NACHTEN IN HET PANNENHUIS 6: WERELDVERBETERAARS?

it would be so nice 1

Om het inner sanctum van Cinderella’s Ballroom te bereiken moest je een aantal hindernissen nemen. Eerst moest je een vervaarlijk uitziende buitenwipper passeren, het was belangrijk dat je die te vriend hield, vervolgens moest je een nogal gladde en weinig verlichte trap af. Noem het maar een afdaling in het inferno, waar evenwel de extase in het verschiet lag. Je mocht vooral niet te vroeg komen, zeker niet voor middernacht want dan stapte je een koude, vochtige en nogal lege kelder binnen. Het waren pas de muziek van DJ Maryse en de dansers – die omstreeks één uur binnenstrompelden en er voorlopig nog een beetje als living dead uitzagen maar al gauw tot leven werden gewekt – die de hel in een kortstondig, vurig paradijs veranderden. Een paradijs dat wij zo lang mogelijk wilden laten duren. Wie zou dat niet willen?

Het Pannenhuis, dat was van licht gemaakt. Je stapte binnen door een eenvoudige deur en je was vrij van beslommeringen, van zwaarte. De tijd kwam een tijdje tot stilstand. Ik kan me er geen ernstige ruzie of een handgemeen herinneren. Het tijdperk van de hippies was definitief voorbij, dit waren zonder twijfel andere tijden: de late jaren zeventig betekenden crisis, armoede, werkloosheid, opkomend individualisme. En toch was het Pannenhuis doordrongen van een lieve, zachtaardige sfeer, of hoe zal ik het noemen? Mogelijk was er toch iets van de spirit van de idealistisch experimenterende jongens van Pink Floyd blijven hangen, van A Saucerful of Secrets? Zoals in Remember a Day van Richard Wright, de toetsenspeler van de band.

Remember a day before today
A day when you were young.
Free to play alone with time
Evening never comes.
Sing a song that can’t be sung
Without the morning’s kiss
Queen, you shall be it if you wish
Look for your king
Why can’t we play today
Why can’t we stay that way

Op een late middag zat ik aan de toog. Ik raakte aan de praat met Brigitte van Cleynenbrogel. Ik weet niet meer heel precies waar ons gesprek over ging, wel dat het meisje me opviel als iemand met karakter. We hadden het zeker over boeken en schrijvers. Brigitte raadde me Thomas Bernhard aan, een Oostenrijkse schrijver waar ik nooit van gehoord had. De enige hedendaagse Oostenrijkse schrijver die ik kende was Peter Handke. Brigitte had van Bernhard De kalkfabriek bij. Ze had het boek uit, ik mocht het hebben. Het begon zo:
Maar in plaats dat ik tijdens dat op en neer lopen aan de studie denk, schijnt hij tegen Wieser gezegd te hebben, tel ik mijn stappen en word daardoor half gek.
Ik was er meteen weg van. Zo leerde ik die heel bijzondere en voor mij invloedrijke romanschrijver en toneelauteur kennen. En niet alleen voor mij invloedrijk. Onder meer van De wereldverbeteraar, Het jachtgezelschap, Ritter, Dene, Voss en Alles is rustig zag ik boeiende voorstellingen. Toneelgroep Stan heeft zich zo’n beetje in het werk van de pessimistische Oostenrijker gespecialiseerd.

Na een nacht in de Cinderella nodigde Brigitte ons een keer uit in haar nogal apart appartement. Lag de vloer niet met scherven van spiegels bezaaid? Dronken we niet het ene glas volle, ijskoude melk na het andere? Een jaar of twee, drie later zou ik vaststellen dat mijn nieuw vriend, Patje, met wie ik van 1983 tot 1991 het radioprogramma Shangri-La maakte, en zijn vriend Dédé in diezelfde flat woonden, nu zonder spiegelglas en zonder melk. Brigitte was een vriendin van Gabriëlla (iedereen noemde haar Bie). Dat ontdekte ik wat later, tijdens een voorstelling van de gedenkwaardige film Don’t Look Now van Nicolas Roeg in het Filmhuis, een zaaltje vlakbij de Stadswaag, waar ook Cinderella’s Ballroom was gevestigd en waar we wat later zelf met ons Aurora-clubje poëzieavonden zouden organiseren. Ik weet niet wat er met Brigitte is gebeurd. Ik heb haar nooit meer teruggezien. Opeens was ze verdwenen. Is ze niet in een commune ergens in de Kempen gaan wonen? Met Gabriëlla gaat alles goed, denk ik. Elkaar terugzien wil evenwel niet lukken. Zij en haar toenmalige vriend Max Borka woonden een poos in een appartement tegenover ons in de Lamorinièrestraat, waarnaartoe wij vanuit de Dolfijnstraat met spijt in het hart waren verhuisd. We kwamen vaak bij elkaar over de vloer. Zeker toen Max – die toen nog Frank heette – en ik op Radio Centraal in 1982 datzelfde programma Shangri-La gingen maken.

In het Pannenhuis had ik met Max lange gesprekken. Vaak gingen die over Malcolm Lowry en zijn hoofdwerk, Under the Volcano, het verhaal van Geoffrey Firmin, een aan alcohol verslaafde Britse consul in het Mexicaanse stadje Cuernavaca. De roman speelt zich af op de Dag van de Doden in 1938-1939. Terwijl je leest lijken uit de bladzijden van het boek walmen van mescal en tequila op te stijgen. Als ik Under the Volcano nu zie staan denk ik altijd aan Peter Lorre en aan Richard Burton. Dat heeft zo zijn redenen, die ik later wel eens uit de doeken zal doen. In 1979 overleed het kolerieke jazzgenie Charles Mingus in Cuernavaca terwijl hij zich daar voor ALS liet behandelen. In 1988 was het de beurt aan Gil Evans, bekend van zijn samenwerking met Miles Davis, onder meer voor het sublieme album Sketches of Spain.
Max kon met vuur over Malcolm Lowry vertellen en wist er veel over: hij had zijn licentiaatsthesis aan de Britse schrijver gewijd. Tijdens die gesprekken dronken we waarschijnlijk niet even veel als de Consul maar ik denk dat we toch in de buurt kwamen. Nog een laatste, zeiden we dan, en morgen doen we het rustiger aan. We moeten tenslotte ook schrijven. Ons levenswerk dwingt ons tot enige soberheid. Of zouden we er niet beter helemaal mee stoppen? Nog een laatste dan maar.

max en bie 2

Afbeeldingen: Pink Floyd single, foto: M.P.; Max en Bie in het dakappartement aan de Lamorinièrestraat, omstreeks 1980, foto M.P.

PINK FLOYD IN ANTWERPEN, 1968

Op 23 februari 1968, ik was toen zeventien, reisde ik met enkele vrienden van Hasselt naar het verre Antwerpen, toen net als Amsterdam een magisch centrum voor beatniks, hippies en langharig werkschuw tuig. Het was een dag, een avond, waar we al lang naar hadden uitgekeken, en veel over hadden gepraat en gefantaseerd. The  Pink Floyd trad op in het Pannenhuis in Antwerpen. Een droom ging in vervulling.  Al uren voor het begin rinkelden belletjes en klokjes en brandde wierook op het Consciencelein.  Op andere plaatsen in de stad deden onze multicolor-kleren de grijze burgers pijn aan de ogen. We waren zo anders, en daar waren we trots op. Zelf ben ik nooit trotser geweest, denk ik, dan die dag. Of misschien was ik het hele jaar 1968 zo trots. Het jaar van mijn droom. Gisteren schreef ik hoe hij een jaar later al doorprikt werd. Al gauw moesten we op zoek gaan naar nieuwe illusies of volkomen ontnuchterd verderleven.

Maar filosoferen deden we toen nog niet zo. We stapten het beatnikcafé het Pannenhuis binnen voor de onaardse klanken en kleuren van the Pink Floyd. Syd Barrett, de jonge god die we aanbaden, had de meest psychedelische groep van de wereld helaas net verlaten; David Gilmour was nu de gitarist. Maar de hele avond lang hoorde en zag ik de geest van Syd Barrett. Ja, in die dagen konden geesten nog zingen en musiceren. Een eenvoudige verklaring voor het fenomeen is dat de band nog bijna geen nieuwe nummers had en daarom niet anders kon dan de sprookjes/songs van Barrett spelen, zoals Matilda Mother, Flaming, Astronomy Dominé en Lucifer Sam. Sindsdien heb ik al honderden reizen gemaakt, in de realiteit en in de verbeelding; nooit, geloof ik, ben ik zo ver weg geweest van huis en van mezelf.

Een van de mooiste momenten van mijn leven – iets wat me altijd bij zal blijven, tot in de kleinste details. Vreemd is dat maar weinig mensen bereid zijn om me te geloven als ik dit verhaal vertel. Pink Floyd (het lidwoord ‘the’ werd later weggelaten) in een beatnikcafé waar maximaal tweehonderd mensen konden staan? Wat maakt het ook uit. Mijn vrienden en ik hebben het meegemaakt – en dat volstaat. Bovendien kan ik het bewijzen, in 1968 hield ik een dagboek bij.

Een dag later trad the Pink Floyd op in the Cheeta Club in Brussel. Ook dat weten maar weinigen. Het was een nieuw begin voor de Britse groep. Niet lang daarna volgden grootschaliger avonturen, waaronder vliegende varkens, de verovering van Pompeï en de donkere kant van de maan. Dat is allemaal veel geloofwaardiger dan wat er op 23 februari 1968 in het Antwerpse Pannenhuis gebeurde.

 

MORE : IN MEMORIAM RICK WRIGHT II

pink floyd

De dood van Pink Floyds Rick Wright heeft me letterlijk met verstomming geslagen. Ik kon er geen woord over kwijt. Ik was bedroefd, maar dacht ook meteen: weer schrijven over iemand die ik in mijn jeugd bewonderde en die nu dood is, iemand van mijn generatie, net iets ouder. Ik had er geen zin meer in. Straks doe ik niets anders meer dan over doden schrijven. En de levenden dan?

En toch. Samen met Syd Barrett, Brian Jones en Steve Marriott was Rick Wright een van mijn jeugdhelden, ik vond hem mooi, hield van zijn stijl en van zijn orgel- en pianospel. De rol van Rick Wright in Pink Floyd is altijd te weinig aan bod gekomen. Terecht werd Syd Barrett als de meest creatieve geest beschouwd. Sommigen noemen hem een genie, maar dat woord gebruik ik niet graag. Syd Barrett was Pink Floyd, de anderen begeleidden hem, Nick Mason op drums, Rick Wright op de hiervoor genoemde instrumenten, Roger Waters op bas. Toen Syd de band verliet, wellicht wegens een vertroebelde geest, zoniet waanzin, ontstond er een vacuüm: de jonge muzikanten wisten niet waarheen. Het was een goede zaak dat Syds vriend, David Gilmour, Syd verving. Niet alleen was hij een uitstekend gitarist, hij zong ook mooi, en schreef songs. Rick Wright was in die overgangsperiode van psychedelische undergroundgroep naar commercieel instituut het meest creatief. Hij zorgde ervoor dat de ruimtelijke sfeer in het geluid van de groep aanwezig bleef. Van de vier oorspronkelijke leden vind ik dat hij na Syd Barrett het meest ‘Pink Floyd’ was. Dat kun je ook horen op de songs die hij in die tijd schreef: ‘Paint Box’ (de b-kant van de single ‘Apples and Oranges’ uit 1967, nog geschreven door Syd) en de single A-kant ‘It Would Be So Nice’ uit 1968. Op de tweede elpee van Pink Floyd, ‘A Saucerful Of Secrets’, een werk vol ruimte, licht (en de woedeuitbarstingen van Roger Waters), stonden twee heerlijke composities van Rick Wright: het sublieme ‘Remember A Day’, helemaal in de sfeer van Syd Barretts meesterwerk ‘See Emily Play’, en ‘See-Saw’, dat ook weer bijzonder sprookjesachtig is.

In 1969 bracht Pink Floyd de soundtrack van Barbet Schroeders hippiefilm ‘More’ uit. Het is de mooiste plaat van de groep, na het debuut, ‘The Piper at  the Gates of Dawn’, uiteraard. Rick Wright schrijft mee aan de meeste songs van de soundtrack. De teksten zijn van Roger Waters. Na de interessante mislukking ‘Ummagumma’, een dubbel-elpee uit 1969, met één minder boeiende, experimentele kant gecomponeerd en geïmproviseerd door Rick Wright. Ik moet echter toegeven dat ik er in 1970 dol op was.  Ik moet er honderden keren naar hebben geluisterd, daar op mijn kamer in de Karmelietenstraat, die nu al lang afgebroken is. In plaats van de kapperszaak waarboven ik woonde staat nu een ministeriegebouw lelijk te wezen. Vervolgens krijgt het zogenaamde progresssieve aspect van de groep de bovenhand. Pink Floyd is geen undergroundband meer, wordt geaccepteerd door het grote publiek, brengt elpees uit die veertig miljoen exemplaren verkopen. Rick Wright schreef ook aan deze platen mee, maar ze werden beheerst door Roger Waters, en in mindere mate door David Gilmour. Ik kan er weinig over zeggen omdat ik ze nauwelijks beluisterd heb. Ik heb nooit van bombast gehouden.

Ik heb er bovendien helemaal geen idee van wat Rick Wright van dit alles heeft gedacht. Hij was een stille, bescheiden man. In interviews nam hij zelden het woord. Vrienden van vroeger vonden dat ik – uiterlijk – op Rick Wright leek. Dat beschouwde ik als een compliment. Nu denk ik dat mijn karakter meer op het zijne lijkt: ik zou mijn stempel wel willen drukken op mijn omgeving, en in zekere zin op mijn tijd, maar ik beschik niet op de sociale vaardigheden om daarin te slagen.

Ik zag Pink Floyd drie keer live. Op 23 februari 1968 in Antwerpen in café Het Pannenhuis, ik had Rick Wright kunnen aanraken, maar zo gek was ik nu ook weer niet, op 26 september 1969 in théâtre 140 in Brussel (dag Marc, hoe gaat het met je?) en op 12 juli 1970 op een hippiefestival in Aken, waar mijn vrouw en ik, samen met Amerikaanse ‘soldaten’ en Duitse hippies, in een oude oorlogsbunker moesten overnachten. Het eerste en het tweede concert waren overweldigend mooi, met die zeer ruimtelijke muziek, het derde, in Aken, was weinig geïnspireerd. Ik ben erbij in slaap gevallen. De groep was op zoek naar iets anders. De muzikanten wisten ongetwijfeld nog niet dat ze enkele jaren later schatrijk zouden zijn.

Rick Wright cijferde zichzelf weg. En dat heb ik in deze tekst ook gedaan: Rick Wright weggecijferd. Rick Wright is definitief weg. Maar nog vaak zal de lieve man opduiken als we weer een keer ‘Paint Box’, ‘It Would Be So Nice’ en ‘Remember A Day’ beluisteren. En ‘More’.

pink floyd1

De eerste single van Pink Floyd zonder Syd Barrett. Rick Wright schreef de A-kant, ‘It Would Be So Nice’.

REMEMBER A DAY : IN MEMORIAM RICK WRIGHT

In memoriam Rick Wright.

Remember a day before today
A day when you were young.
Free to play alone with time
Evening never came.
Sing a song that can’t be sung
Without the morning’s kiss
Queen – you shall be it if you wish
Look for your king
Why can’t we play today
Why can’t we stay that way
Climb your favorite apple tree
Try to catch the sun
Hide from your little brother’s gun
Dream yourself away
Why can’t we reach the sun
Why can’t we blow the years away
Blow away
Blow away
Remember
Remember.”

‘Remember A Day’, van Rick Wright, terug te vinden op Pink Floyds ‘A Saucerful Of Secrets’ (1968).

VAN SPROOKJES EN DROMEN

pinkfloyd-piper

Marco vertelt me dat hij Pink Floyds The Piper At The Gates Of Dawn een vrij moeilijke langspeelplaat vindt. Dat zal wel zo zijn, maar het is vreemd omdat ik het zelf een heel ‘gemakkelijke’ elpee vind. Overigens, wat is moeilijk en wat is gemakkelijk? Maar ik ben natuurlijk met die muziek opgegroeid. Ik ben de elpee destijds gaan kopen in Nederland, omdat ze in België niet verkrijgbaar was. Pink Floyd was mij opgevallen door de eerste single, Arnold Layne, die op piratenstation Radio London grijs werd gedraaid.

The Piper At The Gates Of Dawn kwam uit in het magische jaar 1967 en maakte op mij een even sterke indruk als Strawberry Fields Forever, misschien de beste single ooit gemaakt, en A Day In The Life. Die plaat van Pink Floyd was zo sprookjesachtig; ze opende een geheel andere wereld dan degene waarin ik vertoefde, het internaat van het Koninklijk Atheneum in Tongeren. Ooit vertel ik het verhaal hoe ik daar verzeild ben geraakt. Het woord ‘zeil’ speelt er onrechtstreeks een rol in. In de liedjes van Syd Barrett zat een uitgesproken verlangen naar de onschuld van zijn kindertijd, toen zijn moeder hem sprookjes vertelde, oh mother, tell me more… Ik kende die teksten vroeger allemaal uit het hoofd. Nu helaas niet meer. Toen ik onlangs voorlas in de Muziekdoos in Antwerpen, een paar dagen na het overlijden van Syd, bleken er een paar toehoorders aanwezig te zijn die The Gnome nog van buiten kenden. We hebben toen stukjes ervan samen gezongen. Dat vond ik een heel mooi saluut aan Syd Barrett. Ik denk niet dat ik dat vlug zal vergeten.

Overigens heeft The Piper At The Gates Of My Dawn mij geïnspireerd tot het schrijven van een jeugdwerk, het toneelstuk De droom, dat we één keer hebben opgevoerd in datzelfde Atheneum, met vloeistofprojecties, net zoals de originele Pink Floyd. Het stuk durf ik niet meer herlezen, ik herinner me dat het over de strijd tussen goed en kwaad ging, er kwamen elfjes in voor en de Duivelse Avantokani – de jongen die deze rol speelde is nu ergens burgemeester. Ongetwijfeld was ik wat het thema betreft beïnvloed, niet door drugs, maar door de verplichte lectuur van Vondel. Het eindigde allemaal met een extatische dans op Interstellar Overdrive.
Die zomer ben ik ben op televisie geweest, in het programma Tienerklanken, met bloemen in mijn haar. Die had ik geplukt in de tuin van de ouders van mijn vriend Valère. Het waren mijn vijf minuten roem, helaas geen vijftien minuten. Ik werd op straat, tijdens Jazz Bilzen, geïnterviewd door Louis Neefs. Mijn vriend Jos had een video-opname van die aflevering van Tienerklanken. Ik had het tegen Louis Neefs over de oorlog in Vietnam en dat wij de wereld zouden veranderen. Ik zat wat uit mijn nek te kletsen, een jongen van zeventien. Later heb ik dat fragment nog eens teruggezien in een uitzending over de jaren zestig. Jos had het op video. Hij heeft ooit een foto van me gemaakt, in de jaren ’80, met een beeld van mezelf uit die video op de achtergrond. Van de sprankeling in mijn zeventienjarige ogen en van de uitdagende androgynie van mijn modstijl was niets overgebleven. Ik was mezelf geworden, een man zoals iedereen. De droom was over.

Foto: hoes van The Piper At The Gates Of Dawn, M.P.

SYD BARRETT: WHEN I LIVE I DIE

syd

Syd Barrett is dood. Sprookjesprins, paus van acid en waanzin.  ‘Gekke pauzen’ worden niet verkozen, ze verkiezen elkaar en zichzelf en wij herkennen hen meteen. Heiligen. Ik heb voldoende geschreven over Syd Barrett. De man heeft mijn leven veranderd zoals niemand tevoren en niemand sindsdien, tenzij misschien Bob Dylan (waar Syd de spot mee dreef). Hoe heeft hij mijn leven veranderd? The Piper At the Gates of Dawn, is het antwoord. Ja, ik heb genoeg gepraat en geschreven over Syd Barrett. Ik was vaak in zijn nabijheid, in zeer verschillende situaties en levensomstandigheden. “I really love you and I mean you”. Talloze zinnen en fragmenten, in dat mooie Syd-Engels, dringen zich aan me op, en maken me duidelijk dat ik niet nog meer onzin moet neerschrijven dan hijzelf al deed. “When I live I die”, een bijna willekeurige zin uit No Man’s Land (The Madcap Laughs). “The wind blows in tropical heat”. Ik heb Syd Barretts teksten nooit willen lezen en zeker niet doorgronden. Zijn woorden, elk woord een afgrond, zijn ongeëvenaarde uitspraak ervan, volstonden. Hij was de eerste popzanger die uitgesproken, delicaat Engels zong, en niet een soort van ‘blues-Amerikaans’, wat in zijn tijd in Groot-Brittannië de gewoonte was. Niemand schreef songs zoals Syd Barrett, niemand bespeelde op zulke originele wijze de elektrische gitaar. Sprookjes, vuurwerkvonken, dromende subtiliteit, romantisch futurisme. Hybris en ‘waanzin’. Een nieuwe plaatsvervanger heeft zich nog niet aangediend. Er is geen Olympische medaille aan deze discipline verbonden.

“Oh where are you now
pussy willow that smiled on this leaf?
When I was alone you promised the stone from your heart
my head kissed the ground
I was half the way down, treading the sand
please, please, lift a hand
I’m only a person whose armbands beat
on his hands, hang tall
won’t you miss me?
Wouldn’t you miss me at all?”

“I tattooed my brain all the way.”

Goodbye Syd: my book is closed, I read no more.

JADE JAGGER NAAR DE MAAN?

Ik heb al eens geschreven dat ik veel houd van ‘The Piper At the Gates Of Dawn’, de eerste elpee van Pink Floyd. Zwijg me echter over ‘The Dark Side Of the Moon’. Het is kitsch zonder zelfs de meerwaarde dat je ermee kunt lachen (met sommige kitsch kan dat). ‘The Dark Side Of the Moon’ is een van de best verkochte elpees aller tijden. Jonge dwazen zijn er door beïnvloed, in de war geraakt, van het rechte pad afgedwaald. Ze denken dat er diepe wijsheid in de teksten zit, dat de muziek subliem is. Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap Nasa is al even dwaas, met de Grote Roerganger, mijnheer Bush, op kop. Die Amerikaanse Pink Floyd-fans willen nu een bemand ruimteschip naar de donkere kant van de maan sturen. Dit is geen grapje.

Het programma werd vorige week in Houston voorgesteld onder de benaming ‘Return to the Moon’. De kleine Bush droomde hier al van nog voor hij aan de drugs en de drank zat. Misschien komt de inspiratie voor de elpee van Pink Floyd wel van hem. Want, make no mistake, zo jong is de jonge Bush nu ook weer niet meer. Roger Waters mag beweren wat hij wil. Mijnheer Bush is een ware psychedelicus en space traveller, zeker is hij dat in het diepst van zijn gedachten. Het plan omvat een maanlanding – op de donkere zijde – waarna vier astronauten daar een rockconcert zullen geven, wellicht unplugged. CNN heeft de rechten al op zak. De songs hebben niet echt veel versterking nodig, de bergen op de maan zullen immers voor voldoende echo zorgen. Zeer waarschijnlijk zal het concert live kunnen worden uitgezonden.

John Connolly, manager van het Nasa-project, is van mening dat de bemanning al zingende de hele oppervlakte van de maan in kaart zal brengen. De astronauten zijn nu in de leer bij Australische aboriginals, die met behulp van liederen hun weg kunnen vinden in woestijnen en andere onherbergzame gebieden.

In ieder geval zullen, volgens John Connolly, veel mysteries worden opgelost. Zo zou ook duidelijk moeten worden wie nu eigenlijk John Kennedy heeft gedood. In de periode 1969-1972 zijn er zes Amerikaanse maanlandingen geweest, genoemd naar de Griekse god Apollo, maar de moord op Kennedy hebben zij niet kunnen oplossen. Een van de problemen was toen dat zij de liederen niet begrepen die de rotsen daar zongen. Maar sindsdien is er veel veranderd. De tijd staat niet stil. Ooit moeten ook wij er het loodje bij neerleggen. Maar whatever. De Amerikanen waren overigens zeer jaloers op de Russen, omdat zij de donkere kant van de maan al hadden kunnen fotograferen in 1959. De meesten van ons waren toen nog niet geboren. Ook de meeste Amerikanen niet. Maar die Russen zijn niet van gisteren. Dat heb ik zaterdag nog gehoord toen ik naar Tsjechovs Kersentuin zat te kijken (en te luisteren). Kort daarna, na die Russische foto-sessies, wilden de Amerikanen Elvis naar de maan sturen om daar een spectaculair concert te geven, maar Colonel Parker vond dat aan die missie te veel risico’s vebonden waren. De donkere kant van de maan zat vol kraters: hoe moest Elvis daar landen? Ten gevolge van Parkers weigering heeft Elvis twee jaar legerdienst moeten doen in nazi-Duitsland. Inderdaad, nazi-Duitsland. Het is een publiek geheim dat Elvis West-Duitsland gedenazificeerd heeft. Zo heeft Elvis het heupwiegen afgeleerd en is hij van die lekkere bananenburgers beginnen eten. Een bijkomend problem was dat radioverbindingen in die tijd nog niet echt goed waren. Van een live-concert op de maan kon in die dagen zeker geen sprake zijn. Om dezelfde reden is Elvis ook nooit naar België gekomen.

Wie de astronauten zullen zijn die in 2008 naar de maan zullen reizen is nog niet bekend. Sommigen beweren dat Michael Stipe en Prince erbij zullen zijn, maar dat is gelet op hun leeftijd onwaarschijnlijk. Anderen beweren dat Jade Jagger zeer zeker deel zal uitmaken van de missie. Kate Moss, kleindochter van de Mount Everest-beklimmer Sterling Moss, wordt ook genoemd.

SYD BARRETT EN JAMES JOYCE

Gisteren verwees ik terloops naar de waanzinnige stem die “my book is closed, i read no more” zingt. Ik had het over de antiheld par excellence, Syd Barrett, de oprichter van Pink Floyd, een band die maar één geslaagde lp maakte: de eerste en meteen ook de enige met Syd, het meesterwerk van de psychedelica, The Piper At the Gates Of Dawn. Het dromerige, feeërieke en hallucinante van de muziek die daarop te horen, te beleven valt, heeft mijn jonge jaren diep beïnvloed. Na Syds vertrek in 1968 maakte de groep nog wel aangename achtergrondmuziek, geschikt om jasmijnthee bij te drinken of te blowen en wat te zitten dromen, met de nadruk op zitten. Liggen kon ook nog wel. Bij The Piper At the Gates Of Dawn kon je echter niet zomaar wat zitten wegdromen. De ongewone muziek, de vreemde gitaarsolo’s, de bizarre verhalen, de door en door Britse stem van Syd Barret, namen je mee naar een andere wereld, heel ver weg en toch heel dichtbij, waar je gedurende ongeveer een half uur – hoewel tijd in werkelijkheid ophield te bestaan – een ander leven leidde, vol vuur, interstellaire blauwe regen en eigenzinnige aardmannetjes. Ik ga echter niet de geschiedenis van Pink Floyd of van Syd Barrett schrijven, die vind je op talloze websites en in slecht geschreven boekjes. Ooit, als ik meer tijd heb, en mijn Ome Wim-gehalte nog zal zijn toegenomen, zal ik over mijn eigen avonturen met Syd Barret en Pink Floyd vertellen.

Over het optreden van Pink Floyd in het Pannenhuis in Antwerpen (toen een van de hipste steden van Europa), op 23 feburari 1968, toen Syd Barrett de groep net had verlaten, heb ik het hier waarschijnlijk al gehad. Ik zou het eens moeten opzoeken. Vaak als ik dat verhaal vertel geloven mijn toehoorders me niet. Hoe kan dat nu, zulke ‘supergroep’ n zo’n klein café! En toch is het waar, ik heb getuigen en een dagboek of wat daar in die tijd moest voor doorgaan.

Syd Barrett leed helaas aan wat toen nog schizofrenie werd genoemd. Eigenlijk wist niemand precies wat het was waar hij aan leed. Zelfs Ronald Laing, de beroemde anti-psychiater, schrijver van The Politicis of Experience And the Bird of Paradise, wist het niet. In die toestand heeft Syd twee met niets vergelijkbare elpees gemaakt, The Madcap Laughs en Barrett. Er is ook nog Opel, een samenraapsel van restjes, waar de platenmaatschappij hoopte munt uit te slaan, toen Syd Barrett bekend was geworden bij een nieuwe generatie. Mijn generatie vrat haar kinderen op en spuwde ze weer uit, zeker als ze wat vreemd of eigenzinnig deden.
Op The Madcap Laughs staat een hemelsmooi gezongen gedicht van James Joyce, Goldenhair. Voor mij zegt het alles over de geestesgesteldheid van Syd en over zijn beslissing om zich terug te trekken uit het publieke leven. Voor James Joyce is het een eenvoudig gedicht; gezongen door Syd Barrett wordt het een epifanie die je telkens weer naar de keel grijpt.

Golden Hair

Lean out your window, golden hair
I heard you singing in the midnight air
my book is closed, I read no more
watching the fire dance, on the floor
I’ve left my book, I’ve left my room

For I heard you singing through the gloom
singing and singing, a merry air
lean out the window, golden hair…

Mag ik hier de volledige Piper At the Gates Of Dawn, Madcaps Laugh, Barrett en ook nog ‘Jugband Blues’, het enige lied van Syds hand op ‘A Saucerful Of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd (als geheel zeer beluisterbaar omdat de geest van onze antiheld er nog in rondwaart), sterk aanbevelen? Of heeft iedereen dit allemaal al?