BOB DYLAN IN BRUSSEL

cof

Dit schreef ik gisteren omstreeks middernacht op facebook: I enjoyed Bob Dylan so much tonight. A young man in an old man’s clothes. An eternal voice I heard once more. It will be forever among our children and their children. Bob Dylan, Bob Dylan, Bob Dylan, they will sing. And they will sing Masters Of War, and Like A Rolling Stone. In the 22nd century and on and on.

Laat dat mijn recensie van het werkelijk onvergetelijke concert van Bob Dylan & Band in Vorst op 22 april 2009 zijn. Uitgebreide analyses en ander gezeur kun je morgen in de kranten lezen (meestal steeds dezelfde nonsens) en vandaag wellicht op de blogs van Dylan-fans en Dylan-haters. Niet dat het allemaal slecht is, wat ze schrijven. Maar hoe evoceer je een mystieke ervaring? Alleen iemand als Tarkovski was daartoe in staat, zij het niet met woorden. Een goed idee: als je wil weten hoe een Bob Dylan-concert ‘overkomt’, wat het voor de aanwezigen betekent, kijk dan een keer naar Tarkovski’s Andrej Rublev.

Dit is de setlist:

s

1. The Wicked Messenger
2. It’s All Over Now, Baby Blue
3. Man In The Long Black Coat
4. Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again
5. Blind Willie McTell
6. Desolation Row
7. Honest With Me
8. Sugar Baby
9. Highway 61 Revisited
10. Ballad Of A Thin Man
11. I Don’t Believe You (She Acts Like We Never Have Met)
12. Ain’t Talkin’
13. Thunder On The Mountain
14. Like A Rolling Stone
 Encore
15. All Along The Watchtower
16. Spirit On The Water
17. Blowin’ In The Wind

 

 

“Dylan’s public, his fans and followers, create him in their own image. They expect him to be who they interpret him to be. The very mention of his name invokes his myth and unleashes an insurmountable amount of minutae about the meaning of every word he ever uttered, wrote or sang.”
Suze Rotolo, A Freewheelin’ Time.

 

 

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL II

Het is nooit mijn bedoeling geweest een recensie te schrijven over het concert van Stephen Stills in de AB eergisteren. Daarvoor ben ik te zeer bevooroordeeld. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog steeds een fan van Stills. Dat schreef ik vorige maandag al. Misschien niet letterlijk, maar het zal toch duidelijk geweest zijn.

In de commentaren bij mijn vorig stuk over Stephen Stills is willens nillens toch recensieachtig materiaal binnengeslopen, zij het minimaal en in stukken en brokken. Voor degenen die de commentaren – die soms interessanter zijn dan de tekst erboven – niet lezen: mijn standpunt kwam erop neer dat ik de eerste, akoestische helft van het optreden schitterend vond. Prachtige songs, bevlogen gespeeld, met veel expressie en intensiteit gezongen. De cover van Dylans ‘Girl From the North Country’ raakte me in mijn ziel. Het tweede, elekrische gedeelte kon mij minder bekoren. Stephen Stills wilde teveel bewijzen dat hij een echte bluesman was. Maar slecht, laat staan vervelend, was hij nooit.

In de hierboven genoemde commentaren zijn kritische opmerkingen te lezen over de heren en dames recensenten. Waarom doen ze er niet het zwijgen toe, als ze iets niet goed vinden dat toch goed IS? Ik moet daar nu eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik de recensie van Dirk Steenhaut in De Morgen over het optreden van Stephen Stills heel juist vind. Ik kan er mij volledig in herkennen: hij beschrijft het concert dat ik heb bijgewoond. Geen pretentieus geleuter, geen gelul over vals zingen, of slecht gitaarspelen, maar een eerlijke beschrijving van een concert zoals er veel te weinig te zien en te horen zijn.

WAT IS DEZE SHIT?

Natuurlijk lees ik al lang niet meer de rechts-liberale krant de Morgen – die zelfs de vakbond schoffeert die hem in tijden van nood met veel inzet mee van de ondergang heeft gered. Mijn levensgezellin zat vanavond echter op me te wachten in café de Monk, om van daaruit samen naar de KVS te gaan, waar we Onze Lieve Vrouw Van Vlaanderen zouden gaan zien, waarover morgen misschien enige woorden meer. Bettye Lavette moet overigens ook nog aan de beurt komen. Dat was, ik zeg het nu al meteen, een van de beste concerten die ik de voorbije maanden heb mogen bijwonen, beleven, ondergaan, en ik ben wat dat betreft allerminst een debutant.

Ik had Laura opgebeld om haar te vragen of zij een dame met een poes kende – want een zodanige madam was toen ik thuis vertrok binnengekomen en meteen de trap opgelopen, een madam met een poes in een kooi. Ze had geantwoord dat ik me over die dame geen zorgen moest maken, “het zal wel een vriendin zijn van onze benedenbuur”, en zeker geen inbreekster… Ze vond dat ik beter maar eens dat artikel moest lezen van Dirk Steenhaut over Bob Dylan. Dat was wel wat erger dan potentiële inbrekers met een kat in een kooi. Als ik er nu over nadenk lijkt me mijn schrik ook helemaal absurd. Welke dief dringt een huis binnen met een kat om voor te zorgen? Maar het is een blijft en dwaze en onvoorspelbare wereld. Remember the diplomat who carried on his shoulder a siamese cat?

Dirk Steenhaut, de naam zei me nog iets, of liever, ik voelde een soort van fantoompijn bij het horen van die lettergrepen. Was dat niet die ‘fantast’ die al tientallen jaren pagina’s vult in het hierbovengenoemde renegatenblaadje? Een ‘fantast’ zonder enige fantasie. Inderdaad. In de Monk aangekomen bestelde ik een koffie en las het stuk van de driewerf vermaledijde droogstoppel. Ik vermoed heel sterk dat de man niet in Vorst is geweest. Overigens zijn publicisten die het over ‘Zijne Nasaliteit’ hebben hoe dan ook verdacht. Welke clichés verzinnen deze heren voor boter, of vis? Bob Dylans naam is Bob Dylan. Niet meer en niet minder. Van Zijne Steenhouterigheid mocht Bob Dylan geen toetsen beroeren. Dan zat hij daar niet goed zichtbaar op het podium. Hij moest van Zijne Steenhouterigheid goed zichtbaar vooraan op het podium staan, graag met een gitaar, en hij moest uit volle borst zingen, liefst van al met de stem van een 24-jarige held uit de jaren zestig, – of had hij een Pavarotti of een Bono in gedachten? – en iedereen in Vorst had hem langs alle kanten met zijn of haar blikken moeten kunnen penetreren. Wat een godverdomde onzin! Ik gebruik een uitroepteken. Een slecht teken! Zijne Steenhouterigheid heeft Bob Dylan niet gezien. Volgens de recensent zat Dylan ergens achter de drummer of de steelgitaarspeler. Nu, ik was wel wat dronken, maar ik heb Bob Dylan echt gezien. Hij stond daar aan zijn toetsenbord als een Ray Charles, soms, en als een Little Richard, zijn jeugdheld, vol oud vuur en ongebluste liefde voor de muziek die in zijn ziel huist, en in de ziel van degenen die zich onvoorwaardelijk voor hem openen. Hij had trouwens een heel mooi kostuum uitgekozen om zich aan ons te tonen.
Bob Dylan is de oudere ziel die ons eraan herinnert waar en hoe het allemaal begonnen is en dat het nog lang niet gedaan is, versleten stembanden of niet.

Wie heeft er ooit geklaagd over het gehuil van Howlin’ Wolf, het gejodel van Jimmie Rodgers, over Sonny Boy Williamson en zijn bolhoed en de act met het net niet inslikken van zijn mondharmonica, over de sentimentaliteit van Hank Williams (I’m So Lonesome I Could Cry!), over het stomdronken maar bijzonder sensueel rocken van Lucinda Williams, over de megalomanie van Elvis Costello, over het fake engagement van Elvis Presley’s In the Ghetto (een meesterwerk), over het onnozele kapsel van James Brown, over de zoeterigheid van Ray Charles (het ongeëvenaarde Born To Lose)? Of over het racisme van John Ford en het mysterieuze gezeik van Rainer Werner Fassbinder? Om het nog niet te hebben over de Trojanenfobie van Homerus en de Germanenhaat van Friedrich Nietzsche, en de oorlogszucht van John Fitzgerald Kennedy.
Zijne Steenhouterigheid schrijft dat het publiek verbazingwekkend mild was voor de ‘oude bard’. Vindt hij dan dat wij de oude zak een half uurtje hadden moesten staan uitschelden? Boe! Judas! Verrader! Enzovoort…

Met dank aan Klaas Debacker, die wel begrijpt waar het allemaal over gaat.

JANE BIRKIN POUR TOUJOURS

Een sujet genaamd Karel Michiels beweert in een Vlaamse katholieke krant – eigenlijk het partijblad van Harry Potter alias Yves Leterme – dat het stemgeluid van Jane Birkin naar kattengejank neigt. Hoewel ik allergisch ben voor katten, zou ik voor dat beestje toch graag een uitzondering maken, en ze zou van mij elke dag tot zonsondergang mogen miauwen. Niet alleen ‘Je t’aime moi non plus’, maar ook bijvoorbeeld de liedjes uit Arabesque. ‘Je t’aime moi non plus’ mag ook na zonsondergang.
Mijn goede vriendin Didi is vorige zondag naar het concert van Jane Birkin geweest en vond het prachtig. Ik vertrouw veel meer op haar oordeel dan op dat van die kerel die ik hierboven jammer genoeg al heb genoemd.