HET BOEK ASTRID

neerharen5 001

Boeken zou je kunnen schrijven over Astrid. Maar wat ik schrijf zijn kronieken. Of is één enkele, doorlopende kroniek, een dag-tot-dag relaas met onderbrekingen. Die onderbrekingen drukken de dagen, weken uit waarin er niets gebeurt of waarin wat gebeurt niet tot opflakkeringen of ‘oplevingen‘* van het bewustzijn leidt.

Deze kroniek heeft in 2005 de vorm aangenomen van een blog. Tot dan was de kroniek bijna altijd privé geweest, nu werd hij openbaar. Tot dan kon ik schrijven wat ik wilde over wie of wat ik wilde. Rekening houden met wat of wie dan ook was niet nodig. Dat was een mooie compensatie voor het dagelijks leven waarin ik voortdurend met alles en iedereen rekening houd, wat mij jarenlang tot passiviteit, die soms extreem was, heeft gedwongen. In mijn schrijven was ik in zekere zin vrij: ik was nergens verantwoordelijk voor. Ik kon van reële of verzonnen personages tot in de kleinste details hun slechtheid beschrijven, maar net zo goed kon ik hun vaak onbestaande schoonheid en heiligheid bezingen. Dat laatste deed ik doorgaans in wat ik ‘gedichten’ noemde. Voor de wereld buiten mij maakte het geen verschil. Tot 2005 kon ik beslissen of ik mijn kroniek – of delen ervan – al dan niet openbaar zou maken. Of uitgevers konden dat doen, in het geval ik me tot hen richtte, wat zelden gebeurde. Dat laatste waarschijnlijk omdat ik vooraf wist dat ze mij de vrijheid die ik in het schrijven bezat, als het enigszins wilde lukken, zouden afnemen door het in een leesbare vorm te gieten, of mij daar toe te dwingen.

Sinds 2005 is de kroniek een blog. Hoewel ‘blog’ een lelijk woord is ben ik sindsdien gedwongen al wat ik schrijf daar naar te richten. Het gaat om een kracht, een verlangen, waar ik geen vat op heb, om een soort van zinsverbijstering. Soms verlang ik in extreme mate naar die uitingen, naar die in zekere zin toch erg banale vorm van openbaar maken: er bestaan miljoenen blogs. Maar gaandeweg heeft de vrijheid van het schrijven, van de kroniek mij bang gemaakt. Deze openbaarheid legt mij evenzeer aan banden. Een blog is net zo goed een keurslijf als een boek uitgegeven bij een gerespecteerde of verwenste uitgever. De vorm moet niet noodzakelijk leesbaar zijn, hoewel je toch altijd, en steeds meer, gelezen wilt worden. Omdat een blog openbaar is moet je vooral rekening houden met de inhoud, met de beschrijving van je personages, met wat je het ‘reële’ zou kunnen noemen – hoewel filosofen beweren dat je het ‘reële’ het zwijgen oplegt zodra je het in een relaas onderbrengt. Het is onmogelijk om in de openbaarheid om het even wat te doen. Dat geldt ook voor het schrijven. Ik heb het niet eens over de banaliteit van het legale, maar over de ernst van de morele verantwoordelijkheid.

Zoveel woorden heb ik nodig om te zeggen dat ik er aangaande Astrid, mijn overleden ex-schoonzus, grotendeels het zwijgen moet toe doen. Een bloemrijke elegie zal nog wel worden toegestaan (zou ik mezelf toestaan). Wat ik vanuit de vrijheid die ik me nog enigszins kan voorstellen zeer betreur. Zoals ik betreur dat ik in de openbaarheid niet over mezelf kan schrijven, over mijn** vrouwen, over de vrouwen naar wie ik verlangde en verlang, over mijn vrienden, over mijn ouders, over de hele mikmak die het echte leven wordt genoemd. Het enige wat ik kan doen is van Astrid en van alle anderen een andere maken. Haar een masker opzetten, een ander lichaam geven en een andere naam. Dat zou ik kunnen doen. Zoals, bijvoorbeeld, Boris Vian deed, toen hij zich Vernon Sullivan noemde. Een van zijn onder dat pseudoniem uitgebrachte boeken draagt de titel: ‘J’irai cracher sur vos tombes’. Maar ben ik dan nog een kroniekschrijver? Is mijn tekst dan nog een relaas en ben ik dan nog een heel klein beetje vrij?

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

*Martha Nussbaum noemt het ‘upheavals’.
**Het bezittelijk voornaamwoord drukt hier uiteraard geen bezit uit.

Foto’s:

Boven: Astrid schiet Jean-Pierre in de rug.
Onder: Mijn broer en ik.