VERSO

coney island september 2002.jpg
Coney Island, september 2002. Foto: Inge Van de Walle.

Een verso ontsnapt aan mijn ‘brein’ per versies van niet alleen thema’s maar ook alledaagse gebeurtenissen zoals het voetbal, de aankoop van boeken (Euripides, Georges Simenon, Thomas Bernhard,…) het lezen van Peter Sloterdijks ‘Het kristalpaleis’ (over de ‘ontdekkingsreizen’ en de ‘verovering van de globe’, enzovoort), het luisteren naar ‘Coney Island Baby’ van Lou Reed, een bezoek aan Coney Island in New York, het wachten in het hoofdpostkantoor van Brussel, waar ik mij soms aan filatelie ga bezondigen, het nuttigen van zongedroogde tomaten, et cetera.

 

AKI KAURISMÄKI: LE HAVRE

Hoe vaak zeg ik het je niet: ik heb de mooiste film van mijn leven gezien? Je bent de tel kwijt? Ik verloor het overzicht uit het oog evenals de zin voor structuur en context. Maar geloof me, gisteren zag ik de allermooiste film. En nu wil ik twee of drie dingen: naar Le Havre reizen, een goed mens worden en een poos goedgemutst door het leven gaan.

Bestaat er een mooiere, betere (zowel in de esthetische als ethische betekenis van het woord), dieper de mensenziel rakende film dan ‘Le Havre’ van Aki Kaurismäki? Een warmer en ‘grappiger’ sprookje? Een meer geslaagde aaneenschakeling van treffende beelden (elke shot een lust voor het oog). Een film over losers met een hart van honing, over ideale, wellicht onbestaande Fransen, over de ideale cinema (onrechtstreeks) en over de gouden jaren van de Franse Film (Marcel Carné, Jean Renoir, Jean Vigo, maar ook de ‘nouvelle vague’ via een cameo van Jean-Pierre Léaud), over liefde en toewijding,  over vluchtelingen, over de ‘anderen’. Een film over ons, wij mensen op de dool, de tel kwijt geraakt, de zin voor structuur en context, de honing in het hart.

Zodra het beter met me gaat: meer over mijn liefde voor Aki Kaurismäki: fragmenten uit een gesprek met Cristina in Porto; een vlucht van Helsinki naar Kuopio (in 1993); the Leningrad Cowboys; Little Bob Story; Jean-Pierre Léaud; geheugenverlies; avonturen in havens; een sportcomplex in Algeciras; het spellen van namen; ongewone kapsels, Jim Jarmusch; en vele andere interessante onderwerpen.

ONGESCHREVEN

Waar ik vorige week over wilde schrijven:

‘Profession: Reporter’ van Michelangelo Antonioni – het landschap en de architectuur.
Maria Schneider in ‘Profession: Reporter’ en ‘Laatste Tango In Parijs’ (van Bernardo Bertolucci).
‘Laatste Tango In Parijs’: de eindscène.
Verraad en verlatingsneurose.
Paranoia.
‘The Panic In Needle Park’ van Jerry Schatzman.
De cameraman (director of photography) Laszlo Kovacs.
De romantiek van Mercury Rev.
Yo La Tengo: ‘This Is The Day’ en andere oorstrelende songs.
Stendhal en de romantische liefde.
Obessies bij Pascal Mercier.
Een vreemde leeservaring: Ian McEwan’s ‘Sweet Tooth’.

Ziekte (vooral een hinderlijke hoest, maar ook de nasleep van een operatie) heeft weer een keer roet in het eten gegooid. Maar er komen betere tijden.

DE MAN IN DE SCHADUW*

MAN IN SCHADUW.jpg
Hotelkamer, Triëst. 16 augustus 2007

Vanuit een raam in mijn warme kamer in Sint-Jan, waar gisteren de aders van en naar mijn hart in kaart werden gebracht, zie ik de zonsondergang boven Brussel in de herfst. De lucht en de gebouwen kleuren rood, dan paars: links de Inno, nog steeds een reusachtige grafzerk, rechts het dak van City 2 en daarachter het Sheraton. Wat lager recht tegenover deze luxueuze kamer een grote parking die me zomaar opeens de kans biedt om me in een andere man te verplaatsen, een man in de schaduw, die wegrijdt naar een vooralsnog onbekende bestemming.

De man in de schaduw begeeft zich naar de luchthaven van Brussel. Daar neemt hij een vliegtuig naar São Paolo. Na allerlei onnoemelijke avonturen met zakenlui en onberispelijke vrouwen in steden rondom het inkrimpend regenwoud – elke tien seconden een voetbalveld, zeggen de media – keert hij naar zijn woning terug. Hij heeft zijn huis ‘Sloop John B’ genoemd, naar het volkslied over de sloep, met al die dronken matrozen aan boord die zo graag weer naar huis willen. Een pijnlijk bericht ligt op hem te wachten in de brievenbus. De inhoud ervan kennen we niet. We zien het verkrampte gezicht van de man. Je hebt het al gezien in een video van Jesper Just. ‘No Man Is An Island’. ‘It Will End In Tears’. We horen hem huilen. Het lijkt of we zijn verdriet kunnen voelen, maar dat is niet zo. We weten bijna niets van elkaar.
De man gaat aan zijn laptop zitten en maakt een lijst van dingen die hij wellicht nooit meer zal doen:

Van de eenzaamheid en de regen genieten.
In parkeerplaatsen aan ziekenhuizen rondhangen.
Dromen van een beter leven en een betere wereld.
Langer dan een halve dag in Triëst verblijven.
Ongeschonden Tim Buckley’s ‘Blue Afternoon’ beluisteren.
Zonder verdriet in een oude lift stappen. Denk aan de lift naar het Strindbergmuseum in Stockholm.
Zich ‘Sister Ray’ herinneren alsof het een onschuldig lied is.
Kersentaart eten op het terras van Châlet Robinson.
De regen altijd de regen.
Sigarettenrook inhaleren als was het zuurstof.
Pasfoto’s maken in een automaat in het Zuidstation in Brussel.
Champagne drinken alsof het Saison Dupont is en Saison Dupont alsof het champagne is.
Dronken worden zonder er iets van te voelen.
Als in een romantische droom in Antwerpen op de rechteroever van de Schelde over de kaaien wandelen.
Nuchter ontwaken.
Slapen. Slapen als…

Nee, je ziet het meteen. Verder raakt de man in de schaduw met zijn opsomming niet. Niet langer vinden zijn vingers hun weg naar de toetsen; de woorden die al op het scherm staan vervagen in de mist van zijn ademhaling. “Quelle joie d’avoir…” mompelt hij en vergeet meteen wat hij zou gaan zeggen. Niets van belang. Niets om over naar huis te schrijven.

Maar dan ontwaak ik uit mijn dagdroom. De man in de schaduw is weg. Er is alleen maar een parking, nu in het donker. Ik keer me af van het raam, kijk op de klok, drink een paar slokken kraantjeswater en ga weer op het ziekenhuisbed liggen. Waarom zijn ziekenhuisbedden altijd zo kort?

Ik sla opnieuw Sandro Veronesi’s ‘Misplaatste Kussen’ open, een angstaanjagend goede verhalenbundel. Misschien bevat hij wel de beste verhalen sinds die van Heinrich Von Kleist en Franz Kafka. Die stijl, die vertelkunst, dat inzicht in wat omgaat in mensen, in intermenselijke verhoudingen, in generatieconflicten, in de ingewikkelde processen die zich tussen mannen en vrouwen voordoen. Ik lees de laatste zinnen van ‘De buik van de auto’:

“Met trouw koopt de overspelige zich vrij. Een goed mens betaalt met zijn eenzame lijden iedere keer dat hij hoopt de enorme verantwoordelijkheid van het voldongen feit niet te overleven, maar hij overleeft het wel, valt stil en gaat verder. De pijn verdwijnt, het berouw vertroebelt, de contouren van de herinnering vervangen, en het mysterie van het leven, dat zoveel groter is dan alle losse stukjes bij elkaar, verdooft en verzoent.”

 

Ω

* Dit is een bewerking van een eerdere tekst, ‘Quelle joie d’avoir…’
Oorspronkelijk gepubliceerd op 28-10-2012.

SO MUCH WATER UNDER THE BRIDGE

Wat je niet mag vergeten.
De tafels van vermenigvuldiging.
Het kapitaal.
Het concilie van Trente.
Karl Marx’ Stellingen over Feuerbach.
Piratenverhalen.
Les misérables.
River Deep, Mountain High.
Bootjevaren met je broer in de dokken van de Antwerpse haven.
Het bloedgleufmes.
Een bange nacht op grens tussen Duitsland en Limburg.
Juni 1997, Kiekenmarkt Brussel.
Vrienden bij wie je terecht kan omstreeks middernacht.
Maanden verlaten in de Limburgse bossen en dan expo 1958.
Vechten op speelpleinen.
De geboorte van je zoon.
De naam van je zoon.
De namen van iedereen die je ooit liefhad.
Nadja.
Erwin.
Raoul Vaneigem.
Landverraders, schurken en augurken.
“Il faut être absolument moderne.” (Arthur Rimbaud)
Like A Rolling Stone op de transistor-radio in 1965.
“I would leave you if I could because I know that you’re no good, but I love you.” (Jimmy Holiday, 1967, uitgevoerd door Clydie King).
Neil Young.
Karen Black in “Five Easy Pieces”.
Death Letter Blues.  (Son House versie)
Hoochie Coochie Man. (Willie Dixon).
Het eiland Kreta.
Het slangenmuseum in Albuquerque.
Jimpy, mijn hond.
De straten van Brussel, Antwerpen en New York.
De koolmijnen.
De geur van de varkens op een kleine boerderij in Neerharen.
De Schelde, de Douro en de Mississippi.
Vrouwen in mijn dromen.
De smalle, gevaarlijke steenwegen in de jaren zestig.
De songs van Gerry Goffin en Carole King.
De films van Rainer Werner Fassbinder en Nicholas Ray.
Gary Cooper, Wim Wenders en Peter Handke.
De vrolijke wetenschap.
4 letzte Lieder. (Richard Strauss/ Elizabeth Schwarzkopf).
William Blake, Friedrich Hölderlin, Walt Whitman en Lucebert.
De Maas tussen Luik en Dinant.
“Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please.(Bobbie Gentry).
En deze regels.
“The next day everybody got up
Seein’ if the clothes were dry.
The dogs were barking, a neighbor passed,
Mama, of course, she said, “Hi!”
“Have you heard the news?” he said, with a grin,
“The Vice-President’s gone mad!”
“Where?” “Downtown.” “When?” “Last night.”
“Hmm, say, that’s too bad!”
“Well, there’s nothin’ we can do about it,” said the neighbor,
“It’s just somethin’ we’re gonna have to forget.”
“Yes, I guess so,” said Ma,
Then she asked me if the clothes was still wet.”
(Bob Dylan, 1967)
De geur van nieuwe boeken.
Fietswielen draaiend in de zon.
Schaduw in de zomer op het gazon.
Soulmuziek en mondharmonica’s.
De smaak van water.

 

LEVE DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE?

DAGELIJKS GEBRUIK

Ochtend

Omeprazole 20 mg, 1 tablet
Symbicort 4,5 mcg, 2 inhalaties
Fluoxetine 20 mg, 1 capsule
Pharmaton vitamines, 1 capsule
Omega 3, 1 capsule

Middag

Fluoxetine 20 mg, 1 capsule
Tamsulosine 0,4 mg, 1 capsule

Avond

Omeprazole 20 mg, 1 tablet

Voor het slapen gaan

Symbicort 4,5 mcg, 2 inhalaties
Mirtozapine 30 mg, 1 capsule
Terazosabb 5 mg, 1 comp.
Bromazepam 3 mg, ½ tablet

Tussendoor

Afhankelijk van de toestand, puffs Duovent, diverse (lichte) pijnstillers, Motilium, Spasmomen, Otrivin, etcetera.

Altijd

Muziek
Morgen gezond weer op met betere berichten uit mijn ondergronds bestaan.

 

HET PLEZIER VAN OPSOMMEN EN CITEREN

borges,kierkegaard,opsomming,citaat,pierre menard,mozart,don juan,citeren,labyrint,spiegelbeeld

Het plezier van het citeren en het opsommen vind je bij veel auteurs. Mij doen de opsommingen en citaten van Jorge Luis Borges soms schateren. Een mooi voorbeeld van een dergelijke opsomming is ‘Chinese Fauna’ in ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’, dat als geheel al een opsomming is.
Bekend is het verhaal ‘Pierre Menard, schrijver van de Don Quichotte’, waarin Borges de werken van de ‘obscure’ schrijver Pierre Menard opsomt in een lijst van A tot S. Het belangrijkste werk van Pierre Menard, zo betoogt Borges, was de Don Quichotte, die woordelijk geheel hetzelfde is als de beroemde ridderroman van Cervantes. “De tekst van Cervantes en die van Menard zijn woordelijk gelijk, maar de tweede is bijna oneindig veel rijker. (Dubbelzinniger zullen zijn tegenstanders zeggen; maar dubbelzinnigheid is een vorm van rijkdom.).” De stijl van Menard verschilt wel van die van Cervantes: “De stijl van Menard die naar het archaïsche overhelt – tenslotte is hij vreemdeling – lijdt aan een lichte geaffecteerdheid. Zo is het niet met zijn voorganger, die vrijmoedig het gangbare Spaans van zijn tijdperk hanteert.” Dit vind ik buitengewoon grappig.
De inval van Borges was niet nieuw. Want wat lezen we in Kierkegaards ‘Of/of’? “De muziek heeft (…) een tijdsmoment in zich, maar verloopt toch niet in de tijd tenzij in oneigenlijke zin. Het historische element van de tijd kan ze niet uitdrukken.
De volmaakte eenheid van deze idee en de eraan beantwoordende vorm bezitten we in Mozarts Don Juan. Maar juist omdat de idee zo enorm abstract is, en ook het medium abstract is, is het niet waarschijnlijk dat Mozart ooit een concurrent zal krijgen. Mozart had het geluk dat hem een stof in handen viel die in zichzelf absoluut muzikaal is, en als een andere componist met Mozart zou willen wedijveren, zou er voor hem niets anders opzitten dan Don Juan nogmaals te componeren.” De tekst van Kierkegaard is natuurlijk niet grappig, maar uitermate ernstig.

PROJECT VOOR 20 GEDICHTEN OVER ‘AFSCHUW’

1. De Dubbelganger
2. Mijnheer Dood
3. Emma Small
4. Dr. Joseph Goebbels
5. De Uitvinder van de Hel
6. Iñigo Lopez de Loyola
7. William Zanzinger
8. Het einde van de wereld
9. De Boze Wolf
10. De plots kapotte Muis
11. De Privé-ambulancier
12. Quintianus
13. De Vrouw zonder Schaduw
14. Paus Pius XII
15. Het slijmerige Wezen
16. De ‘Separatist’
17. De ‘Fotograaf’ van Abu Ghraib
18. De Architect van de ‘Muur’ in opbouw
19. De Bommenwerper
20. Judith Fellowes

 

PRIMAIRE HEILIGEN

titian - maria magdalena

Is het een toeval dat de zeven primaire heiligen zulke mooie, welluidende namen hebben? En zal de letter A een belangrijke rol hebben gespeeld om heilig te worden verklaard, of om een goed leven te hebben geleid, zoals Αγαθα van Sicilië? Maria Magdalena, de eerste persoon die Jezus zag na zijn opstanding (αναστασις), met haar vijf A’s spant natuurlijk de kroon. Wijzen al die A’s dan niet alleen op heiligheid maar ook op ‘lichte zeden’, wat overigens net zo goed een vorm van heiligheid is?

Heilige Agatha
Heilige Agnes
Heilige Anastasia
Heilige Cecilia
Heilige Catharina
Heilige Lucia
Heilige Maria Magdalena
Afbeelding: Maria Magdalena door Titiaan.

REIZEN IN DE REGEN

Giacomo-Casanova

  1. De voorbije dagen had ik weinig dorst.
  2. Woensdag was ik om beroepsredenen in De Panne, net na de door komkommers druk becommentarieerde wolkbreuk. Het was een dwaas idee erheen te reizen met de trein, er reeds zelfs geen kusttram meer. In bijna elke straat in De Panne stond een brandweerwagen een kelder leeg te pompen. Waar ik zijn moest, kon ik niet geraken.  Ik stapte een restaurant binnen, helemaal leeg, en vroeg of ik iets kleins kon eten. Dat zou ik je afraden, antwoordde de kelner, je gaat beter op de dijk, daar zijn heel wat zaken waar kleine hapjes op het menu staan. Dat heb ik dan maar gedaan, helaas. Na een zurige sla met smakeloze garnalen en een glas even smakeloze witte wijn ben ik onverrichter zake naar Brussel teruggekeerd. Voor in de trein was nog een behaaglijk eenzame plek. Maar net toen de trein vertrok kwamen drie vreemdelingen bij me zitten, wat lichte ergernis bij me veroorzaakte, niet omdat ze vreemdelingen waren, maar omdat ik nu niet meer zou kunnen lezen. Mijn positieve was in een negatieve eenzaamheid veranderd. Ik probeerde dan maar hun nationaliteit te raden, wat niet wilde lukken. Welke taal spraken deze mannen? Net voorbij Koksijde kwam de treinbegeleidster de kaartjes nakijken. Geen van de drie reizigers had iets wat op een treinkaartje leek in zijn bezit. Ze gingen ervan uit dat ze gratis naar Brussel mochten. In Lichtervelde, een halte of twee verder, moesten ze uit de trein. Ik vraag me nog altijd af wat er met deze mensen daarna is gebeurd. Hoewel ik nu weer alleen was heb ik toch niet meer gelezen.
  3. Gisteren zijn we naar de Ardennen gereden. Ik zat achter in de auto en wierp af een toe een mistroostige blik op een beregend landschap. We moesten in Dinant zijn, in Marche-en-Famenne en nog een aantal plaatsen, ik weet al niet meer welke. Het nieuws op de autoradio ging over files, overstromingen in Duitsland en Zwitserland en Joëlle Milquet. Het Vlaamse journaille vond het een schande dat mevrouw Milquet zich voor ongeveer twaalf uur aan de politieke onderhandelingen had onttrokken om haar kinderen op te zoeken. Wat een misplaatste verontwaardiging – en dat terwijl de menselijke beschaving en de hele wereld zeer snel hun einde tegemoet snellen. In Marche-en-Famenne zijn we gestopt om een hapje te eten. Ik had aan een typisch streekgerecht gedacht, paté, boerenworst, eend, wild zwijn, paddestoelen, maar het regende, we wilden geen natte voeten krijgen en we vonden geen typisch Ardens restaurant. Op de grote markt van het stadje hebben we een Marokkaan aangetroffen en daar hebben we dan maar couscous gegeten. Wat zouden de velden en de bossen er mooi hebben uitgezien, glooiend in de zon. Nu was alles donker en grauw. Ik verlangde alleen maar naar huis. Dit was mijn laatste werkdag, het einde van een bizarre week. Alle mensen en dingen om me heen leken vreemd en ver, alsof ik er niet echt bij hoorde, alsof ik me al elders bevond.
  4. Vandaag heb ik mijn koffers gepakt. Morgen heel vroeg vertrekken we naar Charleroi en van daar naar Treviso. Daar nemen we de trein naar Triëst, waar we een week blijven. Ik heb net gezien dat het er de volgende dagen zal regenen. Een week later reizen we verder naar Ferrara, vlak bij de Po, die dan misschien al buiten zijn oevers zal zijn getreden. Maar misschien ook niet. Een van mijn uitverkoren schrijvers, Giorgio Bassani was uit Ferrara afkomstig en heeft er veel over geschreven, het mooiste in De tuin van de Finzi-Contini’s. We beëindigen onze reis in de waterige stad Venetië, waar toeristen als vee worden behandeld, heb ik gehoord. Al deze negatieve berichten schrikken me niet af. Ik vertrek met veel plezier, zoals altijd, en ik houd van Italië. Zelfs de Venetianen zal ik in mijn armen sluiten, hoewel ik nooit zal vergeten dat ze destijds de grote avonturier en meesterlijke schrijver Casanova in hun gevangenis hebben opgesloten.  En na zonsondergang sluipt door de steegjes van Venetië een zeer boosaardige rode dwerg (zie ‘Don’t Look Now’ van Nicholas Roeg).
  5. Dit kun je onmogelijk een sexy rock & roll-leven noemen. Maar maakt het uit? De aanslagen, de invasie van Irak, de oorlogen – dat alles maakt iets uit.

VOORBEREIDENDE OEFENINGEN VOOR DE DOOD II

  1. Ik heb vandaag ‘Easy Tiger’ van Ryan Adams en ‘Dear Companion’ van Meg Baird, de zangeres van Espers, gekocht. Geen van beide plaatjes verrast me nog. Ik zal niet zeggen: verveling, gegeeuw, maar wel een grote onverschilligheid. Wat was the Cake levensbevestigend in vergelijking met dit zoeken-en-niet-vinden-van-melodieën.
  2. Ik heb mijn knie tegen de trapleuning gestoten.
  3. De zon schijnt, maar hoelang nog?
  4. Ik heb vandaag afscheid genomen van een goede collega, die vandaag verjaart en op pensioen gaat.
  5. Toen ik vandaag thuis kwam lag een boekje van Paul Nougé binnen handbereik. Ik sloeg het open en las dit: “Seule une longue patience nous garde de mourir.” (uit: Quelques Bribes).
  6. Ga terug naar af, u mag de kassa niet passeren, betaal en ga terug naar de gevangenis.
  7. Louis-Ferdinand Céline.
  8. Michel Houellebeck.
  9. Auto’s, motoren, fabrieken, tabakrokende soortgenoten, madame Pijp, Petoetje en Petatje.
  10. Het idee van Irak en Afghanistan in het hoofd van Bush (en zijn trawanten).
  11. Het Belgische zakenleven in China.
  12. Het zakenleven in China.
  13. Avonturiers die orkanen trotseren, of Polen bedwingen.
  14. In de modder liggen luisteren naar het ‘wereldverbeterend’ gezeur van Peter Gabriel en het navelgezanik van Tori Amos.
  15. Elke zin van Gustave Flaubert.
  16. De films van Abel Ferrara.
  17. De prijzen van hotels in Venetië.
  18. De buurt rondom de Beurs van Brussel na middernacht (en vroeger).
  19. Mannen met haar op hun bovenlijf die bovendien graag boksijzers en andere geniepige wapens hanteren.
  20. Mannen en vrouwen die graag wapens hanteren.
  21. Huurlingen.
  22. Wapenfabrikanten.
  23. Cafébazen die niet om hun klanten geven.
  24. De foto’s van Nan Goldin.
  25. Billy the Kid en de overige helden in het Wilde Westen.
  26. Het Wilde Westen.
  27. Scholen en kazernes.
  28. Het stille leven.
  29. Het dagelijks bestaan in kleine dorpen ver weg van alles en iedereen.
  30. Om de zoveel minuten wordt een vrouw verkracht.
  31. Syd Barrett: “When I live I die.”
  32. De film ‘Thief ‘ van Michael Mann.
  33. Het evangelie van Mattheus

 

KRANTENKNIPSELS: EEN PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS

MB-LENNON-HUMO-25-12-1980

Gisteren heb ik niets gedaan. ’s Avonds ben ik in slaap gevallen bij de film The Days Of Wine And Roses van Blake Edwards. Ik denk dat het een film is over een echtpaar dat aan alcohol ten gronde gaat. Ik werd wakker toen Jack Lemmon alweer was afgekickt, maar Lee Remick nog niet; de drank en de lokroep van de bars bevallen haar te zeer. Voor haar is de wereld een lelijke plek; hij krijgt pas wat glans, een lichte betovering, als ze een fles gin naar binnen heeft.

Vandaag heb ik een zolderkamer opgeruimd. Ik heb veel tijd ‘verloren’ met het doorbladeren van oude krantenknipsels. Veel boekbesprekingen van romans van Paul Auster vond ik terug. (Het wijst op mijn grote bewondering voor de auteur.) De New Yorkse schrijver Paul Auster is furieuzer dan ooit: “Een Bush is een giftige woestijnplant.” Recensies van concerten van Bob Dylan in Vorst. Analyses van stukken van het Zuidelijk Toneel, onder meer India Song van Marguérite Duras, een prachtige voorstelling met de verrukkelijke Chris Nietvelt. De film 21 grams (waar ik een t-shirt van heb) van Alejandro Gonzalez Inarritu. Een bijlage over chronische vermoeidheid. Toen die werd gedrukt had ik daar nog geen last van. Honderd jaar Georges Simenon: hij sliep met 10.000 vrouwen, 7.000 meer dan Henry Miller. Een interview met mijn oude vriend Marc Didden (“Dan is mijn respect voor Neil Young oneindig veel groter, ik ontdekte hem in 1965 en vandaag boeit hij me nog altijd” staat in dat interview zwart op wit.) Mijn oude vriend Guillaume Bijl loodst ons door Art Brussels. De mooie Carla Bruni heeft het over haar eenzaamheid: “Oh, maar begrijp me niet verkeerd. Ik vind het net heel aantrekkelijk om eenzaam te zijn. Ik zoek dat soort omstandigheden ook zelf op. En daarin ligt het verschil: het is geen opgelegd alleen-zijn.”

kunst,boeken,knipsels,recente geschiedenis,schrijvers,films,muziek,theater,leven,brokstukken
Met Marc Didden in Oostduinkerke.

Wat nog meer? De zot van Zomergem, Gie Van den Berghe krijgt de Arkprijs van het Vrije Woord (ik was daar toen nog bij). Nick Cave and The Bad Seeds in Vorst op 24 november 2004. Dat optreden woonde ik bij in het gezelschap van mijn vriend Bart. Bart had zijn kaartje in de auto laten liggen, hij moest een heel eind teruglopen. De opening act, Mercury Rev, hebben we daardoor moeten missen, maar ik heb later mijn schade ingehaald. En Nick Cave was groots. The Cowboy Junkies op mijn verjaardag in de AB, een welluidend en ingetogen cadeau. Wong Kar Wai regisseert 2046. Wat betekenen de begrippen ‘liefde’ en ‘geheugen’? Volksbühne Berlijn speelt ‘Pablo in der Plusfiliale’ in het Kaaitheater. ‘Gaten of toen we niet in het gelid stonden’ in Theâtre National. “Ik ga graag naar school en ik denk dat je de school nodig hebt om iemand te worden.” Een gesprek met Arne Sierens en Alize Zandwijk over het stuk ‘Meiskes en Jongens’ in de KVS. Brussel: Mediterrane hoofdstad van Europa. Jonathan Safran Foer: “Schrijvers mogen heikele onderwerpen nooit uit de weg gaan”. Michael Cunningham: Liefde en dood in New York. Een filosoof onderweg: Stefan Hertmans’ ‘Steden’. Ik las dat boek negen of tien jaar geleden op de trein naar Berlijn. Onderweg naar mijn stad. Tien tips om Tuymans te trotseren: meesterlijk maar moeilijk. Overzicht van Antwerpse schilder in Londense Tate Modern. Koen Vidal in gesprek met Geert Mak over ‘In Europa’. Indrukwekkend retrospectief van de Amerikaans-Britse schilder John Singer Sargent in Tate Gallery. Voor het werk van Sargent stond ik haast met tranen in de ogen in Boston in september 1994. Schilderijen van David Hockney hebben veel plaats nodig, een artikel van Eric Min. Eric Min publiceerde in de jaren ’80 gedichten in ons filosofisch tijdschrift Aurora, gesticht door Leopold Flam. Georges Perec komt dan weer naar voren als de schrijver die vrijwel alles kan: de ernstige speelvogel, de nuchtere socioloog van zijn tijd, de epicurist van het dagelijkse, de ingenieur van de taal, de verhalenverzinner. En om het af te leren nog dit. ‘In ‘Utopie en onttovering’, het essay waarin Claudio Magris de werkelijkheid van haar vermommingen probeert te ontdoen, formuleert de schrijver het in de helderheid van de paradox: “De ontnuchtering is een ironische, melancholische en herstelde vorm van de hoop.” Magris’ opstellen zijn vaak vlammende betogen tegen de sluipende pogingen om het onderscheid tussen goed en kwaad op te heffen en om ons geweten, dat door de schrijver een demon wordt genoemd, te corrumperen en in slaap te sussen.’

Voldoende, denk ik. Deze brokstukken van mijn leven liggen zomaar in een rommelkamer te vergelen. Heb ik dat allemaal gelezen, gezien, gehoord? Onvoorstelbaar. En dat is dan nog maar een kleine, zeer willekeurige selectie en allemaal vrij recent. Veel van wat hierboven wordt opgesomd was ik al grotendeels vergeten. Ik zal de knipsels dan toch maar bijhouden. Ze kunnen mijn geheugen vervangen.

AANZET VOOR EEN NUTTELOZE WOORDENLIJST

 

Onverschrokken. Achterdochtig. Uitgepuurd. Afgepeigerd. Belazerd. Opgejaagd. Ontzet. Gezwicht. Bedreigd. Gestaakt. Sprakeloos. Botgevierd. Afgekloofd. Ondermaats. Tweeslachtig. Nodeloos. Doodgeboren. Ontspoord. Ontwricht. Beklemd. Krampachtig. Parmantig. Planmatig. Plechtig. Uitgespuwd. Ontrukt. Verveld. Ontzield. Gebroken. Afgewend. Ontworsteld. Ontworteld. Bespat. Bespot. Bewierookt. Uitgejouwd. Verfomfaaid. Geradbraakt. Uitgebraakt. Uitgekleed. Gegrondvest. Gehandhaafd. Verbannen. Verschanst. Verhaspeld. Verontwaardigd. Overspoeld. Verspild. Uitgebeend. Begeesterd. Ontmanteld. Ontfermd. Verzonnen. Verzonken. Opgefokt. Afgekalfd. Uitgezaaid. Ontwapend. Ingeburgerd. Afgeleefd. Gebroken. Getormenteerd. Getorpedeerd. Opgekalefaterd. Vergoelijkt. Geworpen. Verslingerd. Verlekkerd. Afgelikt. Vermolmd. Uitgehold. Opgelaten. Ingehouden. Aangekondigd. Opgelapt. Uitgeput. Aangemonsterd.

VERGETEN VROUWEN

amalia rodriguez

Die top-50 van uitverkoren vrouwenstemmen was bij nader inzien geen goed idee. Kan schrijven uit ergernis ooit wel een goed idee zijn? Zo is die lijst er inderdaad gekomen: als een spontane uiting van ergernis na het (gedeeltelijk) beluisteren van een radioprogramma op radio 1, “vrouwen die er toe doen”, en meer nog na het lezen van de volledige lijst op de website van diezelfde radio. Ik heb dan in zeven haasten mijn eigen lijst gemaakt, rechtstreeks uit het geheugen puttend. Nu is het geheugen niet helemaal betrouwbaar, zeker dat van mij niet en het is dat nog minder na een nacht slecht slapen. Een nacht goed slapen is een mooie droom die ik al heel lang koester. Waarom heb ik ervoor gekozen om alleen maar pop-, country-, blues- en soulzangeressen in de lijst te zetten? Omdat radio 1 dat ook had gedaan? Er is zoveel meer muziek, er zijn zoveel meer stemmen. Waarom die afwijzing van klassiek geschoolde stemmen? Waarom zoveel Engelstalige zangeressen? Allemaal vragen waarop ik geen bevredigend antwoord kan geven. Bovendien vergat ik een aantal van mijn favoriete Engelstalige vrouwenstemmen, met name Nico, met de meesterwerken Chelsea Girl, Desertshore en The Marble Index op haar palmares, en Neko Case, van onder meer Fox Confessor Brings the Flood. Maar op de lijst ontbreken even goed Vashti Bunyan, Marianne Faithfull, Kim Gordon, Julee Cruise (verbluffend in Twin Peaks), Kristin Hersh, Merry Clayton, Aimée Mann, Marissa Nadler, Eleni Mandel, Elis Regina, Misia, Mariza, Cesaria Evora, Elizabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, Maria Callas, Catherine Bott, Solveig Kringelborn, Dawn Upshaw, Ute Lemper, Lotte Lenya, Lydia Mendoza, Amalia Rodriguez (hoe kon ik haar vergeten!), Dagmar Krause, Marta Sebestyén, أم كلثوم of Oum Kalsoum, Cheika Remitti, Janet Baker, Andrea Kast, Kiri Te Kanawa, Montserrat Caballé, Barbara Hendricks, Cecilia Bartoli, Beverly Sills, Katia Ricciarelli, Joan Rodgers, Peggy Lee, Darlene Love en duizend en een andere zangeressen, sterren, diva’s, nachtegalen (en onterecht onbekenden).

Foto: Amalia Rodrigues poster, foto Martin Pulaski

 

ZANGERESSEN DIE MIJN ZIEL BEROEREN

aretha4

 

Op 1 mei zond Radio 1 een zangeressen top-50 uit onder de titel ‘vrouwen die er toe doen’. Een vreselijk kitscherige en banale lijst was dat. In de top-50 kwam bijvoorbeeld wel een spook als Céline Dion voor, maar geen Patti Smith en een Joan Armatrading maar geen Etta James. Om maar enkele voorbeelden te geven. Omdat ik verslingerd ben aan lijstjes heb ik maar eens mijn eigen top-50 gemaakt. Ik wijs er meteen op dat het mijn lijst van vandaag is. Morgen kan hij er anders uitzien, afhankelijk van mijn stemming en mijn geheugen en nog een aantal factoren, zoals het weer, welk boek ik heb gelezen en wat ik heb gedronken (of niet gedronken). De volgorde van lijst is niet echt belangrijk, maar Sandy Denny staat wel op nummer één.

1. Sandy Denny
2. Hope Sandoval
3. Aretha Franklin
4. Dusty Springfield
5. Patti Smith
6. Billie Holiday
7. Bessie Smith
8. Karen Dalton
9. Joni Mitchell
10. Cat Power
11. Françoise Hardy
12. Emmylou Harris
13. Martha Reeves
14. Nina Simone
15. Etta James
16. Ann Peebles
17. Mary Weiss (Shangri-Las)
18. Wanda Jackson
19. Candi Staton
20. Loretta Lynn
21. Nancy Sinatra
22. Patsy Cline
23. Memphis Minnie
24. Betty Lavette
25. Irma Thomas
26. Grace Slick
27. Ronnie Spector
28. Georgia Hubley
29. Carla Torgerson
30. Maria McKee
31. Bobbie Gentry
32. Victoria Williams
33. PJ Harvey
34. Florence Ballard
35. Teresa Salgueiro
36. Doris Duke
37. Mary Wells
38. Connie Francis
39. Brenda Lee
40. Alison Statton
41. Carole King
42. Lydia Lunch
43. Patti Palladin
44. Judee Sill
45. Lucinda Williams
46. Nanci Griffith
47. Tina Turner (tot 1970)
48. Diana Ross
49. Astrud Gilberto
50. Emiliana Torini

IDENTITEITSCRISIS

Ik ben Base.
Ik ben Belgacom.
Ik ben Sibelga.
Ik ben Coditel.
Ik ben MIVB.
Ik ben Ethias.
Ik ben Fortis.
Ik ben Banksys.
Ik ben WWF.
Ik ben Kaaitheater.
Ik ben De Morgen.
Ik ben Mojo.
Ik ben Uncut.
Ik ben i-D.
Ik ben Vanity Fair.
Ik ben Purple.
Ik ben Humo.
Ik ben Fnac.
Ik ben Happy Days.
Ik ben Plus.
Ik ben Hoofdstedelijke Openbare Bibliotheek.
Ik ben Vlaamse Overheid.
Ik ben Vlimpers.
Ik ben Mediargus.
Ik ben Academisch Ziekenhuis VUB.
Ik ben Avanti.
Ik ben Microsoft.
Ik ben Opera.
Ik ben Skynetblogs.
Ik ben Flickr.
Ik ben MySpace.
Ik ben LastFM.
Ik ben MSN.
Ik ben een netwerk.
Ik ben niet ik.
Ik ben niet jij.
Ik ben een andere.

DE HERFST VAN DE MOOIE VROUWEN

Omstreeks 2.20 uur ben ik uiteindelijk, na veel getreuzel en gedoe, mijn stem gaan uitbrengen. Ik had eerst goed de folder met de instructies gelezen, zodat ik niets verkeerd zou doen. In het stembureau, een zaaltje van het Anderlechtse voetbalstadion, werd ik vriendelijk bejegend, ondanks of dankzij het rode westernhemd dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken. Ik had dat ook al aan bij het concert van Ryan Adams, vorige donderdag. Hiermee is bewezen dat het kledingstuk geschikt is voor zeer uiteenlopende gelegenheden, waarvoor mijn dank aan een winkeltje in Budapest dat Voodoobilly heet. Als je een winkel al kunt bedanken?

Dat ik geen identiteitskaart bezat werd als de normaalste zaak van de wereld beschouwd. Wellicht heeft de helft van het Anderlechtse kiespubliek geen identiteitskaart. Op elke hoek staan dieven op de uitkijk. Het kleinood is zeer in trek, meer dan vlijmscherpe messen en fonkelende diamanten. Heden ten dage wisselen mensen graag van identiteit. Zo’n kaart is dan een noodzakelijk attribuut. Maar dat allemaal terzijde.
Ik moest de brief waarin zwart op wit en in kleur te lezen viel wie ik ben even afstaan en mocht me dan naar het stemhokje begeven. Meteen gingen mijn gedachten naar mijn oude vriend Guillaume Bijl, die ooit op een van zijn tentoonstellingen stemhokjes van over heel de wereld bijeenbracht. In mijn eigen stemhokje probeerde ik het scherm aan de praat te krijgen met mijn rechterwijsvinger, zonder enig resultaat. Ik wilde al mijn beklag gaan doen, maar dan herinnerde ik mij gelukkig weer het foldertje: je moest gebruik maken van een elektronisch potlood! Zo heb ik toch geen gek figuur geslagen. Ik had op voorhand de namen en de nummers van de lokale politici op mijn linkerhand geschreven, een beetje in navolging van de protagonist uit Christoper Nolans Memento (met mijn geheugen gaat het ook niet altijd even goed; stel dat ik in een vlaag van vroegtijdige dementie met mijn potlood een cirkel zwart zou hebben gemaakt naast de naam van zo’n vermaledijde blokker!, maar het is waar, dan moet je het al heel erg zitten hebben).

Ik heb mijn handen al een paar keer gewassen. Voor het eten, na het eten. Ja, tijdens het weekend nemen wij de Spaanse gewoonte aan van om drie uur te lunchen. Voor het plassen, na het plassen, enzovoort enzoverder. Maar het zal wel inkt van goed kwaliteit zijn want de namen en de nummers staan nog altijd goed leesbaar op mijn linkerhandpalm. Ik zal ze even overschrijven voor de nieuwsgierigen onder u:

9. Elke
21. Hilde
27. Kristel
30. Leila
38. Despina
45. Fadila

U ziet het, of u ziet het niet: het zijn allemaal vrouwen, drie Nederlandstalige, drie Franstalige, mijn stem netjes verdeeld over twee van onze taalgemeenschappen. De Franstalige dames hebben echter exotische namen, ze zullen wellicht van vreemde origine zijn. Mooi zo! Perfect! Hoe exotischer België wordt, hoe beter. Voor de rest zijn ze even Belgisch als u en ik. Wie weet trouwens wat de essentie van het Belg zijn is? want ik weet het niet hoor. Lange tenen, grote oren, kaalhoofdigheid, vroegtijdige dementie? Water uit het kraantje? Jean-Claude Vandamme? Guillaume Bijl? Tom Boonen? Paul-Henri Spaak? Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, ik ben heel goed in opsommen en vragen stellen.

Ik ben tevreden over de stem die ik heb uitgebracht. Stem? Het zijn zes stemmen, zoals in de goede oude tijd, toen het aantal stemmen dat je kon uitbrengen rechtevenredig was met je rijkdom. En terwijl jij als man ging stemmen voor tientallen andere mannen bleef moeder de vrouw lekker thuis om wafels te bakken. Of niet soms? We mogen daarom niet klagen: we zijn er sindsdien enorm op vooruitgegaan. En toch klagen we en willen we dat de dingen veranderen. Wat willen we dat verandert? Op de terugweg kwamen we onze huisdokter tegen. We bleven even praten. Denk je dat er nu iets zal veranderen, vroeg hij. Ik vroeg me af aan wat hij dacht dat er zonodig moest veranderen. Laten we het hopen, antwoordde mijn levensgezellin. Wat bedoelde zij daar eigenlijk mee? Hoe beter wij elkaar kennen, hoe slechter wij elkaar kennen. Dat is een feit. Niemand kent niemand. Misschien moeten we dat eens proberen te veranderen.

Van die zes vrouwen voor wie ik heb gestemd is Despina de mooiste. Toevallig heeft ze ook de mooiste naam. Ik hoop dat ik haar ooit leer kennen. Ik hoop van u hetzelfde.

EEN LIJST VAN DE WERELD

lijsten,categorieen,borges,bunuel,bob dylan,chinese encyclopedie,surrealisme,films

Ik houd van lijsten als absurde, willekeurige opsommingen. Het is me daarbij niet te doen om de wereld overzichtelijk te maken of er hiërarchie in aan te brengen door opdelingen in soorten. Ik wil categoriseren noch catalogiseren. De lijsten waar ik van houd maken de wereld alleen maar chaotischer. Dat is de bedoeling. Wat ik ermee beoog is dat ze inspiratiebron worden en de fantasie stimuleren. De lijsten die ik bewierook bevatten bijna altijd een surrealistisch element. Er komen zaken in terecht die er niet in thuis horen, of het na elkaar plaatsen van twee elementen veroorzaakt een schaterlach. Twee grootmeesters van de opsomming (en in zekere zin van lijsten) zijn Luis Buñuel en Jorge Luis Borges. Bob Dylan kan er ook goed weg mee, bijvoorbeeld in A Hard Rain’s A-Gona Fall.

De lijst die ik wil maken – geïnspireerd door een artikel van Chris Petit in 1OOO Films To Change Your Life (het hele boek is een lijst) – is een zeer subjectieve aangelegenheid en heeft ongeveer alles met de herinnering en de waarneming te maken. Een haarlok of zelfs een wenkbrauw kan er even belangrijk zijn als een aardbeving (willekeurige voorbeelden, die waarschijnlijk niet in de lijst zullen voorkomen). Het is een vorm van autobiografie. En door de klank van de woorden en de magie van de namen, en de volgorde waarin alles wordt geplaatst zal de lijst tevens een – bijna episch – gedicht zijn.

Dit is een zeer bekend maar onovertroffen voorbeeld:

“Dergelijke dubbelzinnigheden, overbodigheden en onvolkomenheden doen denken aan die welke Dr. Franz Kuhn toeschrijft aan een bepaalde Chinese encyclopedie, getiteld Hemels Emporium van welwillende kennis. Op die pagina’s uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de Keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeergaan als dwazen, j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enz., m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.”
J.L. Borges, De analytische taal van John Wilkins.

PARADIJS : EEN ALLES VERGETEN NU

Dit geheugen verdient geen lauwerkrans.
Het herinnert zich niets.
Van die rijke verzameling woorden.
Van die rijke verzameling namen.
Van die veelzijdige waarheid.
Geen muze kan dit lege vat weer vullen.
Hier is niets te vinden.

Geen longziekten.
Geen kanker.
Geen aids.
Geen brood en wijn.
Geen blikken parade.
Geen mislukking.
Geen domme triomfen.
Geen oorlogsveteranen.
Geen heiligentranen.
Geen stronthoofden van het Vlaams Blok.
Geen met purper en geel begroeide kanaaloevers.
Geen oranje.
Geen andere kleuren.
Geen rustige waters.
Geen geur van het dorp in mijn jeugd.
Geen roeibootjes in het park.
Geen eiland Robinson.
Geen Straatsburgdok.
Geen Zoniënwoud.
Geen Rolling Stones.
Geen lied van The Beatles.
Geen Jambalaya van Hank Williams.
Geen Ne me quitte pas.
Geen Tombe la neige.
Geen Jimmie Reed.
Geen Aretha Franklin.
Geen Patti Smith.
Geen People Have the Power.
Geen enkele Elvis.
Geen geile danseressen.
Geen schatjes in zwarte kant.
Geen Marcel Proust.
Geen Franz Kafka.
Geen Vergilius.
Geen Isidore Ducasse.
Geen enkele dichter te jong gestorven van teveel dit of dat.
Geen River of Life van William Blake.
Geen minnaar.
Geen minnares.
Geen geliefde.
Geen menselijke of goddelijke komedie.
Geen Campanella.
Geen bruisend Walhalla.
Geen zoet El Dorado.
Geen Shangri La glanzend in de zon.
Geen woordenboeken.
Geen allergieën.
Geen allegorieën.
Geen handschoenen.
Geen orkanen.
Geen spraak.
Geen taal.
Geen teken.
Geen licht.
Geen donker.
Geen schaduw.
Geen nuance.
Geen toeval.
Geen god.
Geen boeddha.

Alleen wat gelach.
Een ogenblik.
Wat rinkelend lachen.
Dat het een lust is.
Een lusthof.
Een eeuwig (h)eden.
Een alles vergeten nu.

SCHIJN BEDRIEGT: OVER VRIENDEN EN FIGURANTEN

4-8-2013_002

Het valt me op dat er mensen en dingen zijn waar ik niet of weinig of uitzonderlijk over schrijf. Noem ik de naam van mijn levensgezellin Agnes, de vrouw die veel van mijn zorgen met me deelt (en vice versa natuurlijk, hopelijk is er enig evenwicht)? Schrijf ik iets over mijn goede vriend Patje, met wie ik een radioprogramma maak? Over Paul, schilder en filosoof? Over Eddy en Rita, fijne en intelligente mensen. Rita en Jules, vrienden die onlangs nog op visite waren. (Rita herinnerde mij aan de periode dat Johan Reygaerts in de boekwinkel werkte)? Over mijn zoon Jesse, die zo intelligent en creatief is, en die me bijzonder dierbaar is? Over mijn ex, van wie ik al een eeuwigheid gescheiden ben, maar aan wie ik mooie herinneringen heb, zeker aan onze eerste jaren? Over Bart en Brecht, die collega’s, maar ook vrienden zijn. Over Inge V, met wie ik graag op reis en op restaurant ga, en met wie ik graag over boeken praat. Over Inge F, met wie ik graag op restaurant ga en over het leven praat en die me altijd moed inspreekt? Over Didi, een hele lieve en bijzondere vrouw, sterk en moedig, die me zeer genegen is, maar die ik veel te weinig zie. Over haar dochter Deborah, die in zowat alle delen van de wereld heeft gestudeerd, een heel mooi en bijzonder intelligent meisje? Haar vader Yves, met wie ik destijds wijn dronk en over T.Rex, Eddie Cochran en klassieke muziek praatte? Over JFK Canard, een ex-taxichauffeur en kunstenaar die ik al eeuwen ken? Over Jan en Isabelle uit Gent, jonge vrienden met veel gevoel voor humor en vol levenslust. Over Inge VD, al jarenlang mijn psychoanalytica, maar nu niet meer (vrees ik)? Over mijn broer François, die in armoede leeft, maar niet echt ongelukkig lijkt (hij heeft wel eigen huis)? Over Gerrit, mijn vriend, dichter en psychiater. Over Bruno, die in een Atheens ziekenhuis ligt. Over Marc T, dichter en taalproever, een man met wie ik enige jaren samenwerkte aan het tijdschrift Brutaal (de titel heeft men van ons gepikt, voor een of ander taalproject)? Over Georges, schooldirecteur, toeverlaat van kunstenaars en dichters en bezieler van Brutaal? Over Gerda, uit Brugge, een collega en een goede vriendin. Over Marc, met wie ik een boekje schreef in één exemplaar en ruzie maakte over één van zijn films, maar die toch mijn vriend blijft tot het einde van mijn dagen? Over Gottfried Van Salzburg, die tekeningen voor mijn dichtbundel maakte? Over Louis en Liesje? Over degenen die ik nu even vergeet. Waarom schrijf ik zelden over hen? Uit narcisme? Dat denk ik niet. Ik moet er over nadenken, maar ik denk dat ik het antwoord ken. Wil ik deze mensen niet vooral beschermen, wil ik niet verhinderen dat zij door de wereld aan stukken worden gereten, ook al is deze cyberwereld de vriendelijkheid zelve?

Ik probeer discreet te blijven en niet teveel ‘vertrouwelijkheden’ van degenen die mij dierbaar zijn aan (vaak) onbekenden prijs te geven. Ik vertel hier mijn verhaal, waar zij allen ongetwijfeld een rol in spelen, maar een rol die ik bewust of onbewust tot figurantenrol herleid. Zij verdienen beter. Het zij zo. Op dit ogenblik kan ik niet anders.

Foto: Jesse, François en Agnes in Lanaken