SCHOONHEID MAG!

PAULA REGO 2

Ik zag net op televisie in ‘Het uur van de wolf’ Robert Hughes over hedendaagse kunst. Bijzonder interessant, maar zo kort… Ik had uren en uren kunnen kijken, ik denk vooral door het empathische vermogen van Hughes, door zijn kracht om tot de ziel van de kunstenaar door te dringen of om – in uitzonderlijke gevallen – hem, bij afwezigheid van ziel of van streven naar schoonheid, in zijn blootje te zetten. Kijk, mensen, de keizer heeft geen kleren aan, zegt hij dan. Ik heb een uur lang instemmend zitten knikken, behalve toen het over Andy Warhol ging. Robert Hughes zelf is ook niet meer zo uitgesproken tegen Warhol als vroeger, maar hij loopt er niet hoog mee op, dat is wel duidelijk, en zeker niet met leeghoofdige epigonen als Jeff Koons, een dwaas die zich met Michelangelo durft vergelijken. Dat zou Warhol hoe dan ook nooit hebben gedaan. Warhol vergeleek zich met niemand en ‘vertelde’ ook niets over zichzelf. Hij toonde de consumentenmaatschappij waarin we leefden, met alles erop en eraan en gebruik makend van alle middelen die hij ter beschikking had. Tegelijk was Andy Warhol zelf een kunstwerk, zijn hele leven, van geboorte tot dood en verder.

Wat me echter vooral aangenaam trof in de beschouwing van Robert Hughes was zijn benadering van enigszins controversiële kunstenaars als Anselm Kiefer, Lucian Freud en Paula Rego. De aandachtige lezer van deze notities weet dat ik van de eerste twee een groot bewonderaar ben. Paula Rego was voor mij een onbekende, maar nu niet meer. Ik noem deze kunstenaars enigszins controversieel omdat ze figuratief werken en hoegenaamd niet postmodern kunnen worden genoemd. Mag je dat werk dan wel goed vinden? Ben je dan wel goed bezig? Ik zei het al: ik heb instemmend zitten knikken!
Alselm Kiefer is – dat is nu nog maar eens gebleken – de belangrijkste Europese levende kunstenaar. Zijn ‘behandeling’ van Paul Celans Todesfüge is hartverscheurend; het kunstwerk staat op dezelfde eenzame en tragische hoogte als het gedicht. Kiefer is niet alleen een poëtisch kunstenaar maar net zo goed iemand die worstelt met morele en historische (Duitse) problemen en daar tot nadenken stemmende vorm weet aan te geven. De Portugese Paula Rego, die de Portugese dictatuur heeft meegemaakt, schijnt ook zo iemand te zijn. Haar werk moet ik nog leren kennen. Ik denk dat ik er veel in zal ontdekken.
Ontroerd werd ik vooral door de beelden van de ouder wordende David Hockney, die de eenvoudige maar diepgravende blik van zijn vroeger Britse pop art nu laat rusten op Adalusische cultuurmonumenten in Cordoba en Sevilla. Het schetsboek dat hij toonde riep herinneringen op aan de zenachtige schoonheid van Matisse.
Schoonheid is een woord dat niet meer in de mode is, zei Robert Hughes. Maar waarom zou het in de mode moeten zijn? Het komt erop aan zoveel mogelijk goedheid en schoonheid ten toon te spreiden.
Afbeelding van Paula Rego, Familie.

HOE LUCINDA WILLIAMS IN MIJN LEVEN KWAM

pop,folk,popcultuur,country,patje,1992,bob dylan,michael cimino,gent,randy newman,ms,radio,invloed,schakels,mao,vinyl,new york,victoria williams,david mansfield

Niemand ‘ontdekt’ iemand zomaar vanuit zichzelf. Wie is de eerste? Wie zal het zeggen? Ooit gaf een werkgever mij een boekje getiteld ‘Waar komen de juiste ideeën vandaan?’, ontsproten aan het brein van voorzitter Mao. Ik heb het nooit gelezen, saai en taai geschreven als het was. Eén zin volstond om tientallen onvruchtbare ideeën in slecht geformuleerde frasen te laten emaneren. Met alle respect voor voorzitter Mao’s zwemcapaciteiten en de goede bedoelingen van mijn toenmalige werkgever, die overigens zelf aan de culturele revolutie had ‘deelgenomen’. (Van hem heb ik geleerd om een goede knoop te leggen.)

Wat betreft Lucinda Williams weet ik wel zeker wie mij voor de eerste keer over haar sprak, en mij zelfs een elpeehoes van haar toonde, en mij naar de erin verpakte elpee liet luisteren. Het was Guido P., alias Teddy Bear, met wie ik nu nog steeds een radioprogramma maak. Hij is dan ook niet de eerste de beste. Hij is mijn beste vriend. De plaat – toen nog op vinyl, zo oud zijn we dan ook al weer – had als titel gewoonweg ‘Lucinda Williams’ en er stonden enkele songs op die mij toen kippenvel bezorgden: ‘I Just Wanted To See You So Bad’ en ‘Am I Too Blue’. Guido P. en ik verloren elkaar daarna enkele jaren uit het oog. (Dat was in de jaren ’80 in Antwerpen. Vanwege de verveling daar verhuisden we in 1991 naar Brussel.)

In september 1992 was ik in New York. Lucinda Williams was toen uit mijn geheugen verdwenen, ik had er geen muziek van in huis. Er was wel een concert van de prettig gestoorde Victoria Williams, bij wie toen net MS was vastgesteld. Zij was de liefste vrouw van de wereld en iedereen wilde een bijdrage leveren om haar te helpen genezen. Alleen was haar concert uitverkocht. In de Village Voice zagen we dan dat er nog een zekere Lucinda Williams optrad, ook ergens in Manhattan, niet te ver van ons hotel. Ik dacht meteen aan het lied ‘Lucinda’ van Randy Newman, niet aan de plaat die mijn oude vriend me had getoond en laten beluisteren. Lucinda Williams was toen – gelukkig voor ons – nog niet beroemd: er waren nog kaartjes. Een onvergetelijk concert was dat! De engelachtige jongen David Mansfield speelde viool. David Mansfield kenden we van bij Bob Dylan. Hij speelde ook mee in ‘Heaven’s Gate’ van Michael Cimino, een van mijn favoriete films. Die avond is Lucinda Williams mijn heldin geworden. Ik weet niet welke rol zij speelt in mijn leven… De zus die ik nooit heb gehad, misschien? Met wie je tot 2 uur ’s nachts kan zitten drinken in een bar een sentimenteel doen en sigaretten roken als je al twintig jaar gestopt bent?
Te moe om dit verhaal af te maken. Er moest nog een paragraaf over Lucinda Williams in Gent volgen, maar dat is dan voor een andere keer.