BESMET (HOE NEUK JE ZONDER EEN E?)

P1000466(1)

“Deze jongeling droeg eenen blauwen kiel; maar zijn gelaat was echter fijn gesneden en toonde iets onderscheiden. Zijne oogen waren bruin en glinsterend; ja, aan zijnen hals kon men die koffiekleurige tint erkennen, die te Antwerpen aangezien wordt als het nagelaten spoor der vermenging van Spaansch en Vlaamsch.”
Hendrik Conscience, Een O te veel.

Ik twijfel er niet aan: in Lagos heeft de Nijlmuskiet me beetgehad, ik heb zijn kleine, maar giftige hap duidelijk gevoeld. Bijna onmiddellijk daarna verscheen een rode vlek op mijn linkerarm en kon ik nog maar moeilijk ademhalen. Even later leek het of ik van de wereld weg was.

Ik voelde me als een uitgeput luipaard, sprak met een Limburgs accent en om mij heen ontwaarde ik eeuwig zingende bossen. Pretty Baby, uit de film van Louis Malle, danste tot haar voeten bloedden, en jij stond toe te kijken alsof er niets aan de hand was. Ik voel me niet zo lekker, zei je. Ik wil naar Luik, nog een keer de Maas zien, en daarna eten als en paard en dan neuken; daarna kan ik er weer tegen, denk ik.

Je zei dat je een afkeer had van de letter E, maar niet van de U;  de L zette je niet op het spel (wellicht vanwege de naam van je geliefde, Lion). Gelukkig komt er geen E in ‘Luik’, zei je, dat zou lullig zijn. Waarom, vroeg ik? Vind jij het niet dwaas rond te dolen in een stad met een naam waar een hatelijke letter in voorkomt, vroeg je? Nee, zei ik, ik zou daar niet zo meteen bij stilstaan. ‘Nee’, daar komen twee E’s in, zei je, nu ga je wel ver! Zo ver dat je me niet meer wilt kussen, vroeg ik. Dat nu ook weer niet, zei je. Ik zou je wel 714 keer willen kussen, en lang. Maar zwijg me over die E en begin nu vooral niet over Eels, Eno en Ellipsen.

Maar die L zit mij dan weer dwars, zei ik. Hoezo, vroeg je? Ik vind dat ze er zo lullig uitziet, en houd jij van het woord ‘leuk’? ‘Leuk’ is heel vaag, zei je, maar het doet me wel aan neuken denken, en dat is dan weer een prettig tijdverdrijf. En ik zei toch al dat ik van U houd. En ‘vaag’ roept ‘vagina’ bij je op, vroeg ik? Je zei niets, maar knikte bevestigend. Je bent een wezen dat er wezen mag, zei ik. Het enige verschil tussen ons is dat ik wel van de E houd, en van de A natuurlijk. Gelukkig ben ik net als jij helemaal aan U verslingerd. Kuuroord, vuur, lust, kus,  kut … Mijn excuus voor dat laatste woord, ik weet niet wat mij de laatste dagen bezielt. Je moet je niet schamen, zei je, in ‘Luik’ komt ook een U voor. En in ‘neuken’ dus.

(Erg logisch waren onze bedenkingen niet. Om maar een voorbeeld te geven: hoe neuk je zonder een E?)

Nu iets helemaal anders, zei ik, ken je dat verhaal van Hendrik Conscience, ‘Een O te veel’? Nee, zei je, vergeef me die twee E’s, nee, ik ken het niet. Waar gaat het over? Ik herinner mij alleen de titel, zei ik. ‘De Loteling’ herinner ik me wel nog, en ‘Lolita’, maar dat boek is niet van Conscience, ook al komen er veel klinkers in de titel voor. Zoals in ‘L’histoire d’O’, zei je. Nu ga jij te ver, zei ik. Laten we liever maar wat langdurig kussen.

Helaas ontwaakte ik op dat ogenblik uit mijn koortsachtige slaap. Opeens verlangde ik heel sterk naar huis. Ik had genoeg van Lagos, lagunes, overvloedig licht, zachte lucht en sardines. Ik wilde in de kille regen lopen en een droevig liedje zingen. En wat leugens vertellen aan niemand in het bijzonder.

Ω

Afbeelding: Mathieu, Martin Pulaski, 2010.

TAAL, SEKS EN APOCALYPS

DSC_0315

Ik houd niet van ‘seks’, ‘neuken’, ‘lul’, ‘kut’ en dergelijke woorden. Ik vind ze lelijk en gebruik ze in mijn teksten zo weinig mogelijk, hoewel ik graag erotische taferelen beschrijf (maar het veel te weinig doe, waarschijnlijk als gevolg van de afkeer van dat seksuele vocabularium). Toch, ondanks mijn weerzin, ben ik soms in zekere zin genoodzaakt om sommige van deze woorden te hanteren in een tekst. Bijvoorbeeld een paar dagen geleden in de korte poëtische schets, met als titel ‘Verstrooiing’. Ik had het woord daar nodig om de banaliteit van die handeling uit te drukken, en meer nog om de sereniteit van het geschrevene stuk te slaan, als kostbaar porselein met een zware hamer. Het was bijvoorbeeld niet mogelijk om de uitdrukking ‘de liefde bedrijven’ te gebruiken. Dat zou belachelijk zijn geweest.

Waarom geef ik nu deze uitleg? Waarschijnlijk omdat ik er gisteravond aan heb zitten denken toen ik zat te kijken naar die vreselijke film van Michael Haneke, Le temps du loup, waarin een man een vrouw brutaal en met een grote onverschilligheid ‘neemt’, ’s nachts in de hal van een station vol ‘verstrooide’ mensen die er slapen of wakker liggen van de honger, de dorst of een andere kwelling.

Ik bedoel met ‘vreselijke film’ niet dat hij slecht gemaakt is, integendeel. Met het woord ‘vreselijk’ verwijs ik naar de inhoud. De film beschrijft een apocalyptische wereld waar geen morele wet meer bestaat en men doet waar men zin in heeft. De sterkste of degene met de krachtigste wapens geeft de bevelen, de zwakkeren gehoorzamen, zoals paarden, schapen en geiten. De vorm van de film is even vreselijk, doordat hij geen identificatie met een van de personages toestaat, tenzij helemaal op het einde. Tijdens het bekijken van die apocalyptische film (apocalyps=ontsluiering) bedacht ik heel even dat het goed was dat ik het woord ‘neuken’ gebruikt heb in mijn ‘poëtisch’ commentaar bij enkele regels uit Genesis.

Foto: Wenen, Martin Pulaski