FRAGMENT VAN EEN GESPREK OVER VRIENDSCHAP, VERLIEFDHEID EN LIEFDE*

brassaï zonder titel.jpg
Brassaï, Zonder titel.

Op een lenteavond zat ik met Roberta in de Cirio, het enige café in Brussel waar geen storende muziek wordt gedraaid en waar je bijgevolg nog kunt converseren.
Ken je dat lied van Chet Baker, ‘I Fall In Love Too Easily’, vroeg Roberta.
Er volgde een korte, wat ongemakkelijke stilte.
Nee, zei ik, dat ken ik niet. Waarom vraag je me dat? Heb je het over mij of over jou? Zelf herken ik mij wel in die titel.  Als ik op die manier verliefd word is het niet serieus. Terwijl verliefdheid normaal gezien toch bijzonder ernstig is.  Ik word vaak verliefd, maar op een vluchtige manier. Er is een korte opstoot van adrenaline en daarna is alles weer egaal.
Egaal, zei ze, dat woord hoor je niet veel meer, is dat wel correct Nederlands? Maar ik had het over een lied hoor, Martin.
Das ist mir ganz egal, zei ik. Soms zie ik een mooie vrouw in de metro, of een passante op de Guldenvlieslaan, en ik voel de verliefdheid meteen zinderen in mij. Zodra echter het ‘object’ uit mijn blikveld is verdwenen is ook de verliefdheid weg.
De vraag is of dat wel verliefdheid is, zei ze. Misschien is het nog iets anders. Verliefdheid gaat toch diep, en datgene waar jij het over hebt lijkt me zo vluchtig.
Dat is zo, zei ik. Heel vluchtig.  Misschien noem ik het verliefdheid omdat ik ervan uitga dat ik verliefd moet zijn om iets voort te brengen. Het valt niet mee om bijvoorbeeld een gedicht te schrijven als je niet verliefd bent.
Neemt u mij niet kwalijk, maar ik ben alvast niet verliefd op jou, zei ze. Het is iets helemaal anders, wat ik voor je voel. Je zou het liefde kunnen noemen, maar het lijkt veel meer op vriendschap. Wat ik voor je voel is complexer dan verliefdheid maar doet minder pijn. Als je van iemand houdt in de betekenis van liefde, dan wil je die persoon toch gaarne heel vaak zien? Dat heb ik niet met jou. Wat niet betekent dat ik niet graag bij je ben.
Bedoel je dan platonische liefde, vroeg ik.
Ja, zo zou je het kunnen noemen, zei ze. Maar dat is voer voor filosofen. Liefde kan verwoesten, en dat wil ik niet. De vriendschap die ik voor jou voel is vooral mooi. Het is me om die schoonheid te doen. Die mag niet worden aangetast door heftige emoties. We kunnen alleen maar voor altijd vrienden blijven als onze emoties niet de overhand krijgen.
Ik heb slechte ervaringen met vriendschap, zei ik. Als je je een tijdje terugtrekt in jezelf vergeten je vrienden je snel. En zeker als het slecht met je gaat. Nobody knows you when you’re down and out. Alleen iemand die je met hart en ziel liefheeft blijft je trouw.
Vriendschap is een zware opgave, zei ze. Maar zo zie ik nu eenmaal de liefde die ik voor je voel.
Dat is mooi, zei ik. En ik begrijp je volkomen. Toch heb ik meer nodig in mijn leven. Het hartverscheurende avontuur van de verliefdheid en de liefde. En ik bedoel nu niet die vluchtige beroeringen van de ziel waar ik het zojuist over had. Ik heb het over passie, amour fou. Ik moet branden, in twee richtingen. Branden en verbranden. Begrijp je?
Ja, ik begrijp je heel goed. Ik ben bijna voortdurend op zoek naar zulke liefde. Vurig, passioneel. Maar met jou is het anders. Bij jou heb ik dat nooit gezocht.
Ja, zeg ik, ik weet het, ik weet het, Roberta.

Ik doe er een poos het zwijgen toe. Een veelzeggende stilte waar geen taal voor bestaat, alleen muziek. Kon ik toch de blues zingen, zoals Little Willie John en Blind Willie McTell. Of een lied schrijven als ‘Today’ van Jefferson Airplane, en mij aan die daad helemaal overgeven, zoals aan een warme vrouw, die je aankijkt met het vuur van de liefde in haar ogen.

Ω

*Een vroege versie van deze dialoog verscheen hier op 19-11-2007 onder de titel ‘I Fall In Love Too Easily’.

amourfourivette.png

Bulle Ogier in L’amour fou.

 

EEN VERHAAL DAT GOED AFLOOPT

gesprek,vriendschap,liefde,blues,jazz

Ken je dat lied van Chet Baker, ‘I Fall In Love Too Easily’?, vroeg ze. Nee, zei ik, dat ken ik niet. Maar misschien is het wel waar, misschien heb je gelijk. Maar als het al zo is, is het toch bijna nooit ernstig. Ik word inderdaad vaak verliefd, maar het is altijd van zeer voorbijgaande aard. Soms zie ik iemand in de metro, of een passante op straat, en ik voel de verliefdheid meteen zinderen in mij. Zodra echter het ‘object’, om het in psychoanalytische termen en niet oneerbiedig bedoeld, te zeggen, uit mijn blikveld is verdwenen is ook de verliefdheid of het verlangen weg.
Ik heb alleszins het gevoel dat ik op iemand verliefd moet zijn om iets voort te kunnen brengen, zelfs om creatief te zijn met kurk. Liefde op lange afstand is nog het veiligste, zeg ik.
Ja, zegt ze, maar onze liefde is anders. Onze liefde is vriendschap. Dat gaat veel dieper en doet minder pijn. Bedoel je Platonische liefde, vraag ik. Zo zou je het kunnen noemen, ja. Alleszins mag een verwoestende liefde onze vriendschap, die zo mooi is, ja het gaat vooral om de schoonheid, niet aantasten, zegt ze. We moeten voor altijd vrienden blijven.
Ik heb slechte ervaringen met vriendschap, zeg ik. Als je je een tijdje terugtrekt in jezelf vergeten je vrienden je snel. En zeker als het slecht met je gaat. Jij kent toch die blues, ‘Nobody Knows You When You’re Down and Out’? Ja, zegt ze. Vriendschap is een zware opgave, maar dat is de liefde die ik voor je voel, zegt ze. Ik voor jou ook dan, zeg ik. In feite komt het daarop neer, voeg ik er nog aan toe. Maar ik voel dat mijn woorden tekortschieten. Eigenlijk wil ik dat dit allemaal veel intenser is, maar ik zit opgesloten in een vreemde huid. Ik ken mezelf niet meer. Ik ben mezelf niet meer.
Dit is een verhaal dat – voorlopig – nogal goed afloopt. Maar er is parallel hiermee een ander verhaal dat veel wreder is en waar mijn woorden niet alleen voor tekortschieten, maar waar ik geen woorden voor heb. Kon ik de blues maar zingen. Zoals Little Willie John of Blind Willie McTell.