken naar haar zoals we naar een leguaan op een steen kijken. (Het personage dat Cathérine Deneuve hier zo voortreffelijk vertolkt is Belgisch. Haar familienaam is dezelfde als die van de oprichter van het Filmmuseum in Brussel, Jacques Ledoux.  Mogelijk is het een – enigszins wrang – eerbetoon van Polanski aan deze mans wiens hele wezen uit filmbeelden bestond.)

MELANCHOLIE, DOODSANGST

Ik zit vandaag vooral veel voor me uit te staren en te piekeren. Niet echt voor me uit staren: de blik is veeleer naar binnen gericht, ik zie nauwelijks wat er zich om mij heen bevindt. In de supermarkt ben ik vervreemd van de andere consumenten. Ik zet zonder iemand te zien mijn waren op de transportband, stop de etenswaren in mijn rugzak, betaal en ben weer weg. Mijn huidige toestand doet me denken aan die van Cathérine Deneuve in ‘Repulsion’. Dacht zij ook zo veel aan de dood? Dat is vandaag namelijk bij mij het geval. De dood zit mij dwars. Het is diepe melancholie, die verlammend werkt. De zekerheid dat je moet sterven. Het treuren om de dood van vrienden, familieleden, ouders, bewonderde helden.

De kwaal waar ik het enkele dagen geleden over had zit in mijn onderlijf, maar ze zit natuurlijk ook als idee in mijn hoofd – en langs die weg heeft ze mij al nare dromen over knekels en uiteenspattende vruchten bezorgd, dromen die zich afspelen in het onder een gouden nevel rustende rijk van de dood. Ik probeer aan die melancholie te ontsnappen met Brian Wilson en the Beach Boys (‘Cabinessence’, ‘Wind Chimes’, ‘Heroes and Villains’), maar veel helpt het allemaal niet. Ik zal geduld moeten oefenen en wachten tot de zon weer gaat schijnen, of me wat meer inspannen en troost zoeken in de wijsbegeerte.