DE SCHOONHEID VAN HET VERGANKELIJKE

paula rego vanitas

In Lissabon bezocht ik het prachtige museum van de Armeense verzamelaar Calouste Gulbenkian. Het is een evenwichtig en luchtig gebouw waar de Egyptische, Romeinse, Middeleeuwse en recentere kunst goed tot haar recht komt. Ik zag er mooi werk van Fragonard, Rubens (portret van Helène Fourment), Rembrandt, Gainsborough, Turner, Renoir (een interessant portret van mevrouw Claude Monet), Burne-Jones (hippiemeisjes in de 19de eeuw), Degas, Dirk Bouts en Rogier Van der Weyden.

Er was een tijdelijke tentoonstelling gewijd aan juwelen en uurwerken van Cartier, maar die kon mij minder boeien. Juwelen zien er vaak zo kitscherig uit, of komt dat door de rijke apen die ze dragen, mensen als de hertog en hertogin van Windsor? Ik had wel graag zo’n diamanten tiara meegenomen, maar zou het ding meteen hebben laten verkopen. Met de opbrengst zou ik dan wellicht een werk van Paula Rego hebben gekocht. Aan recent werk van haar was ook een tentoonstelling gewijd. Eigenlijk ging het slechts om één enkele triptiek, maar wel een meesterstuk, Vanitas geheten. Het vanitas-thema heeft kunstenaars al altijd geboeid, en voor mezelf is het een leidmotief. Het leven is vluchtig, de dingen zijn er langer dan wij, vergeet niet dat je moet sterven: the way of all flesh. Je ziet op die vanitas-schilderijen de typische attributen zoals muziekinstrumenten, schedels, uurwerken, dure gewaden en maden. Ook bij Paula Rego (hoewel ik me geen maden kan herinneren), maar zij maakt zicht het thema geheel eigen, je kijkt ernaar, verliest jezelf en je gedachten in het werk, de tijd houdt op te bestaan. Heel even ben je onsterfelijk. Dat is wat ware schoonheid vermag.

Paula Rego, Vanitas, rechterluik van de triptiek.

SCHOONHEID MAG!

PAULA REGO 2

Ik zag net op televisie in ‘Het uur van de wolf’ Robert Hughes over hedendaagse kunst. Bijzonder interessant, maar zo kort… Ik had uren en uren kunnen kijken, ik denk vooral door het empathische vermogen van Hughes, door zijn kracht om tot de ziel van de kunstenaar door te dringen of om – in uitzonderlijke gevallen – hem, bij afwezigheid van ziel of van streven naar schoonheid, in zijn blootje te zetten. Kijk, mensen, de keizer heeft geen kleren aan, zegt hij dan. Ik heb een uur lang instemmend zitten knikken, behalve toen het over Andy Warhol ging. Robert Hughes zelf is ook niet meer zo uitgesproken tegen Warhol als vroeger, maar hij loopt er niet hoog mee op, dat is wel duidelijk, en zeker niet met leeghoofdige epigonen als Jeff Koons, een dwaas die zich met Michelangelo durft vergelijken. Dat zou Warhol hoe dan ook nooit hebben gedaan. Warhol vergeleek zich met niemand en ‘vertelde’ ook niets over zichzelf. Hij toonde de consumentenmaatschappij waarin we leefden, met alles erop en eraan en gebruik makend van alle middelen die hij ter beschikking had. Tegelijk was Andy Warhol zelf een kunstwerk, zijn hele leven, van geboorte tot dood en verder.

Wat me echter vooral aangenaam trof in de beschouwing van Robert Hughes was zijn benadering van enigszins controversiële kunstenaars als Anselm Kiefer, Lucian Freud en Paula Rego. De aandachtige lezer van deze notities weet dat ik van de eerste twee een groot bewonderaar ben. Paula Rego was voor mij een onbekende, maar nu niet meer. Ik noem deze kunstenaars enigszins controversieel omdat ze figuratief werken en hoegenaamd niet postmodern kunnen worden genoemd. Mag je dat werk dan wel goed vinden? Ben je dan wel goed bezig? Ik zei het al: ik heb instemmend zitten knikken!
Alselm Kiefer is – dat is nu nog maar eens gebleken – de belangrijkste Europese levende kunstenaar. Zijn ‘behandeling’ van Paul Celans Todesfüge is hartverscheurend; het kunstwerk staat op dezelfde eenzame en tragische hoogte als het gedicht. Kiefer is niet alleen een poëtisch kunstenaar maar net zo goed iemand die worstelt met morele en historische (Duitse) problemen en daar tot nadenken stemmende vorm weet aan te geven. De Portugese Paula Rego, die de Portugese dictatuur heeft meegemaakt, schijnt ook zo iemand te zijn. Haar werk moet ik nog leren kennen. Ik denk dat ik er veel in zal ontdekken.
Ontroerd werd ik vooral door de beelden van de ouder wordende David Hockney, die de eenvoudige maar diepgravende blik van zijn vroeger Britse pop art nu laat rusten op Adalusische cultuurmonumenten in Cordoba en Sevilla. Het schetsboek dat hij toonde riep herinneringen op aan de zenachtige schoonheid van Matisse.
Schoonheid is een woord dat niet meer in de mode is, zei Robert Hughes. Maar waarom zou het in de mode moeten zijn? Het komt erop aan zoveel mogelijk goedheid en schoonheid ten toon te spreiden.
Afbeelding van Paula Rego, Familie.