VAN NU EN STRAKS

verjaardag,brugge,muziek,vrienden,vriendschap,spooner oldham,dan penn,zero de conduite,radio centraal

Straks, na middernacht, is het mijn verjaardag. Vreemde dingen kunnen gebeuren. Dronkenschap, euforie, melancholie. Morgenavond ga ik naar Brugge, om er feestelijk te dineren en om er de dag nadien twee soulmeesters aan het werk te zien, Dan Penn en Spooner Oldham. Bij een lieve vriendin kunnen we logeren. Het wordt bovendien mooi weer. Ik heb alle geluk van de wereld. Alleen zal, misschien, de literatuur er onder lijden! Maar dat is nooit zeker in die categorie. Het spijtige van de zaak is dat er deze maand geen Zéro de conduite zal zijn op radio centraal. Maar ik twijfel niet aan de dj-kunst van mijn vriend Pat, een van de liefste mensen van de wereld. Wat bijgevolg, helaas, niet van iedereen kan worden gezegd.

Foto: Patje in de studio van Radio Centraal

HOE LUCINDA WILLIAMS IN MIJN LEVEN KWAM

pop,folk,popcultuur,country,patje,1992,bob dylan,michael cimino,gent,randy newman,ms,radio,invloed,schakels,mao,vinyl,new york,victoria williams,david mansfield

Niemand ‘ontdekt’ iemand zomaar vanuit zichzelf. Wie is de eerste? Wie zal het zeggen? Ooit gaf een werkgever mij een boekje getiteld ‘Waar komen de juiste ideeën vandaan?’, ontsproten aan het brein van voorzitter Mao. Ik heb het nooit gelezen, saai en taai geschreven als het was. Eén zin volstond om tientallen onvruchtbare ideeën in slecht geformuleerde frasen te laten emaneren. Met alle respect voor voorzitter Mao’s zwemcapaciteiten en de goede bedoelingen van mijn toenmalige werkgever, die overigens zelf aan de culturele revolutie had ‘deelgenomen’. (Van hem heb ik geleerd om een goede knoop te leggen.)

Wat betreft Lucinda Williams weet ik wel zeker wie mij voor de eerste keer over haar sprak, en mij zelfs een elpeehoes van haar toonde, en mij naar de erin verpakte elpee liet luisteren. Het was Guido P., alias Teddy Bear, met wie ik nu nog steeds een radioprogramma maak. Hij is dan ook niet de eerste de beste. Hij is mijn beste vriend. De plaat – toen nog op vinyl, zo oud zijn we dan ook al weer – had als titel gewoonweg ‘Lucinda Williams’ en er stonden enkele songs op die mij toen kippenvel bezorgden: ‘I Just Wanted To See You So Bad’ en ‘Am I Too Blue’. Guido P. en ik verloren elkaar daarna enkele jaren uit het oog. (Dat was in de jaren ’80 in Antwerpen. Vanwege de verveling daar verhuisden we in 1991 naar Brussel.)

In september 1992 was ik in New York. Lucinda Williams was toen uit mijn geheugen verdwenen, ik had er geen muziek van in huis. Er was wel een concert van de prettig gestoorde Victoria Williams, bij wie toen net MS was vastgesteld. Zij was de liefste vrouw van de wereld en iedereen wilde een bijdrage leveren om haar te helpen genezen. Alleen was haar concert uitverkocht. In de Village Voice zagen we dan dat er nog een zekere Lucinda Williams optrad, ook ergens in Manhattan, niet te ver van ons hotel. Ik dacht meteen aan het lied ‘Lucinda’ van Randy Newman, niet aan de plaat die mijn oude vriend me had getoond en laten beluisteren. Lucinda Williams was toen – gelukkig voor ons – nog niet beroemd: er waren nog kaartjes. Een onvergetelijk concert was dat! De engelachtige jongen David Mansfield speelde viool. David Mansfield kenden we van bij Bob Dylan. Hij speelde ook mee in ‘Heaven’s Gate’ van Michael Cimino, een van mijn favoriete films. Die avond is Lucinda Williams mijn heldin geworden. Ik weet niet welke rol zij speelt in mijn leven… De zus die ik nooit heb gehad, misschien? Met wie je tot 2 uur ’s nachts kan zitten drinken in een bar een sentimenteel doen en sigaretten roken als je al twintig jaar gestopt bent?
Te moe om dit verhaal af te maken. Er moest nog een paragraaf over Lucinda Williams in Gent volgen, maar dat is dan voor een andere keer.

SCHIJN BEDRIEGT: IL CATALOGO E QUESTO

IMG_2170

Natuurlijk vergeet ik dan heel wat hartendieven over wie ik evenmin een boekje opendoe. (Dit is overigens geen roddelrubriek, al kan het daar soms wel eens op lijken). Marc en Annick uit Antwerpen. Annick is een styliste en heeft een mooie klerenwinkel. Marc is dj-vrijwilliger op onze feestjes, en zoveel meer. Dank zij deze vienden hebben wij Essaouira en de Villa Maroc leren kennen. Theo en Anne-Marie ken ik nog niet zo lang, maar er is nog veel toekomst voor onze vriendschap. We gaan graag samen naar concerten. David en Els, want ‘nieuwe’ vrienden mag ik ook niet vergeten. Natuurlijk vertel ik niets over Leo, een denker. We hebben, lang geleden, in dezelfde straat gewoond en samen naar Im Lauf der Zeit gekeken op televisie. We hebben (samen met Flor, bijna over het hoofd gezien) tequila leren drinken in het Hard Rock Café aan het Fernand Cockplein. Dat bestaat niet meer. Misschien nog een geluk dat het niet meer bestaat. Er bestaan nogl voldoende Hard Rock Cafés en ze zijn allemaal hetzelfde. Niet beter dan een McDonald. Over de kunstenares Maria D zeg ik al helemaal niets. Geen woord. Het mag niet. Guido uit Lot. Talloze concerten gedeeld met Guido (Van Desmond Dekker tot Gillian Welch). Joost, de koning van de straathoekwerkers. Menchu, de prinses van Cadiz. Nico, de ecologista en Kiko, de arabist en verhalenverteller, beiden uit Cadiz. Katrin L. met wie we Londen, Parijs en Madrid verkenden en die we misschien nooit meer terugzien. Katrin, dat mag niet gebeuren! En waar zijn Ilse en Ton? Waarom niets over hen? Van Ilse staat er wel een foto op flickr, met een grote pompoen. Johny en Corine, Afrika-reizigers, situationisten, gewetenschoppers. Ria, kunstenares, van de Antwerpse en Romeinse nachten. Guillaume, een beroemd kunstenaar, een man met een warm hart. Koen P, Annick F, Sonja D, Sonja S (waar zit jij eigenlijk en je Jan?). Max, met wie ik altijd afspraken maak die nooit ergens toe leiden. De kameraden van Bureau des Ports. Harry en Herman en Gigi. Sabine en Tinneke. Martine, die al jaren door haar persoonlijk hel gaat. Tonko (dichter, professor) en Arlette. Ik word er moe van. Zoveel stiltes, zoveel ademnood, zoveel onuitgesproken gedachten, zoveel goeds, zoveel dagen, zoveel nachten. Zoveel leven in één leven. En dit is niet het einde. Het einde is niet in zicht.

Foto: vrienden

CLIFF RICHARD IN ANTWERPEN

cliff richard

Patje en ik luisteren naar ‘Matamoros Banks’, van Bruce Sringsteen. We proberen een verjaardag te vieren en dat te combineren met een goed radioprogramma maken en veel drinken (cava) en onze zorgen vergeten en vrienden zijn en de emoties, de emoties! We zijn hoe dan ook sublieme mensen, die elkaar ontmoeten op de oever van de Schelde, en praten over champagne en Immanuel Kant en de wereld veroveren met juanitas en margaritas. Old fucking people. Dit toetsenbord is de hel. Patje heeft me een foto gegeven van Cliff Richard, dat was mijn grote held toen ik 10 was en verliefd op juffrouw Marina uit Tongeren. Veel te jong om haar te mogen strelen, om haar te mogen kussen. Handen boven de dekens! Maar Marina heb ik later toch wel toevallig nog eens een keer ontmoet en toen… Like A Rolling Stone…. De beste single die er ooit is gemaakt. Je moet zeggen wat je denkt en de mensen overtuigen van je goede gedachten. Nijinski deed dat al dansend. Dat moet het mooiste zijn: dansen en overtuigen. En daarna gaan slapen zonder verdriet. De emoties krijgen teveel input. Ik moet weer afscheid nemen van Antwerpen met the Lonely Surfer van Jack Nitzsche. Ik wil iedereen bedanken voor het feit dat ze er zijn, Patje, Dédé, Eddy en Rita, Paul en Olga, Didi, Inge, Isabelle en Jan, Jules en Rita, mijn zoon Jesse, Brecht, Bart, Sophie, en door dronkenschap (en oude hersencellen) vergeten vrienden en familieleden. Wie ik vooral wil bedanken is Gerrit, mijn broer en vriend, die geen computer wenst te hebben en dit daarom ook niet kan lezen. Hij heeft me tot tranen toe ontroerd met ongeveer 20 woorden. Overal om me heen droevige ogen en levenslust… Now you know I try.