OVER DE WAARDE VAN HOOCHIEKOOCHIE

Uit mijn vorige notitie mag duidelijk blijken dat ik niet voor mezelf schrijf maar wel voor jou, beste lezer. En wellicht omdat ik het fijn vind dat mijn ijdelheid wordt gestreeld door je aandacht. Ik vind het eveneens fijn om jouw ijdelheid te strelen door je zomaar toegang te geven tot wat er zich in mijn hoofd – en in mijn leven – afspeelt en door je af en toe met symbolische rijkdom te overladen.

Maar ik zal er niet langer doekjes om winden. Ik probeer zo goed mogelijk en zo eerlijk mogelijk te schrijven over mensen en dingen waarover ik iets weet, of over persoonlijke ervaringen die ik voldoende algemeen vind en waarvan ik denk dat ‘de anderen’ er iets aan hebben; daarnaast is het mijn bedoeling een beetje schoonheid aan de wereld toe te voegen. Dat werd tot woensdag 13 februari kennelijk zeer op prijs gesteld. Wat ik op bijna drie jaar zorgvuldig en geduldig, met veel toewijding, heb opgebouwd gooien de computers van Skynet nu helemaal overhoop. Wellicht is het idioot van me maar ik erger me mateloos aan deze op hol geslagen toestand. Ja, bijna drie jaar heb ik hard gewerkt – en ook veel plezier beleefd – aan het maken van deze literaire ‘puzzel’ die hoochiekoochie heet. Ik ben van mening dat deze teksten even veel waarde hebben als wanneer ze in een boek zouden gedrukt staan. Voor mij is deze wijze van ‘publiceren’ bijna ideaal om een enigszins substantieel publiek te bereiken, omdat het mij aan voldoende sociale vaardigheden en overredingskracht ontbreekt om door te dringen in literaire kringen en cenakels en om uitgevers te overtuigen van de waarde en de schoonheid van mijn geschriften. Op deze manier sla ik immers de schakel van het uitgeven over. Maar bijna altijd besteed ik evenveel zorg aan de eindredactie van wat hier verschijnt als wanneer het voor een boek zou zijn bestemd. Ik heb de indruk dat een aantal lezers dat ingezien heeft en dat mijn hoge positie in de verschillende lijsten echt wel te danken was aan de kwaliteit van wat ik onder woorden breng. Nu zijn die blijken van waardering op enkele dagen teniet gedaan.

Ik geloof niet dat deze klachten uit zelfgenoegzaamheid voortvloeien, of geuit worden omdat ik elitair of arrogant zou zijn. Toch is er – daar kan niemand onderuit – duidelijk een verschil in kwaliteit (en inhoudelijke duurzaamheid) tussen de blogs. Waarmee ik niet wil zeggen dat bloggers die andere ambities hebben dan ik idioten zijn. Integendeel. Voor mij is vrijheid geen hol begrip, dus iedereen mag doen wat hij wil zolang hij mij of degenen die mij dierbaar zijn maar niet kwetst. Maar verwacht van mij geen respect voor mensen die anderen napraten of voor degenen die alleen maar paragrafen en prentjes knippen en plakken. Ik heb ook geen respect voor postzegelverzamelaars. Ze laten me onverschillig. Ik kan me niet met alles bezighouden. Mijn liefde gaat uit naar gepassioneerde mensen, naar mensen die zich inzetten voor een project van de verbeelding en het plezier. Mijn liefde gaat uit naar mensen die het leven liefhebben en de anderen als gelijken behandelen. In mijn hart is plaats voor vreugde en verdriet. Ik geef toe dat mijn levensvreugde vaak wordt overschaduwd door mijn angst voor de dood. Maar ik merk dat ik aan een belijdenis begonnen ben, en dat was niet mijn bedoeling.

Dit zijn hopelijk mijn laatste woorden over dit onderwerp. Nu ga ik lezen en inspiratie zoeken voor nieuwe teksten, voor morgen, overmorgen en de volgende jaren.

EEN BEKENTENIS IS GEEN EXHIBITIONISME

rousseau

Wat ik gisteren bekendmaakte over mijn geneesmiddelengebruik is geen uiting van exhibitionisme. Het viel me erg moeilijk om hierover openhartig te zijn. Mijn vrienden, mijn collega’s, bijna niemand wist van de ernst van mijn toestand af. Ik zelf had ook meestal de neiging dat allemaal te verdringen, te doen alsof er niets aan de hand was, of toch niets ernstigs. Ik wilde voortgaan met leven zoals iedereen, alles doen wat de anderen doen, als ik daar zin in had, bedoel ik – en hen soms zelfs overtreffen. Alsof ik onkwetsbaar was, ben. Alsof ik een ander was. Zo’n lijstje had ik nooit eerder gemaakt; ik ben er gisteren zelf van geschrokken.

Ik heb de knoop doorgehakt om dit publiek te  maken, na me nog eens voor de geest te hebben gehaald waarom ik aan deze onderneming – dit elektronisch boek dat de werktitel ‘hoochiekoochie’ meekreeg, een titel die mijn ‘verachting’ van mijn zwaktes verraadt – ben begonnen (op 8 maart 2005). En ik herinnerde me nog heel goed, ook al had ik het niet met veel zoveel woorden gezegd, waarom ik eraan begon.

De basis van al wat ik zou schrijven, het uitgangspunt van hoochiekoochie, liep gelijk met dat van Rousseau in zijn ‘Bekentenissen’. Denk nu niet dat ik me met de grote filosoof wil vergelijken. Ik heb het slechts over zijn uitgangspunt, waarmee hij zijn opzienbarende boek begint. En in het Nederlands staat er dit:
“Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.
Enkel en alleen ik zelf. Ik ervaar mijn eigen innerlijk en ik ken de mensen. Ik ben niet gemaakt als enig ander mens die ik heb ontmoet. Ik durf zelfs te geloven dat ik niet gemaakt ben als enig ander mens ter wereld. Ook al zou ik niet beter zijn, ik ben op zijn minst anders. Of de natuur er goed of slecht aan heeft gedaan de mal te breken waarin ik gegoten ben, daarover kan men alleen oordelen als men mij gelezen heeft.”
Zijn onderneming zal door geen mens worden nagevolgd, schrijft Rousseau. En ik denk dat het waar is, ook al lijkt het niet zo. Mijn uitgangspunt is hetzelfde maar de onderneming is anders.
Plastic Ono Band(Ik ken maar een kunstenaar die even ver is gegaan in het zichzelf blootgeven en dat is John Lennon, op zijn John Lennon/Plastic Ono Band elpee, uitgebracht in 1970, dat wonderlijke jaar.)
Zelf voel ik mij nu naakt en zeer kwetsbaar, alsof ik droom dat ik opgesloten zit in een glazen ruimte. Iedereen kan mij in mijn naaktheid en kwetsbaarheid bespieden en ik kan aan geen blik ontsnappen. Maar dat is mijn ‘opdracht’ en het is niet mijn bedoeling de strijd nu op te geven. Want ik voel me behalve zwak ook sterk en vertrouw erop dat wat ik schrijf en hoe ik leef waardevol is. Ook geloof ik dat ik soms wat schoonheid voortbreng.

Het is geen gemakkelijk leven. Maar dat had ik niet eens verwacht. Ik was van bijna in het begin gewaarschuwd. Ik maak mezelf niets wijs: het wordt niet gemakkelijker, het wordt niet beter, ik bedoel voor mezelf, niet voor de anderen, want dat weet ik niet.