WERKEN IN DE MUZIEK

Bartók

Over enkele uren vertrek ik weer naar Antwerpen voor mijn maandelijks radioprogramma. Alleen al het idee naar mijn geliefde geboortestad terug te keren stemt me vrolijk, ook al is ze zo erg besmet door het haat en negativisme predikende Vlaams Blok (waar niemand enig belang bij heeft). Die politieke situatie wil ik vandaag echter vergeten. Ik word er enkele uren lang mijn andere, opgewekte zelf, dat van dj op radio centraal, en ontmoet nog een keer mijn goede vrienden.
De schrik om bij terugkeer ’s avonds laat op de trein beroofd te worden zit er wel in, maar ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken. Ik ben wel alert. Wantrouwen heeft zich meester van me gemaakt. Je moet altijd op je zaken letten. Mijn identiteitskaart kan niet worden gestolen, want die heb ik nog niet. Ik neem ook zo weinig mogelijk mee. Een iPod kan niet meer, dat is veel te gevaarlijk. Ik heb het niet over schrik om overvallen te worden in Antwerpen. De fascisten zijn niet gevaarlijk op dat vlak, voorlopig toch nog niet. Ik heb het over de schrik bij mijn terugkeer in Brussel; de stations Brussel-Noord, Brussel-Centraal en Brussel-Zuid. Alledrie spuuglelijke stations overigens, maar ook die wil ik buiten beschouwing laten. In ieder geval is het een herademing in Antwerpen Centraal aan te komen. Die grote open hal is voor mij een symbool van gastvrijheid. Het is alsof de stad mij met open armen ontvangt.

Vandaag is mijn programma gewijd aan het thema werk en jobs. Doordat ik een voorkeur heb voor Amerikaanse populaire muziek (country, blues, r&b, soul, folk, enzovoort) zijn de beroepen ook nogal Amerikaans geaard. Wat betekent voor de doorsnee Europeaan een ‘state trooper’, een ‘brakeman’, ‘pick a bale of cotton’, een ‘moonshiner ‘of de ‘new york mining disaster 1941’? Sommigen kennen dat allemaal wel, door de muziek, of dankzij de film, maar het maakt mij niet uit. Ik wil gewoon een goed en goed samenhangend programma maken. Anderen zullen wel aandacht besteden aan typisch Europese, Belgische en Vlaamse verschijnselen. Ik ben zeer sterk gehecht aan de Europese cultuur (Parijs, Wenen, Berlijn), maar naast die Europese Dr. Jekyll ben ik ook een Amerikaanse Mr. Hyde; mijn ziel vloeit over van de americana, ook al verafschuwt zelfs de Mr. Hyde in mij de Amerikaanse president en zijn trawanten. Americana is de cultuur van de ‘gewone’ Amerikaanse mensen, bijna allemaal immigranten. Van al deze mensen hebben er maar weinig voor Bush gestemd. Klootzakken vind je natuurlijk overal, net zo goed in de Verenigde Staten als bij ons. Maar ik houd met hart en ziel van al die hybride muziekvormen die de Amerikaanse bevolking in haar korte geschiedenis heeft voortgebracht. Exemplarisch is de muziek van Bob Dylan, die eigenlijk een synthese is van al die verschillende vormen. Zijn Modern Times brengt dat hybride weer voortreffelijk ten gehore.
In Budapest hoorde ik nogmaals hoe Béla Bartok zijn composities baseerde op de volksmuziek van zijn land, van Transsylvanië, maar ook van Turkije (waar hij opnames maakte). Het maakt niet uit welke muziek een muzikant speelt, zegt Bartok, alleen moet hij het kunnen en het goed doen, anders brengt hij er niets van terecht, niet in de ‘klassieke’ muziek en niet in de ‘volksmuziek’. Zelf maak ik niet eens dat onderscheid. Is het nodig, moeten we categoriseren, hiërarchieën aanbrengen om de werkelijkheid te begrijpen? Of moeten we ons net tegen dergelijk indelingen – het hokjesdenken – verzetten? Stof om over na te denken, maar niet nu, want ik ben gehaast, ik zie de treinbestuurder al aanstalten maken om te vertrekken.