MET HET OOG OP VORST, BRUSSEL, BELGIË

IMG_9928.JPG

Je vroeg me hoe het met me gaat. Als ik door het raam van mijn werkkamer kijk zie ik rechts van me Altitude 100, in Vorst. Vorst… Nog niet zo lang geleden dacht ik bij de naam van die Brusselse deelgemeente onwillekeurig aan onvergetelijke concerten: the Who, Bob Marley & the Wailers, Neil Young, Talking Heads, Bob Dylan. Nu echter ziet mijn geestesoog meteen een beeld van zwaar bewapende en gemaskerde soldaten op een dak, het geweer in de aanslag. Shoot To Kill. Wie had dit tien, vijf jaar geleden kunnen denken? Zelfs vorig jaar, na de aanslag op Charlie Hebdo? Wat is er met België, met Brussel gebeurd? What’s happening, brother? What’s going on? Ik hoor de stem van Marvin Gaye, maar vandaag biedt ze geen troost.

Een soort van ‘vaderlandse trots’ – waarmee ik iets helemaal anders dan nationalisme bedoel – is in dit land haast ondenkbaar geworden. Je land is verbrokkeld, versplinterd, zijn inwoners zijn wanhopig, onverschillig, lethargisch. Of zo lijkt het toch vaak. Gelooft nog iemand dat de diversiteit, de schat aan invloeden van bevolkingsgroepen die ons uit de vier windstreken tegemoet komen, onze gemeenschappelijke cultuur zou kunnen verrijken? Nochtans hebben wij zo’n mooie leuze: eendracht maakt macht / l’union fait la force. Hoewel ik ‘macht’ liever zou vervangen door ‘solidariteit’ of ‘democratie’. Gelooft iemand nog in die eendracht? Ik heb niet de indruk. Jarenlang hebben zowel Vlaamse nationalisten als Franstalige taalpuristen het streven naar een gemeenschappelijke culturele identiteit tegengewerkt. Ze hebben er alles voor gedaan om dat ‘eenheidsideaal’ te bestrijden, belachelijk te maken. Het werd ouderwets, voorbijgestreefd, inefficiënt genoemd. Een kleine groep fanatici van ‘nationalisten’ heeft hard (of is het ‘noest’?) gewerkt. Hun aanhoudende strijd voor een eigen volk, een eigen stuk grond heeft resultaten geboekt. Egoïsme en haat zijn aanstekelijk. Kortzichtigheid is van alle tijden. Het ziet er werkelijk naar uit dat het separatisme, de ideologie van het ‘eigen volk eerst’, het heeft gehaald. Een ideologie die de richting ingeslagen is van een almaar grotere verschraling, op elk gebied. Verwarring, domheid, platheid, vijandigheid, intolerantie steken overal de kop op, meest van al op televisie en in de fora. Alles wat uit de band springt wordt met argusogen bekeken. Het ‘andere’ en ‘de vreemdeling’ worden verafschuwd. De ‘vluchteling’ wordt gevreesd, opgesloten, bestolen.

De Belgische identiteit is een niet te verwezenlijken utopie geworden. ‘Schone kunsten’ zijn er voor een elite. Voor de massa is er VTM en RTL en erger. Voor het Vlaamse volk is er ‘Het Laatste Nieuws’ en moord en doodslag; de schone zielen dromen weg bij de culturele en culinaire bijlagen van de ‘kwaliteitskranten’. Bijna iedereen vindt het normaal dat we in aparte werelden leven.
België heeft geen eigen gezicht. Pralines, wafels, chocolade, wielrenners, Rode Duivels, taalstrijd en nu jihadi’s. Veel meer weten buitenlanders over ons niet. Nee, van België is niets terechtgekomen.
Wat nu gedaan?

En Brussel? Brussel, hoofdstad van dit land en van Europa, wordt vooral door zowat iedereen gehaat. Het is een olievlek, zeggen de mensen. Een oord des verderfs. Misdaad en terrorisme tieren er welig. Het nieuwe onkruid. De Vlamingen zijn bang voor Brussel en de Walen voelen zich er niet thuis. Iedereen die het zich kan veroorloven vertrekt naar de rand of verder. Dat proces is al lang aan de gang. Vanaf de jaren zeventig zijn hele wijken leeg komen te staan. Daar kregen gangsters, afpersers, corrupte politici en politiecommissarissen vrij spel. Daar maakte eendracht wel macht. Daar bevond zich de val voor immigranten die nergens anders welkom waren. Daar ontstonden de getto’s. Terwijl andere Europese steden, denk aan Kopenhagen, Stockholm, Amsterdam, Berlijn, zich vernieuwden, open en speelse plekken werden, werd Brussel een – bewust gecreëerde – ruïne. Met de Grote Markt, de Zavel en de Louizalaan voor de toeristen en de Dansaertstraat voor de vooruitstrevende shoppers. Ach, ach, ach.

En nu kijk ik door het raam en zie daar Altitude 100 in de mist liggen. De terreur van het geld, van de bankiers en van de onverschilligheid zal niet blijven duren. Over tien jaar is ook Brussel een welvarende, speelse en innovatieve stad. Ik geloof dat echt. Ik zie het in de cafés waar jonge mensen zitten te praten en na te denken en plannen te smeden. Revolutie, de vreedzame variant, hangt op zulke plekken in de lucht. Daar geloof ik in. Maar België? Dat weet ik werkelijk niet.

[Uiteraard komt hier nog een vervolg op. Het leven in de hoofdstad is niet alleen maar kommer en kwel. De innovatie is al volop bezig. Er worden bewonderenswaardige initiatieven genomen. Meestal gaan die van individuen en kleine groepjes uit. Jammer genoeg krijgen zulke projecten te weinig aandacht. En het gaat ook traag. Op de tijd die uitgetrokken wordt om de Anspachlaan te verfraaien wordt in China een nieuwe miljoenenstad gebouwd.]

IMG_9957.JPG

Foto’s: Martin Pulaski, Vorst, 2014.

 

DE VAAS VAN DE JEPANTSJINS

dostojewski.jpg

“En niet wij alleen, maar heel Europa staat verbaasd over onze Russische hartstocht; als iemand zich bij ons tot het katholicisme bekeert, dan wordt hij meteen jezuïet, en van het fanatiekste soort; als hij atheïst wordt, dan eist hij meteen dat het geloof in God met geweld wordt uitgeroeid, dat wil dus zeggen, met het zwaard! Waarom is dat, waarom meteen zo extreem? Weet u dat niet? Dat is omdat hij een vaderland heeft gevonden, dat hij hier heeft gemist, en waar hij dolblij mee is; hij heeft een oever, land gevonden en valt op zijn knieën om dat te kussen! Onze Russische atheïsten en Russische jezuïeten komen niet alleen maar uit ijdelheid, niet allen uit smerige ijdele gevoelens voort, maar uit geestelijke pijn, geestelijke dorst, uit het verlangen naar een hogere zaak, naar een vaste oever, een vaderland, waarin wij opgehouden zijn te geloven omdat we die nooit gekend hebben!”*

Dit fragment is terug te vinden in de nieuwe vertaling door Arthur Langeveld van Dostojewski’s meesterwerk, ‘De idioot’.

Het is de idioot zelf, vorst Lev Nikolajevitsj Mysjkin, die deze woorden uitspreekt. Dat gebeurt op een avondje bij de Jepantsjins, een bijzonder moment in de roman. Voor het eerst vertoeft de vorst in het gezelschap van gelijken (adel, hogere klasse), gezelschap dat hij in een soort verblinding, of is het naïviteit, voor moreel hoogstaand, ‘honderd karaats goud’ aanziet, maar dat in de ogen van de verteller niet veel meer is dan een stelletje vermolmde hypocrieten. De vorst richt zich tot deze ‘notabelen’ alsof hij bezeten is, alsof de geest in hem is neergedaald. Mysjkin, die niet eens goed Russisch kent, opgevoed als hij is in een sanatorium in Zwitserland, neemt het op voor de échte Russen en het orthodoxe christendom, dat niet de haat en het geweld predikt, maar de liefde en tegen de Russen die op fanatieke wijze het katholicisme en het atheïsme omarmen, omdat ze zich in hun vaderland niet thuis voelen. De koortsige redevoering is een pleidooi voor de ware Russische ziel. Of voor wat Mysjkin en met hem Dostojewski als de ware Russische ziel beschouwde. Een discussie wordt er eigenlijk niet gevoerd. Daar is het gezelschap niet toe in staat. Bovendien stoot Mysjkin een waardevolle Chinese vaas om, én krijgt hij een epileptische aanval.

Je zou vorst Lev Nikolajevitsj Mysjkin een verwarde nationalist kunnen noemen. Een beetje bizar: hij heeft zelf de voeling met Rusland verloren maar valt bijna in zwijm voor wat hij als de ziel ervan beschouwt en voor de orthodoxe kerk – en van daaruit valt hij andere Russen aan, die zich vervreemd voelen van hun land, van hun gemeenschap en hun geloof en nihilisten, atheïsten en jezuïeten worden.

[Op facebook had ik een fijne discussie over deze passage met Marc Schepers. Hem deed ze aan Andrej Roebljov denken, gezien door de ogen van de grote Russische regisseur Andrej Tarkovski. En dat zal wel kloppen, want het gaat bij Mysjkin om hetzelfde ‘zuivere’ geloof als bij de iconenschilder.]

Andrej_Rublëv_001.jpg

Wat mij in dit hoofdstuk nog meer trof dan het pleidooi voor de Russische ziel was de geschiedenis van de Chinese vaas. De vorst vreest al een dag en een nacht dat hij die zal breken. Als hij dan uiteindelijk bij de Jepantsjins op visite gaat, zoekt hij een plaats zo ver mogelijk weg van die vaas. In het vuur van zijn vertoog, die openbaring dus, komt hij dichter en dichter bij de vaas en uiteindelijk gebeurt datgene wat hij zo vreesde en tot elke prijs wilde vermijden: hij stoot het kostbare voorwerp om en het valt in honderd scherven uiteen. Hoe idioot!

Ω

*Dostojewski, De idioot. Verzamelde Werken VI, vierde deel, hoofdstuk VII, 588-589.

Afbeeldingen: Dostojewski; Andrej Roebljov, Icoon van de Heilige Drie-Eenheid.

TEGEN ATTILA EN REGINA: EEN DISCUSSIE

1900 (1).png

Eergisteren, 22 mei, werd het leugenachtig gedoe van de kopstukken van de NVA me echt te veel. BDW had net verklaard dat hij wel premier wilde worden als het toch niet anders kon (ik citeer niet letterlijk). Bovendien werd ik misselijk van de bijna voortdurende aanwezigheid van die twee politici in de media. Voor een keer vond ik dat ik die woede en verontwaardiging openbaar moest maken. Altijd maar zwijgen is nergens goed voor, dacht ik. En dat denk ik nog altijd. Ik wil niet zelfgenoegzaam klinken, maar ben tevreden – over mijn harde woorden en over alle reacties die ze hebben uitgelokt, zowel de positieve als de negatieve. Omdat deze discussie in mijn ogen de vluchtigheid van een dag overstijgt wil ik ze bewaren op mijn blog. Hieronder vind je elk woord van mijn ‘oprisping’ op facebook, met alle reacties erbij, zonder enige wijziging.

Wat ik ook opensla, wat ik ook aanzet, om het even welk medium of sociaal netwerk ik raadpleeg, waar ik ook om mij heen kijk in dit bastaardland zie ik die twee leugenachtige boeventronies en hoor ik hun lelijke, valse, bedrieglijke, haat verspreidende stemmen. Wat word ik er misselijk van en wat word ik misselijk van al die goedmenende mensen, werknemers, werklozen, zieken, et cetera die niet misselijk worden van dit duo, die het zelfs toejuichen, die er hun zondagse kleren voor aantrekken en hun dure maar wanstaltige vlaggen voor hijsen. Van ondernemers die onze ‘eigen’ Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen word ik niet misselijk. Bedriegen en uitbuiten zit hen in het bloed: niets verbazingwekkends, niets tegennatuurlijks. Maar de anderen, degenen met wie ik me verwant zou kunnen voelen? Waar blijft jullie verontwaardiging, jullie woede, jullie razernij? Ja, waar blijft jullie strijdvaardigheid?

Het is waar: er bestaat geen groter kwaad dan domheid.

Ω

Marc Tiefenthal: Rustig, Martin Pulaski, zo’n vaart zal het niet krijgen. Volgens mij bestaat er een kans dat na de verkiezingen de pezewever de degens zou kunnen kruisen met dat addergebroed van een boef, het vleesgeworden cynisme genaamd Didier Reynders. En dan krijgt de pezewever toch wel alle hoeken van de Kamer te zien tot hij – opnieuw – uitgeteld in de koorden hangt. Ik maak me niet druk, ik vertrek volgende week op reis. Van mij dus geen woede, laat staan razernij noch strijdvaardigheid tegenover deze domheid. Voor een keer dan dat geboefte van een Reynders misschien toch nog iets betekenen.

Roen Hetzwoen: Beste pollentiekers, ik beloof jullie ook iets: allemaal een mot op ulder bakkes.

Jelena Lena: Onwil tot wetendheid.

Roen Hetzwoen: Echt waar, daar wordt ge nu toch gewoon ONNOZEL van zeg: allemaal die onnozele faits divers, het ene nog absurder dan het andere, die tegenwoordig rond je oren vliegen. Ik krijg gwn al schrik van fb nog maar aan te floepen. En dat allemaal door die gore maffia bende, want ik noem den ene (reynders) niet beter dan den andere (dewever): allemaal harteloos krapuul is het. Nu is het weer de Keizer van Oostende die de Groenen weer eens gaat proberen te naaien. En die groene rakkers, ocharme, die gaan weer zo onnozel zijn om zich te laten naaien en zullen er dan de volgende keren wéér de rekening voor gepresenteerd krijgen… manmanman….

Roen Hetzwoen: …ne mens krijgt zowaar heimwee naar de tijd toen alles stevig verzuild was; toen het leven nog simpel was…

Eddie Janssens: Waarlijk, wat gij hebt gezegd, Matti.

Zels Yvo: Zonde van al dat weggesmeten campagnegeld…Dat had op zijn minst een nuttige bestemming kunnen krijgen.

Lut Pauwels: Zondag kan ik mijn woede ventileren.

Peter Cnop: Vanochtend kreeg ik door een vergissing dan nog Het Laatste Nieuws ipv mijn krant in de bus, en dan besef je, dat je er niet bij hoort, dat je vroeg of laat niet ontsnapt. Wat je ook doet

Pascal Cornet: Wat een vreselijke fout van uw facteur, Peter

Niven Brazent: Misschien was het helemaal geen fout, het is niet omdat Peter paranoïde is dat er geen planning zat achter die ‘fout’.

Dominique Claerbout: Ben thuis van dinsdag… heb verleden week een hartinfarct gehad… De dokter raadt me een leven aan zonder stress, zonder woede, zonder verontwaardiging, ik vrees dat ik het niet kan… Ik ben niet de Dalai Lama… Bewuste mensen zijn overgevoelig en hebben een brandend hart, niets aan te verhelpen… Ik probeer de verkiezingen dit jaar aan mij voorbij te laten gaan, wat niet wegneemt dat ik een anti-stem zal uitbrengen tegen de ganse rotte boel… Ik troost me met de gedachte dat ik niet alleen ben, er zijn soortgenoten…. De grote politieke solidariteit van de jaren zeventig blijkt een uitgestorven dinosaurus te zijn… Alleen grote denkers, filosofen en kunstenaars en wetenschappers zouden beweging in het verkeerd draaiende wiel kunnen brengen, maar voorlopig is niemand blijkbaar bereid om in het vuur te springen…. Misschien moeten er eerst nog wat figuurlijke bommen ontploffen, wie weet…

Dominique Claerbout: De algemene domheid is inderdaad een reëel kwaad…

Anne Marie De Decker: Matti, alle ondernemers als bedriegers en uitbuiters bestempelen …? Wie zijn wij wiens luxe gebaseerd is op de slavernij in de lageloonlanden? Het is goed in eigen hart te kijken

Slavery Footprint

slaveryfootprint.org

How many slaves work for you? There are 27 million slaves in the world today. Many of them contribute to the supply chains that end up in the products we use every day. Find out how many slaves work for you, and take action.

 

Niven Brazent: Eindelijk iemand die domheid niet met de totale afwezigheid van denken bestrijdt in deze post. Bedankt om een einde te maken aan de zelfgenoegzame masturbatie in deze thread, Anne Marie De Decker, je hebt voor de komende vijftien seconden mijn geloof in de mogelijke goedheid van de mens hersteld (geen ironie).

Martin Pulaski: Mijn excuses aan alle ondernemers die geen nationalistische partijen steunen. Deze hardwerkende mensen hebben mijn diepste sympathie. Ik koop veel liever een brood bij de bakker dan in een supermarkt en een boek in een boekwinkel dan in een keten. Ik had het specifiek over “ondernemers die onze ‘eigen’ Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen”, grote bedrijven dus, die op ongeveer op dezelfde manier handelen als destijds Krupp en Siemens et cetera. Maar ik weet dat ik dit nationaalsocialisme niet mag vergelijken met dat van vroeger. Dat is een verkeerde manier van denken.

Gelieve dus rekening te houden met deze nuancering die in mijn woedeaanval-boodschap misschien onvoldoende duidelijk uit de verf is gekomen. En om heel duidelijk te zijn: ik ben helemaal geen communist, eerder een groene links-liberaal. Zondag ga ik groen stemmen en federaal zeer waarschijnlijk rood, maar dat is dan wel met veel tegenzin. Gelukkig kan ik in Brussel op vier lijsten stemmen.

Martin Pulaski: Dus, Anne Marie, ik heb het helemaal niet over alle ondernemers, maar over een kleine, specifieke groep. Er staat overigens geen komma na ‘ondernemers’.

Marc Tiefenthal: Krupp en Siemens, Volkswagen en consoorten. De grote jongens, kortom. De concerns ook. De kapitalisten kortom. Die teren eerder dan werken.

Anne Marie De Decker: Beste Matti, ik weet (hoop) dat je woorden harder zijn dan datgene wat je bedoelt. Maar ik lees in je post ook een beoordeling over de ‘andere’ kiezer, en die beoordeling is zonder enige nuance ‘dom’. Ik ben geen nationalist, N-VA of VB kiezer maar ik zou mezelf hypocriet en pretentieus noemen in geval ik de andere kiezer integraal en zonder onderscheid zou bestempelen als dom. Waarom? Omdat ik dan tegelijk besef dat mijn luxe grotendeels is gebaseerd op de miserie van anderen en ik daar veel meer kan aan doen dan wat ik nu doe. Niet door enkel op GROEN te stemmen maar door een deel van die luxe op te geven en door consequent eerlijke producten te kopen en door een deel van m’n geld te delen met anderen. Daarom, het is goed in eigen hart te kijken.  Liefs.

Niven Brazent: Het zou ontroerend zijn als het niet zo tragisch was hoe goed sommigen blijken te weten wie de goeden, en wie de slechten zijn. Wie de ‘kapitalisten’ zijn en wie de ‘slachtoffers van het kapitalisme’. Om bij een heel concreet voorbeeld te blijven: waar moet ik een boek kopen? Ik heb weet van een kleine ondernemer, zo’n “goede”, die er altijd weer in slaagt om de pers te halen (zonder dat zijn credentials ooit gecheckt zijn), die door geen enkele collega ernstige ‘goede’ onafhankelijke boekhandelaar au sérieux wordt genomen (onder elkaar noemen ze hem ‘de fantast’) en evenmin door al wie ooit op zijn loonlijst heeft gestaan (kleine kapitalisten en onderdrukte loontrekkenden zullen het roerend eens zijn als dat onderwerp wordt aangesneden), maar die er telkens weer in slaagt om onwetenden te laten geloven dat hij het alternatief is tegen het wildkapitalisme in de sector. Mij heeft hij het bv ooit proberen te lappen me een paar boeken te verkopen aan het drievoudige van de prijs waaraan hij ze een week eerder nog in zijn etalage had staan (zijn laatste exemplaren in zijn kelder). Daarom koop ik nooit bij hem, maar wel zonder scrupules bij de Fnac, bij de grootkapitalisten, de echte slechteriken: alle loontrekkende slaven op de boekenafdeling zijn er competent, geëngageerd, enthousiast en behulpzaam. Hun kennis is veel breder dan die van die witte ridder die altijd in de krant staat. De dienstverlening is er goed, het assortiment breed. Ik wil niet dat deze mensen ontslagen worden omdat de grootkapitalist boven hun hoofden ‘niet deugt’. Ook hun job is belangrijk. Omdat we tegen het kwaad van de domheid zijn.

Anne Marie De Decker: Niven Brazent, dankjewel (welgemeend!) voor deze bijkomende visie. Veralgemenen is dus nooit goed. Het voordeel van multinationals is dan weer dat de mogelijkheid om toezicht + controle te houden op de werkomstandigheden groter is dan bij kleine ondernemers (wat dan weer niet wil zeggen …).

Martin Pulaski: Mijn woorden zijn niet harder dan hoe ze er staan. Woede en walging kunnen een mens parten spelen. Maar ik wil me niet verontschuldigen. Wat er staat is gemeend. Alleen te weinig genuanceerd, wellicht. Voorts zou ik nooit durven zeggen wie de goeden en wie de slechten zijn, toch zeker niet in absolute zin. Zelf hoor ik alvast niet bij de goeden. Maar in sommige gevallen besef ik wel wie bedriegers zijn, zeker als ze het keer op keer doen. En net als Wilhelm Reich vind ik het dom (of van onwetendheid en perversie getuigend) dat mensen een stem uitbrengen voor precies degenen die hen tegen hun belangen in willen gaan besturen. Het spijt me zeer dat ik dat dom vind. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat ik zelf vrij ben van domheid. Je hebt mensen die anderen dom noemen omdat ze denken op die manier als intelligent gepercipieerd te worden. Zo ben ik zeker niet, omdat ik volstrekt onbewust leef en nooit enig effect wil bereiken. Maar wat voor zin heeft deze hele confessie?

Liesbeth Lemmens: Omdat je het zo goed verwoord hebt, mag ik het sharen op mijn wall?

Martin Pulaski: Alles mag, Liesbeth… Maar er staat wel duidelijk ‘ondernemers die…’ en niet ‘ondernemers, die…’.

Niven Brazent: De intrigerende vraag hoe het mogelijk is dat mensen in volle overtuiging hun stem uitbrengen op wie niet het beste met hen voorheeft, werd zaterdag jl behandeld door Patrick Loobuyck in De Standaard.

Martin Pulaski: Ja, het is een oude kwestie (ook behandeld in ‘l’Anti-Oedipe’ van Deleuze en Guattari).

Liesbeth Lemmens: Ik ken het verschil tussen met of zonder komma.

Martin Pulaski: Daar twijfel ik niet aan Liesbeth!

Hardy P.Paul: Ik ben er niet voor dat op sociale media mensen het nodig vinden hun politieke en filosofische overtuigingen menen wereldkundig te moeten maken. Vrienden van vroeger kunnen door omstandigheden en ervaringen, vanuit eenzelfde overtuiging groeien naar overtuigingen die haaks op elkaar staan. Moeten zij die niet akkoord zijn met wat er geschreven wordt zich stil houden in naam van die “oude” vriendschap of toch maar reageren met het gevaar dat zij verdoemd worden via tal van reacties? Ik blijf erbij, ik ben er niet voor dat men op sociale media…

Luc de Lange: Ik doe het ook niet maar vind het wel moedig van mensen die ’t wèl doen èn het nog goed kunnen verwoorden ook.

Martin Pulaski: Rousseau begint zijn ‘Bekentenissen’ als volgt: Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.” Dat was ook mijn intentie toen ik in maart 2005 aan mijn blog (hoochiekoochie) begon, wat uiteraard van in het begin al tot mislukken gedoemd was, want om te beginnen moet je er al zorg voor dragen dat je mensen die je dierbaar zijn niet kwetst. Desondanks heb ik dat project en de intentie niet opgegeven. Op facebook is dat niet erg verschillend: een mens laten zien zoals hij werkelijk is. In mijn geval is dat vaak – veel meer dan me lief is – er het zwijgen toe doen en de muziek laten spreken. Maar soms zeg ik eens wat en dan krijgen we iets zoals hierboven staat.

Het is mijn wens dat mensen op sociale netwerken of waar dan ook hun politieke en filosofische overtuigingen wel wereldkundig zouden maken. Duidelijkheid en openheid zijn goede zaken. Waarom zou je zwijgen over wat zo belangrijk voor je is? Uit angst om vrienden, kennissen te verliezen? Ik denk dat die kans groter is door niet open te zijn en niet open te staan, door je niet te tonen als de mens die je bent.

Ik zal nooit vriendschap sluiten met neo-nazi’s of fascisten, maar al wie democratisch is is voor mij een potentiële vriend om kameraad, los van zijn of haar politieke of filosofische overtuigingen. Het is toch mooi om van ‘mening’ te verschillen en daarover te discussiëren. Niemand heeft de absolute waarheid in pacht. Je leert elke dag bij, zeker van andere mensen, met andere overtuigingen dan de jouwe. Anne Marie hierboven, die vindt dat ik ongenuanceerd denk, is een goede vriendin voor mij (ik hoop dat het nog steeds wederzijds is). Hardy P.Paul, ikbegrijp dat mensen op alle mogelijke manieren uit elkaar kunnen groeien. Maar moet je daarom zwijgen? Ik betwijfel dat. Zeker niet als het over fundamentele dingen gaat.

En wat ik nog een keer wens te herhalen. Ik heb geschreven: er bestaat geen groter kwaad dan domheid. Ben ik daarom intelligent? Ik dacht van niet. Ik geloof niet in perfectie, zuiverheid en zeker niet in het absoluut goede.

Marc Tiefenthal: Oké, maar het gemiddeld denken dat te snel gaat en dat denkt: hij is tegen domheid dus zal hij wel wijs of slim of intelligent zijn of zo. Hoezo? Hallo.

Martin Pulaski: Ja, we trekken vaak veel te snel conclusies, wellicht omdat we uitspraken niet in hun geheel met alle implicaties tot ons laten doordringen. Wellicht doen we dat zelfs niet als we ze neerschrijven.

Marc Tiefenthal: Daarom af en toe een kwinkslag, Martin Pulaski, dat relativeert behoorlijk en zet een mens aan het denken. De ondergravende functie van humor in dictatoriale tijden.

Martin Pulaski: Met een voorkeur voor galgenhumor, humour noir…

Marc Tiefenthal: Niet bepaald. Mag van alle kleuren zijn.

Martin Pulaski: Ja, natuurlijk, andere kleuren ook, zoals die van ‘Singing In The Rain’.

Marc Tiefenthal: Want dansen helpt zeker ook, behalve in Iran.

Martin Pulaski: Ja, ja, en flauwe woordspelingen.

Marc Tiefenthal: Het is inderdaad niet mogelijk elke dag even sterke, zwaar gebalde woorspelingen uit te vinden. Maar het loont soms de moeite.

Anne Marie De Decker: Matti, zeker en vast ben je voor mij nog steeds een meer dan bijzondere hele goede vriend. Sta me wel toe om te zeggen dat ik een gesprek prefereer boven sociale media vooral over onderwerpen die toch wel emoties losmaken. De lichaamstaal, intonatie, … die ermee gepaard gaan zijn voor mij een onmisbare aanvulling. Ik lees te diagonaal, dat kan ook, en reageer dan zeer waarschijnlijk ook heel diagonaal. Liefs.

Jorien Hamers: Spot on Martin Pulaski….Ik voel het ook zo…Mijn maag draait….XXX

woede, verontwaardiging, misselijkheid, subjectiviteit, discussie, nuances, politiek, media, leugens, bedrog, ondernemers, humor, stemmen, stemgedrag, onwetenheid, domheid, et cetera

Foto’s uit ‘1900’ van Bernardo Bertolucci.

RETORICA EN UTOPIE

Hitler-Youth-Nuremberg-Rally-1935.jpg

“Neem het me niet kwalijk dat ik dat zo zeg, maar jullie declamatoren zijn de hoofdschuldigen die de welsprekendheid bedorven hebben. Door met jullie zweverige klankorgieën allerlei drogbeelden voor te toveren, hebben jullie gemaakt dat het levende organisme van de taal ontkracht werd en afstierf.”*

Petronius, Satyricon.

Deze gezwollen stijl vind ik in onze tijd terug in de Vlaamse letteren (er zijn uitzonderingen, zoals dat altijd het geval is) en veel meer nog in de politieke retorica, vooral in die van de Vlaamse en andere nationalisten. Kenmerken voor nationalistische utopieën is dat ze tegelijk simplistisch en hoogdravend zijn. Een ander belangrijk element, even hoogdravend en zweverig, want nergens op gegrond, is de negativiteit. Alles wat niet tot de enge wereld van de nationalisten behoort, wat niet in hun wereldvreemde schema’s past, is problematisch, storend, is ronduit slecht.

Paul De Grauwe, toch een gerenommeerde econoom, en niet bepaald links, toont in een onderzoek aan dat Vlaanderen er ondanks zes staatshervormingen en massa’s meer ‘bevoegdheden’ economisch en bijgevolg ook sociaal op achteruit gaat. In zekere zin rechtevenredig met die ingewikkelde hervormingen, zo ingewikkeld dat geen mens er nog zijn weg in vindt, zeker niet een buitenlander die gewoon was met België handel te drijven. Iemand die ervan overtuigd was dat bijvoorbeeld bier een uitstekend Belgisch product was en nu moet proberen te begrijpen dat er helemaal geen Belgisch product bestaat, dat het om Vlaams bier gaat. Hij moet ook begrijpen dat de Belgische luchthaven Brussel-Nationaal heet en niet anders. Zodra hij per trein Brussel verlaat, op weg naar Antwerpen of Gent, moet hij Vlaams verstaan (Nederlands wordt hier al lang niet meer gesproken); met Engels, Frans of Spaans komt hij nergens. Deze twee eenvoudige voorbeelden maken meteen duidelijk waarom het niet goed gaat met de Vlaamse economie, of niet soms?

Het antwoord van de Vlaamse nationalisten op de vragen die het onderzoek van Paul De Grauwe stelt is zoals te voorzien en te verwachten was: de zes vorige staatshervormingen waren niets waard, ze gingen niet ver genoeg. De volgende staatshervorming, die fundamenteel moet zijn (hoewel ze dat woord uiteraard vermijden), zal de oplossing brengen. De nationalisten zullen daar voor zorgen. Eens die definitieve, radicale, revolutionaire en fundamentele oplossing er is gaat alles goed in Vlaanderen. Alle bedrijven zullen floreren, aan de werkloosheid komt een einde, elke Vlaming kan naar hartenlust beleggen via betrouwbare, transparante banken, de cultuur bloeit als nooit tevoren omdat vanaf nu de volkseigen traditie niet langer wordt verloochend en door het volk aanbeden iconen aan jongeren het voorbeeld geven, iedereen zal zes dagen per week een tiental uur werken en tevreden zijn met zijn salaris, voldoende om datgene te consumeren wat de florerende bedrijven hem tegen een spotprijs aanbieden. Wie toch eens over de schreef gaat en bijvoorbeeld een kersenpit op straat uitspuwt of een broodje aan een bedelaar geeft (hoewel die er niet meer zullen zijn) betaalt met een glimlach zijn GAS-boete.
Ik was bij geen van beide spektakels, maar wat ik las over het nieuwjaarsfeest van de Vlaams-nationalisten in Flanders Expo doet me enigszins denken aan beelden die ik zag van een congres van de nazipartij in Neurenberg in 1934. De bejubelde en verguisde regisseur Leni Riefenstahl maakte er het angstaanjagende meesterwerk, ‘Triumph des Willens’ van. Naar mijn weten heeft de NVA voorlopig nog niet zo’n getalenteerde regisseur in dienst, maar de partij heeft alvast veel steun in de Vlaamse media, vooral bij mediafiguren die bang zijn hun baantje te verliezen of hopen na de verkiezingen van dit jaar eindelijk tot de top door te dringen. Net zoals de nationaal-socialisten destijds in Duitsland worden de rechtsliberale nationalisten in ons land volop gesteund door grote bedrijven. Dit mag echter niet geschreven worden, er mogen geen vergelijkingen gemaakt worden met de jaren twintig en dertig, met de opkomst van het nazisme, dat wordt reductio ad hitlerum genoemd, een drogreden zegt men, dat mag niet. Waarom zou het niet mogen? Het is immers geen drogreden, de overeenkomsten zijn overduidelijk.

IMG_3965.JPG

Noem hen ‘Empire’ – in navolging van J.M. Coetzee, Antonio Negri en Michael Hardt – of de één procent, noem hen de grote globale bedrijven, de bankiers, et cetera…, zij zijn het die ons, arbeiders, burgers, werkers, werklozen, zieken, gepensioneerden, studenten, jongeren, uitzuigen, die ons uitpersen, die onze arbeid stelen (of hem tot slaven- en kinderarbeid herleiden), die ons onze rechten afnemen, onze al zo onaanzienlijke macht, die profiteren van onze kracht tot er niets meer van overblijft. Voor de macht, voor de winst, voor de absurde triomf van het geld, die eigenlijk de triomf van de dood is.
Niet meer dan logisch dat ze dat willen blijven doen en dat ze daarom een partij steunen die zelf niets wil dan macht en een tamme, lamme, blind berustende massa. Wat echter onbegrijpelijk is, en almaar onbegrijpelijker wordt is dat wij, als massa, als enkelingen, nog niet helemaal lam en blind en machteloos, dat goedkeuren, dat velen onder ons binnenkort zelfs hun stem gaan uitbrengen voor een partij die ons alles af wil nemen. Hebben wij dan zoveel te verliezen? Zijn we dan zo bang? Staat er voor ons zoveel op het spel? Is onze verbeelding zo erg aan banden gelegd dat we niet meer in staat zijn om een reële utopie te ontwerpen, een utopie die niet alleen maar in dromen mogelijk is, maar in het dagelijks leven kan gedijen. Ik denk dat het mogelijk is. Het moet mogelijk zijn.

*Petronius, of liever het personage Encolpius, stelt die gezwollen stijl aan de kaak in precies dezeflde gezwollen stijl van zo’n declamatie.

waiting-for-the-barbarians-by-j-m-coetzee 0.jpg

Foto’s: Triumph des Willens, Leni Riefenstahl, Arbeiders, Martin Pulaski (2013), Waiting For The Barbarians, J.M. Coetzee.

VERLOREN PARADIJS

Power

Bestaat de lineaire tijd? Er wordt beweerd dat ik nu zestig ben, maar ik geloof er niets van. Dat getal is pure uiterlijkheid, simplistische rekenkunde – en ik heb nooit graag gerekend. Ik ben zo oud of zo jong als ik ben – niemand weet het met absolute zekerheid. Hetzelfde geldt voor jou. Tenzij je in die nonsens gelooft. Het enige, onvermijdelijke, – waar ik me tegen verzet -, is dat de afschuwelijke dood dichterbij komt. Moet je de sterfelijkheid echter aanvaarden? Elias Canetti deed dat alvast niet. Overigens is hij de enige schrijver die zich met man en macht tegen de dood verzette. Is hij oud geworden? Als ik de ‘logica’ van hierboven volg niet. Zeker niet zo oud als Methusalem (969 jaar).

Ik wil niet beweren dat er niets verandert in mijn leven – dat zou pas erg zijn. Stasis. Ik heb er vroeger nogal wat over geschreven. Verandering is noodzakelijk. Niet veranderen is bijna hetzelfde als ophouden met ademhalen. Maar de veranderingen in mijn leven hebben niets met leeftijd te maken. Mijn leven verandert, geloof ik, toevallig. Zoals sommige ontmoetingen en sommige kortsluitingen toevallig gebeuren, en sommige bloemen die zomaar opeens, toevallig, op een oude cactus beginnen te bloeien.

Samen met veel andere Belgen volg ik op dit ogenblik de politiek van nabij. Er valt wat mij betreft niet echt veel over te zeggen. Ik ben geen rationalist, maar reageer vooral emotioneel, ook al lees ik boeken en denk ik na. De bewering dat het nationalisme een verwerpelijke doctrine is, is evenwel helemaal op rationele en historische argumenten gebaseerd. De morele en emotionele verontwaardiging versterkt in dit geval de ratio alleen maar. Toch ziet het er naar uit dat in het gebied dat Vlaanderen wordt genoemd – een streek waar sommige idioten niets liever doen dan met vlaggen zwaaien – dat verwerpelijke nationalisme de overhand zal halen. Voor mijn hart is het goed dat ik me op de dag van de verkiezingen in het buitenland zal bevinden. Nee, dat is geen escapisme. Ik zal zeker wel stemmen. Van woede en walging is mijn vel al wat groen gekleurd. Zo weet de nieuwsgierige lezer op welke partij deze eeuwige tiener zal stemmen.

Ik wil niet haten. Ik wil liefhebben. Ik wil geen vijanden, ik wil vrienden. Net als jij ben ik een mens die moet eten en drinken en vrijen. Geloof me vrij, als ik een keer lieg, is het alleen om bestwil. Ik streef naar het goede, maar weet niet wat het is. Het kwaad wil ik leren kennen. Als ik het kwaad door en door ken, zal ik misschien ooit eens iets goeds doen. Nu kan ik me daar alleen maar een voorstelling van vormen. Soms denk ik dat ik al die dingen heb geweten, toen ik een kind was, een paradijselijke periode, waar ik me hoegenaamd niets meer van herinner. Uit dat paradijs ben ik al lang verbannen. In de woestijn van de werkelijkheid maakt leeftijd niets uit.

De afbeelding van de hoes van New Order’s ‘Power, Corruption And Lies’ (Fact 75) mag gezien worden als commentaar op de politieke situatie in België. Op de voorkant van hoes een reproductie van ‘Roses’ van Fantin-Latour (1836-1904). Ik raad je aan deze plaat uitsluitend in vinyl-versie te draaien, en draag er zorg voor dat je jong bent!

HET INTERMITTEREND KLOPPEN VAN ONS HART

van morrison,bob dylan,cinderella s ballroom,junior murvin,jim thompson,james cain,hard-boiled,sam peckinpah,bertrand tavernier,marcel proust,onbewuste,depressie,geheugen,herinnering,hart,herinneringen,william styron,webb pierce,country

In die dagen, in de mooie stad Antwerpen woonachtig, in tijden dat ik veel en vaak uitging, niet om hele nachten tequila sunrise te drinken maar vooral om te dansen op Junior Murvin’s ‘Police and Thieves’, bijvoorbeeld in Cinderella’s Ballroom, een vochtige, rokerige kelder, die wij als ons tweede en soms als eerste thuis beschouwden, voor ons allen het hart van de wereld, las ik de dag nadien – als ik een kater had van rook en vocht en bloed en uitputting – donkere, meeslepende boeken van Raymond Chandler, Dashiel Hammett, Ross McDonald en James Cain. Vooral James Cain. The Postman Always Rings Twice. En oh ja, ik mag Jim Thompson  niet vergeten, The Killer Inside Me, inspiratiebron voor Bob Dylan, Sam Peckinpah, Green On Red en Bertrand Tavernier, onder meer. Nu hoor ik Webb Pierce op de achtergrond, die soms voorgrond wordt, There Stands The Glass, Van Morrison heeft dat onlangs gecoverd op zijn country-lp, en denk ik en vraag ik me af waarom ik me overgeef aan de boeken van Marcel Proust om te genezen van iets donkers, iets wat depressie wordt genoemd; maar eigenlijk is het een ervaring die helemaal niet beantwoordt aan dat versleten woord. William Styron is op zoek geweest naar een beter woord en kwam alleen maar bij het verouderde begrip melancholie, een mooie benaming – maar ze dekt de lading niet. Klinische depressie, zeggen de mensen nu, om aan te geven dat het ernst is. Maar wat is een klinische depressie? Ik weet het niet. Ik probeer te overleven, zoals in die boeken van de hard-boiled misdaadschrijvers. Vaak worden ze in mekaar geklopt of anderszins bijna het hoekje om geholpen. Zo is het ook een beetje met een depressie. Je zoekt het gevaar en de dood op omdat je er bang voor bent. Je wilt ontsnappen maar je wilt de smeerlap gelijkertijd recht in de ogen kijken. Ik wil niet dood, zeg je, ik wil waardig ouder worden. En dan lach je grimmig, vanwege die oude vergeten politieke partij. Toen waren die dingen nog zo onschuldig. Nu zitten we met massa’s contra-revolutionairen, NVA, Vlaams Belang (de eerste keer dat ik dit woord hier gebruik), FDF, mensen in groepen met elkaar verbonden om al het moeilijk bereikte weer op te blazen. Waar komen al die hatelijke haatdragende mensen vandaan? Walen, Vlamingen, immigranten die elkaar een mes in de rug willen steken. Waarom? Ze gaan voortdurend bij elkaar op vakantie en verklaren elkaar de liefde en willen vervolgens alles opblazen, de hele razzamatazz.

Waarom evenwel zoek ik mijn heil bij de moeilijke Marcel Proust, een intellectueel, een Jood en een homoseksueel? Ik weet het niet. Maar misschien is het antwoord eenvoudig. Als ik Marcel Proust niet meer kan lezen, de ongeveer moeilijkste literator – ik heb het niet over wetenschappers – maar ook de beste schrijver uit de twintigste eeuw, ben ik het niet waard om veel – en waardig – ouder te worden. Vandaag las ik in ‘Sodom en Gomorra’ (in een uitstekende vertaling van Thérèse Cornips) enkele zinnen, voldoende voor een dag, een week:

“Op welk tijdstip wij ook onze ziel in haar geheel zouden bezien, zij heeft als zodanig maar een vrijwel fictieve betekenis, ondanks de omvangrijke balans van haar schatten, want nu eens is daarvan het ene, dan weer het andere niet beschikbaar, of het overigens effectieve schatten geldt dan wel die van de verbeelding, en wat mij aangaat bijvoorbeeld, evenzeer als de oude naam Guermantes, de – zoveel zwaarder wegende – rijkdom van de werkelijke herinnering aan mijn grootmoeder. Want stoornissen staan in verband met het intermitterend kloppen van ons hart. Het is vermoedelijk het bestaan van ons lichaam, vergelijkbaar voor ons gevoel met een aarden vat waarin onze spiritualiteit zou zijn gevangen, dat ons ertoe brengt te veronderstellen dat al ons innerlijk goed, onze voorbije vreugden, al onze smarten, voordurend in ons bezit zijn. Misschien is het even onjuist om te denken dat ze ontsnappen of terugkomen. In elk geval, als ze al in ons blijven, dan voor het grootste deel van de tijd in een onbekend domein waar ze ons volstrekt niet van dienst zijn, en waar zelfs de allergewoonste woorden worden verdrongen door andersoortige herinneringen, die hun gelijktijdigheid in ons bewustzijn geheel uitsluiten.” (Marcel Proust, Sodom en Gomorra, 162-63, Pleiade II, 756-757).

LEVE BELGIE!

belgische vlag 3Ik ben geen royalist, maar houd wel van mijn land en zie geen enkele reden waarom het zou moeten ophouden te bestaan. België is een mooie constructie, heb ik altijd gevonden, en een goed werkende democratie. Ons land heeft sinds 1999 vrij goede federale regeringen gehad, zeker wat de ethische kwesties betreft. Voor sociale zaken is een regering met liberalen natuurlijk altijd te rechts, maar in dat verband wordt een mooi tegengewicht geboden door de Walen, met Elio Di Rupo als voortrekker. De Walen hebben altijd een veel sterker sociaal bewustzijn gehad dan de Vlamingen. Degenen die voor een splitsing van België zijn, streven naar een landje waar de conservatieve, bezittende klasse opnieuw de macht verwerft. De perfecte fermettestaat. Bart De Wever, helaas moet ik zijn naam hier noemen, beweert dat hij voldoende peilingen kan opsommen waaruit zou blijken dat de Belgen niet langer wensen dat hun land blijft voortbestaan. Die peilingen zou ik wel eens willen zien. Mijn intuïtie zegt me dat de koning gelijk heeft: een grote meerderheid van de Belgen wil niet splitsen. Overigens maken De Wever en zijn papegaaien zich belachelijk door zich over zulke onbenulligheden op te winden terwijl fanatieke moordenaars onze democratie willen vernietigen en wij democraten zelf onze ogen sluiten voor verwoesting van de bakermat van onze cultuur. En dat laatste gebeurt in onze naam, zogezegd om onze democratische waarden te vrijwaren.
België is een detail in de geschiedenis, niet meer maar ook niet minder. Bart De Wever en zijn nieuwe Vlaamse alliantie doen aan kortzichtige, egoïstische, antisociale politiek. Hun streven naar etnische zuiverheid kan ernstige gevolgen hebben. Maar ik blijf ervan uitgaan dat de meeste Belgen voldoende gezond verstand – en zin voor surrealisme – hebben om niet op de lokroep van de haat in te gaan.