ARMOEDE EN DE RELIGIE VAN BOEKEN

400 coups

Veerle Bekkers, een trol met vele onzichtbare gezichten, schrijft me dat ik rijkdom niet belangrijk vind. Dat ik één keer minder op reis moet gaan en met het op die manier gespaarde geld een mens in armoede moet helpen. In mijn grote kamer waar nu alleen maar boeken staan voor mij alleen, schrijft ze, moet ik een dakloze te slapen leggen. Dat is toch mijn boodschap, voegt ze eraan toe.

Mijn pleidooi in het manifest waar ze commentaar op geeft, was er echter een voor broederschap, voor de wereld intrekken, letterlijk of figuurlijk, voor openheid. Opnieuw leren zien, horen, voelen. Een pleidooi dat impliciet ook te lezen valt in Rilkes Aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Ik schreef dat ik verlangde naar het neerhalen van muren en het openen van grenzen. Een muur is veel meer dan een stenen muur waar je niet door kunt; een grens is veel meer dan die tussen twee landen. Een grote kamer vol boeken is veel meer dan een grote kamer vol boeken, het is een droom, een toekomst opgebouwd uit woorden en zinnen, een nachtmerrie, een gevangenis, een zachte machine, een erotisch ballet, een taxi naar Timboektoe, een raket naar de maan en naar Venus.

Mijn pleidooi was er een voor gelijke rechten voor iedereen en overal. Ik voelde een sterk verlangen naar geluk voor alle mensen, overal. Voor me zag ik een visioen van vrede op aarde voor iedereen, mensen, dieren en planten. Ik betreurde de mogelijke ondergang van onze mooie wereld. Wat betekenen al onze bezittingen, onze rijkdom, ons aangenaam tijdverdrijven als daarbuiten – en binnenin onszelf – alles verwoest wordt? Ik schreef dat de meeste dingen die je thuis welvarend hebt vergaard niets voorstellen in vergelijking met een nacht van liefde onder heldere sterren.

Ik wilde helemaal geen autobiografische tekst schrijven en zeker geen rechtvaardiging voor wat ik doe en laat. Mevrouw Bekkers heeft mij er vroeger, onder andere namen, al van beschuldigd dat ik alleen maar over mezelf schrijf. Dat ik een narcist ben.
Nu zie ik mij genoodzaakt om toch enkele dingen te verklaren. Ik ben een groot deel van mijn leven arm geweest. Als je weet dat ik een schipperskind ben weet je eigenlijk al genoeg. Je moet heel hard vechten om aan die wereld te kunnen ontsnappen. Als je daar al zin in hebt. Als je zoals ik als kleine jongen de lokroep van het andere, in mijn geval van kunst en cultuur, hoort. De nieuwe wereld waar je in terechtkomt, die van kunst en cultuur, van o zo verfijnde mensen, is veel harder dan de oude, in mijn geval die van de binnenschippers. Je wordt er niet meteen toegelaten, wees daar maar zeker van. Talloos zijn de hindernissen op je levensweg, manieren om je uit te sluiten die de bourgeoisie sinds 1789 heeft bedacht. Schoenmaker blijf bij je leest, de appel valt niet ver van de boom, je weet wel. Ik ben vaak gevallen, af en toe weer opgestaan. Terug naar Reims, het boek van Didier Eribon dat nu zo in de belangstelling staat, vertelt veel over het parcours dat ik heb afgelegd. Over de uitsluiting, en over het triomfantelijk gevoel als de schone zielen je uiteindelijk aanvaarden. Eigenlijk heb ik dat triomfantelijk gevoel nooit gehad. Op zijn minst was het altijd gemengd. Ik heb me meestal vervreemd gevoeld van zowel de oude wereld, die van mijn ouders en van mijn broer, als van de nieuwe wereld, die van de stedelijke cultuur. Alleen als een dronken outlaw in bars en clubs voelde ik me met mezelf samenvallen.
Wat me sterkt heeft gemaakt – en gehouden – zijn boeken. Met boeken, met woorden van schrijvers en dichters heb ik rondom mij een wereld opgebouwd. Zij gaven uitleg bij wat mij in verwarring bracht, zij hielpen mij teleurstellingen en ontgoochelingen te verwerken en te boven te komen. Zij spraken me moed in, gaven me troost. Liefde voor boeken is een religie. Je kunt dat heel mooi zien in Les 400 coups van François Truffaut, als de jonge Antoine Doinel een altaartje bouwt voor zijn geliefde schrijver, Honoré de Balzac als ik me niet vergis. De boeken die mevrouw Bekkers zo verwenst zijn inderdaad ook materiële voorwerpen, maar tegelijk zijn ze immaterieel. In mijn ogen zijn ze heilig, een woord dat ik niet gauw gebruik, ik ben geen Allen Ginsberg. Samen met mijn muziekverzameling zijn de boeken mijn kerk. Ze zijn een onmisbaar deel van mijn existentie. Zonder boeken ga ik ten onder. Ik herken mij in veel van de dichters en schrijvers die zich hier rond mij verzameld hebben. Het is echter niet waar dat ik me er met huid en haar, op narcistische wijze, in terugvind. Ik zie mezelf avonturen beleven met Don Quichot, met Julien Sorel, met Geoffrey Firmin, Humbert Humbert, met de dubbelgangers van Borges. Als ik lees word ik een personage, een verzinsel. In boeken en hun verhalen, in de woorden en beelden van mooie gedichten, wis ik mezelf uit. Ik verdwijn uit mezelf zoals ik die ene keer toen ik opium gerookt had uit mezelf verdween. Met dit verschil dat ik van een roman of verhaal of gedicht nooit ziek geworden ben.

Het is absurd om mij ervan te beschuldigen dat ik hier in deze kamer waar mijn boeken staan geen dakloze te slapen leg. Ik ben oud en moe en al te vaak ziek. Lopen valt mij moeilijker met de dag. Ik ga mensen uit de weg omdat mijn geheugen erop achteruit gaat. Ik leef van een klein pensioen omdat ik geen volledige loopbaan heb. Ook dat is een gevolg van uitsluiting en de faalangst die daarmee samenhangt. Faalangst, existentiële onzekerheid. Ik lijd aan angst- en paniekaanvallen. Tegelijk houd ik van mensen, ben ik heel graag in hun omgeving. Ik kan niet zonder mijn vrienden. Ik kan niet leven zonder vriendschap. Ik ben gek op steden, wandelingen, ontmoetingen. Ik voel me leeg zonder de input van tentoonstellingen, concerten, films. Dat is de emotionele kant van het verhaal.

Hoe zit het met de rationele kant? Hoe zit het met armoede? Zijn wij als individuen verantwoordelijk voor onze armen? Zijn wij geen gemeenschap, hebben wij geen sociale zekerheid, hebben wij geen politici verkozen? Zijn er geen instellingen om armoede en andere maatschappelijke problemen aan te pakken? Willen wij niet zoals iedereen bijdragen aan het verbeteren van die instellingen? Willen wij als gemeenschap geen humane aanpak van de armoede en van de vluchtelingen in het Maximiliaanpark en elders?
Al heel lang, sinds ik Marx heb gelezen, ben ik tegen liefdadigheid. Liefdadigheid bestendigt armoede. Het is ook weer een vorm van uitsluiting en onderdrukking. Als er armoede is moet de samenleving veranderen, moeten de structuren veranderen. Dat kunnen wij niet als individu, als enkeling, als eenzame en toch empathische ziel. Niemand heeft het recht ons ervan te beschuldigen dat wij niet aan liefdadigheid doen.
(Overigens weet niemand of ik me wel zo streng aan die principes houd. Niemand weet of ik stiekem toch niet een beetje aan liefdadigheid doe. Je krijgt zoveel verzoeken voor dit of dat, dat je hart wel van steen moet zijn om niet af en toe gehoor te geven aan al die jammerklachten. Toch blijf ik ervan overtuigd dat een instelling als Artsen zonder grenzen, of welke andere vergelijkbare organisatie dan ook, de volledige financiële steun van de overheid zou moeten krijgen. Daarvoor dient ons belastinggeld. Mijn geld hoeft niet zo nodig naar de verstikkende ring rond Brussel te gaan. Maar daar beschuldigt me vooralsnog niemand van: dat ik via die belastingen mijn steentje bijdraag aan allerlei werken die de lucht verpestende auto’s de toegang tot deze stad vergemakkelijken.)

Maar wat voor zin hebben deze woorden nog? Iemand als mevrouw Bekkers wil alleen maar beschuldigen en beschadigen. Ik ben ermee gestopt me af te vragen waarom sommige mensen ervoor kiezen zo door de wereld te gaan. Ze moeten het zelf maar weten. Er is altijd een andere, een betere wereld.

Fahrenheit-451-don quichot

Afbeeldingen: Les 400 coups, François Truffaut; Fahrenheit 451, François Truffaut.

DE GEEST VAN EMILY DICKINSON*

emily-dickinson2.jpg

Voor Emily Dickinson en het Griekse volk.

Een ontmoeting met de geest van Emily Dickinson. Durf ik deze ervaring zo noemen? Een moeder met haar dochter, uit Amherst, Massachussetts gekomen. In de bus naar Elafonisi verklappen we elkaar onze vredesidealen, de oude en de nieuwe. “Je bent altijd welkom bij ons thuis, in Amherst”, zegt de moeder, “je moet wel je slaapzak meebrengen.” “Slapen op een houten vloer”.

Ik wandel alleen over het eiland, mijn vrouw is achtergebleven, bang voor de zeevogels. Tussen de rotsen zitten enkele naakte mensen, uit oudere tijden achtergebleven. Hun gezichten lijken op maskers. Ze hebben geen duidelijk geslacht.

In het zonlicht – heerlijk – begeef ik mij naar de kapel en zie haar daar – de moeder -, geknield, in oude Religieuze Extase. Ze zingt “Kyrie Eleison.” Ik sta in de deuropening, denk aan mijn maanden als misdienaar. Moet ik niet invallen? “Christe Eleison”? Ik zwijg. De moeder uit Amherst ziet me niet eens. Ik zou haar aan het schrikken brengen.

“Alles wat je hebt beleefd zal je je ook één keer herinneren”.

Als ik de kapel verlaat, opnieuw de brandende zon – overweldigend. Reusachtige meeuwen vallen me aan. Neen, toch niet. Ze klapwieken met hun vleugels. Omineuze bewakers van het – mysterie. Voor het heilige – op de vlucht.

De moeder struikelt over een steen op het strand. Haar witte jurk, witte huid, bloedende knieën. Ze glimlacht als ze haar lang gewaad opschort tot boven de knieën. Dan wast ze haar wonden schoon met water uit de Libische zee.

Later eten we honinggebakjes en drinken – rode wijn. “Jullie zijn echt welkom in Amherst”, zegt de moeder nogmaals. De Griekse buschauffeur en de dochter, die Cricket heet, zitten – wat te flirten. De hemelse moeder en de aardse dochter. De renaissance komt weer tot leven. Ik ruik haar geuren en proef haar smaken. Haar extase zie ik ontstaan, in alle rust en vrede, zoals de geboorte van Venus.

’s Avonds in de hotelkamer in Chania, waar ik mijn strijd tegen de kakkerlakken heb gestaakt, kijk ik even door het raam naar de passanten beneden. De Griek en het meisje slenteren voorbij. Hun lichamen op weg – naar de goddelijke eenwording. Ik neem mijn vrouw in mijn armen. Met dit dak boven ons hoofd zijn we veilig voor het witte geweld van de vogels. Veilig – voor de leugens van God.

Ω

*Oorspronkelijk verschenen op 16 juni 2006 (Bloomsday).

DE SPIJKERS VAN CREATIEVE GEESTLOOSHEID

giotto_di_bondone_-_stygmatyzacja_sw__franciszka_1295-1300.jpg

Donderdag 8  januari 2015, omstreeks half vijf. Aan het kruispunt beneden aan mijn straat zie ik rechts van me tussen de kale bomen een blauw in de lucht zoals ik er nooit tevoren een zag. Het is een onaards blauw, een beetje turkoois, maar nog anders, dieper, mysterieuzer. Het licht van de zielen van de doden in Parijs? Hoewel een geloof in een hiernamaals en een opperwezen me geheel vreemd is.

De aanslag op Charlie Hebdo, een dag eerder, had me diep geraakt. Het is merkwaardig dat woede, afschuw, verdriet, ontreddering soms zo selectief zijn. Want er gebeuren elke dag moorden en aanslagen, ergere zelfs dan die in Parijs. Maar Charlie Hebdo was, hoewel ik het zelden las – ik ben geen trouwe lezer van strips, comics, graphic novels en getekende satire -, een tijdschrift dat bij mijn generatie hoorde, bij de tegencultuur, bij de late jaren zestig en vroege jaren zeventig; de redactie van Charlie Hebdo was een groep kunstenaars die nog altijd die geest uitdrukten, zij het scherper, agressiever, met meer verbittering en meer gevaar voor het eigen leven dan in die gouden dagen. Wolinski heb ik altijd bijzonder geestig gevonden.

Meteen zal de hele islamitische wereld met de vinger gewezen worden, dacht ik bijna meteen nadat ik het nieuws had gehoord. Dat is het tragische gevolg van zulke waanzinnige acties – die waarschijnlijk helemaal niet waanzinnig zijn, maar politiek beredeneerd.

Wat gaan we doen, nu we eigenlijk niet meer werkelijk kunnen spreken? Iedereen heeft wel een mening, maar wat zegt een mening? Onze woorden en ons begripsvermogen zijn al lang niet meer toereikend. De realiteit ontglipt ons. We worden allemaal radicaler, misschien vooral omdat we zo tot zwijgen veroordeeld zijn.

Op dertig jaar tijd van ‘Touche pas à mon pote’, de slogan van Harlem Désir, waar wij ons als antiracisten massaal achter schaarden naar ‘Je suis Charlie’, een uiting van solidariteit maar tegelijk van ontreddering en wanhoop. Overigens kan iedereen zich in ‘Je suis Charlie’ vinden – ikzelf ook – wat zeker niet het geval was met die andere slogan. In Figaro Magazine noemde de mystieke fascist Louis Pauwels de antiracisten debielen die aan geestelijk Aids leden.

Mijn eerste publieke reactie, na de gevoelens van verslagenheid en wanhoop, was een pleidooi houden voor de vrije meningsuiting, omdat dat wellicht de basis is van alle vrijheid. Het vrije woord, waar ik in de jaren negentig voor geijverd heb in het Arkcomité voor het Vrije Woord, dat de gelijknamige jaarlijkse prijs uitreikt. Die reactie was niet beredeneerd. Ik stond er zelfs niet bij stil dat miljoenen mensen hetzelfde zouden doen. Lang moest ik niet zoeken naar John Stuart Stuart Mill’s ‘On Liberty’ (1859). Op facebook plaatste ik dit citaat:

This, then, is the appropriate region of human liberty. It comprises, first, the inward domain of consciousness; demanding liberty of conscience, in the most comprehensive sense; liberty of thought and feeling; absolute freedom of opinion and sentiment on all subjects, practical or speculative, scientific, moral, or theological. The liberty of expressing and publishing opinions may seem to fall under a different principle, since it belongs to that part of the conduct of an individual which concerns other people; but, being almost of as much importance as the liberty of thought itself, and resting in great part on the same reasons, is practically inseparable from it. Secondly, the principle requires liberty of tastes and pursuits; of framing the plan of our life to suit our own character; of doing as we like, subject to such consequences as may follow: without impediment from our fellow-creatures, so long as what we do does not harm them, even though they should think our conduct foolish, perverse, or wrong. Thirdly, from this liberty of each individual, follows the liberty, within the same limits, of combination among individuals; freedom to unite, for any purpose not involving harm to others: the persons combining being supposed to be of full age, and not forced or deceived.

Dat moest volstaan. Ik had er verder geen mening over. Wat is een mening? Wel dacht ik al aan de noodlottige gevolgen van alle georganiseerde religies, van de politieke interpretaties van zogenaamd heilige teksten.  Ik heb me lang en intensief met religie beziggehouden, onder meer toen ik Milan Ryzls ‘Zoeken naar God’ heb vertaald en bewerkt.

Zonder ‘mening’ kon ik alleen nog soelaas zoeken in beelden en muziek. Ik beluisterde ‘Dead Souls’ van Joy Division. De krachtige song kan over veel gaan; ik hoor vooral innerlijke strijd en zeker ook wanhoop, dezelfde wanhoop die mij zo verlamde – en dat nu nog altijd voor een deel doet:
Someone take these dreams away
That point me to another day
A duel of personalities
They stretch all true realities.

Denis_Diderot.PNG

Op facebook plaatste ik een portret van  Denis Diderot, als symbool van de waarden van de Verlichting, met name van de vrije meningsuiting, en een reproductie van ‘De parabel der blinden’ van Pieter Bruegel de Oude uit 1568. Dat werk vind ik interessant omdat het over bijbelinterpretatie gaat, met name of je al dan niet verplicht bent om je handen te wassen voor het eten. Bij mijn zoon, die in Parijs woont en werkt, vond ik een treffende tekening van de ‘Je suis Charlie’-slogan, die ik deelde.

< Een dag later, op 9 januari, was mijn woede niet verwerkt. Ik nam weer mijn toevlucht tot muziek, en wel tot ‘Religion’ van Public Image Limited. John Lydon valt de katholieke kerk aan, maar de razernij is universeel.

Fat pig priest
Sanctimonious smiles
He takes the money
You take the lies

Boven de link naar het nummer schreef ik dit:

Misschien kan kunst de wereld niet redden. Maar religie kan de wereld alleen maar verwoesten. Judaïsme, christendom, islam, hindoeïsme, allemaal hetzelfde bedrog, allemaal leidend tot verblinding, fanatisme, geweld, oorlog.

Mijn woede was mede gevoed door het bekijken van een aflevering van Reyers Laat. Op een lagere en schofterige manier dan daar gebeurde kun je niet met de tragische dood van twaalf mensen omgaan. Bart De Wever zat er met zijn kop van pure haat de schuld voor de aanslag in de schoenen van gelovigen, communisten en socialisten te schuiven en samen met Mia Doornaert de hele islamitische wereld naar de verdoemenis te wensen. Zonder ook maar een ogenblik een poging te doen om iets te begrijpen van de context, de achtergrond, de geschiedenis van die weerzinwekkende gebeurtenis.

Nadat er wat kritische opmerkingen waren geformuleerd bij mijn atheïstische stellingname vond ik het nodig dat uitgangspunt te nuanceren. Niet omdat ik mijn kritiek van de godsdiensten wilde afzwakken, maar ter verduidelijking. Ik voegde eraan toe dat ik, nogmaals, een verdediger ben van de vrijheid van meningsuiting en bijgevolg ook van godsdienstvrijheid. Maar ik was en ben ervan overtuigd dat geen enkele godsdienst of belijder van een godsdienst het vrije woord, in welke vorm dan ook, mag belemmeren. Ik voegde er eveneens aan toe dat ik me nu niet opeens als de vijand van de moslims zag, ook al moeten we ons verzetten tegen elke vorm van fanatisme en tegen alle fanatici, waar ze ook vandaan komen. Ik schreef – in weerwil van mijn sprakeloosheid, van het gevoel dat de woorden niet meer volstonden – dat we zoveel mogelijk moesten nuanceren, naar elkaar luisteren, met elkaar praten.

wolinski-et-les-femmes.jpg

Wolinski had ik horen zeggen dat humor altijd links en vrijdenkend is. Rechts is verbitterd en zuur. Kijk maar naar de Antwerpse burgemeester en naar Marine Le Pen. Misschien zijn ze wel verstandig, slim, gewiekst, maar ze hebben geen gevoel voor humor. Hebben ze wel een ziel? Ik maakte inderdaad een onderscheid tussen links en rechts, met duidelijke sympathie voor de gauchisten van Charlie Hebdo, maar vond toch tegelijk dat we polarisatie moesten vermijden. Je kunt niet in alles consequent zijn.

< Iemand vond dat ik de religie in een te negatief licht plaatste. Jezus, Mohammed en Boeddha predikten an sich gewoon liefde, schreef ze. Mijn aanval was inderdaad op de georganiseerde religies gericht, die vooral ideologisch en politiek gebruikt worden, meestal als dekmantel voor verwoestingen en veroveringen. De ‘strijders voor het geloof’ zijn blind voor de boodschappen van liefde van Jezus, Mohammed, Boeddha en andere ‘wereldverbeteraars’. Ze kennen geen liefde, alleen haat en wraakzucht. Of de wil tot macht, tot bezit. Het zijn veroveraars, of huurlingen van veroveraars. Als ze al lezen zijn het gesimplificeerde en verminkte internetversies van de heilige geschriften. Overigens: wie van ons leest Job? Prediker? Het Hooglied? Ik weet alvast dat Nick Cave ‘Het Evangelie van Marcus’ heeft gelezen. “Christus sprak tot me door Zijn isolement, door de druk van Zijn aanstaande dood, door Zijn woede over het afgezaagde, door zijn Verdriet. Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de spijkers van creatieve geesteloosheid.” Zo schrijft Nick Cave in het voorwoord bij het ‘Het Evangelie van Marcus’.
nick-cave-suit-photo.jpg

Alle religies bevatten waardevolle morele stelregels. Mensen met goede bedoelingen hebben ze bedacht, omdat ze van het leven hielden en van de andere mensen, van de kinderen, de dieren, de aarde. Ze mogen dan wel gedroomd hebben van verre paradijzen: bijna altijd ging het om dromen van paradijzen hier en nu. Denk aan Julian Beck’s ‘Paradise Now’. Maar zolang de religies bestaan zijn ze misbruikt om mensen te onderdrukken en uit te buiten, om ze tegen elkaar op te zetten, om onverdraagzaamheid en oorlogszucht aan te wakkeren.  Het is niets nieuws en het gebeurt nog steeds.

In alles wat ik doe blijf ik streven naar bevrijding van wat Bob Marley ‘mental slavery’ noemde. Mij lijkt de hypothese dat de vrije gedachte een hogere vorm van  bewustzijn is dan een denken dat zich onderwerpt aan instellingen, machtsstructuren, economische systemen, godsdiensten, et cetera, geen vorm van cultureel snobisme of elitarisme.  Maar het streven naar een universeel vrij denken, een werkelijk vrije gedachte, kan niet op fanatieke wijze gebeuren, dat is evenzeer duidelijk. Er is openheid van geest voor nodig, geduld, dialoog, luisterbereidheid, begrip.

De volgende dagen kon ik er niet aan weerstaan de vele stemmen die zinnige en onzinnige verhalen lieten horen over de aanslag op Charlie Hebdo en de andere tragische gebeurtenissen te beluisteren. Tientallen verhalen, boos, verontwaardigd, begripvol (niet voor de terreur, uiteraard), inzichtelijk, esoterisch, literair, historisch… Bij veel van wat ik las zat ik te knikken, soms met tranen in de ogen, soms met woede in het hart, soms tot nieuwe inzichten komend.

Een duidelijk en helder en juist statement vond ik bij een van mijn favoriete schrijvers, Ian McEwan:

“Murderous and self-sanctifying, radical Islam has become a global attractor for psychopaths. It has never been embarrassed to proclaim its list of hatreds: education, tolerance, plurality, pleasure and, above all, freedom of expression — the freedom that underpins all others. Even more important than the abstractions are the people that jihadists hate and have killed: children, schoolgirls, gays, women, atheists, non-Muslims, and many, many Muslims. To that list we must now add the brave and lively staff of Charlie Hebdo, who hoped to face down hatred with laughter. The slaughter in Paris is a tragedy for the open society. On a dark night for mental freedom, a few fragile points of light: the calm, determined crowds gathered in cities across France; the hope that the general revulsion at these murders might have a unifying effect; the fact that a cult rooted in hate is a frail thing and cannot last; the fact that the psychopaths are vastly outnumbered.”

In heel die periode was ik ziek. Ik had bronchitis, koorts. Op 29 december had Agnes op straat haar pols gebroken; ze was gestruikeld op de terugweg van de supermarkt. Ik moest mijn dagelijks leven geheel anders inrichten. Voor het eerst in lange tijd moest ik mij geheel inzetten voor iemand anders, op elk gebied, en voor mezelf. Het was en is moeilijk. Soms was ik blij met die nieuwe opdracht, soms stak de wanhoop weer de kop op. Door de ziekte was mij ook de mogelijkheid ontnomen vrienden te ontmoeten, te praten, te luisteren naar wat zij dachten en voelden.

Lezen is bijna altijd een vorm van troost. Ik las de voorbije dagen het meesterwerk ‘Light Years’ (1975) van James Salter. Een verbluffend boek, vol treffende beschouwingen over de aard van de mens en zijn omgang met wat er rest van de natuur en de seizoenen. Een boek over momenten van intens geluk, eros en liefde en over ontgoocheling, teleurstelling, verbittering, melancholie. Over diepe, bleke wanhoop. Het prachtige boek kon me niet troosten, integendeel. Maar ik putte er desondanks moed uit en citeerde dit:

“We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one – we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”

Na het beluisteren van zoveel stemmen, na het treuren, na de optocht van miljoenen sympathisanten van Charlie Hebdo, lijkt de stilte nog te zijn toegenomen. Het lijkt op een rouwproces maar het kan net zo goed een periode van bezinning zijn. Ondertussen is de wind opgehouden met rukken en wordt de hemel weer helder. Gelukkig zie ik op dit ogenblik dat uitzinnige, onwereldse blauw niet.
je suis charlie jean julien.jpg

Interessante artikels:

https://decorrespondent.nl/2324/Zo-bewijs-je-Charlie-Hebdo-misschien-wel-de-meeste-eer/17887105236-48fe7417
http://www.knack.be/nieuws/wereld/wat-we-misschien-van-de-duivelsverzen-kunnen-leren/article-opinion-524185.html
http://www.independent.co.uk/voices/comment/charlie-hebdo-paris-attack-brothers-campaign-of-terror-can-be-traced-back-to-algeria-in-1954-9969184.html
http://www.newyorker.com/news/news-desk/blame-for-charlie-hebdo-murders
http://www.salon.com/2014/11/23/karen_armstrong_sam_harris_anti_islam_talk_fills_me_with_despair/
http://www.liberation.fr/societe/2015/01/07/cohn-bendit-charlie-c-est-la-radicalite-anticlericale-c-est-pour-ca-qu-ils-ont-ete-tues_1175497
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.globalinfo.nl/Achtergrond/de-kleine-tegenstemmen-van-jenesuispascharlie.html

MONUMENT VOOR JOE

Ik heb de indruk dat er mogelijk onomkeerbare haat is ontstaan bij een groep jongeren in Brussel. Die haat en bloeddorstigheid hebben wijzelf, door onze ongastvrijheid, misschien enigszins in de hand hebben gewerkt. Maar dat mag geen verontschuldiging zijn voor zulke onmenselijke wreedheid.
Waarschijnlijk komt het willen bezitten van dat consumptievoorwerp, een mp3-speler, maar op de tweede plaats en is er echt sprake van uit diepe haat voortvloeiende moordlust. De kinderen van het nazisme hebben met hun absurde zuiverheidsobsessie een al even fanatieke groep ‘ideologische’ en zelfs racistische misdadigers en moordenaars doen ontstaan. Ook al ben ik atheïst, toch weiger ik nog steeds de hele islam te veroordelen. Ik geloof niet dat de islam slechter is dan het christendom, het joodse geloof of de vrijzinnigheid. Religies – en vooral hun leiders en instituten – hebben veel ellende berokkend en veel dieprood bloed doen vergieten. Maar religies hebben mensen ook bij elkaar gebracht en hen – ons -morele principes aangeleerd. Religies hebben zich meermaals overgeven aan paranoia, onverdraagzaamheid en systematisch fanatisme. Doorheen de geschiedenis hebben religieuze leiders dikwijls bonden gesmeed met despoten en dictators, soms op een cynische wijze ten dienste van hun geloof, meestal uit vraatzucht en machtswellust. Maar mede door dat falen van religies, door die lage en ‘onmenselijke’ kanten van hun leiders en het fanatisme en de onnadenkendheid van hun volgelingen, hebben ze gelukkig ook vrije mensen, vrije broeders en zusters, afvalligen, ketters, denkers, vrije geesten helpen ontstaan. Niet dat we die religies daar echt nodig voor hadden, maar hun dogmatisme heeft ons er wel toe aangezet om elk dogma in twijfel te trekken.

Goed en kwaad zitten in ons allen. Het kwaad houdt verband met wrok, verbittering, afgunst, zich beter voelen dan de anderen. Het kwaad ontstaat vaak bij gebrek aan democratische gemeenschap, in afgeslotenheid, als een samenzwering tegen de ‘onzuiveren’.

Wij bloggers hebben daarom ook een grote verantwoordelijkheid om, als spontane gemeenschap, alle mogelijke pogingen te ondernemen om dit kwaad in te dijken, zowel de zuiverheidsideologieën van extreem-rechtse bewegingen en individuen en van allerhande fanatici, als de bloeddorstigheid van om het even welk fundamentalistisch, onnadenkend, wraakzuchtig spiegelbeeeld daarvan.
Voor onverschilligheid, moet ik toegeven, bestaat geen enkel excuus. Wij zijn allen verantwoordelijk.

Die arme jongen, Joe, blijf in mijn gedachten spoken. Ik zal hem niet vergeten, om de eenvoudige, egoïstische reden dat ik zelf ook Joe had kunnen zijn. Misschien moeten we een monument oprichten voor Joe. In het midden van het Centraal Station van Brussel. Niet omdat hij een held is maar een slachtoffer. Een slachtoffer in de ware betekenis van het woord. Neen, niet ‘misschien’, we moeten dat hoe dan ook doen. Een vredelievend monument oprichten. Met de onderliggende boodschap dat iedereen hier welkom is, uitgezonderd fanatici en laffe moordenaars. Joe, je bent hier welkom, Rachid, je bent hier welkom, Véronique, je bent hier welkom, Baa, Milena en Anya, jullie zijn hier welkom. Brussel behoort jullie, behoort ons toe.

KRUISIGING VAN JEZUS CHRISTUS

roman,figuranten,kruisiging,aanwezigen,fantasie

Wie was aanwezig bij de kruisiging van Jezus Christus?

Simon van Cyrene
Johannes
Vernonica
Dysmas, de goede dief
Gestas, de slechte dief
De Centurio
Maria (maagd)
Maria Cleopas
Maria Magdalena
Salome
Pier Paolo Pasolini
Nicholas Ray
Francis Bacon
Giotto
Rubens (en nog ongeveer twintigduizend schilders)
Figuranten

Nug nog de roman schrijven.