NACHTEN IN HET PANNENHUIS (2)

00me, laura & jos 1978

Alles heeft een begin, ook deze aantekeningen omtrent het Pannenhuis. Alle begin is moeilijk. De eerste woorden, waar al de rest op logische of onlogische wijze uit voortvloeit, moeten hun doel treffen en ecologisch zijn. Je mag een wit blad niet vuil maken met lelijke woorden of overbodige leugens. Antwerpen is een harde noot om te kraken. Soms denk ik dat je er geboren moet zijn om er helemaal aanvaard te worden. Om voor vol aanzien te worden, of toch voor meer dan leeg, voor al is het maar een heel klein beetje zichtbaar. Dat je op zijn minst het dialect moet spreken, liefst zonder accent. Als je er niet geboren bent moet je bijgevolg een goed acteur zijn. Bestaan er evenwel acteurs die een Limburgs accent kunnen wegmoffelen?

Voor sommige reizigers die stranden in t‘ Stad wordt, geloof ik, een uitzondering gemaakt. Het komt me voor dat je er gemakkelijker wordt aanvaard als je wat excentriek bent, een circusartiest, een woordkunstenaar, een muzikant, een schilder zelfs. Maar ook als je excentriek bent, wat Senga – zo wilde mijn geliefde toen genoemd worden – en ik zeker waren, moet je inspanningen doen om in een Antwerps midden opgenomen te worden. In een midden (milieu) of in een kringetje buiten dat midden, bijvoorbeeld in een subcultuur.

00leo-flor2

Toen Senga en ik in Antwerpen aankwamen waren wij op tweeërlei wijze door het lot begunstigd. In de eerste plaats hadden wij échte Antwerpse vrienden en vrienden die bevriend waren met échte Antwerpenaren. Leo Steculorum, Flor Van Tendeloo en Guillaume Bijl behoorden tot de eerste categorie; Guy Bleus tot de tweede. Het is goed mogelijk dat ik iemand vergeet. In de tweede plaats was er zich in 1977 ook in Antwerpen heel snel een nieuwe subcultuur aan het ontwikkelen: punk. Terwijl wij die zomer en herfst de vele kamers van ons huis in de Dolfijnstraat aan het schilderen waren had ik via een oude transistorradio kennis gemaakt met de explosieve songs van the Clash, the Sex Pistols, the Stranglers, Richard Hell & the Voidoids en, wonder boven wonder, the Ramones en was ik op die manier uit een lange rock-‘n-roll-winterslaap wakker geschud. De Hector Berlioz-periode had nu wel lang genoegd geduurd.

ramones

Hoe, wanneer precies en met wie ik het Pannenhuis na al die jaren opnieuw ontdekte weet ik niet meer en ik vind het ook niet terug in mijn dagboeknoties. Heel waarschijnlijk gebeurde dat in de tweede helft van 1978. Heel goed mogelijk was het ter gelegenheid van de kunstmanifestatie Goddog op 23 september dat jaar. Ook daarover vind ik maar weinig terug. De mooie losbladige editie van Goddog Express die ik al van die dag in mijn bezit heb en koester en die Marc Schepers eergisteren op facebook postte [1] lijkt verdwenen te zijn. Wel las ik in een klein rood notitieboekje dat iedereen die avond stomdronken was, ikzelf inbegrepen. Geen wonder dat ik me van het evenement nauwelijks iets herinner en er niets over kon noteren omdat ik de volgende dag een zware kater had.

goddog express

1978 was een van de opwindendste jaren van mijn hele leven. Het is nu te laat om nog te verwachten dat die op elk gebied bijna onafgebroken opwinding van toen ooit nog overtroffen zal worden. In dat jaar bracht ik veel tijd met vrienden door. Dat waren in het bijzonder Guy Bleus uit Wellen in Limburg, die vaak naar Antwerpen kwam en dan soms bij ons bleef logeren, Leo Steculorum en zijn vrouw Flor, Guillaume Bijl en Renée Strubbe en Jos Dorissen uit Mechelen aan de Maas. Het was met deze vrienden en hun entourages dat ik het Antwerpse nachtleven ging verkennen en dankzij wie ik deel ging uitmaken van een soort van alternatieve kunstscene.

Voor ik meer verhalen vertel over het Pannenhuis en de mensen die ik er ontmoette wil ik een idee geven van wat 1978 mij in de schoot wierp. Een zeer beknopte opsomming van hoogtepunten (die ook dieptepunten konden zijn, niets is zuiver en eenduidig; hoed je voor de zuivere waarheid) volgt hier morgen.

tongeren 1968

[1] De afbeelding hierboven heb ik van facebook gedownload, met dank aan Marc Schepers.

Afbeeldingen: Senga, Jos D., ik bij Jos thuis, omstreeks 1980; Leo S., Flor V. en op de achtergrond mijn zoontje Jesse, in Oostduinkerke, 1973; the Ramones; Goddog; Koninklijk Atheneum Tongeren, 1968: repetitie voor mijn koninklijk toneelstuk De droom, met links van me Ivan Popovic en rechts Guy Bleus en Henri Janssen (niets is wat het lijkt).

HET GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG VAN THE SLITS

‘Cut’ [1], het wonderlijke debuut van The Slits, verschijnt op 7 september 1979. Op 4 mei is Margaret Thatcher premier van Groot-Brittannië geworden, een gebeurtenis waarvan we ook in ons land nog steeds de gevolgen ondervinden. Privatiseringen, afbraak van de sociale zekerheid, verarming van de armen en de lagere middenklasse, verrijking van de rijke parasieten. Iran wordt een islamitische republiek, geleid door ayatollah Khomeini. Ook die religieuze revolutie heeft tot nu toe in ons land en op wereldvlak verstrekkende gevolgen. Ondanks massale demonstraties [2] gaat de Belgische regering akkoord met de plaatsing van 48 kruisvluchtwapens op de Belgische vliegbasis Florennes. De eerste Walkman komt op de markt.

Ik woon op dat ogenblik al twee jaar in de Dolfijnstraat in Antwerpen. Over mijn toenmalige habitat en levensstijl heb ik al eerder geschreven. Details laat ik voor dit verhaal even weg. Je kunt er meer over vinden in mijn tekst ‘Antwerpen in de jaren zeventig’ en zeker ook in de geweldige lezerscommentaren daarbij.
Net als de samenleving en de stad waar ik in leef is mijn leven dramatisch veranderd, ook op muzikaal gebied. Economie, leefomgeving en cultuur gaan hand in hand. Punk, new wave en reggae maken in die die barre dagen en nachten de soundtrack van mijn leven uit. Hoewel ik de grensoverschrijdende popmuziek uit de late jaren zeventig niet graag in de hokjes van de muziekindustrie onderbreng. Een van de reclameslogans van toen was “geef voor new wave”, belachelijk toch? Overigens denk ik dat the Slits er geen bezwaar tegen hebben dat wij hun elpee gaan stelen. Maar dat willen we de sympathieke platenzaak Brabo, waar we veel van ons vinyl aanschaffen, niet aandoen.

De rebelse en zelfs revolutionaire platen van die dagen zijn zoals altijd slechts onderdeel van een groter geheel. Ondanks de zware economische en existentiële crisis waar wij tot over onze oren in zitten, ondanks de overtuiging dat er geen toekomst voor ons is, gebeuren er op heel wat ‘vrijplaatsen’ verrassende en hartverwarmende dingen. Buiten is de sfeer dan wel terneerdrukkend en uitzichtloos, binnen wordt er met hart en ziel geleefd en feest gevierd. In het witte café het Pannenhuis aan het Conscienceplein komen kunstenaars en dichters bijeen om te praten, gedichten te schrijven, muziek te beluisteren en te spelen. De kunstenaars die ik daar en op andere subculturele plekken ontmoet, proberen koortsachtig hun nieuwe ideeën te verwezenlijken. Er zijn veel performances, onder meer in de immense Montevideo, gerund door Annie Gentils en haar kleine team. In het Aurora Atelier, een vrijplaats voor filosofie, literatuur en plastische kunst, waar ik zelf aan de slag ben gegaan, maak ik kennis met het werk van Ria Pacquée, waarin ze voornamelijk het gezag ondermijnt, met de ironische inbeslagnemingen van Guillaume Bijl, met de mailart-fantasieën van Guy Bleus en met Guy Rombouts’ bizarre alfabet. Elders ontdek ik de Belgische schande gezien door de ogen van Wout Vercammen, de perverse filosofische ‘tractaten’ en oefeningen van AMVK en DDV en de vuilniskunst van Frank Castelyns. De enige kunstenaar die niet schijnt te veranderen is Ludo Mich. Al verrijst hij binnenkort wel als de goeroe van de hologramkunst (ook in Montevideo). Geheel in de sfeer van het Slits-debuut is er Musical Snack Attack, een cafetaria waar je elders onvindbare reggaeplaten kan beluisteren en kopen. Geregeld zijn er in de buurt van de Wolstraat en de Stadswaag alternatieve modeshows te zien, met al die mooie boze mensen altijd een lust voor het oog. De Antwerpse Zes zijn niet uit het niets voortgekomen.
Eveneens op de Stadswaag, in Cinderella’s Ballroom, draait deejay Maryse de meest relevante én dansbare muziek van het moment. Op Assepoesters vochtige dansvloer leer ik eindelijk ongedwongen dansen, zij het op mijn idiosyncratische manier. Jongens mogen er aan het eind van de jaren zeventig ‘anders’ uitzien. Denk aan Tom Verlaine, Elvis Costello, Ian Dury, David Byrne. De freaks uit de gelijknamige horrorfilm van Todd Browning uit 1932 zien er nu voor ons bijna gewoontjes uit. Die voorbeelden spelen ongetwijfeld een rol in onze zelfaanvaarding. Niemand bekijkt je boos of fronsend als je tegen het ritme in danst of een beetje spastisch beweegt. Ik vermoed dat hetzelfde opgaat voor de meisjes. Een groep als the Slits zal voor hen ook wel een rolmodel zijn, net als the Raincoats, Lydia Lunch, Poly Styrene en Lora Logic.
Viv Albertine, gitarist en songschrijfster van the Slits, vertelt naar aanleiding van de cd-uitgave van ‘Cut’ dat haar band niet langer typisch mannelijke ritmes en structuren wilde nabootsen. De groepsleden gingen op zoek naar typische meisjesritmes, “skippy and light”. Een belangrijke bouwsteen voor hun sound is dub. Dat geluid hoorden de meisjes bij de DJ en cultfiguur Don Letts, die dansavonden organiseerde in de Roxy, de Londense punktempel. Don Letts is van mening dat the Slits met hun heel eigen geluid ver vooruit waren op hun tijd. Van de reggae namen zij het primaat van de baslijn over, waar zij gitaarspel en melodie ondergeschikt aan maakten. Ook het mengpaneel gebruikten zij als een instrument. Voor deejay Maryse vormen enkele songs van the Slits, zoals ‘Typical Girls’ en ‘Newtown’ een perfecte overgang naar de blok reggae die ze elke keer weer inlast in haar lange set. (Overigens deinst Maryse er niet voor terug om ook oud werk uit het rek te halen, onder meer van the Kinks, Rolling Stones, the Doors, Neil Young en Jimi Hendrix.)

slits 3

De bezoekers van cafés als Pannenhuis en clubs als Cinderella’s Ballroom lijken op personages die je aantreft op foto’s van Nan Goldin, pas later berucht en beroemd geworden, en Robert Mapplethorpe. Niemand van ons lijkt geschikt voor een fatsoenlijke rol in de maatschappij. We zijn tegendraads, mislukt van bij de geboorte, losers. In de Gnoe, een kroeg in de Wolstraat die tot het krieken van de dag openblijft, dansen we op de tafels. “Boys keep swinging”, zeg ik tegen A., in de vroege ochtend op weg naar huis en nog meer extase. En zij: ‘typical girls are emotional’. Ja, zeg ik, en van shoplifting zijn ze ook niet vies.

Wellicht omdat ik een jongen ben, heb ik in die transittijd een voorkeur voor the Clash, the Ramones, Modern Lovers, Television en Elvis Costello. Maar zeker ook voor the Slits en hun elpee ‘Cut’ heb ik een zwakke plek. Wegens geldgebrek ga ik weinig naar concerten maar voor the Slits maak ik een uitzondering. The Slits treden op in de legendarische club Plan K. in de Manchesterstraat in Molenbeek. Jos D. leent me geld voor de reis naar Brussel en voor twee kaartjes.  A. en ik moeten eerst uren wachten op de binnenkoer van het gebouw, waar het vreselijk koud is. Een longontsteking zit er dik in. Opener The Pop Group kan me maar matig bekoren, misschien ben ik nog te verkleumd. Maar van the Slits word ik helemaal warm en helemaal gek. Ari Up, Viv Albertine en Tessa Pollitt kun je moeilijk klassieke schoonheden noemen. Ze zijn zeker geen modellen van het jaar, waar Elvis Costello een jaar geleden over zong. Maar deze meisjes zijn echte meisjes, sexy, uitbundig, en polymorf pervers. Opgewonden keren we naar Antwerpen terug, met de zekerheid dat we deze show wel nooit zullen vergeten.

‘Cut’, is meesterwerk van blanke reggae en vrouwelijke ‘punk’. The Slits is de girl group van de late seventies, maar controversiëler en rebelser dan hun voorbeelden uit de sixties. Vrouwelijker. Los van rebellie en seksueel-politieke boodschappen is het een groot genot om te dansen op de sound van the Slits. Ook vandaag nog klinkt ‘Cut’ cool en opwindend.

2018-05-01-slits 003

[1] Vier jaar later, op zondag 23 oktober 1983, betoogden 400.000 mensen tegen de plaatsing van Amerikaanse en Russische kernraketten in West- en Centraal-Europa. Het was de grootste manifestatie die ons land ooit gekend heeft.

[2] ‘Cut’ van The Slits. Verschenen op Island op 7 september 1979.
Een creatie van the Slits en Palmolive.
The Slits zijn:
Ari Up – vocals
Viv Albertine – guitar
Tessa Pollitt – bass guitar
en
Budgie – drums
Dennis Bovell – sound effects
Producer: Dennis Bovell.
Alle songs werden geschreven door Viv Albertine, Tessa Pollitt, Ariane Forster (aka Ari Up) en Paloma Romero (aka Palmolive).

INSOMNIA

king&queen.jpg
King & Queen, Tongeren, 1967. Foto: Guy Bleus.

Maandagnacht, na een bezoek aan de psychiater (bij wie het uitzonderlijk koud was; letterlijk bedoel ik dat) kon ik de slaap niet vatten. Niet alleen vanwege vrouwengeschiedenissen – ik had het met mijn psychiater, die zelf een vrouw is, over mijn liefde voor vrouwen gehad. Bijvoorbeeld dat ik een vertrouwelijk gesprek veel liever met een vrouw voer dan met een man. Maar ik wil wat dit onderwerp betreft niet in details treden. Dat doe ik volgende week wel met mijn psychiater. Ik hoop alleen maar dat het dan al wat warmer is.

Vooral gedachten aan het verleden drongen zich aan me op. Ik herinnerde me opnieuw Veronica Satory in het Kinderdorp in Rekem. Henriëtte en Mathilde, mijn speelvriendinnetjes in Neerharen. Hoe ik met Valère naar het bos fietste om daar een meisje te kussen dat ik nooit eerder had gezien en daarna ook nooit meer zou terugzien. Hetzelfde gebeurde bij een optreden van The Small Faces in Diepenbeek, maar we kusten toen de hele avond, en het meisje stal mijn zonnebril. Haar naam? Aan Anita dacht ik en haar mooie zus Linda (die mij wel wilde maar toch ook weer niet), aan Sylvia, aan Magda (liefje van een avond), aan Claudia, aan Monique, aan café de Paddock in Tongeren en dansen op Massachussetts van The Bee Gees. Gin Fizz drinken met Guy Bleus.

Die oude vriend zat er ook voor iets tussen dat ik niet kon slapen. Zondag had hij een oude foto op mijn facebookprofiel geplaatst. Mijn schoolvrienden Luc V., Henry J. en Jan D. en ikzelf voor King & Queen in Tongeren in 1968. De wonderlijke uren die we daar doorbrachten. De naam van het King & Queen meisje ben ik vergeten. In een club in Lanaken heb ik met haar nog gedanst op Otis Redding, Sam & Dave en Aretha Franklin. Dat mocht eigenlijk niet. Een bizarre wet schreef voor dat je niet van soul mocht houden als je een fan was van the Rolling Stones, Small Faces, Kinks, Who, Outsiders et cetera. Terwijl al die bands zelf soul speelden. Wat betekende dat ik een dubbel leven leidde. Niet voor niets was ik ook verslingerd aan James Bond. Ik heb alle Zwarte Beertjes van Ian Fleming meermaals gelezen. De film Goldfinger vond ik een meesterwerk. (Daarover wil ik later meer vertellen.)

Er gingen zoveel werelden open, The Avengers, The Fugitive, Mary Quant, platenwinkel De Harp in Maastricht (waar ik Big Pink kocht en Waiting For The Sun). En maandagnacht gingen veel van die werelden opnieuw open. Zachte, romantische, psychedelische werelden. Elk onderscheid tussen realiteit en poëzie viel weg. Zoals bij Novalis werd alles magisch, alle kleine dingen werden metaforen in een groot gedicht. En toch wilde ik slapen.

Vreemd. Ik herinnerde me eveneens verrukte jaren in Antwerpen, van 1977 tot 1984. Renaissance in de popmuziek (die was in 1974 aan zichzelf ten onder gegaan) met onder meer Patti Smith, Television en the Clash. Euforische jonge kunstenaars vol wilde en minder wilde plannen, zoals Danny Devos, AMVK, Guy Rombouts, Walter Van Rooy, Paul Rigaumont, Ria Pacquée en experimentele ruimtes zoals Ruimte Z’, Aurora, Ruimte Morguen, het Pannenhuis (van Greta en Toulouse) en Montevideo. Ik herinnerde me uitzinnige nachten met al die fijne mensen. Guillaume Bijl, Bruneau, Annie Gentils (voor wie ik het gedicht ‘Zoete naam Jezus’ schreef). Ik hoorde de muziek van the Shangri-Las en U-Roy en Tom Verlaine en Grandmaster Flash. Een song bleef terugkeren: Many Rivers To Cross.

Het begin van het nieuwe theater in die stad zag ik voor mij weer opduiken uit jarenoude mist: Blauwe Maandag Compagnie, Akt Vertikaal, de piepjonge Guy Cassiers, Luc Perceval (net als ik kind van binnenschippers), Guy Joosten, Ivo Van Hove, Warre Borgmans, Els Dottermans, Peter Van Kraaij, Sam Bogaerts, Chris Nietvelt (een actrice waar ik zo graag verliefd op werd, “Ik ben nogal nief hier. Ik weet nog niet wat ik doe. Ik kem een goe gevuul.”), Bart Slegers, en vooral Lucas Vandervost.

Deze koortsachtige nachtgedachten bleven maar voortrazen. Omstreeks vijf uur vond ik eindelijk slaap. En al is het leven theater, het was geen actrice, het was niet de jonge Chris Nietvelt, die me in slaap wiegde. Nog een geluk, anders lag ik nu nog altijd wakker.

 

ARI UP IS DOOD / ARI UP LEEFT

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven

Ari Up is dood. Ari Up van the Slits. Maar ik zou niet meer over de dood schrijven, herinner je je nog? Toch onlangs, in Portugal, nog wat woorden bijeengesprokkeld naar aanleiding van de dood van Solomon Burke. Een paragraaf maar – een schande voor een legende als Solomon Burke. Maar meer kon niet. Mijn vingers deden pijn, mijn hoofd wilde niet dansen, of net wel: na al dat sterven wilde mijn hoofd, wilde heel mijn lijf dansen.

Maar nu Ari Up. Een vrouw waar ik, het zal niet verbazen, naar opkeek. Ik bewonderde the Slits, zozeer zelfs dat ik destijds, in het voorjaar van 1980, geld leende van een vriend die al lang dood is om van Antwerpen naar Brussel te reizen om er in Plan K een optreden van de rebelse meisjesgroep bij te wonen. Ik herinner me dat het koud was en dat ik niet echt hield van de andere band die optrad, The Pop Group. Maar the Slits maakten me gek. Ari Up kon je moeilijk een schoonheid noemen, net zomin als Viv Albertine, Palmolive en Tessa Pollitt. Maar ze was sexy, uitbundig, en polymorf pervers. Hun elpee ‘Cut’, een productie van Dennis Bovell uit 1979, was een meesterwerk van blanke reggae en ‘punk’. In mijn toenmalige vriendenkring kon iedereen ‘Typical Girls’ meezingen, zowel de jongens als de meisjes. The Slits waren de girl group van de jaren ‘70-’80, maar meer controversieel er en rebels dan hun ‘voorbeelden’ uit de ‘sixties. Overigens ging het niet zozeer om de boodschap (onder meer ‘shoplifting’), maar om het ritme en de dans. Het was heerlijk om te dansen op de sound van the Slits.

De dood van Ari Up wekt veel fijne herinneringen bij me op. In de eerste plaats Cinderella’s Ballroom, en deejay Maryse. Enkele songs van the Slits, zoals ‘Typical Girls’ en ‘Newtown’ vormden een perfecte overgang naar de blok reggae die ze elke keer weer draaide. In de beste periode – 1977 tot 1982 – van de Cinderella danste je daar een hele nacht op de allerbeste muziek, punk, new wave, rock ‘n’roll, soul, ska, reggae, pop. Dank zij Maryse en de muziek die ze draaide heb ik me verzoend met mijn lichaam. Dat de jongens er in die periode ‘anders’ mochten uitzien, ik denk nu aan Tom Verlaine, Elvis Costello, Ian Dury, David Byrne, speelde ongetwijfeld ook een rol in die zelfaanvaarding. Niemand bekeek je boos of fronsend als je tegen het ritme in danste.

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven

Punk, new wave en reggae speelden in die periode een belangrijke rol in mijn leven. En samen met die voor mij revolutionaire popmuziekgenres waren er zoveel andere gebeurtenissen die het leven in die dagen verrassend maakten. In het café het Pannenhuis kwamen kunstenaars en dichters bijeen om te praten, gedichten te schrijven, muziek te beluisteren en te spelen. Ik herinner me Toulouse en Greta, waard en waardin. Veel van de klanten stonden bij hen in het krijt. Onder meer mijn toenmalige vriend Guillaume Bijl. Nochtans was hij een van weinigen van ons die een job had, net als zijn lieftallige vriendin Renée (ook al jaren geleden uit het leven gestapt). De bezoekers van cafés als Pannenhuis en clubs als Cinderella’s Ballroom leken op personages die je aantreft op de foto’s van Nan Goldin, pas veel later beroemd geworden, en Robert Mapplethorpe. Goddeloze heiligen, geheel ongeschikt voor een fatsoenlijke rol in de maatschappij, tegendraads, mislukt van bij de geboorte, losers… Ik stel me Ari Up nu voor als net zo iemand. Wij waren in die dagen allemaal Ari Ups en Joe Strummers. De wat ouderen onder ons waren tevens Trashmen. Ken je ‘Surfin’ Bird’? Dan ben je een oudere onder ons. Paul R. zal het zeker kennen – maar hij is nog bijzonder jong. Het is allemaal relatief. Een tiental dagen geleden, in Tavira of Lagos, dacht ik er al aan om hierover te schrijven. De dood van Ari Up is niet iets waar ik gebruik van maak. De ruwe notities waren er al. Ik zou een lange tekst schrijven over de periode 1977-1982, een fragment uit mijn leven waar ik nauwelijks foto’s van bezit. Ik had geen fototoestel. Twee of drie keer heb ik dat van mijn broer, die in het verre Limburg woonde, mogen gebruiken. Maar die dure reflexcamera – die hij later geruild heeft voor enkele Duvels – durfde ik niet mee te nemen tijdens mijn nachtelijk escapades. Performances in de Montevideo, liefdevol georganiseerd door Annie Gentils en medewerkers.

Guy Rombauts’ bizarre alfabet, Waut Vercammens Belgische schande, Guillaume Bijls inbeslagnemingen, Ria Pacquées ondermijning van het gezag, AMVK en DDV perverse filosofieën. Brigitte VKB voor blote voeten gevaarlijke appartement. Waar is Brigitte nu?  De Musical Snack Attack, een reggae snack waar je onvindbare reggaeplaten kon kopen. Jacques Chapon, Nathalie, Sofie. Zoveel namen. Alternatieve modeshows, lang voor de Antwerpse zes en zeven. Joy Divison. ‘Typical Girls are emotional’. Lover’s Rock. Dennis Bovell. Dansen op de tafels van de Gnoe. Onder invloed van tequila en speed op een dik konijn jagen op de Scheldeoever, in de buurt van waar nu Radio Centraal is. In de vroege ochtend, een prachtige zonsopgang, maar geen konijn. Waren we trouwens geen vegetariërs? Robert, Antonio; andere vrienden en kennissen wier namen ik me niet meer herinner. En daarna speed, heroïne, Aids, paranoia. Nog later Zwarte Zondag. En nu Ari Up.

Ik drink witte wijn en beluister voor de derde keer ‘Cut’ van the Slits. Een wonderlijke plaat. Een unieke plaat. Een onuitwisbare nalatenschap.

slits,cut,rock,reggae,pop,memoires,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella's ballroom,dansen,kunst,leven,performance,dennis bovell,maryse,pannenhuis,vrienden,nachtleven

 

 

EXTRA: ZERO DE CONDUITE

curtis.jpg

Vandaag tussen 16 en 18 uur is er uitzonderlijk een aflevering van Zéro de Conduite op Radio Centraal, 106.7, ter vervanging van het programma Stemmen uit de Ondergrond. Het is ook uitzonderlijk omdat er geen thema wordt gehanteerd. Het ‘zwaartepunt’ van deze extra-uitzending ligt op punk, new wave en funk.
Veel luistergenot.

Je kunt Radio Centraal live beluisteren op 106.7 FM of online via
deze weg.

radio,pop,popcultuur,radio centraal,zero de conduite,antwerpen


I Wanna Be Sedated – Road To Ruin – The Ramones
Girls That Don’t Talk – An Anthology – The Undertones
(You Used To) Ride So High – Where The Action Is – The Motorcycle Abeline
Friday’s Child – Something Stupid – Nancy Sinatra
Baby Don’t Go – The Beat Goes On – Sonny & Cher
Empty Heart – 12X5 – The Rolling Stones
Mr. Pharmacist – Nuggets – The Other Half
Crap Rap 2/Like To Know – Live At The Witch Trials – The Fall
Rumble – Guitar Preacher – Link Wray
Mercy – Chairs Missing – Wire
Just Lust – Love Bites – The Buzzcocks
Born To Lose – Search And Destroy – Johnny Thunders & The Heartbreakers
25th Floor (live) – Land – Patti Smith
Transmission – Permanent – Joy Division
All That Jazz – Crocodiles – Echo & The Bunnymen
A Strange Day – Pornography – The Cure
Dirt – Street Hassle – Lou Reed
Beauty Lies In The Eyes – Sister – Sonic Youth
Some Candy Talking – Psychocandy – Jesus & Mary Chain
Goddess On A Highway – Deserter’s Songs
Love In The Afternoon – A Secret Life – Marianne Faithfull
Win – Young Americans – David Bowie
(They Calll Me Mr. Lucky) – Back Stabbers – The O’Jays
Come On Feet, Do Your Thing – Sweetback – Melvin Van Peebles Ft Earth, Wind & Fire
Brick House – Classic Commodores – Commodores
I Got A Thing, You Got A Thing… – Funkadelic – Funkadelic
Do That Stuff – Classic Parliament – Parliament
Jambalaya – Fire On The Bayou – The Meters
Pastime Paradise – Songs In The Key Of Life – Stevie Wonder
Thank You For Talkin’ To Me Africa – There’s A Riot Going On – Sly & The Family Stone
Cream – The Very Best Of Prince – Prince
Power To The People (Demo) – Curtis – Curtis Mayfield
 

radio,pop,popcultuur,radio centraal,zero de conduite,antwerpen
Research & presentatie: Martin Pulaski

 

JUNGLELAND

DADA

Hoe beschrijf je een leegte, een afwezigheid? Hoe verwoord je datgene waarvoor je geen woorden vindt? Hoe uit je je diepste ‘binnenin’? En ook dit: waarom zeg je ‘stop’ als je nog niet bent begonnen?

Ooit gaf ik een lezing over ‘wat is poëzie’. Ik herinner me dat het vooral gericht was tegen de verheven opvattingen over poëzie van Jacques Hamelink. Ik was net aan mijn tweede jeugd begonnen, had me een frisse, onverschrokken punk attitude aangemeten. Geen zwart leder weliswaar maar een wit linnen pak uit Firenze. Mijn lange haren afgeknipt, niet echt kort en zeker geen hanenkam. Maar veel korter dan voorheen, al die jaren in de wildernis. Terzake. Aan de luisteraars in het zaaltje in de Ommeganckstraat in Antwerpen gaf ik een banaan, een baksteen. Doorgeven alstublieft! Dat is poëzie, verkondigde ik. Ook een kroontjespen liet ik door de luisterende handen gaan. Dit was niets nieuws, natuurlijk. In Cabaret Voltaire hadden zich nog wel straffere zaken afgespeeld. Maar waarom het nieuwe van dada niet nog eens herhalen, zal ik gedacht hebben. Het nieuwe opnieuw. Ik praatte nog wat, meanderde, omcirkelde, zweeg tenslotte. Drukte op de knop van de cassettespeler en zei, dit is poëzie. Wat weerklonk was Bruce Springsteens ‘Jungleland’.

Nu besef ik dat ik toen al, op die mooie zaterdagmiddag in 1978, geen woorden vond. De leegte van vandaag kondigde zich reeds aan in een baksteen, in de wall of sound van ‘Jungleland’, waarin ik zo graag verdwaalde.

DE JAREN ZEVENTIG IN ANTWERPEN (VERKENNING)

1980agnescloseup1

Zaterdagavond zaten Agnes en ik aan tafel in een nostalgische bui te praten over lang vervlogen dagen. Vooral onze eerste jaren in Antwerpen van 1977 tot 1984 hebben een onvergetelijke indruk nagelaten. Het waren schitterende dagen, dagen van verandering, er hing revolutie in de lucht; veel nieuws en vrolijk stemmends ontstond spontaan voor onze ogen in kleine, nieuwe kunstgaleries en immense hangars zoals de Montevideo en wij werkten er soms aan mee, waren er deelgenoten van. We herinnerden ons weer die talloze uitbundige, weergaloze nachten in kroegen die nu niet langer donker of bruin meer waren maar wit, met onze vrienden Guillaume Bijl en Renée Strubbe, aan wie ik vaak terugdenk, omdat haar doodsprentje hier in mijn kamer staat, Ria Pacquée, Leo Steculorum, Flor, Jos Dorissen, over wie ik al vaak heb geschreven, Hilde V., Luc en zijn Hilde, Herman en Harry en vele anderen. En de diepe vriendschap met Rita en Jules die nog steeds voortduurt. Hoe we bijna zonder geld konden overleven en zelfs nog rockabilly-, blues- en punk-elpees en boeken konden kopen. De tijd van Elvis Costello, the Clash, the Ramones, Television en reggae.

Voor goedkope ‘hippe’ kleren gingen we naar het Berghmanshuis (als dat de juiste naam is) op het Sint-Jansplein, de Wolmolen in de Provinciestraat en Dao in een zijstraat van de Nationalestraat. In de winkel op het Sint-Jansplein – waar kleren uit faillissementen werden verkocht – vond je alles wat je nodig had om een avond uit te gaan. Wij waren echt wel voorlopers op dat gebied, als ik dat zo mag zeggen. Nu gaat iedereen naar de kringloopwinkels en combineert oude met nieuwe kleren. Toen was bijna niemand geïnteresseerd in ‘vintage’.
(Eigenlijk was ik vanaf 1965 ongeveer al bezig met me oude kleren toe te eigenen, vooral zijden sjaaltjes van mijn tante Georgette, zij had er tientallen, en juwelen, af en toe ook kledingstukken uit mijn moeders jonge jaren. Als ik dat toen allemaal aantrok leek ik op Brian Jones en was ik gelukkig.)

4-30-2013_010 (3)

Aan zo’n avondje uit in Antwerpen ging een heel ritueel vooraf, waarbij we twee à drie uur voor de spiegel allerlei combinaties probeerden. De ‘perfecte’ combinatie vinden, dat was het moeilijkste. Maar het gaf een eerlijk gevoel om dan later zo uitgedost in het Pannenhuis en Cinderella’s Ballroom binnen te stappen. Vaak ging ik naar Cinderella’s Ballroom in een wit pak, gekocht in Firenze, een zekere Alan Farbman uit New York, had dat daar voor mij betaald, en begaf me daar tussen in zwart leer gehulde punks op de dansvloer. We dansten vol overgave op de muziek van Maryse (ik hoop dat ik haar naam juist spel), de beste dj die ik ooit heb gehoord. Dansen op ‘Marquee Moon’ van Television, dat betekende extase (terwijl die pilletjes toen niet eens bestonden). In dezelfde Cinderella’s Ballroom leerde ik reggae appreciëren en er uren lang op dansen. Ik schoot zeer goed op met de punks, het waren stuk voor stuk vriendelijke jongens en meisjes. Ze namen geen aanstoot aan mijn wit pak. Integendeel: ze begrepen dat ik een individu wilde zijn en hadden daar duidelijk respect voor. Soms kwam ik echter ’s morgens thuis met bloedspatten op mijn pak. Een jongen had bijvoorbeeld al dansend op PiL (This Is Religion, of ‘Careering’) tot bloedens toe met zijn vuisten op de muren gebeukt. Dat hoorde erbij. Ik zal hier later meer over vertellen, als ik meer energie heb. Alleszins was de tweede helft van de jaren zeventig op zijn minst even boeiend als de zo bejubelde sixties.

tweedehands,popcultuur,kringloop,wit pak,zwart leer,nostalgie,pop,mini-tv,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella s ballroom,pannenhuis,television,reggae,vintage,interieur,vrienden,wolmolen,dao,sint-jansplein,pil,tante georgette,kleren,juwelen,spiegel,narcisme,foto,martin pulaski,jos d,dansen,television,cinderella,firenze

Vaak denk ik eraan om weer in Antwerpen te gaan wonen, waar alles gebeurt. Maar heeft het zin? Jaag ik niet op een droom die al lang vervlogen is?

Foto’s: Martin Pulaski, 1980