ALTIJD SOMS

joao2
João César Monteiro

Soms.

Soms is de nacht de dag en de dag nacht. Soms hoor je me ademhalen alsof ik de dichter cummings ben, met liefdesverklaringen, haakjes, komma’s en al. Donkere ogen in de cartesiaanse dag. Maar met een slaapmasker op, zodat ik je mijn liefde niet kan verklaren, althans niet met mijn ogen.

Bij het ontwaken kijk ik nooit in de spiegel. Ik wil jou niet zijn, en jou evenmin. Ik wil niemand zijn. Misschien ben ik psychotisch? Maar dan toch alleen maar theoretisch, want ik leef het leven van een burger in de burgermaatschappij. Kom maar kijken, bestudeer mijn gedrag! Alles normaal. Een uitbarsting wordt van mij niet verwacht en die zal er zeer waarschijnlijk ook niet komen. Waarom zou ik me van de anderen onderscheiden? Ik ben zelf een andere, behalve dat ik niet van barbecue houd en, zoals Cristina, niet van appelsienen… Of zijn het sinaasappels? Geen mens die het nog weet, en het kan hem ook niet schelen, de nieuwe mens met zijn nieuwe zorgen. Als hij al maar niet in stukjes uiteenvalt, in scherven – wat een Moderne, neem Fernando Pessoa, nochtans al had aangekondigd.

Zoals een andere Portugese heer, João César Monteiro, zou je ook schaamharen van jonge meisjes kunnen verzamelen en zo door de dag komen, die de nacht is, donker als een Hongerwinter (waarover mijn ouders me gedurende ongeveer acht winters lang elke avond hebben verteld). Dat wij babyboomers nooit een oorlog, een Hongerwinter mee hebben gemaakt! Alleen maar tegen het geweld, de wapens, het gezag zijn we geweest. Soms zagen we wel eens wat door de vingers, rode brigades, Che Guevara, films van Pasolini, Fassbinder, noem maar op. Maar verder gingen we niet. Er waren grenzen.

En dit is mijn grens. Dat ik er het zwijgen toe doe. De stilte van Hölderlin, met zijn ongeknipte nagels, in zijn toren daar in Tübingen. Daar probeer ik mijn stilte op te rijmen.

 

OP REIS GAAN NAAR HET ZUIDEN IS NIET GOED VOOR JE

hemelsblauw

In november zijn de dagen hier van een trieste eentonigheid. Met moeite raak je uit je bed, met tegenzin sta je onder de douche, poets je je tanden. Zelfs de koffie smaakt niet. Je vroegere gezwindheid heeft plaats gemaakt voor stramme leden. Eer je de ingang van metrostation Bizet hebt bereikt lijkt er een uur verstreken. In de metro lees je niet meer. Je wacht tot je er bent. Er. Op je werk zit je te werken, te geeuwen en te wachten op de avond. Om je heen hoor je gepraat, maar je begrijpt er niets van. Waar hebben ze het over? Michelangelo, warme woonkamers, de prijs van aardgas, kleine wijzigingen aan adviezen en rapporten? Je vreest dat je doof wordt, wat vreselijk zou zijn, want stemmen van zangers en zangeressen zijn je enige troost. Als je thuiskomt leg je meteen een plaat op. Je zou de volumeknop naar rechts willen draaien, maar dat past niet meer bij je leeftijd. En wil je de jonge benedenburen storen? Maar luide muziek zou heerlijk zijn, zou je even met dit donkere novemberland kunnen verzoenen. Led Zeppelin, the Who, Jimi Hendrix Experience, the Gun Club, the Clash.

Op reis gaan naar het Zuiden is niet goed voor je. Wat mis je, elke keer meer, het zinderende licht. Het blind en doof makende licht. Het licht dat liefde aan je onttrekt en ze aan de aarde schenkt. Je mist het zo erg dat je hier niet meer kan wennen, niet meer kan wonen.

Ω

Foto: Martin Pulaski.

BEELDEN UIT PORTUGAL MEEGEBRACHT

Clichés zijn soms waar. Bijvoorbeeld dat beelden soms meer zeggen dan woorden. Ik bedoel echte beelden, ontstaan voor de taal tussenbeide komt, gemaakt alsof je van tevoren al weet dat je toch geen woorden zult vinden om te beschrijven wat je ziet, wat je zag. Dat gebrek ervaar ik nu inderdaad. Daarom hieronder enkele beelden die ik meebracht uit Portugal. Ik ben niet zo voor het publiceren van vakantiekiekjes, maar nu kan ik er niet aan weerstaan. Vergeef me!

scarlet head II

chestnut vendor

the yellow house and the sky

reading on a chilly afternoon

endless beach

tavira scene

a great day

remake / remodel

take these shells

HET LEVEN EENVOUDIG

reizen,warm,portugal,eenvoudig,afscheid,verhalen,vliegtuigen,ellende,lezers,lissabon,bussen,zuiden,donovan,exotica,taag,tavira,treienen

Een korte nacht slapen of wakker liggen en ik zit weer in een vliegtuig naar Portugal. Alsof een mysterieuze macht me naar dat land lokt. Ik kan nog heel moeilijk ergens anders naartoe, Nashville, Chicago, Londen, Sri Lanka, Kenya, Ierland, Shangai – alles wat nu in de mode is lijkt me zelf ook aantrekkelijk. Als je maar weg bent uit je dagelijks bestaan, die verdomde ellende. Maar die en andere exotische oorden en geliefde steden kunnen mij niet meer bekoren. Het moet Portugal zijn, Porto, Lissabon, de Taag, en dieper naar het Zuiden, waar het warmer is en het leven eenvoudig.

Ik neem gaarne afscheid van mijn lezers omdat ik over veertien dagen een beetje een nieuwe mens zal zijn, met nieuwe verhalen. Dat weet ik, zelfs als ik de verhalen voorlopig misschien niet zal vertellen. Ik heb mijn tijd nodig. Maar altijd is er dat elegische gevoel: de dingen blijven, wij niet. Daarom moet ik mijn tijd ook weer niet te lang rekken. Ik heb wat tijd nodig, maar wachten tot het te laat is, nee! Op dit ogenblik hoor ik na jaren ‘Colours’ van Donovan, hoe mooi dat is, een juist moment om afscheid te nemen. “That’s the time I love the best.”

Tot zestien november.

ELKAAR WEER LEREN ZIEN

IMG_2744 (2)

Ik woon sinds 1991 in Brussel, in de deelgemeente Anderlecht. Ik spreek meestal van Brussel omdat ik tegen de artificiële indeling in baronieën ben. Negentien burgemeesters en honderden schepenen zijn nergens voor nodig. Aan de negentien verschillende reglementeringen op allerlei vlak heb ik al helemaal een broertje dood. Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen: ondanks het feit dat ik hier al zo lang woon ben ik nog altijd een vreemde – of zal ik schrijven ‘een vreemdeling’, daarbij verwijzend naar het lang geleden ophef makende boek van Albert Camus.

Ik verbleef onlangs anderhalve week in Lissabon en daar werd ik in sommige restaurants en cafés na één of twee bezoeken al begroet alsof ik een goede klant was. In een muziekwinkel in Coimbra knoopte de zaakvoerder met mij een gesprek aan over de stand van zaken in de muziekbusiness. Hij beweerde dat de meeste Portugezen slecht opgevoed zijn en weinig van muziek kennen. Als ik hem zijn zin had laten doen was hij nu nog altijd met me aan het praten. Ik weet niet of de Portugezen slecht opgevoed zijn. De treinen in Portugal rijden in ieder geval op tijd en worden zelfs schoongemaakt. De meeste gevels zijn netjes geverfd. De mensen zijn vriendelijk en vaak ook hoffelijk. In stations word je duidelijke informatie gegeven. De echte onbeschofteriken werken volgens mij allemaal in toeristische informatiecentra. Daar ben ik niet bepaald over te spreken. De Portugezen zullen een hekel hebben aan toeristen omdat velen er op aangewezen zijn voor hun levensonderhoud. Is dit een vreemde gevolgtrekking? Ja, ik weet het, ik zit niet logisch in elkaar. Ik spring ook graag van de hak op de tak. Maar toch kom ik altijd weer met mijn voeten op de grond.

In Brussel word ik nooit begroet in winkels, cafés of restaurants, zelfs niet als ik er al fortuinen heb uitgegeven zoals in de Fnac. Ik durf er niet over nadenken hoeveel franken en euro’s ik daar al naartoe heb gebracht, in ruil voor kortstondige eeuwigheid. Met dat bedrag had ik een huis kunnen laten bouwen en een bosje aanleggen. Misschien geen villa maar toch ook geen fermette.

In onze straat wordt evenmin gepraat of geglimlacht. Niemand neemt zijn hoed af of geeft een tikje tegen de rand ervan. Als men je passeert kijkt men een andere richting uit, of richt de blik naar de grond. Op die grond liggen nochtans vaak hondendrollen. Zou het daardoor zijn dat wij op straat niet worden begroet? Uit schrik om in zo’n drol te trappen? John Donne schreef dat niemand een eiland is. Ik zou willen dat het waar was en dat de wereld, zoals ook vaak wordt beweerd, een dorp is. Ik zou graag veel mensen groeten en zelf ook begroet worden zoals dat in de dorpen gebeurt (of gebeurde, want ik ben al lang niet meer in Belgische dorpen geweest). Ik zou willen gezien worden, zodat ik opnieuw, zoals in mijn kinderjaren, het gevoel krijg dat ik besta. Nu ziet noch hoort iemand mij en dat is juist de pest. Kan dit spoedig veranderen?

Foto: Anderlecht. Martin Pulaski, 2007

 

CARPE DIEM

coimbra philosophy

Ik ben terug uit Portugal, vermoeid maar tevreden. Het lijkt of mijn hoofd nu helemaal leeg is, maar uit ervaring weet ik dat dergelijke schijn bedriegt. Wellicht zijn mijn hersencellen bezig met het verwerken van alle nieuwe informatie en komen de resultaten daarvan spoedig aan de oppervlakte. De thuiskomst, gisterenmiddag, was geen pretje. Een donker, vochtig en koud Brussel. Een leeg, donker, koud en vochtig huis. Onze benedenbuur, de enige buur die we hadden, is verhuisd. Geen spatje warmte van anderen valt ons nog te beurt. In onze kamers was het maar tien graden en het duurde tot deze ochtend eer de temperatuur draaglijk werd. Wat een verschil met Portugal, waar we vorige vrijdag nog bier hadden zitten drinken en inktvis eten op een zonovergoten terras. Maar ik wil niet klagen. De kaartjesknipster in de trein van Zaventem naar Brussel had veel gevoel voor humor. Humor is het licht in de duisternis. Bovendien wil ik me graag houden aan de levensregel die ik in universiteitsstad Coimbra op een muur las en die hierboven staat afgebeeld.

Foto: Martin Pulaski

BRIEF UIT EVORA

IMG_5344 (2)

Zo ben ik dan in Evora in Alentejo aangekomen. Dank zij mijn rusteloze geest. Lissabon is een parel aan de Atlantische oceaan. Later, als ik weer azerty ter beschikking heb, vertel ik er meer over. Dit is moeilijk typen. In Evora is het zo stil dat ik de echo van mijn eigen voetstappen kan horen weerklinken. Als ik zelfs niet meer dan fluister weerkaatsen de zuilen van de Romeinse tempel van Diana mijn stemgeluid.

Het water smaakt niet als wijn maar de wijn uit Alentejo smaakt heerlijk en zacht als de zon op mijn huid. Ik ben in een romantische bui. Nog niet helemaal heb ik de duisternis van me afgeschud, but I’m getting there. Ik volg mijn voetstappen. Morgen ben ik in Coimbra en misschien tref ik daar mijn goede vriendin Cristina. Ze is net terug in Porto van een verblijf in Amsterdam. Maar ook met alleen Laura aan mijn zijde is het hier aangenaam verblijven. Gisteren bijvoorbeeld was ik in de Kapel van de Beenderen. Schedels een beenderen van vijfduizend doden liggen er hoog opeengestapeld. Monniken hebben er muren en zuilen mee opgetrokken. De beenderen fluisteren ons toe dat ze op ons wachten. Ik neem nog even de tijd en drink een glas wijn op de gezondheid van Fernando Pessoa. Zijn geest dwaalt hier ongedurig rond. Kijk, op dit ogenblik doet hij een paar danspasjes. Ik denk dat hij graag een glaasje wijn met me zou drinken, maar de kloof tussen de levenden en de doden is te groot. Het zijn trouwens kleine schedels daar in die kapel. Dat daar zoveel hersens in kunnen…

Wij hebben het hier bijzonder goed getroffen met het weer. Alle dagen tussen de twintig en de vijfentwintig graden. Het zal wennen zijn in België, waar ik ondanks alles met enig heimwee naar terugverlang, als een zieke hond naar zijn hok. Het meest van al verlang ik terug naar mijn rock & roll en naar mijn vrienden. Maar de tijd vliegt en het leven is vluchtig als een schaduw op een witgeverfd huis. Ik maak me daarover geen zorgen: weldra ben ik weer in de oude vertrouwde kamers. Ik groet jullie allen.

Foto: Martin Pulaski, Evora 2007