VERSO

coney island september 2002.jpg
Coney Island, september 2002. Foto: Inge Van de Walle.

Een verso ontsnapt aan mijn ‘brein’ per versies van niet alleen thema’s maar ook alledaagse gebeurtenissen zoals het voetbal, de aankoop van boeken (Euripides, Georges Simenon, Thomas Bernhard,…) het lezen van Peter Sloterdijks ‘Het kristalpaleis’ (over de ‘ontdekkingsreizen’ en de ‘verovering van de globe’, enzovoort), het luisteren naar ‘Coney Island Baby’ van Lou Reed, een bezoek aan Coney Island in New York, het wachten in het hoofdpostkantoor van Brussel, waar ik mij soms aan filatelie ga bezondigen, het nuttigen van zongedroogde tomaten, et cetera.

 

AKI KAURISMÄKI: LE HAVRE

Le-Havre-by-Aki-Kaurismaki-.jpg
Le Havre, Aki Kaurismäki.

Hoe vaak zeg ik het je niet: ik heb de mooiste film van mijn leven gezien? Je bent de tel kwijt? Ik verloor het overzicht uit het oog evenals de zin voor structuur en context. Maar geloof me, gisteren zag ik de allermooiste film. En nu wil ik twee of drie dingen: naar Le Havre reizen, een goed mens worden en een poos goedgemutst door het leven gaan.

Bestaat er een mooiere, betere (zowel in de esthetische als ethische betekenis van het woord), dieper de mensenziel rakende film dan ‘Le Havre’ van Aki Kaurismäki? Een warmer en ‘grappiger’ sprookje? Een meer geslaagde aaneenschakeling van treffende beelden (elke shot een lust voor het oog). Een film over losers met een hart van honing, over ideale, wellicht onbestaande Fransen, over de ideale cinema (onrechtstreeks) en over de gouden jaren van de Franse Film (Marcel Carné, Jean Renoir, Jean Vigo, maar ook de ‘nouvelle vague’ via een cameo van Jean-Pierre Léaud), over liefde en toewijding,  over vluchtelingen, over de ‘anderen’. Een film over ons, wij mensen op de dool, de tel kwijt geraakt, de zin voor structuur en context, de honing in het hart.

Zodra het beter met me gaat: meer over mijn liefde voor Aki Kaurismäki: fragmenten uit een gesprek met Cristina in Porto; een vlucht van Helsinki naar Kuopio (in 1993); the Leningrad Cowboys; Little Bob Story; Jean-Pierre Léaud; geheugenverlies; avonturen in havens; een sportcomplex in Algeciras; het spellen van namen; ongewone kapsels, Jim Jarmusch; en vele andere interessante onderwerpen.

ONGESCHREVEN

large_last_tango_in_paris_blu-ray_1.jpg
Marlon Brando en Maria Schneider in ‘Laatste Tango In Parijs’.

Waar ik vorige week over wilde schrijven:

‘Profession: Reporter’ van Michelangelo Antonioni – het landschap en de architectuur.
Maria Schneider in ‘Profession: Reporter’ en ‘Laatste Tango In Parijs’ (van Bernardo Bertolucci).
‘Laatste Tango In Parijs’: de eindscène.
Verraad en verlatingsneurose.
Paranoia.
‘The Panic In Needle Park’ van Jerry Schatzman.
De cameraman (director of photography) Laszlo Kovacs.
De romantiek van Mercury Rev.
Yo La Tengo: ‘This Is The Day’ en andere oorstrelende songs.
Stendhal en de romantische liefde.
Obessies bij Pascal Mercier.
Een vreemde leeservaring: Ian McEwan’s ‘Sweet Tooth’.

Ziekte (vooral een hinderlijke hoest, maar ook de nasleep van een operatie) heeft weer een keer roet in het eten gegooid. Maar er komen betere tijden.

800__last_tango_in_paris_blu-ray_subs_.jpg

DE MAN IN DE SCHADUW*

MAN IN SCHADUW.jpg
Hotelkamer, Triëst. 16 augustus 2007

Vanuit een raam in mijn warme kamer in Sint-Jan, waar gisteren de aders van en naar mijn hart in kaart werden gebracht, zie ik de zonsondergang boven Brussel in de herfst. De lucht en de gebouwen kleuren rood, dan paars: links de Inno, nog steeds een reusachtige grafzerk, rechts het dak van City 2 en daarachter het Sheraton. Wat lager recht tegenover deze luxueuze kamer een grote parking die me zomaar opeens de kans biedt om me in een andere man te verplaatsen, een man in de schaduw, die wegrijdt naar een vooralsnog onbekende bestemming.

De man in de schaduw begeeft zich naar de luchthaven van Brussel. Daar neemt hij een vliegtuig naar São Paolo. Na allerlei onnoemelijke avonturen met zakenlui en onberispelijke vrouwen in steden rondom het inkrimpend regenwoud – elke tien seconden een voetbalveld, zeggen de media – keert hij naar zijn woning terug. Hij heeft zijn huis ‘Sloop John B’ genoemd, naar het volkslied over de sloep, met al die dronken matrozen aan boord die zo graag weer naar huis willen. Een pijnlijk bericht ligt op hem te wachten in de brievenbus. De inhoud ervan kennen we niet. We zien het verkrampte gezicht van de man. Je hebt het al gezien in een video van Jesper Just. ‘No Man Is An Island’. ‘It Will End In Tears’. We horen hem huilen. Het lijkt of we zijn verdriet kunnen voelen, maar dat is niet zo. We weten bijna niets van elkaar.
De man gaat aan zijn laptop zitten en maakt een lijst van dingen die hij wellicht nooit meer zal doen:

Van de eenzaamheid en de regen genieten.
In parkeerplaatsen aan ziekenhuizen rondhangen.
Dromen van een beter leven en een betere wereld.
Langer dan een halve dag in Triëst verblijven.
Ongeschonden Tim Buckley’s ‘Blue Afternoon’ beluisteren.
Zonder verdriet in een oude lift stappen. Denk aan de lift naar het Strindbergmuseum in Stockholm.
Zich ‘Sister Ray’ herinneren alsof het een onschuldig lied is.
Kersentaart eten op het terras van Châlet Robinson.
De regen altijd de regen.
Sigarettenrook inhaleren als was het zuurstof.
Pasfoto’s maken in een automaat in het Zuidstation in Brussel.
Champagne drinken alsof het Saison Dupont is en Saison Dupont alsof het champagne is.
Dronken worden zonder er iets van te voelen.
Als in een romantische droom in Antwerpen op de rechteroever van de Schelde over de kaaien wandelen.
Nuchter ontwaken.
Slapen. Slapen als…

Nee, je ziet het meteen. Verder raakt de man in de schaduw met zijn opsomming niet. Niet langer vinden zijn vingers hun weg naar de toetsen; de woorden die al op het scherm staan vervagen in de mist van zijn ademhaling. “Quelle joie d’avoir…” mompelt hij en vergeet meteen wat hij zou gaan zeggen. Niets van belang. Niets om over naar huis te schrijven.

Maar dan ontwaak ik uit mijn dagdroom. De man in de schaduw is weg. Er is alleen maar een parking, nu in het donker. Ik keer me af van het raam, kijk op de klok, drink een paar slokken kraantjeswater en ga weer op het ziekenhuisbed liggen. Waarom zijn ziekenhuisbedden altijd zo kort?

Ik sla opnieuw Sandro Veronesi’s ‘Misplaatste Kussen’ open, een angstaanjagend goede verhalenbundel. Misschien bevat hij wel de beste verhalen sinds die van Heinrich Von Kleist en Franz Kafka. Die stijl, die vertelkunst, dat inzicht in wat omgaat in mensen, in intermenselijke verhoudingen, in generatieconflicten, in de ingewikkelde processen die zich tussen mannen en vrouwen voordoen. Ik lees de laatste zinnen van ‘De buik van de auto’:

“Met trouw koopt de overspelige zich vrij. Een goed mens betaalt met zijn eenzame lijden iedere keer dat hij hoopt de enorme verantwoordelijkheid van het voldongen feit niet te overleven, maar hij overleeft het wel, valt stil en gaat verder. De pijn verdwijnt, het berouw vertroebelt, de contouren van de herinnering vervangen, en het mysterie van het leven, dat zoveel groter is dan alle losse stukjes bij elkaar, verdooft en verzoent.”

 

Ω

* Dit is een bewerking van een eerdere tekst, ‘Quelle joie d’avoir…’
Oorspronkelijk gepubliceerd op 28-10-2012.

SO MUCH WATER UNDER THE BRIDGE

Wat je niet mag vergeten.
De tafels van vermenigvuldiging.
Het kapitaal.
Het concilie van Trente.
Karl Marx’ Stellingen over Feuerbach.
Piratenverhalen.
Les misérables.
River Deep, Mountain High.
Bootjevaren met je broer in de dokken van de Antwerpse haven.
Het bloedgleufmes.
Een bange nacht op grens tussen Duitsland en Limburg.
Juni 1997, Kiekenmarkt Brussel.
Vrienden bij wie je terecht kan omstreeks middernacht.
Maanden verlaten in de Limburgse bossen en dan expo 1958.
Vechten op speelpleinen.
De geboorte van je zoon.
De naam van je zoon.
De namen van iedereen die je ooit liefhad.
Nadja.
Erwin.
Raoul Vaneigem.
Landverraders, schurken en augurken.
“Il faut être absolument moderne.” (Arthur Rimbaud)
Like A Rolling Stone op de transistor-radio in 1965.
“I would leave you if I could because I know that you’re no good, but I love you.” (Jimmy Holiday, 1967, uitgevoerd door Clydie King).
Neil Young.
Karen Black in “Five Easy Pieces”.
Death Letter Blues.  (Son House versie)
Hoochie Coochie Man. (Willie Dixon).
Het eiland Kreta.
Het slangenmuseum in Albuquerque.
Jimpy, mijn hond.
De straten van Brussel, Antwerpen en New York.
De koolmijnen.
De geur van de varkens op een kleine boerderij in Neerharen.
De Schelde, de Douro en de Mississippi.
Vrouwen in mijn dromen.
De smalle, gevaarlijke steenwegen in de jaren zestig.
De songs van Gerry Goffin en Carole King.
De films van Rainer Werner Fassbinder en Nicholas Ray.
Gary Cooper, Wim Wenders en Peter Handke.
De vrolijke wetenschap.
4 letzte Lieder. (Richard Strauss/ Elizabeth Schwarzkopf).
William Blake, Friedrich Hölderlin, Walt Whitman en Lucebert.
De Maas tussen Luik en Dinant.
“Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please.(Bobbie Gentry).
En deze regels.
“The next day everybody got up
Seein’ if the clothes were dry.
The dogs were barking, a neighbor passed,
Mama, of course, she said, “Hi!”
“Have you heard the news?” he said, with a grin,
“The Vice-President’s gone mad!”
“Where?” “Downtown.” “When?” “Last night.”
“Hmm, say, that’s too bad!”
“Well, there’s nothin’ we can do about it,” said the neighbor,
“It’s just somethin’ we’re gonna have to forget.”
“Yes, I guess so,” said Ma,
Then she asked me if the clothes was still wet.”
(Bob Dylan, 1967)
De geur van nieuwe boeken.
Fietswielen draaiend in de zon.
Schaduw in de zomer op het gazon.
Soulmuziek en mondharmonica’s.
De smaak van water.

 

LEVE DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE?

DAGELIJKS GEBRUIK

Ochtend

Omeprazole 20 mg, 1 tablet
Symbicort 4,5 mcg, 2 inhalaties
Fluoxetine 20 mg, 1 capsule
Pharmaton vitamines, 1 capsule
Omega 3, 1 capsule

Middag

Fluoxetine 20 mg, 1 capsule
Tamsulosine 0,4 mg, 1 capsule

Avond

Omeprazole 20 mg, 1 tablet

Voor het slapen gaan

Symbicort 4,5 mcg, 2 inhalaties
Mirtozapine 30 mg, 1 capsule
Terazosabb 5 mg, 1 comp.
Bromazepam 3 mg, ½ tablet

Tussendoor

Afhankelijk van de toestand, puffs Duovent, diverse (lichte) pijnstillers, Motilium, Spasmomen, Otrivin, etcetera.

Altijd

Muziek
Morgen gezond weer op met betere berichten uit mijn ondergronds bestaan.

 

HET PLEZIER VAN OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld

Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.
Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.
De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.